Dordrecht, 13 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 7 oktober 2026.
28 september 2026
Inleiding
Achtergrond
Sinti, Roma en reizigers hebben een eigen culturele identiteit. Die cultuur moet beschermd worden; onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft dat bepaald. [1] Uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) volgt dat Sinti, Roma en reizigers hun leven mogen leiden volgens hun eigen tradities. Het leven in een woonwagen is daarvan een integraal onderdeel. Daarom wordt ook wel de term _woonwagenbewoners_ gebruikt. De overheid moet die levensstijl faciliteren.
Het is voor veel woonwagenbewoners echter moeilijk om in een woonwagen te wonen. Dat komt doordat er al lange tijd een tekort is aan standplaatsen. De Nationale ombudsman vraagt hier sinds 2017 aandacht voor. In zijn rapport _Woonwagenbewoner_ _zoekt standplaats_ (2017) stelde de ombudsman vast dat het tekort aan standplaatsen een gevolg was van beleid van de overheid, dat sterk gericht was op vermindering van het aantal – toch al schaarse – standplaatsen of het verdwijnen ervan (zogenoemd _uitsterfbeleid_ ). [2] Dat beleid is discriminerend en niet lijn met de mensenrechten van woonwagenbewoners. De Nationale ombudsman riep de Rijksoverheid en gemeenten dan ook op een standplaatsenbeleid te ontwikkelen gebaseerd op mensenrechten en zich in te zetten voor voldoende standplaatsen.
Sinds het verschijnen van het rapport van de Nationale ombudsman is er weinig vooruitgang geboekt. [3] Het discriminerende beleid is op papier wel verdwenen: de Rijksoverheid en (een deel van de) gemeenten hebben nieuw standplaatsenbeleid ontwikkeld. Maar in de praktijk is het resultaat voor veel woonwagenbewoners niet anders. Er zijn nauwelijks nieuwe standplaatsen bij gekomen. Woonwagenbewoners klagen hier regelmatig over bij de Nationale ombudsman. Zo vertellen zij dat gemeenten hun beloftes niet nakomen om meer standplaatsen te ontwikkelen en dat het voelt alsof ze aan het lijntje worden gehouden. Ze verliezen de hoop ooit nog een standplaats te krijgen. De Nationale ombudsman heeft daarom ook na het verschijnen van zijn rapport in 2017 meermaals aandacht gevraagd voor het standplaatsentekort. [4]
Woonwagenbewoners vertelden de ombudsman in 2017 ook dat zij met allerlei vormen van discriminatie te maken krijgen, breder dan alleen bij standplaatsen. Bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, bij het aanvragen van hypotheken voor woonwagens en het aanvragen van (inboedel)verzekeringen. Zij schetsten een beeld waarin discriminatie, vooroordelen en uitsluiting geaccepteerd lijken te zijn.
2
Terminologie
In het rapport _Woonwagenbewoner zoekt_ _standplaats_ gebruikte de ombudsman de term _woonwagenbewoners_ , waartoe Sinti, Roma en reizigers werden gerekend. [5] Deze groepen kennen onderlinge culturele verschillen, maar voor het doel van dat onderzoek was relevant dat het (willen) leven in een woonwagen grotendeels gemeenschappelijk is voor hun culturele identiteiten.
Tijdens de gesprekken die medewerkers van de ombudsman voerden voor dit project, benadrukten gesprekspartners vaak dat het gaat om verschillende groepen die je niet ‘op één hoop moet gooien’. Een overeenkomst tussen deze drie groepen vormt wel de behoefte om samen te leven en het gevoel van ‘vrijheid’. En zij hebben allemaal te maken hebben met soortgelijke stigma’s, vooroordelen en discriminatie. [6] Daarom betrekt de ombudsman al deze groepen in deze publicatie.
In de onderzoeken die de ombudsman voor deze publicatie heeft geraadpleegd, wordt de overkoepelende term _woonwagenbewoners_ meestal niet gebruikt, behalve wanneer het specifiek gaat om de standplaatsen problematiek. [7] Deze onderzoeken gaan niet altijd over precies dezelfde groepen, en daarnaast worden resultaten soms apart benoemd voor Sinti, Roma en reizigers (of verschillende combinaties daarvan). In de beschrijving van deze onderzoeken sluiten we daar zo veel mogelijk bij aan. Wanneer het gaat om het standplaatsenbeleid, gebruiken we in deze publicatie nog de term _woonwagenbewoners_ .
Waar gaat deze publicatie over?
De Nationale ombudsman wilde weten wat er bekend is over de discriminatie van Sinti, Roma en reizigers, breder dan alleen op het gebied van standplaatsen. In een verkennend onderzoek spraken medewerkers van de ombudsman op twee woonwagenlocaties met bewoners. Daarnaast spraken zij een aantal partijen die zich bezighouden met Sinti, Roma en/ of reizigers, zoals het Nationaal Roma en Sinti Contactpunt (NRSCP) en de Vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland. Ten slotte bestudeerden zij verschillende onderzoeksrapporten van andere organisaties.
De ombudsman concludeerde op basis van het verkennend onderzoek dat er geen aanleiding is voor hem om opnieuw te onderzoeken of er sprake is van discriminatie van Sinti, Roma en reizigers. Uit de geraadpleegde onderzoeken en de gesprekken blijkt dat keer op keer is vastgesteld dat Sinti, Roma en reizigers te maken hebben met discriminatie op allerlei gebieden in hun leven. Er zijn bovendien allerlei aanbevelingen gedaan om discriminatie van Sinti, Roma en reizigers aan te pakken. Hiermee heeft de (lokale) overheid tot nu toe te weinig gedaan.
Dit laatste is voor de Nationale ombudsman aanleiding om met deze publicatie de bevindingen uit de geraad pleegde onderzoeken en aanbevelingen opnieuw onder de aandacht te brengen bij het kabinet en bij gemeenten. Op deze manier wil de ombudsman er bij hen op aandringen hiermee zo snel mogelijk aan de slag te gaan.
De urgentie daartoe is hoog. De discriminatie heeft namelijk een grote negatieve impact op het leven van Sinti, Roma en reizigers. Dit blijkt uit de gesprekken die de Nationale ombudsman heeft gevoerd met een aantal Sinti, Roma en reizigers. In deze publicatie heeft de ombudsman hun ervaringen opgetekend. Deze verhalen illustreren en bevestigen wat er in de geraadpleegde onderzoeken staat.
3
Door welke bril kijkt de Nationale ombudsman?
In het werk van de Nationale ombudsman staat centraal of de overheid zich tegenover burgers behoorlijk gedraagt. Een behoorlijke overheid vraagt zich af hoe ze het goede voor burgers kan doen en gaat naast burgers staan, zodat deze zich gezien en [gehoord voelen. De zogeheten Behoorlijkheidswijzer](https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer) van de ombudsman geeft antwoord op de vraag wat burgers mogen verwachten van de overheid.
Voor deze publicatie is met name het vereiste van ‘Mensenrechten respecteren’ uit de Behoorlijkheids wijzer relevant. De overheid moet mensenrechten respecteren en actief bevorderen. Bescherming tegen discriminatie is daarvan een fundamenteel onderdeel. De taak van de overheid is om burgers in gelijke gevallen gelijk te behandelen én er alles aan te doen om burgers te beschermen tegen discriminatie door anderen. Dat geldt ook voor hun kinderen. Een veilige en kansrijke omgeving waarin zij tot bloei kunnen komen en zichzelf kunnen zijn, vormt de basis van hun ontwikkeling. De overheid moet tegelijkertijd de culturele identiteit van Sinti, Roma en reizigers beschermen. Non-discriminatie is meer dan alleen gelijke gevallen gelijk behandelen. Het is namelijk ook belangrijk om ongelijke gevallen ongelijk te behandelen. Het recht op bescherming van een eigen culturele identiteit brengt onder meer met zich mee dat de overheid het leven in woonwagens mogelijk moet maken. In dit opzicht kunnen de behoeften van Sinti, Roma en reizigers niet gelijkgetrokken worden met die van andere burgers.
Mensenrechtelijke verplichtingen
Er zijn verschillende relevante mensen rechtelijke instrumenten om de discriminatie van Sinti, Roma en reizigers tegen te gaan. Nederland is allereerst partij bij het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (ICERD) van de Verenigde Naties. Het comité dat toezicht houdt op de naleving van dit verdrag (CERD), het College voor de Rechten van de Mens en de rechtspraak oordelen dat Sinti, Roma en reizigers (woonwagenbewoners) onder het begrip ras vallen en dus bescherming kunnen ontlenen aan dit verdrag. [8]
In het ICERD staat onder meer dat staten op sociaal, economisch, cultureel en ander gebied maatregelen moeten nemen, zodat rasgemeen schappen zich behoorlijk kunnen ontwikkelen en beschermd worden (artikel 2, tweede lid). Dit gaat onder meer over huisvesting (artikel 5 aanhef en onder e). De staat moet ook onverwijld doeltreffende maatregelen nemen, met name op het gebied van onderwijs, opvoeding, cultuur en voorlichting, om zo vooroordelen te voorkomen die tot rassendiscriminatie leiden (artikel 7).
Sinti, Roma en reizigers kunnen ook bescherming ontlenen aan de bepalingen van het EVRM. Zij moeten worden erkend als minderheid en hun culturele identiteit moet worden beschermd (8 EVRM). Verder betekent het recht op non-discriminatie (14 EVRM) niet alleen dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld, maar ook dat ongelijke situaties ongelijk moeten worden behandeld
– bijvoorbeeld als het gaat om een groep die kwetsbaar is door historische achterstellingen. Er is een positieve verplichting om maat regelen te treffen om historische achter stellingen te herstellen. [9]
Voor kinderen is het recht om niet gediscri mineerd te worden vastgelegd in het Kinderrechtenverdrag (artikel 2). Dit vormt een van de kernbeginselen van het verdrag, net zoals het recht van kinderen om zich goed te kunnen ontwikkelen (artikel 6) en de verplichting van de overheid om het belang van kinderen voorop te stellen als er besluiten over kinderen worden genomen (artikel 3). De overheid moet Sinti-, Roma- en reizigerskinderen dus beschermen tegen discriminatie en moet zorgen voor een leefomgeving waarin zij zich goed kunnen ontwikkelen.
Leeswijzer
De publicatie begint met de verhalen van Sinti, Roma en reizigers zelf. Na deze verhalen volgt een beknopt overzicht van de geraadpleegde onderzoeken. Tot slot geeft de Nationale ombudsman aan wat hij ziet op basis van de onderzoeken en de verhalen. En hij benoemt waar het kabinet en gemeenten mee aan de slag moeten.
‘Kinderen uit de klas komen vaak niet bij ons
spelen. Ze zeggen dan dat ze komen, maar dan komen ze niet omdat ze denken dat we gevaarlijk zijn of dat we dieven zijn of dat we gemeen zijn. Sommige mensen zeggen dan ook tegen andere kinderen: je moet er niet heen gaan, want als je één iemand boos maakt, dan komen ze met heel veel mensen op je af.’
Paul (11) en Mike (11)
4
Weggeduwd en buiten de samenleving geplaatst
‘Ik ben in de jaren zestig geboren op een groot woon wagenkamp waar allerlei groepen bij elkaar zijn gezet door de overheid, Sinti en reizigers door elkaar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen gemeentebesturen de opdracht van de Duitsers om Roma en Sinti op te pakken. Uiteindelijk zijn velen van hen vergast in vernietigingskampen. Reizigers hoorden daar niet bij, maar sommige gemeenten pakten de reizigers ook mee met de gedachte: dan zijn we van het reizend volk af. Maar de Duitsers vonden hen te “arisch” om te doden. Dat soort geschiedenissen zitten er diep in. Mijn opa heeft zelf ook gestreden in de oorlog, maar zodra hij zijn uniform uitdeed, had hij zijn eigen overheid tegen zich. Dat was heel traumatiserend. Mensen kunnen zich er geen voorstelling van maken hoe het is om steeds opgejaagd en nagewezen te worden.’
‘Het kamp waarin we woonden was tegenover een spoor, daar waren we weggezet. Er was een trekverbod afgekondigd, dus iedereen moest stilstaan. Mijn voorouders waren ambulante ambachtslieden, maar konden hun beroep door het trekverbod niet meer uitoefenen. Met als gevolg armoede en afhankelijkheid van uitkeringen. De stigmatisering dat woonwagenbewoners een uitkering hadden, lag eigenlijk aan de overheid zelf. Zo is het met veel dingen. De gemeenschap kroop in elkaar en kreeg een houding van: wij tegen de rest van de wereld. We waren aangewezen op elkaar en moesten elkaar helpen. Zo voelen we dat nog steeds.’
‘Het is geen goede omgeving voor
kinderen. Een dochter van mijn neef is op het industrieterrein aangereden door een vrachtwagen en overleden, toen ze naar school fietste. Ik ben zelf ook een keer aangereden door een vrachtwagen. De veiligheid is er ver te zoeken.”
Carel
5
‘De gemeenschap kroop in elkaar en
kreeg een houding van: wij tegen de rest van de wereld. We waren aangewezen op elkaar en moesten elkaar helpen. Zo voelen we dat nog steeds.’
Carel
‘Het kamp was voor mij een geweldige plek om op te groeien. De wereld was heel klein, maar voor ons als kinderen was dat perfect. We hadden bijvoorbeeld ook een eigen snoepwinkel, kerk en school. Maar kinderen van het kamp die naar de reguliere school gingen, mochten niet in dezelfde rij staan als andere kinderen en kregen apart les. Zelfs tijdens de sinterklaasviering moesten ze apart blijven. Er gooide dan alleen iemand wat pepernoten naar binnen door het zolderluik, dat was dan de viering voor de kinderen van het kamp. Mijn ouders hadden wel ervaring met discriminatie, maar wisten niet wat apartheid was. Dat was pas later bekend. Maar ze wisten wel: daar sturen we onze kinderen niet heen.’
‘Het kamp werd beheerd vanuit een “kampbureau”, waar een ex-politieman toezicht hield. We werden altijd in de gaten gehouden en er was zelfs een slagboom voor het kamp. Op een gegeven moment is die slagboom eruit gereden: mensen wilden zich vrij voelen en niet “opgesloten” zitten. Het kamp is later opgedeeld in kleinere locaties. De overheid bepaalde wat goed voor ons was; wij hadden geen keus. Onze familie is toen op een kleiner kamp terechtgekomen. Later kreeg ik daar een eigen standplaats met mijn gezin. Het kamp ligt op een industrieterrein, uit het zicht en buiten de bebouwde kom. Dit zodat er geen buren zijn die zouden protesteren bij de komst van het kamp, omdat hun huis minder waard zou worden. Je wordt letterlijk buiten de gemeenschap gezet. Op het industrieterrein zitten puinbrekers, chemische bedrijven, autohandels, maar er zijn geen gewone winkels en inwoners. Het is geen goede omgeving voor kinderen. Een dochter van mijn neef is op het industrieterrein aangereden door een vrachtwagen en overleden, toen ze naar school fietste. Ik ben zelf ook een keer aangereden door een vrachtwagen. De veiligheid is er ver te zoeken.’
Geen plek, geen urgentie
‘Na mijn scheiding was er geen plek meer voor mij en kwam ik noodgedwongen in een regulier huis terecht. Ik wil graag terug naar het kamp. Maar ik sta nu al negen jaar op de wachtlijst, net als zes anderen van mijn familie, waaronder mijn zoons. Ook veel anderen wachten op een eigen standplaats en stellen bijvoorbeeld hun kinderwens uit. Je weet niet waar je aan toe bent. Ik heb in één jaar tijd drie verschillende wachttijden gehoord: vijf jaar, zeven jaar en tien jaar. En de gemeente zegt dat de wachttijd voor een reguliere huurwoning ook steeds langer wordt. Maar die vergelijking gaat niet op, want andere mensen hebben geen last gehad van het uitsterfbeleid. En er zijn wel reguliere woningen gebouwd. Politici nemen geen verantwoordelijkheid voor het verleden, terwijl wij nu eigenlijk met urgentie plekken moeten krijgen om te compenseren voor al die jaren uitsterfbeleid en nietsdoen. Ik hoor nooit: we moeten iets doen voor die mensen.’
‘Als woonwagenmensen niet in een woonwagen kunnen wonen, wordt de binding met de cultuur ook minder. Ik heb dat zelf ook een tijdlang gehad. Ik dacht: ik moet me erbij neerleggen. Maar ik kon het niet loslaten. De belangrijkste steunpilaren van de woonwagencultuur zijn wonen in een woonwagen en wonen in familieverband. Ik woon nu in een huis, maar dat is niet mijn thuis. De overheid beseft vaak niet wie wij zijn, waar wij vandaan komen en hoe wij het zelf beleven. Telkens wordt er weer een stukje van onze cultuur afgenomen. Dan vragen ze of we in een stenen wagen willen wonen. Of dan stellen ze voor de wagens te stapelen. Dat is niet in overeenstemming met onze cultuur. Telkens worden er dingen voorgesteld onder het mom van “meedenken”, maar ondertussen zijn ze toch bezig om de cultuur te laten verdwijnen. Vooral mensen zoals wij, die noodgedwongen in een huis wonen, zijn een gemakkelijk slachtoffer in zulke “onderhandelingen”.’
6
Vogelvrij verklaard
‘Ik werk nu in de logistiek bij een grote supermarkt in een naburige gemeente. Toen ik ging solliciteren heb ik niet gezegd dat ik van het kamp kom, want dan sta je met 5-0 achter. Ik wil beoordeeld worden op mijn persoonlijkheid. Ik hoorde op mijn werk ook wel eens negatief praten over mensen van het kamp, maar dan zei ik er niets van omdat ik nog geen vast contract had. Uiteindelijk is dat langzaam goed gekomen en ben ik er nu open over. Al had ik een keer een leidinggevende die vroeg: “Jij komt toch van het kamp?” “Ja”, zei ik toen. Ik zag een soort botsing in zijn hoofd: Carel werkt gewoon goed, hoe kan hij van het kamp komen? De vooroordelen in zijn hoofd pasten niet bij wie ik was.’
‘Ik merkte ook dat klasgenootjes van mijn zoons niet op het kamp mochten komen. Zelf ervoer ik dat ook als kind. Ze kwamen nooit bij ons spelen of logeren. Niemand zei: “O, wat leuk dat jullie op een kamp wonen.” Een bepaalde interesse, die was er nooit. Het meest positieve dat ik hoorde was: “O, mij maakt dat niks uit.” Dat zegt al genoeg. Waarom zou het iets uitmaken? We zijn gewoon mensen. Ik merk dat mijn zoons nu ook wel een drempel ervaren om te vertellen dat ze van het kamp komen. Ik probeer ze op het hart te drukken: we zijn wie we zijn en we mogen er zijn. Ze raken ons niet kwijt, ook al hebben ze het geprobeerd.’
‘De grootse discriminatie is door de overheid zelf, die onze cultuur wilde laten verdwijnen, maar dat sijpelt wel door in de samenleving. De overheid geeft een vrijbrief voor discriminatie. We zijn eigenlijk vogelvrij verklaard. In 1999, bij de afschaffing van de Woonwagenwet, zijn politici op hun handen gaan zitten. Gekozen volksvertegenwoordigers deden uitspraken als: “Eindelijk, de tijd van Pipo de clown is nu voorbij”, of spraken over de woonwagen als inferieure woonvorm. Het beeld van minder waardigheid wordt door zulke uitspraken versterkt. De overheid moet haar burgers beschermen. Maar bij ons is het net andersom. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moest ons beschermen tegen onze eigen overheid. Hoe duidelijk wil je het hebben?’
‘Als ik nog in een huis had gewoond...’
Silvia : ‘Mijn moeder vond het heel moeilijk, toen ik een relatie kreeg met iemand van het kamp. Ze snapte de hele cultuur ook niet. Uiteindelijk is ze erin meegegroeid. Omdat ik zelf uit een huis kom, zie ik heel erg de verschillen in behandeling. Ik loop tegen dingen aan waarvan ik denk: als ik nog in een huis had gewoond, dan was het geen probleem geweest.’
‘Je kunt bijvoorbeeld nauwelijks een hypotheek krijgen om een woonwagen te kopen. Ook een inboedel verzekering kun je niet krijgen. Of je moet een bizar hoge premie betalen. Eigenlijk heeft niemand hier een verzekering en vaak ook geen potje geld voor als er iets misgaat. Dus in zo’n geval ben je afhankelijk van crowdfunding. We zijn nu aan het verbouwen en het liefst zouden we bijvoorbeeld ook beter willen isoleren, maar subsidies daarvoor krijgen we ook niet. Omdat het een woonwagen is, valt het onder houten chaletbouw. Daardoor valt het niet onder verduurzamingsregelingen. We moeten alles zelf betalen.’
7
‘Als we iets willen verkopen via Marktplaats, komen kopers vaak niet opdagen. Mensen durven dan gewoon niet. En veel supermarkten bezorgen hier geen boodschappen, terwijl ze dat bij de boerderij hier tegenover wél gewoon doen. Als je ons adres invoert, dan staat er: daar bezorgen we niet. Met andere bezorgers en winkels hebben we er ook last van. Toen de kinderen klein waren had ik alles uitgezocht wat ik wilde hebben voor een kinderkamer. Toen ik het bezorgadres opgaf zeiden ze ineens: daar bezorgen we niet. Op dat moment voel je echt de grond onder je voeten vandaan zakken. En als je het vraagt komen ze natuurlijk altijd met een of andere smoes aan. Dat het net buiten het bezorggebied is bijvoorbeeld. Maar dan zie je ze wel rijden in de directe omgeving en bezorgen bij de boerderijen. Dus het is gewoon niet waar, maar ze gaan natuurlijk nooit zeggen dat ze niet bij ons bezorgen omdat ze ons niet mogen. Dat soort dingen zijn gewoon heel naar eigenlijk.’
‘Hoe zorg ik dat ze hier mogen komen spelen?’
Silvia : ‘Toen de kinderen kleiner waren, was het moeilijk om speelafspraken te maken. Ik merkte ik dat ouders vaak zoiets hadden van “Hm, ik weet het niet.” Dan zeiden ze ineens dat het toch niet uitkwam. Of ze zeiden: “Nee, doe maar bij ons.” Ik vond dat heel lastig. Ik was daar echt mee bezig, hoe ik ervoor kon zorgen dat mensen hun kinderen hier durfden te laten spelen. Eerlijk gezegd vertelde ik soms dan niet waar we woonden. Maar dan vroegen ze op een gegeven moment natuurlijk in welke straat ze hun kind konden ophalen. Dan noemde ik de straatnaam en dacht ik: als je zo komt aanrijden dan weet je het. Maar dan zei ik niet uit mezelf van tevoren dat het een woonwagenkamp is.’
‘Als ik de naam van mijn man gebruik, dan weten sommige mensen al direct dat ik op het woonwagen kamp woon. Soms gebruik ik mijn meisjesnaam omdat ik weet dat dat helpt, bijvoorbeeld bij het solliciteren. Dan vertel ik in eerste instantie ook niet waar ik precies woon. Ik heb de situatie gehad dat ik solliciteerde en dan uiteindelijk mijn adres moest doorgeven. En dat ze dan zeiden: “We doen het toch maar niet.” Dan vroeg ik weleens: “Waarom dan niet?” Daar krijg je geen antwoord op, maar ik denk dan toch dat ze bang zijn dat je misschien iets steelt. Je wordt daardoor heel voorzichtig in wat je zegt en doet.’
Jason : ‘Op school noemen ze me _kamper_ en dat soort dingen. Mijn vrienden zeggen het als grapje, anderen zeggen het vaker en dan is het minder leuk bedoeld. Mij boeit het niet, ik zeg gewoon iets terug. Als ze me niet mogen, dan niet.’
‘Ik merk dat sommige mensen mijn achternaam ook kennen en daar dan een opmerking over maken. Ik heb dan een streepje achter. Er was een leraar, die ook mijn mentor was. Eerst deed hij gewoon normaal. Tot hij erachter kwam wie ik precies was en waar ik woonde. Toen veranderde zijn houding, ging hij vervelende opmerkingen maken. Hij had een grote mond tegen me. Daar kon ik niet tegen. Ik werd er boos van.’
Silvia : ‘Jason moest toen op school een presentatie maken over zichzelf. Hij had daarin tactisch weggelaten dat hij op een woonwagenkamp woont. Maar hij vertelde dat hij graag aan scooters sleutelt. En toen begon de docent te vragen waar hij dan woonde. Toen heeft hij dat alsnog verteld. Dat had hij beter niet kunnen doen, want toen begon de ellende. We moesten twee jaar lang telkens naar school komen door problemen met die docent. Dat was echt niet leuk. Hadden we het maar niet gezegd, dan was het misschien iets makkelijker geweest voor Jason.’
Nooit een speeltoestel
Silvia : ‘Er is hier nooit een speeltuin gemaakt. Het is eigenlijk gewoon zielig, want de kleine kinderen kunnen nu alleen spelen op het kleine stukje grond dat bij de standplaats hoort. We zitten hier echt aan de rand van de gemeente. Het kamp is heel erg buitenaf geplaatst. Op tien minuten fietsen zijn er wel speelgelegenheden, maar Chanel mag daar nog niet alleen heen. Ze mag ook niet naar school fietsen. Het is te ver en te gevaarlijk. Ik dacht: als ze groter zijn dan kunnen ze wel zelf op de fiets, maar dat is een illusie geweest. Ze rijden hier zo hard.’
Chanel : ‘Er is hier nooit echt een speeltoestel geweest. Op het gras verderop staat een trampoline, die heeft mijn tante neergezet. Die is van onszelf. Ik speel bijna elke dag met mijn nichtje van hierachter. We zitten dan graag bij de minibieb, hier verderop aan de weg. Daar gaan we dan picknicken. Maar dat mag alleen op zondag, want dan rijden er geen vrachtwagens.’
8
Jason : ‘Vroeger had ik helemaal niets. We hadden nog geen telefoons en zo. Je moest je gewoon met elkaar vermaken, voetballen en voor de rest was er niks. Dat vond ik wel vervelend. Op straat kun je niks doen want ze rijden allemaal hard, overal hieromheen. Veel vrachtwagens. Een voetbalveldje was er ook niet, we voetbalden hier op de stenen. Negen van de tien keer werden we dan weggestuurd, want dan kwamen we te dicht bij de auto’s. Tegenwoordig heb ik een brommertje, daarmee rij ik rondjes over het kamp. Sommige agenten die hier surveilleren doen daar moeilijk over omdat ik minderjarig ben. Het is officieel een openbare weg. Maar we doen dat puur omdat er geen andere dingen te doen zijn. Wat moet ik hier anders doen?’
Wachten op een eigen wagen
Jason : ‘Ik wil niet in een normaal huis wonen. Daar voel ik me niet thuis. Hier kent iedereen elkaar. Eigenlijk is het allemaal familie, ook al zijn er verschillende achternamen. Het is gezellig hier. Hier heb je het gevoel dat je bij iedereen wel naar binnen kunt lopen. Maar de kans dat ik een plek krijg is klein. Eigenlijk ziet het ernaar uit dat ik in deze wagen moet blijven tot ik overlijd.’
‘De kinderen willen later allebei graag
in een woonwagen wonen, maar dat zie ik gewoon niet echt gebeuren. Pas als er iemand overlijdt komt er weer een plekje vrij.’
Silvia
Silvia : ‘De kinderen willen later allebei graag in een woonwagen wonen, maar dat zie ik gewoon niet echt gebeuren. Pas als er iemand overlijdt komt er weer een plekje vrij. Doorstroming is er niet of nauwelijks. Er zijn ook al andere jongeren hier die nu al twintigers zijn die wachten op een plek. Ik denk wel een stuk of zes. Er is geen transparantie over de wachtlijst vanuit de gemeente, maar onze kinderen zijn zeker niet als eerste aan de beurt. Een bijkomend probleem: als jongeren die hier een plek willen en op die lijst staan zich inschrijven voor een huurhuis, dan worden ze van de lijst gehaald. Dat gaat natuurlijk niemand doen die eigenlijk hier wil wonen. Dus dan zitten ze vast en blijven ze bij hun ouders, niet wetend hoelang het gaat duren voor ze een eigen plek krijgen. De gemiddelde wachttijd is zeker meer dan tien jaar. Het is vervelend dat het of-of is. Je kunt niet zeggen: dan schrijf ik me in de tussentijd in voor een huurhuis en als er hier iets vrijkomt dan lever ik het huurhuis weer op en heb ik een eigen woonwagenplek. Dan zou je je eigen leven een beetje kunnen opbouwen, in plaats van zitten te wachten bij je ouders in de wagen.’
Steeds verder van het reizende leven af
‘We willen graag rond kunnen reizen, maar daar zijn we niet vrij in. Verhuizen uit eigen wil was nooit een optie, omdat er geen standplaatsen vrij zijn. Van overheidswege moesten we een aantal keren verplaatsen naar een andere plek. Het was allemaal onder dwang, er was nooit een keuze van onszelf bij. Als het op de nieuwe plek beter is, vindt niemand het erg om te moeten verkassen. Maar zo niet, dan is het héél erg.’
‘We hebben op verschillende plaatsen gestaan. Op officiële en niet-officiële plaatsen. We wilden dan vaak wel weg, maar dat kon niet altijd. Met familie ergens samen staan, lukte eigenlijk vaak alleen door er illegaal een caravan bij te zetten. Tot mijn vijftigste woonde ik bij mijn ouders in. Zo zijn er nog wel meer. Dan weet je hoe je meetelt in de maatschappij.’
‘Ik sta op een woonwagenlocatie die al jarenlang een tijdelijke 'noodlocatie' is. Daarvoor had na korte tijd een definitieve locatie in de plaats moeten komen, maar dat is nooit gebeurd. Het is ook helemaal geen fijne plek om te staan. We staan helemaal ingepakt, zonder groen. Beloftes zijn door de gemeente gewoon
9
niet nagekomen. Ik wil hier eigenlijk helemaal niet staan. Er staan hier ook weinig andere Sinti. Er zijn andere plaatsen in Nederland waar veel familie staat, maar als daar een plek vrijkomt, dan staan daar allerlei mensen voor in de rij en mag je achteraan aansluiten.’
‘Ik heb weinig met mijn eigen mensen kunnen wonen, veel te weinig. Ik denk ook niet dat dat nog gaat gebeuren. Dat geldt ook voor veel andere mensen uit onze gemeenschap. Ik ken ouderen die in een huis wonen en die hun hele leven al proberen om weer in een woonwagen terecht te komen. Ik ben bang dat ze het niet meer meemaken. Er zijn al heel wat mensen overleden zonder dat ze hebben gekregen wat ze wilden: bij familie wonen. Ik ben daar boos over. Dat kan nooit meer goedkomen. Ik ben voor hen nog bozer dan voor mezelf, al heb zelf eigenlijk ook niet veel hoop meer. Verhuizen is voor ons, zeker naar een ander regio, een onmogelijke zaak.’
‘Rondreizen heeft men helemaal gewurgd eigenlijk. Nomaden zijn vastgelegd. Er zijn nu woonwagen kampen waar woonwagens staan die je geen wagen meer mag noemen. Dat is gekomen doordat gemeenten graag wilden dat de wagens groter werden. Mensen konden na het rondreisverbod een lening krijgen voor een nieuwe wagen, maar die konden ze alleen krijgen als ze een wagen namen die niet geschikt was om mee rond te reizen. Zo kwamen we steeds verder van het reizende leven af te staan. Dat is eigenlijk ook een stukje van het uitsterfbeleid.’
‘Je hebt nu veel _tiny houses_, waar iedereen enthousiast over is. Dat is omdat het voor ándere mensen is. Bij ons was het altijd moeilijk, strijd, problemen. Je mag kennelijk leven als een zigeuner, als je maar niet van die afkomst bent. Mensen in _tiny houses_ noemen ze excentriek, exotisch of eigenzinnig. Maar als wij het zijn die onze cultuur willen beleven, dan moeten er wetten en regels zijn om ons wat manieren te leren.’
'Ik heb eigenlijk de deur gesloten'
‘De kinderen op school die niet van het kamp kwamen gingen wisselend om met de kampkinderen. Als ik werd uitgescholden, was dat soms omdat ik Sinti was, maar zeker ook omdat ik een kleurtje heb. Dat gebeurde trouwens ook door volwassenen. Dit heeft onze jeugd wel getekend. Ik werd gerust uitgemaakt voor iemand die steelt. Ik moest mezelf veel te vaak verdedigen. Wij waren met weinig en werden door andere kinderen belaagd. Door die gebeurtenissen, heb ik zo rond mijn twaalfde besloten om niet meer om te gaan met leeftijdsgenoten van andere groepen. Ik merkte dat het altijd uitliep op ruzie. Mijn zus had dat al veel eerder besloten. Ik heb eigenlijk de deur gesloten en die is tot op de dag van vandaag nog dicht. Met die mensen die toen mijn leeftijdsgenoten waren, ga ik nog steeds niet om, hoewel ik ze nog best wel eens tegenkom.’
‘Als puber en later in mijn leven had ik vergelijkbare ervaringen. Ook toen hoorde ik uitingen die me niet bevielen. Allemaal vooroordelen over eigenschappen die bij ons zouden horen, als volk. Ook door mensen met wie ik werkte. Ik voelde me daar beroerd door. Ik heb daardoor op dat vlak weinig vertrouwen in andere mensen en in hun beoordelingsvermogen. Ik heb er geen vertrouwen in dat zij zaken die te maken hebben met andere volkeren goed kunnen bekijken. Mensen willen tot "de beste groep" behoren door de rest naar beneden te halen. Het voelde voor mij ook wel echt zo, dat anderen me naar beneden haalden. Maar van huis uit werd daar wel een stokje voor gestoken. Mijn opvoeders kenden het, want ze hadden het zelf nog erger meegemaakt. Dus er was thuis veel aandacht voor dat we ons nergens voor hoefden te schamen, trots moesten zijn op onze afkomst en er altijd voor uit moesten komen.’
‘Maar dit soort ervaringen als kind en puber vormen je leven, het is een gevaarlijke leeftijd om dit mee te maken. En dit zie ik ook bij de generaties voor en na mij. Al die generaties waarbij steeds hetzelfde gebeurt. Er wordt weinig over gesproken, maar het is heel triest dat dit niet verandert. Het is zo'n fundamenteel gevoel dat je niet buitengesloten wil worden. Ieder mens is zich ervan bewust dat buitengesloten worden verschrikkelijk is, en mensen passen zich op allerlei manieren aan om dat te voorkomen. Maar wij kunnen onze afkomst niet aanpassen.’
Vooroordelen met de paplepel ingegoten
‘Het vervelende van discriminerende ervaringen is, dat ze niet meer nieuw voor je zijn. We maken dat zo vaak mee, dat we methodes gaan bedenken om eromheen te komen. Als ik bijvoorbeeld spullen verkoop via een advertentie, spreek ik altijd af bij een benzinepomp in plaats van op het kamp. We hebben mensenkennis, we weten wat werkt en wat niet werkt. Alleen iemand die in een zigeunerorkest speelt kan er rond voor uitkomen in zijn broodwinning. Zelfs dan kun je het best een Hollandse manager hebben. Ik ken ook genoeg
10
‘Maar dit soort ervaringen als kind
en puber vormen je leven, het is een gevaarlijke leeftijd om dit mee te maken. En dit zie ik ook bij de generaties voor en na mij. Al die generaties waarbij steeds hetzelfde gebeurt. Er wordt weinig over gesproken, maar het is heel triest dat dit niet verandert.’
Gregor
voorbeelden van mensen die bij het solliciteren merken dat ze niet worden uitgenodigd vanwege hun naam, of omdat op het internet terug te vinden is dat zij zich hebben ingezet voor onze groep. Er was zelfs iemand die het na jarenlange afwijzingen onder een andere naam probeerde, en daarmee wel een baan vond.’
‘In de tussentijd zijn de grote steden ook wat kleur rijker geworden. Dus we gaan nu meer op in de exotische bevolking van de grote stad. Maar als mensen weten waar we vandaan komen, dan zijn we toch weer minder waard dan andere minderheden. Je hebt mensen die er bang voor zijn en snel van ons wegrennen. En je hebt mensen die óók bang voor ons zijn, maar tegelijk gefascineerd. Eigenlijk zou het alle twee niet zo moeten zijn. Het is toch alsof je van een andere planeet komt. Mij is vaak genoeg gevraagd om drugs of wapens. Alsof het logisch is dat ik in die handel zit. Terwijl ik daar nooit iets aan wil verdienen, omdat het ellende betekent voor andere mensen. Ik hoef geen geld te verdienen aan andermans ellende. Maar mensen denken dat wel, want dat hebben ze met de paplepel ingegoten gekregen van hun ouders. En zij van hún ouders. Maar velen hebben nog nooit een Sinti ontmoet. Als je hen vraagt een Sinti te omschrijven, dan rol je over de grond van het lachen wat een onzin er dan uitkomt.’
‘Weinig Sinti laten hun stem nog horen, velen hebben geen vertrouwen meer in de maatschappij. De kennis en ervaring die wij hebben, worden veel te vaak afgeslagen of overgeslagen. Ik zou de overheid graag willen meegeven dat mensen die zich echt inzetten voor de groep en het werkelijk goed met de groep voorhebben en die nu worden overgeslagen, betaald zouden moeten worden om dat werk te doen. Dat werk kan prima door de eigen groep gedaan worden. Dat is nu vaak niet zo.’
299 wachtenden
Hendrik : ‘Er is heel weinig draagvlak voor nieuwe standplaatsen in de lokale politiek. Maar wij zijn ook inwoners, wij horen er ook bij. We moeten wachten tot er een plek vrijkomt. Er is een wachtlijst, maar het is onduidelijk hoe die precies werkt. Wanneer we gegevens van de wachtlijst opvragen, krijgen we deze niet vanwege AVG-regelgeving. Na veel moeite zijn we er uiteindelijk achter gekomen dat er 299 mensen op de wachtlijst staan. En de nummer 1 staat al meer dan 20 jaar ingeschreven. Veel jongeren zijn al jaren op zoek naar een standplaats, sommige staan nu gedoogd in een caravan of omgebouwde schuur op het perceel van hun ouders. Ik ken zelfs iemand die met haar kinderen en kleinkinderen in één woonwagen woont.’
Mieke : ‘Ik wil later graag op het kamp blijven wonen. Ik zou me niet kunnen voorstellen dat ik in een huis moet wonen, weg van de mensen die ik graag bij me heb.’
De schommel is weg
Hendrik : ‘De omgeving is slecht voor de kinderen op het kamp. Er is geen speeltuin meer, die was er vroeger altijd wel. We hadden een voetbalclub, een kantine, een speeltuin, een kerk. Het gemeenschapshuis is verkocht en daar is een woning van gemaakt. Het voetbalveld en de kerk zouden aan de andere kant van het treinspoor terugkomen, maar dat is nooit waargemaakt. Wat de reden is waarom het niet door is gegaan is voor ons alleen maar gissen, daar hebben we nooit uitleg voor gehad. Maar voor kinderen is er dus eigenlijk niks meer.’
Jeanet : ‘Dat is eigenlijk nog het uitsterfbeleid. Want het is moeilijker om je cultuur te behouden nu de woonwagenbewoners op verschillende locaties wonen en als je ook nergens samen kunt komen.’
Hendrik : ‘Het is voor de kinderen gewoon heel gevaarlijk om hier buiten te spelen. De auto’s rijden veel te hard. Ons kamp staat aan een drukke doorlopende weg, veel mensen gebruiken deze weg als sluiproute. Ook komt er veel vrachtverkeer langs. De grote kinderen kunnen nog wel naar een andere
11
wijk lopen of fietsen om te spelen. Maar de kleine kinderen niet. Ik kom door heel het land, en overal zijn de woonwagenkampen aan de rand van de stad. Wij denken dat dat is omdat ze van ons af willen en geen last van ons willen hebben.’
Paul en Mike : ‘We hebben op ons kamp niet echt speelvoorzieningen. We hadden onze eigen plek gemaakt, in de bosjes vlakbij. We hadden er een schommel opgehangen. Alleen nu heeft de gemeente het daar dichtgemaakt. Nu staat er een hek omheen. Dat is omdat ze daar gaan bouwen. Maar dat is pas over vijf jaar. Toch staat er nu al een hek en de schommel is weggehaald. Nu hebben wij nergens meer om te spelen op het kamp en moeten we naar de speeltuin verderop.’
Jeanet : ‘In de speeltuinen in het dorp zijn ze soms niet zo welkom. De ouders hebben vaak een probleem met onze kinderen. Ze moeten vaak eerst bij ons geweest zijn, voordat ze ons accepteren. Het duurt vele jaren om in je directe omgeving vertrouwen op te bouwen. De buurt begrijpt pas na verloop van tijd dat wij gewoon van hier zijn.’
Niet vol te houden in een huis
Hendrik : ‘Mensen zeggen altijd: is het nou zo moeilijk om in een huis te wonen? Ik heb in verschillende huizen gewoond. En dat huis zelf dat bevalt wel, maar je hele sociale leven vervalt. Als je gewend bent om altijd onder de mensen te zijn, onze manier van leven, dan is het niet vol te houden om in een huis te wonen. Je vereenzaamt gewoon. Het bij elkaar zijn in familieverband is wel echt een kenmerk van onze culturele identiteit en daarbij hoeft familie niet altijd je eigen bloed te zijn. Ik voel me ook echt de oom van andere kinderen op het kamp.’
‘Er zijn ook huurstandplaatsen met een eigen woon wagen erop. Maar die woonwagens zijn al minimaal dertig jaar oud, en moeten dus verduurzaamd worden. We krijgen geen subsidie van het warmtefonds en we kunnen geen lening krijgen, omdat de wagens op gehuurde grond staan. De woningbouwcorporaties willen de standplaatsen ook niet verkopen.’
Geaccepteerde discriminatie
Paul en Mike : ‘Kinderen uit de klas komen vaak niet bij ons spelen. Ze zeggen dan dat ze komen, maar dan komen ze niet omdat ze denken dat we gevaarlijk zijn of dat we dieven zijn of dat we gemeen zijn. Sommige mensen zeggen dan ook tegen andere kinderen: je moet er niet heen gaan, want als je één iemand boos maakt, dan komen ze met heel veel mensen op je af. Bij andere kinderen thuis spelen we ook niet vaak. Als we onze verjaardag vieren zet onze moeder altijd een springkussen neer. We nodigen dan altijd iedereen uit. Heel veel kinderen komen dan niet, of ze zijn “ziek” en bellen op het laatste moment af.’
Jeanet : ‘Onze kinderen realiseren zich dat op latere leeftijd pas, wat er altijd tegen ze gezegd is. En dan komt het misschien nog wel harder binnen op het pad naar volwassen worden. Ik probeer ze er nu een beetje van weg te houden en wijs ze op hun eigen verantwoordelijkheid, ook als ik denk dat discriminatie wel een rol speelt. Ik zeg dan dat ze moeten luisteren en respect moeten hebben. Maar later gaan ze het merken, dat er vaak naar één kant gekeken wordt. Dat gaat hen ook vormen op een gegeven moment.’
Hendrik : ‘Ik werk zelf in de bouw en vroeger probeerde ik wel te verbloemen waar ik vandaan kom. Mensen gaan dan met vooroordelen naar je kijken en denken dat ze worden opgelicht. De laatste jaren sta ik regelmatig in de krant om het op te nemen voor woonwagenbewoners, en je merkt toch dat mensen een andere kijk op je hebben. Sinds ik meer in de krant kom, krijg ik minder opdrachten, omdat mensen me gaan googelen en er dan achter komen dat ik van het kamp kom. Maar ook tijdens de klussen zelf ervaar ik problemen. Ik was bijvoorbeeld laatst aan het werk en toen kwam de buurman naar de klant met een krant waar ik in stond, zo van: kijk wie je hier aan het werk hebt. De klant vertelde dit tegen me en zei ook dat hij er zelf geen problemen mee heeft dat ik van het kamp kom. Bij een andere klant mocht ik opeens niet meer
12
‘Vorig jaar had ik een sollicitatie. Die
vrouw kon nog niet peilen waar ik vandaan kwam. Ze zei op een gegeven moment: “Je hebt een bepaalde toon in hoe je praat. Waar kom je vandaan?” Toen vertelde ik het. Daarna merkte ik dat ze anders begon te denken.’
Mieke
Jeanet : ‘Heel veel mensen zeggen het niet, dat ze van het kamp zijn. Dus van veel mensen weten hun collega’s of cliënten niet dat ze van het kamp komen. Bijvoorbeeld in de zorg willen mensen vaak niet dat er een woonwagenbewoner bij hen thuiskomt.’
Hendrik : ‘Het is geaccepteerde discriminatie. Ik heb het geaccepteerd en ik leef er gewoon mee. Het gebeurt al zo lang, dus ik ben het normaal gaan vinden. Ik zat eens bij een bijeenkomst met politici waarbij ik vertelde over een groot woonwagenkamp waar alles goed geregeld is, en toen was de eerste vraag die een ambtenaar stelde: “Maar hoe handhaven ze dat dan?” Dus er wordt altijd eerst gekeken vanuit een handhavingsperspectief. We zijn gewoon hardwerkende mensen, en natuurlijk zit er ook een handjevol boeven tussen, maar die heb je overal. En toch wordt iedere woonwagenbewoner daarop aangekeken. De burgemeester vertelde een keer dat ze wel weten dat niet iedereen crimineel is, maar dat iedereen wel elkaar een hand boven het hoofd houdt. Maar dat de sociale cohesie goed is, wil niet zeggen dat ik alles weet wat mijn buren doen en dat ik daar verantwoordelijk voor ben. Zulke uitspraken doen pijn.’
Mieke : ‘Op mijn school zat er nog maar één andere reiziger. Je merkte altijd een verschil, want wij werden aangesproken als “jullie”. Het was altijd “jullie”. Dus je
‘We hoorden nergens echt bij’
‘Ik kom oorspronkelijk uit Kosovo. Ook daar worden Roma als minderwaardig gezien. Vanuit huis kreeg ik mee: vertel het niet. Kort voor de Joegoslavische oorlogen vertrokken we naar Nederland, in de zomer van 1990. We kwamen in Amsterdam-Zuidoost te wonen, in de Bijlmer. We waren met z’n vijven: mijn ouders, twee zussen en ik. In Nederland kreeg ik nog een broertje en een zusje erbij. Mijn vader verliet het gezin. Mijn moeder zorgde in haar eentje voor vijf kinderen. Ze sprak de taal niet, ze had geen netwerk. We groeiden op in armoede. Mijn moeder was echt aan het overleven. Ik wist niet beter. We moesten de eindjes aan elkaar knopen zodat we een strippenkaart konden betalen om naar school te komen. We woonden met z’n zessen in een appartement van veertig vierkante meter met twee slaapkamers. Ik sliep in de woonkamer.’
‘Op school werd ik uitgesloten omdat ik Roma was. Het was een gemengde klas met kinderen van meerdere afkomsten, maar als Roma werden we er toch uitgepikt. Als enige mocht ik niet naar de wc, ik mocht niet eten, ik mocht niet drinken. Als vijfjarige haalde mijn moeder me daar weg. Op mijn nieuwe school ging het beter. Op de Citotoets scoorde ik goed genoeg voor de havo, maar de school bepaalde anders. Ik moest naar het vmbo-kader. Dat was drie niveaus lager. Het vertrouwen was er niet dat ik het aankon. Dus ik moest de langere weg afleggen.’
‘In de Bijlmer woonden destijds veel Surinamers en veel Roma. Alleen die Roma waren niet “ons soort” Roma. Het waren “oude”, traditionele Roma en wij waren “nieuwe” Roma. Wij waren moslims, zij christelijk-orthodox. Maar we werden daar wel gewoon tussen geplaatst. Dus wij hoorden nergens echt bij. Het was geen gemeenschap waar we als gezin steun aan hadden. Het was een harde buurt. Veel geweld, vaak stonden de Surinamers en de Roma tegenover elkaar. Mensen werden neergestoken en neergeschoten. Ik werd vaak in elkaar geslagen en beroofd. We hebben veel meegemaakt.’
13
Verzwijgen dat je Roma bent
‘Ik ging nóg meer verzwijgen wie ik was. Want het geeft je géén voordeel als je Roma bent. Je ziet gewoon dat Roma en Sinti in een hoekje weggestopt worden. Het interesseert niemand. En ze gaan toch anders naar je kijken. Altijd als er werd gevraagd: “Waar kom je nou vandaan?”, zei ik: “Voormalig Joegoslavië.” Als ze dan zeiden: “Ja, maar je bent niet wit”, dan zei ik: “We hebben een gemengde familie.” Zo bracht ik het altijd naar voren. Ik probeerde me aan te passen, niet te veel in de aandacht te komen.’ ‘Op mijn zeventiende zijn we verhuisd uit de Bijlmer naar Reigersbos in Amsterdam-Zuidoost, omdat mijn moeder een indicatie kreeg voor een nieuwe woning vanwege een hernia. Wat een wereld van verschil! Veel groen, nette mensen. Alles was anders. Dat was echt een omslagpunt. Er viel een last van mijn schouders af. Het was magisch voor ons. We hadden daar ook buren die ons hielpen, mij bijvoorbeeld met het opstellen van mijn cv en sollicitatiebrieven. Ik merkte dat het beter werkte om te solliciteren met een andere voornaam, dus ik gebruikte een naam die meer in de samenleving werd geaccepteerd, ook omdat anderen het lastig vonden om mijn naam uit te spreken. Dan bleek ook niet dat ik Roma ben. Met een buitenlandse achternaam en een buitenlands gezicht sta je al 1-0 achter, laat staan als je ook nog eens gaat vertellen dat je Roma bent. Uiteindelijk kon ik bij de overheid aan de slag als klantenservicemedewerker. En dat opende vervolgens weer andere deuren. Maar vertellen over mijn Roma-achtergrond, dat deed ik nog steeds niet.’
‘Tot twee jaar geleden. Toen was ik bijna 38. Ik kreeg een nieuwe baan en toen heb ik bij mijn afscheid op het werk aan mijn leidinggevende verteld over mijn Roma-achtergrond en mijn echte naam. Ik heb het daarvoor nooit verteld, aan niemand. Het was heel erg spannend om ervoor uit te komen. Ik vroeg me af wat iedereen van me zou denken. Maar ik wilde het niet meer achterhouden. Ik vond het moeilijk om erover te praten, maar inmiddels gaat het wat gemakkelijker. Dit is wie ik ben. Ik heb gemerkt in de afgelopen twintig jaar dat het me ontzettend tegenzat in mijn privéleven en in mijn carrière. Ik kwam moeilijk vooruit en liep telkens tegen een muur aan. Ik heb veel gesprekken gehad: waar ligt het nou aan? Uiteindelijk wist ik waar het vandaan kwam, namelijk dat ik niet vertelde wie ik echt was. Je houdt een masker voor en dat is niet wie je bent. Ik was me er zelf bijna niet eens meer van bewust. Het was zo normaal geworden om mijn achtergrond te verzwijgen, dat ik eigenlijk niet anders meer wist.’
‘Toen ik het eenmaal ging vertellen aan mensen, waren de meeste reacties positief en warm. Hier en daar kreeg ik alleen wat nonchalante reacties, maar dat mag natuurlijk ook. Ik denk niet dat mensen echt begrepen hoe moeilijk het voor mij was om het te vertellen. Mijn vrouw bijvoorbeeld is wit en is maar een halfuur van ons vandaan opgegroeid, maar dat was een totaal andere wereld. Het is voor haar niet te bevatten wat ik allemaal heb meegemaakt.’
Verbinding zoeken
‘Uiteindelijk is mijn gezin toch nog goed terecht gekomen. We zijn naar school gegaan en hebben werk gevonden, ondanks alle tegenslagen. Ik ben niet meer bang voor de reacties om wie ik ben, want ik heb nu al een mooie carrière achter de rug. Dat is anders als
14
‘Tot twee jaar geleden. Toen was ik bijna
38. Ik kreeg een nieuwe baan en toen heb ik bij mijn afscheid op het werk aan mijn leidinggevende verteld over mijn Roma-achtergrond en mijn echte naam.’
Sami
je 25 bent. Ik koester het Roma-zijn, onze taal en onze muziek. Het vervelende is wel dat de moeilijkheden zich voor mijn moeder nu hebben vertaald in ziekte. Diabetes, hart- en vaatziekten, kanker. Terwijl ze nooit rookte en geen overgewicht heeft. Dat is wat de stress met haar lijf heeft gedaan.’
‘Ik ben een stichting begonnen die tot doel heeft verbinding te bevorderen. Zowel tussen Roma onderling als tussen Roma en Sinti en de Nederlandse maatschappij. We moeten meer naar elkaar toe, dat is in het belang van ons allemaal. We moeten met elkaar in gesprek. Dat doen we op locaties in het land. Je ziet dan vaak al snel een verandering in de houding tegenover Roma. Mensen verwachten vaak niet dat ik zo goed Nederlands spreek, dus dat alleen al! Hun beeld is vaak helemaal gebaseerd op mediaberichtgeving en “van horen zeggen”. Dus als ze dan op zo’n manier zelf met onze cultuur kunnen kennismaken dan heeft dat echt wel effect. Roma zijn de meest onderdrukte én de meest onbekende minderheidsgroep van Nederland. We verdwijnen binnen de samenleving. Dat is heel erg jammer. Ik denk omdat veel Roma nog zijn waar ik tot twee jaar geleden ook was: er niet voor uitkomend wie ze zijn.’
Het uitsterfbeleid in een andere verpakking
‘Wij wonen hier al sinds de jaren zeventig. Ik ben hier opgegroeid en de kinderen ook. Het is eigenlijk een dorp in een dorp. Eerst was de locatie nog echt aan de rand van het dorp, later zijn er steeds meer huizen omheen gebouwd. Wij wonen eigenlijk het liefst buiten: niet ingekapseld in een dorp of stad. Het gevoel van vrijheid en het reizen staan bovenaan. Onze woonwagen is onze band met de vrijheid. En onze onderlinge band is onze kracht en onze cultuur. De overheid heeft het over een participatiesamenleving, maar dat doen wij al honderd jaar. Als iemand geen brood heeft, dan ga je naar de overkant en geef je een brood. Als iemand een bekeuring moet betalen en dat niet kan, dan zamelen we geld in. Ouders blijven bij ons totdat ze overlijden. We hebben hier nog een oude wagen staan, daar kunnen mensen blijven slapen, of verblijven als ze ziek zijn. De familie staat bij ons op één, dat is ons leven. Als je dat niet behoudt dan brokkelt je cultuur af.’
15
‘Discriminatie komen we elke dag tegen.
Bijna iedereen van ons maakt het dagelijks mee. Als de naam Sinti valt, sta je al met 3-0 achter’
Jaco
‘De gemeente is met ons in gesprek gegaan, omdat de locatie niet veilig was vanwege bijvoorbeeld de stroomvoorziening. Toen heeft de gemeente gezegd: we maken nieuwe wagens. Sinds drie jaar hebben we die nu. Het contact met de gemeente hierover ging goed. Maar bij het bouwen van nieuwe wagens wordt bijvoorbeeld gezegd dat wagens van een bepaalde breedte te duur zijn, maar dat je wel een brede wagen kunt krijgen als deze van steen gebouwd wordt. Eigenlijk is dat nog steeds het uitsterfbeleid, maar dan in een andere verpakking. Verder zie je dat kinderen tot hun 30e of 35e thuis moeten blijven wonen, omdat er geen plek is. Jaren geleden was er veel geld, maar toen ging het niet, en nu kan het weer niet omdat er geen geld is. Er is altijd iets. Ik zie ook dat het Rijk geen regie neemt hierop. Het Rijk moet zeggen dat gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten nemen, net zoals bij de Spreidingswet. Eigenlijk moet vanuit Den Haag gezegd worden: “Gemeenten moeten periodiek een rapport uitbrengen en aangeven hoever ze zijn.” Maar dat hoeft niet. Ze zeggen gewoon: “We hebben geen wagens.” En het is al 2026. Het blijft bij rapporten, rapporten, rapporten.’
Discriminatie, discriminatie, discriminatie
‘Discriminatie komen we elke dag tegen. Bijna iedereen van ons maakt het dagelijks mee. Als de naam Sinti valt, sta je al met 3-0 achter. Ik heb er als kind tegen opgebokst en als volwassene moet ik er nog steeds tegen opboksen. Ook mijn kinderen en kleinkinderen. Zij horen bijvoorbeeld van andere kinderen dat ze niet bij ons mogen komen spelen van hun ouders. We merken ook dat de kinderen niet genoeg individuele aandacht krijgen op school. En als oplossing wordt dan gezegd dat ze naar het speciaal onderwijs moeten. Terwijl ze daar echt niet thuishoren. Maar als je niet wordt gewaardeerd en steeds tegen een muur aanloopt, dan wordt het moeilijk.’
‘Ik heb samen met mijn vrouw, die een paar jaar geleden overleden is, iets opgestart om dit te veranderen. We gaven bijvoorbeeld lessen op school om over onze cultuur te vertellen. Of we gingen eten maken en dat samen met de kinderen opeten op school. Toen zagen we dat een aantal kinderen niet meeaten. Toen we ze vroegen of ze niet wilden eten, vertelden ze dat ze van hun moeder geen eten mochten eten dat van ons kwam.’
‘Zelf merk ik het ook. Als ik in het café kom en ik geef een rondje, dan kennen ze me allemaal. Maar als ik ze in de winkel tegenkom, dan kennen ze me niet of kijken ze me vreemd aan. Dat heb ik als kind meegemaakt en nu als 67-jarige maak ik dat nog steeds mee. Dat steekt.’
‘Ik zie het ook in de media. Er staat bijvoorbeeld: in Enschede is een huis afgebrand, of er wordt een adres genoemd. Maar bij een woonwagen zeggen ze: op het woonwagenkamp. Dan betrek je het hele kamp erbij. En niet alleen dat kamp, maar alle locaties. Dat zijn stigma’s, dat krijg je er niet uit. De media kunnen mensen maken of breken. Het voordeel van de media is wel dat je je kenbaar kunt maken. Eerder kon je naar de gemeente als je het ergens niet mee eens was, maar je kon het niet naar de wereld brengen. Nu heb ik contacten met Sinti in Spanje, Italië, Zwitserland. Overal speelt hetzelfde. Als ik op een bijeenkomst ben en ik praat met mensen hoor ik: discriminatie, discriminatie, discriminatie.’
16
De voordeur op slot
‘Wat er nu in Amsterdam gebeurt bij Joodse plekken, dat raakt ons ook. We hebben hetzelfde verleden, onze families zijn verbrand. Maar wij voelen nu ook de angst. Wij deden de voordeur nooit op slot, maar nu wel. Het is nog steeds zo dat we allemaal bekend zijn bij de overheid, en geconcentreerd wonen. Ze kunnen zeggen: daar beginnen we. Zo ging het ook in 1938, dat hebben mijn ouders en grootouders aan mij verteld. De mensen hadden geen werk en de armen hadden niets te eten, en dat droeg bij aan de opkomst van de nazi’s en uiteindelijk de vervolging van Joden en Sinti. Ik zie ook in Nederland dat ze veel geld uittrekken om te voorkomen dat de korenwolf uitsterft. Maar bij ons hebben ze voor en na de oorlog geprobeerd ons te laten uitsterven. En heeft ooit iemand gezegd: “We hopen dat dit ras, de Sinti, niet uitsterft.”? Wanneer gaan de ogen open?’
‘Ik heb het gevoel dat wij niet onder aan de ladder staan, maar daar nog twee meter onder. Je komt er niet. Soms zeggen mensen: “Waar doe je het voor? Wanneer stop je? Je vecht tegen de bierkaai.” Maar dan ga ik toch maar weer. Ik ben maar een klein wieltje, maar als ik het niet doe gooien ze er met de pet naar.’
‘Voor mij is er niets’
Dré : ‘In dit kamp staan maar vier woonwagens. Ik ben opgegroeid op een groot kamp, met een eigen school en een eigen kerk. Op last van de gemeente werden we verdeeld over kleinere locaties. We hadden geen keus. De overgang van de grote locatie naar deze kleine locatie was heel vervelend. Vroeger stond de deur overal open en kon je zo bij familie langs, nu moet je de auto pakken. Het samenwonen, dat zo belangrijk is voor onze cultuur, is wel verdwenen.’
Vinn : ‘Ik sta al sinds mijn achttiende op een wachtlijst voor een standplaats. In een huis wil ik niet, daar voel ik me niet thuis. Ik heb geen idee hoe hoog ik op de lijst sta of hoelang het nog gaat duren. Het heeft mij ook mijn relatie van zes jaar gekost. Zij wilde graag het huis uit, maar ik kon haar geen perspectief geven. Ik zie het soms helemaal niet meer zitten, dan denk ik dat ik heel mijn leven bij mijn ouders blijf wonen. Het is zo frustrerend dat je telkens ziet dat er gebouwd wordt, maar dat er voor mij niets is. Al is het maar dat je weet dat het goedkomt. Er moet actie komen, en
17
niet iedere keer een andere reden waardoor ze het kunnen uitstellen. De ene keer is de buurt erop tegen, de andere keer moet er extra onderzoek komen, dan is het weer de brandveiligheid, of een bepaalde boom die niet gekapt mag worden.’
Dré : ‘Wat is het nou dat het allemaal uiteindelijk toch niet lukt, en er toch telkens geen standplaatsen komen? Ik vind het kwalijk dat we nergens worden genoemd. De gemeenteraad belooft iedereen van alles, maar woonwagenbewoners komen nergens in voor. Dat doet me pijn. Er is hier bijvoorbeeld een nieuwe wijk gebouwd, waar ook woonwagens zouden komen. Dat is toen niet doorgegaan omdat de omgeving erop tegen was. Nu zijn ze aan het bouwen en weet je wat er in het midden van de wijk komt te staan? Tien _tiny_ _houses_ . Dat vinden mensen blijkbaar wél leuk. En dan denk ik: hoe kan dat nou?’
‘Alsof ik in een verhoor zat’
Dré : ‘Je krijg het gevoel dat we worden gezien als tweederangsburgers. We dragen wel alle lasten, maar krijgen niet altijd de lusten. In het contact met verschillende instanties lijkt het telkens alsof je al 1-0 achterstaat, voordat de wedstrijd is begonnen. Wij konden bijvoorbeeld alleen bij één bepaalde bank terecht voor een hypotheek. En toen ik daar was, voelde het echt alsof ik in een verhoor zat. Ik moest uiteindelijk zelfs een Bibob-verklaring [12] inleveren. Ik moest tegenover de gemeente aantonen hoe ik aan de financiële middelen kwam om een standplaats te kopen. Ik had gewoon een baan, dus dat was geen probleem, maar andere mensen hoeven zo’n verklaring niet in te dienen en wij dus wel.’
Jannie : ‘Dat was ook zo met verzekeren. Je krijgt gewoon geen opstal-, inboedel- of brandverzekering. We hebben meerdere verzekeraars geprobeerd, maar ze wilden het niet doen. Winkels doen ook vaak moeilijk. Op een keer hadden we een bed besteld waarvoor je een deel moest aanbetalen. Toen moest ik telefonisch nog wat gegevens doorgeven en werd er gevraagd of het een bovenwoning was. Ik vertelde toen dat het een woonwagen was. Opeens moesten we het hele bedrag betalen voordat ze kwamen leveren. Dat vonden wij heel gek, want als ik dat niet had gezegd was er niks aan de hand geweest.’
Dré : ‘Waarom moet ik twee stappen harder zetten om hetzelfde doel te bereiken als andere mensen? Of dat nou gaat om werk, standplaatsen, hypotheek, verzekering... Het is overal. Elke woonwagenbewoner maakt het mee. Je bent aan het trekken aan iets en dan kom je langzaam een stapje vooruit, terwijl anderen al bij de finish staan.’
‘Volk zoals jij’
Dré : ‘Onze dochter moest op school een tekening maken van waar ze woonde. Toen had ze een tekening van een huis gemaakt, omdat ze geen tekening van een woonwagen durfde te maken. Ze werd ook erg gepest op die school, waardoor ze uiteindelijk van school gewisseld is. Kinderen wilden niet bij ons spelen, omdat het vies zou zijn in de woonwagen, we geen wc zouden hebben, of thuis een pistool zouden hebben. Maar ze zijn nooit bij ons geweest.’
Vinn : ‘Ze hebben vaak geprobeerd om mij te pesten, zowel mondeling als fysiek, maar ik ben niet iemand die zich laat pesten. Maar het gebeurde ook door docenten. Er was bijvoorbeeld een keer een drugsdeal bij ons op school en ik werd daarvan verdacht. Maar ik had er niks mee te maken. Ik werd ervan verdacht dat ik aan de voorkant van de school met een fiets drugs had gedeald. Maar ik werd altijd door mijn moeder gelijk uit school opgehaald aan de zijkant van de school en ik heb niet eens een fiets. Ik werd vooral door mijn mentor verdacht, terwijl dat juist de persoon zou moeten zijn die ik zou moeten kunnen vertrouwen. Er was helemaal geen aanleiding om mij te verdenken en toch werd ik erbij betrokken.’
18
‘Onze dochter moest op school een
tekening maken van waar ze woonde. Toen had ze een tekening van een huis gemaakt, omdat ze geen tekening van een woonwagen durfde te maken.’
Dré
Jannie : ‘Ik had het ook op mijn werk. Ik werkte daar al 23 jaar en had heel goed contact met mijn collega. Toen zag ze me een keer bij mijn schoonouders het kamp op rijden. De volgende dag vroeg ze waarom ik dat kamp op was gereden. Ik vertelde dat ik langs was gegaan bij mijn schoonouders. Daarna sprak ze niet meer met me, want ze wilde niks te maken met ‘‘volk zoals jij’’. Blijkbaar had haar opa een keer een conflict gehad met iemand op een woonwagenkamp. Maar we zijn tachtig jaar verder! En ik heb daar niks mee te maken. Volgens onze leidinggevende moest ik haar gewoon netjes blijven begroeten, maar iedere keer keek ze me aan alsof ik een stuk vuil was. Toen onze leidinggevende zag hoe naar ze tegen me deed, is ze ontslagen.’
Vinn : ‘Ik snap nog steeds niet dat mensen niet wakker zijn geworden van het woord uitsterfbeleid. Ik vind het echt een verschrikkelijk woord. Als dat over een andere cultuur in Nederland zou zijn gezegd, dan zouden sommige groeperingen het voor deze culturen opnemen, maar voor ons doen ze niks, bij ons werd het normaal gevonden.’
Dré : ‘Anno 2026 moeten alle overheidsinstanties
- met name gemeenten – hun verantwoordelijkheid nemen om het discrimineren en stigmatiseren van woonwagenbewoners te stoppen. Woorden moeten nu maar eens daden worden. Want hoeveel rapporten of onderzoeken moeten er nog volgen? Alle onderzoeken en adviezen kosten bergen met geld. Dat geld kan beter besteed worden om daadwerkelijk standplaatsen te realiseren.’
In de afgelopen jaren zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd waarin het (onder meer) gaat over discriminatie en stigmatisering van Sinti, Roma en reizigers. Hier geven we een overzicht van de belangrijkste bevindingen uit deze onderzoeken.
Discriminatie op allerlei gebieden
Uit alle onderzoeken blijkt dat discriminatie en stigma tisering nog steeds een probleem zijn voor Sinti, Roma en reizigers en dat dit doorwerkt in allerlei domeinen van het leven.
Onderzoek van de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) laat zien dat Roma, Sinti en reizigers in Nederland zich meer van de samenleving uitgesloten voelen dan Roma, Sinti en reizigers in andere onderzochte landen. [13] Sinti en reizigers geven aan dat zij te maken hadden met discriminatie op allerlei gebieden: ze ervaren discriminatie bij werk, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting (40 procent), hebben last van haatgemotiveerde intimidatie (43 procent) en pesterijen of intimidatie op school (32 procent). Voor Roma in Nederland zijn er volgens de FRA aanwijzingen voor ernstige problemen, aangezien Roma zich van de samenleving uitgesloten voelen, vaak te maken hebben met discriminatie (76 procent) en haatgemotiveerde intimidatie (83 procent) en soms zelfs met fysiek geweld (13 procent). De onderzoeksresultaten konden echter niet gegeneraliseerd worden, omdat de steekproef te klein was.
In verschillende onderzoeken komt terug dat Sinti, Roma en reizigers discriminatie ervaren door over heidsbeleid gericht op handhaving, veiligheid of repressie. [14] Er wordt in dat kader bijvoorbeeld gewezen naar het uitsterfbeleid, de aanpak uitbuiting Roma-kinderen of Bibob-controles waar woonwagen bewoners mee te maken krijgen en andere burgers niet. Volgens onderzoekers leidt dergelijk beleid tot wantrouwen en is dit niet gericht op het faciliteren van de cultuur of ondersteuning en verbetering van de positie van Sinti, Roma en reizigers.
Uit _Dialooggesprekken met Sinti en Roma_ (uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)) blijkt eveneens dat zij te maken hebben met zowel institutionele discriminatie als ‘alledaagse’ (interpersoonlijke) discriminatie. [15] Bij institutionele discriminatie gaat het om discriminerend beleid of discriminerende regels binnen instituties, zoals overheidsinstanties. Voorbeelden die worden genoemd zijn het traject dat Roma moeten doorlopen
19
bij het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit, het uitsterfbeleid en de gesegregeerde scholen van vroeger. Verder komt uit de dialoogsessies naar voren dat Sinti en Roma te maken hebben met discriminatie op de arbeidsmarkt en woningmarkt. Zo vertellen deelnemers dat werkgevers een selectie maken op basis van achternamen. Ook noemen zij voorbeelden van ongelijke behandeling en stigmatisering in het onderwijs, zoals het uitdelen van briefjes op school met de waarschuwing om niet in de buurt te komen van Sinti-personen. Verder wijzen deelnemers op de grote rol die media hebben in de negatieve stereotypering van Sinti en Roma.
Uit de dialooggesprekken wordt duidelijk wat de gevolgen zijn van deze vormen van discriminatie. Sinti en Roma voelen zich niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving. Zij voelen dwang om zich aan te passen, omdat hun cultuur en manier van leven niet worden geaccepteerd. Sinti en Roma benoemen ook dat hun gemeenschap wordt afgesloten van de rest van de plaatsen waar zij leven, doordat de gemeente woonwagenlocaties aan de rand van steden plaatst. Discriminatie door medeburgers en de overheid heeft tot gevolg dat Sinti en Roma zich niet beschermd voelen. Om die reden komen zij niet uit voor hun identiteit; zij verhullen hun identiteit om ongelijke behandeling te voorkomen.
Ook de _Monitor Sociale Inclusie Roma en Sinti_ beschrijft ervaringen van Sinti en Roma met institu tionele en interpersoonlijke discriminatie. [16] Uit dit
onderzoek blijkt dat vrijwel alle deelnemende Sinti en Roma dagelijks discriminatie ervaren, zowel institutioneel als interpersoonlijk. Die ervaren zij op allerlei gebieden, zoals wonen, werk, onderwijs, media en in de publieke ruimte. Voorbeelden die worden genoemd, gaan over het standplaatsenbeleid, anders behandeld worden door politie of buurtbewoners, uitgescholden worden, ontslagen worden of klanten verliezen zodra zij weet krijgen van de Sinti- of Romaachtergrond. Bij kinderen gaat het bijvoorbeeld over vriendjes die niet mogen langskomen om in de woonwagen te spelen. Over het onderwijs vertellen zij dat kinderen te maken kunnen krijgen met pesten, lage verwachtingen en onderadvisering, en stage discriminatie. Ook uit dit onderzoek blijkt dat de gevolgen van discriminatie groot zijn; discriminatie leidt onder meer tot het verbergen van de eigen identiteit en achtergrond.
Dat kinderen in het onderwijs te maken kunnen krijgen met discriminatie en nare ervaringen, blijkt ook uit een onderzoek naar de (onderwijs)ondersteuningsbehoefte van kinderen met een Sinti-, Roma- of reizigers achtergrond. [17] Uit het onderzoek blijkt dat ervaringen met discriminatie door medeleerlingen of docenten een belangrijke reden zijn dat kinderen zich vaak niet helemaal thuis voelen op school. In het rapport zijn verhalen opgenomen van Sinti die vertellen dat zij vroeger anders behandeld werden op school en zich buitengesloten voelden.
Discriminatie en het tekort aan standplaatsen
Uit de geraadpleegde onderzoeken volgt dat het tekort aan standplaatsen met name voor Sinti en reizigers een centraal thema is, dat bovendien op allerlei manieren doorwerkt. Bijna alle geraadpleegde Nederlandse Sinti en reizigers in het eerdergenoemde onderzoek van de FRA waren van mening dat er onvoldoende standplaatsen zijn waar zij kunnen wonen, en een groot deel ervoer discriminatie bij pogingen om een standplaats te kopen of huren.
20
De hiervoor genoemde verkenning _Van uitsterf- naar_ _uitstelbeleid_ laat zien dat het standplaatsentekort in een breder historisch perspectief geplaatst moet worden. Zo wordt duidelijk hoe stereotypering, stigma tisering en discriminatie het handelen van de overheid hebben beïnvloed. De onderzoekers concluderen dat gemeenten zich sinds 2018 – toen het nieuwe woonwagenbeleidskader werd geïntroduceerd – weinig hebben ingespannen om het aantal standplaatsen uit te breiden, terwijl er duizenden standplaatsen nodig zijn. De vraag ligt tussen de 4.000 en mogelijk zelfs 8.000 standplaatsen.
De inspanningsverplichting die in het beleidskader van 2018 staat, blijkt volgens de onderzoekers niet genoeg. Het tekort aan standplaatsen is geworteld in discriminatoir beleid. Naast het gebrek aan actie om het tekort weg te werken, worden in dit rapport ook andere vormen van discriminatie beschreven die samenhangen met het wonen in een woonwagen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het voorstellen van alternatieve woonvormen die als gedwongen aanpassing worden ervaren, maar ook problemen die woonwagenbewoners tegenkomen bij het financieren of verzekeren van hun woonwagen.
Uit de _Herhaalmeting woonwagenstandplaatsen 202_ 5 blijkt dat er in de afgelopen 3 jaar 99 standplaatsen bij zijn gekomen. [18] Verder volgt uit dit onderzoek dat lang niet alle gemeenten een behoefteonderzoek hebben uitgevoerd en dat slechts de helft van de responderende gemeenten een standplaatsenbeleid heeft [.19] Ongeveer 40 procent van de gemeenten heeft uitbreidingsplannen voor in totaal 1.430 standplaatsen (waarvan 340 voor 2027). Het onderzoek concludeert echter ook dat de uitbreidingsplannen die de gemeenten in 2022 hadden voor 410 plaatsen maar tot 99 plekken hebben geleid. In het verleden zijn plannen dus lang niet altijd omgezet in daden. De redenen daarvoor zijn divers, aldus het ministerie. Onder andere worden genoemd terughoudendheid van woningcorporaties om de ontwikkeling en het beheer van woonwagenlocaties op zich te nemen, weerstand vanuit de omgeving en gebrek aan politieke prioriteit. [20]
In mei 2024 deed de rechtbank Den Haag een belangrijke uitspraak. [21] De rechtbank concludeerde dat de gemeente Den Haag in strijd handelt met het discriminatieverbod door het aantal woonwagen standplaatsen niet uit te breiden. De gemeente moet de wachttijd voor een standplaats binnen vijf jaar vergelijkbaar maken met die voor een sociale huurwoning. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt regelmatig dat gemeenten woonwagen bewoners discrimineren door hen geen reëel zicht te bieden op een standplaats en/of doordat de wachttijd voor een standplaats langer is dan voor een sociale huurwoning. [22]
Dat de Nederlandse overheid meer moet doen om het tekort aan standplaatsen op te lossen, concludeerde ook de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) in maart 2026. [23]
Gebrek aan vertrouwen en representatie
In de verkenning _Van uitsterf- naar uitstelbeleid_ beschrijven de onderzoekers hoe discriminatie en stigma hebben geleid tot groot wederzijds wantrouwen. [24] In het verlengde daarvan signaleert de _Monitor Sociale Inclusie Roma en Sinti_ dat het vertrouwen van Sinti en Roma in de (lokale) overheid en instanties vaak laag is.
Op basis van gesprekken met Roma en Sinti onder scheiden de onderzoekers vier belangrijke oorzaken:
- De geschiedenis (vervolging, geringe erkenning van leed, het uitsterfbeleid);
- Weinig zichtbare verbetering in de situatie van Sinti en Roma;
- Veel wisselingen in de ambtenaren waarmee Sinti en Roma contact hebben;
- De nadruk op handhaving in het overheidsbeleid.
De monitor vermeldt dat professionals merken dat de aandacht en inzet voor Sinti en Roma is afgenomen. Initiatieven zouden slecht van de grond komen of blijven sterk afhankelijk van bevlogen medewerkers. Het politieke klimaat in de betreffende gemeente zou daarbij ook een rol spelen. Een ander pijnpunt dat de monitor benoemt, is het ontbreken van een landelijke vertegenwoordiger van Sinti en Roma uit de doelgroepen zelf.
21
Wat moet er volgens onderzoekers gebeuren?
De meeste rapporten bevatten aanbevelingen om de geconstateerde discriminatie en de problemen in het standplaatsenbeleid aan te pakken. Vaak benadrukken de onderzoekers dat de aangedragen oplossingen of oplossingsrichtingen samen met de doelgroep moeten worden uitgewerkt. Ook het erkennen van leed uit het verleden en het herstellen en opbouwen van vertrouwen vormen rode draden in de verschillende aanbevelingen.
In de aanbevelingen op basis van de verschillende onderzoeken wordt de overheid opgeroepen om discriminatie te bestrijden. De overheid zou bijvoor beeld aandacht moeten vragen voor discriminatie en vooroordelen bij zowel de overheid zelf als burgers, de kennis van ambtenaren op dit punt moeten versterken, en in het onderwijs aandacht moeten besteden aan het terugdringen van vooroordelen en discriminatie. De overheid kan ook overleg en representatie bevorderen en de doelgroep er (onder andere financieel) op toerusten om effectief op te komen voor haar rechten.
Om discriminatie in het standplaatsenbeleid te bestrijden, dringen onderzoekers aan op een regierol van de Rijksoverheid. Die zou bijvoorbeeld een lande lijk behoefteonderzoek kunnen uitvoeren en verschillen tussen gemeenten moeten aanpakken. Ook bevelen zij aan geen ‘wooninnovaties’ op te leggen en de zwakke financieringsmogelijkheden aan te pakken.
‘Geaccepteerde discriminatie’
‘Ik werd gerust uitgemaakt voor iemand die steelt. Ik moest mezelf veel te vaak verdedigen. Wij waren met weinig en werden door andere kinderen belaagd. Door die gebeurtenissen, heb ik zo rond mijn twaalfde besloten om niet meer om te gaan met leeftijdsgenoten van andere groepen.’
Gregor (50)
In dit hoofdstuk brengt de Nationale ombudsman de eerdere onderzoeken en de gesprekken die hij heeft gevoerd met Sinti, Roma en reizigers samen en geeft hij zijn visie hierop. De ombudsman is opnieuw onder de indruk van de verhalen die Sinti, Roma, reizigers en hun kinderen met hem deelden. Uit de verhalen blijkt dat zij zich nog steeds structureel gediscrimineerd en gestigmatiseerd voelen. Deze verhalen staan niet op zich, maar worden ondersteund door meerdere onderzoeken. De overheid, bedrijven en mensen handelen op basis van vooroordelen en stereotype beelden over Sinti, Roma en reizigers. Daardoor worden zij telkens weer belemmerd in hun leven, bijvoorbeeld (in hun kansen) op de arbeidsmarkt en op school en in het wonen volgens hun eigen cultuur. Zij kunnen hierdoor niet als gelijkwaardige burgers meedoen in de samenleving. De ombudsman mist bij de overheid bovendien een gevoel van urgentie om deze al meermaals vastgestelde structurele discriminatie van Sinti, Roma en reizigers aan te pakken.
Meer concreet ziet de ombudsman het volgende.
22
Discriminatie is onderdeel van het dagelijkse leven van Sinti, Roma en reizigers. Zij vertelden over de kracht en de mooie kanten van hun cultuur, maar ook dat zij voelen dat deze cultuur onder druk staat. Hoe vooroordelen hen telkens weer belemmeren en hoezeer zij letterlijk en figuurlijk buiten de samenleving zijn geplaatst. Sinti, Roma en reizigers lopen ertegen aan dat dingen die voor anderen gelden of mogelijk zijn, voor hen niet weggelegd of lastiger zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afsluiten van een inboedelverzekering, het simpelweg laten bezorgen van bestellingen of het verkopen van spullen via Marktplaats. Ook in werksituaties merken Sinti, Roma en reizigers dat zij anders behandeld worden vanwege hun achtergrond. Ze krijgen bijvoorbeeld te maken met vervelende vragen en vooroordelen, minder opdrachten van klanten of mensen die liever niet willen dat er een Roma, Sinti of reiziger in hun huis werkt. Ook merken Sinti, Roma en reizigers dat vooroordelen en stigma’s in stand worden gehouden door bericht geving in de media of door de overheid die op basis van deze vooroordelen en stigma’s handelt.
‘Als ik de naam van mijn man gebruik, dan weten sommige mensen al direct dat ik op het woonwagenkamp woon. Soms gebruik ik mijn meisjesnaam omdat ik weet dat dat helpt, bijvoorbeeld bij het solliciteren. Dan vertel ik in eerste instantie ook niet waar ik precies woon. Ik heb de situatie gehad dat ik solliciteerde en dan uiteindelijk mijn adres moest doorgeven. En dat ze dan zeiden: “We doen het toch maar niet.”’
Silvia (35)
Behalve dat ze te maken hebben met discriminatie in het dagelijks leven, vertellen Sinti, Roma en reizigers ook dat de overheid vanuit een veiligheids- of handhavingsperspectief naar hen kijkt. In het verdere verleden merkten ze dat bijvoorbeeld doordat de overheid een slagboom en bewaking plaatste bij een woonwagenlocatie, in het heden doordat ze een Bibob-verklaring moeten overleggen bij de aankoop van een standplaats. Of doordat een ambtenaar zich bij een gesprek over een groot woonwagenkamp vooral afvraagt hoe ze dat dan handhaven. Eisen of vragen die niet worden gesteld aan burgers die in een ‘reguliere’ woonwijk wonen. Ook in de geraadpleegde onderzoeken komt de focus op handhaving en
veiligheid in beleid terug. Volgens onderzoekers zou beleid juist gericht moeten zijn op het faciliteren van de cultuur en het ondersteunen of verbeteren van de positie van deze groepen.
De gevolgen van discriminatie, stigmatisering en de benadering vanuit een veiligheidsperspectief zijn groot. Sinti, Roma en reizigers voelen zich niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving en voelen zich, als zij worden uitgesloten, niet beschermd door de overheid. Vaak komt terug dat zij, om zichzelf te beschermen tegen discriminatie, hun identiteit verborgen houden. Discriminatie wordt iets waar je nu eenmaal mee moet leven en wat door de maatschappij gewoon geaccepteerd wordt. En als je ervoor kiest om hiertegen op te komen voor jezelf en voor anderen, dan voelt het als vechten tegen de bierkaai.
De ombudsman vindt dit schrijnend en onacceptabel.
Hoewel deze problematiek keer op keer is beschreven in onderzoeken en er ook de nodige aanbevelingen zijn gedaan aan de overheid om dit aan te pakken, zien we dit nog onvoldoende terug in acties die het verschil maken voor Sinti, Roma en reizigers. Beleidsreacties van verschillende departementen verwijzen bijvoor beeld naar allerlei bredere programma’s, actieplannen of agenda’s. [25] Wat ontbreekt zijn acties in de praktijk, zoals het realiseren van standplaatsen, inclusie in het onderwijs en erkenning van het leed uit het verleden. Dat kan alleen gerealiseerd worden als er samenhangend beleid komt vanuit mensenrechtelijke verplichtingen, waarbij de Rijksoverheid de regie neemt, maar iedereen zich over het geheel verant woordelijk voelt. En waarvan Sinti, Roma en reizigers zelf in hun dagelijks leven iets merken, doordat de overheid daadwerkelijk overgaat tot actie.
‘Uitsterfbeleid in een andere verpakking’
Al in 2017 stelde de Nationale ombudsman vast dat de overheid niet in overeenstemming handelde met de mensenrechten van Sinti, Roma en reizigers en riep hij op om te zorgen voor voldoende standplaatsen. In 2021 uitte de ombudsman opnieuw zijn zorgen, omdat alleen de papieren werkelijkheid veranderd was en er nauwelijks standplaatsen bij waren gekomen. Het is kwalijk dat er ook in 2026 nog steeds amper sprake is van verbetering: in de afgelopen 3 jaar zijn er 99 standplaatsen bijgekomen. Voor zover gemeenten plannen hebben gemaakt, leidt dat in veel gevallen niet daadwerkelijk tot standplaatsen, terwijl er behoefte is aan zeker 4.000 nieuwe plekken. De problemen die de Nationale ombudsman in 2017 al vaststelde, zoals de ondoorzichtige wachtlijsten, bestaan nog steeds.
23
‘Ik wil niet in een normaal huis wonen. Daar
voel ik me niet thuis. Hier kent iedereen elkaar. Eigenlijk is het allemaal familie, ook al zijn er verschillende achternamen. Het is gezellig hier. Hier heb je het gevoel dat je bij iedereen wel naar binnen kan lopen. Maar de kans dat ik een plek krijg is klein. Eigenlijk ziet het ernaar uit dat ik in deze wagen moet blijven tot ik overlijd.’
Jason (15)
De ombudsman benadrukt dat de overheid een positieve verplichting heeft om met maatregelen de historische achterstelling op de woningmarkt te herstellen, die is voortgekomen uit het uitsterfbeleid van de overheid. [26] Het voorgaande laat zien dat daarvan geen sprake is. Sterker nog, de wachttijd voor een standplaats is vaak langer dan die voor een reguliere huurwoning. Jongeren die wij spraken, vertelden dat het eindeloze wachten hen belemmert om een eigen leven op te bouwen. Reizigers en Sinti die in een huis wonen of op een locatie die voor hen niet voldoet, krijgen door het standplaatsentekort geen kans om te wonen waar en met wie ze zouden willen.
De overheid noemt tal van redenen waarom het in de praktijk nog niet is gelukt om standplaatsen uit te breiden, zoals de kosten, relatief hoog grondgebruik, gebrek aan draagvlak bij omwonenden en politieke onwil. Sinti, Roma en reizigers zelf ervaren dat het uitsterfbeleid dat gold tot 2018 is voortgezet, maar dan nu in een andere verpakking. De ombudsman ziet een gebrek aan urgentie en negatieve associaties van de overheid en de samenleving bij Sinti, Roma en reizigers. Dit maakt het volgens de ombudsman moeilijk om tot resultaten te komen.
In reactie op de zorgen uit eerdere onderzoeken wijst het kabinet erop dat woonwagenbewoners inmiddels als aandachtsgroep zijn aangemerkt in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Dat is op zichzelf terecht en ook een positieve stap, maar onvoldoende om te borgen dat het historische onrecht op basis van mensenrechtelijke verplichtingen wordt hersteld. Er ligt namelijk al lange tijd een opgave voor gemeenten om voldoende standplaatsen te realiseren, maar er gebeurt te weinig. De opgave die er nu ligt, moet concreet ingevuld worden en het is aan de Rijksoverheid om ervoor te zorgen dat dat ook daadwerkelijk gebeurt. De Rijksoverheid moet erop toezien hoe gemeenten invulling geven aan de opgave en daarin de regie nemen. De verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid om (vanuit mensenrechtelijke verplichtingen) een regierol te nemen, wordt al door de ombudsman benoemd in het rapport van 2017, komt daarna terug in verschillende aanbevelingen [27] en is nu ook concreter geworden met de systematiek van de Wet regie volkshuisvesting.
Verder wijst de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op de routekaart naar extra standplaatsen met handvatten voor gemeenten. [28] De ombudsman wijst er echter op dat het vergroten van kennis bij gemeenten niet het verschil zal maken als een gevoel van urgentie en de wil om extra standplaatsen te realiseren ontbreken.
‘Mijn opa had zijn eigen overheid tegen zich’
‘Veel Sinti laten hun stem niet meer horen, omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de maatschappij. De kennis en ervaring die wij hebben, worden veel te vaak afgeslagen of overgeslagen. Ik zou de overheid graag willen meegeven dat mensen die het werkelijk goed met de groep voorhebben en die snel veranderingen kunnen bewerkstelligen, betaald moeten worden om dat werk te doen. Dat werk kan prima door de eigen groep gedaan worden. Dat is nu vaak niet zo.’
Gregor (50)
Sinti, Roma en reizigers hebben niet alleen te maken met problemen in hun eigen leven, maar ook met intergenerationeel trauma. De gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog hebben diepe sporen nagelaten. Dat geldt voor Sinti en Roma, die actief werden vervolgd en vermoord door de nazi’s, maar ook voor reizigers, die door sommige Nederlandse burgemeesters als ‘bijvangst’ op transport werden gezet naar Westerbork. Na de oorlog heeft de overheid altijd grote invloed gehad op de woonsituatie van Sinti, Roma en reizigers. En daarmee op de mate waarin zij konden leven in overeenstemming met hun culturele identiteit. Eerst werden deze groepen bijeengedreven in grote kampen onder toezicht van ordebewaarders, later juist gedwongen opgedeeld in kleinere kampen. Het ‘uitsterfbeleid’ was niets minder dan een poging om de woonwagencultuur geleidelijk te laten verdwijnen. Deze gebeurtenissen – en nog vele andere nare ervaringen met de overheid – hebben tot gevolg dat het vertrouwen in de overheid onder Sinti, Roma en reizigers laag is. Mogelijk nog lager dan het vertrouwen ván de overheid in Sinti, Roma en reizigers.
Het is aan de overheid om stappen te zetten om dat wederzijdse vertrouwen te laten groeien. Diverse rapporten bevatten aanbevelingen die specifiek hierop betrekking hebben. Een rode draad daarin is het erkennen van het leed dat Sinti, Roma en reizigers is aangedaan en het verkennen van wat er nodig is om de gevolgen van dit leed te herstellen. Ook is het van belang dat de overheid haar beloftes en toezeggingen nakomt en dat zij werkt met vertegenwoordigers uit de Roma-, Sinti- en reizigersgemeenschappen.
24
‘Ze mogen niet met me spelen’
Al op jonge leeftijd krijgen Sinti-, Roma- en reizigerskinderen te maken met discriminatie en stigmatisering. [29] Dat gebeurt op allerlei gebieden in hun leven. Kinderen voelen zich minder thuis op school, krijgen nare opmerkingen of hebben te maken met onderadvisering of stagediscriminatie. Vriendjes en vriendinnetjes van school mogen van hun ouders niet komen spelen of komen niet op verjaardagsfeestjes. Kinderen die op woonwagen locaties wonen, hebben soms weinig toegang tot speelvoorzieningen of wonen op onveilige locaties, zoals een industrieterrein of een buitengebied waar veel vrachtwagens rijden. En zij voelen als kind al de gevolgen van het standplaatsentekort: ze weten dat ze later weinig kans hebben op een standplaats. Zij worden later mogelijk voor de keuze geplaatst om toch in een stenen huis te gaan wonen of jarenlang bij hun ouders te wachten op een standplaats.
Ook bij kinderen kunnen eigen ervaringen of voorbeeldgedrag van hun ouders ertoe leiden dat zij hun identiteit verbergen, bijvoorbeeld door in schoolopdrachten niet te laten merken dat zij van een woonwagenlocatie komen. Maar we hoorden ook dat ouders hun kinderen als gevolg van deze ervaringen juist op het hart drukken dat zij trots mogen zijn op hun achtergrond, en dat zij er mogen zijn.
Door al deze ervaringen leren Sinti- Roma- en reizigerskinderen al vroeg dat zowel de samenleving als de overheid negatief aankijkt tegen de essentie van wie zij zijn en waar zij van afstammen. Daardoor kunnen zij zich niet volledig in vrijheid en veiligheid ontwikkelen. De overheid moet dus specifiek aandacht hebben voor de gevolgen van discriminatie voor het leven van deze kinderen.
‘Er is hier nooit echt een speeltoestel geweest. Op het gras verderop staat een trampoline, die heeft mijn tante neergezet. Die is van onszelf. Ik speel bijna elke dag met mijn nichtje van hierachter. We zitten dan graag bij de minibieb, hier verderop aan de weg. Daar gaan we dan picknicken. Maar dat mag alleen op zondag, want dan rijden er geen vrachtwagens.’
Chanel (11)
Een andere grondhouding is nodig
Sinti, Roma en reizigers mogen verwachten dat de overheid op een behoorlijke manier met hen omgaat en hun mensenrechten respecteert en actief bevordert. Dat betekent in de eerste plaats dat de overheid zelf niet discrimineert of handelt op basis van negatieve stereotypes. Als de overheid gerichte aandacht had voor Sinti, Roma en reizigers, dan was dat vaak eerder gebaseerd op de wens om hen onder controle te houden, dan op het beschermen van hun rechten. Dit handelen op basis van stereotype beelden moet stoppen. Pas dan kan de overheid ook effectief beleid voeren om ervoor te zorgen dat Sinti, Roma en reizigers zichzelf kunnen zijn en volgens hun eigen cultuur kunnen leven, zonder dat zij van de maatschappij worden uitgesloten. Het op papier afschaffen van het uitsterfbeleid is daarvoor niet voldoende. Er is een inspanning van de overheid nodig om de woonwagenculturen te beschermen en om discriminatie en stigmatisering in de samenleving en binnen de overheid effectief tegen te gaan.
De problemen en de mogelijke oplossingsrichtingen zijn in verschillende onderzoeken in kaart gebracht. De Nationale ombudsman roept de nationale en lokale overheden op om voortvarend en met daadkracht aan de slag te gaan met deze onderzoeken en aanbevelingen, zodat de mensenrechten van Sinti, Roma, reizigers en hun kinderen in de praktijk gewaar borgd zijn. De voorwaarde om deze onderzoeken en aanbevelingen effectief op te volgen, is een andere grondhouding van de overheid.
De Nationale ombudsman roept het kabinet op:
_Voer gericht en samenhangend antidiscriminatie_ _beleid vanuit mensenrechtelijke verplichtingen_
De aanpak van discriminatie van Sinti, Roma en reizigers is een mensenrechtelijke verplichting. Die taak is verdeeld over verschillende ministers, met een belangrijke rol voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die over de aanpak van discriminatie van Sinti en Roma gaat, en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de aanpak van discriminatie. De Nationale ombudsman roept hen op om voortvarend aan de slag te gaan met de bestaande aanbevelingen op dit punt. Voer en bevorder samenhangend en waar nodig specifiek beleid om discriminatie en stigmatisering van Sinti, Roma en reizigers tegen te gaan. Voorkom dat de verdeling van onderwerpen over verschillende ministeries leidt tot een gebrek aan focus, urgentie
25
en verantwoordelijkheid over het geheel. En neem hierbij ook de aanbevelingen mee om het vertrouwen te herstellen en de doelgroep zelf te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van beleid.
_Geef voldoende aandacht aan de positie van_ _Sinti, Roma en reizigers in de rijksbrede aanpak_ _van discriminatie en racisme_
De nog op te stellen rijksbrede aanpak van discri minatie en racisme biedt een kans om gericht en samenhangend beleid te maken. Het kabinet moet besluiten over de inhoud van deze rijksbrede aan pak, waarbij ook de Denkrichtingen die de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) in 2025 opstelde betrokken moeten worden. [30] Daar in wordt discriminatie van Sinti, Roma en reizigers benoemd als een urgent onderwerp. In de op te stellen rijksbrede aanpak moet voldoende aandacht en am bitie zijn voor het verbeteren van de positie van Sinti, Roma en reizigers. Die aandacht en ambitie moeten verder gaan dan het standplaatsenbeleid en ook dis criminatie op andere terreinen aanpakken. Noem in deze aanpak de levensgebieden waarop Sinti, Roma en reizigers gediscrimineerd worden en concretiseer welke onderdelen van hun identiteit door deze aanpak beschermd moeten worden. Het is tot slot belangrijk dat alle overheden de doelstellingen van de aanpak breed dragen en in de praktijk actief nastreven.
_Heb bijzondere aandacht voor de positie van_ _kinderen en wat zij nodig hebben_
In zowel beleids- en besluitvorming als in onderzoek en de opvolging daarvan moet specifiek aandacht zijn voor Sinti-, Roma- en reizigerskinderen. [31] Om de belangen van kinderen en jongeren in beeld te krijgen en voorop te stellen, kunnen de instru menten die de Kinderombudsman ontwikkelde helpen: het stappenplan Beste Besluit [32] en de Kinderrechtentoets. [33]
Op het gebied van onderwijs roep ik de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op om te zorgen voor veilig onderwijs dat bijdraagt aan bescherming van de cultuur van (kinderen van) Sinti, Roma en reizigers. De verschillende aanbevelingen in de rapporten kunnen helpen om veilig onderwijs te realiseren, waarin Sinti-, Roma- en reizigerskinderen zich thuis voelen en zichzelf kunnen zijn. Ga daarom aan de slag met aanbevelingen om op scholen concrete stappen te zetten om vooroordelen terug te dringen, verbinding te maken door de inzet van brugfunctionarissen, in te zetten op cultureel sensitief onderwijs en het thema discriminatie van Sinti, Roma en reizigers op te nemen in het onderwijscurriculum.
_Erken Sinti, Roma en reizigers_ _[34]_ _als nationale_ _minderheid_
Na jarenlange inspanning van de gemeenschappen zelf heeft de Tweede Kamer op 2 oktober 2025 een motie aangenomen om Nederlandse Sinti, Roma en woonwagenbewoners te erkennen als nationale minderheid onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa. Het Adviescomité voor het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden heeft hier ook steeds op aangedrongen. [35] Het kabinet moet deze motie voortvarend uitvoeren. Erkenning als nationale minderheid onderstreept de plicht om beleid te voeren dat rechten, cultuur en participatie duurzaam beschermt, gelijkwaardigheid bevordert en de strijd tegen discriminatie versterkt. Erkenning geeft de gemeenschappen zichtbaarheid, vertrouwen en een vaste plek aan tafel – als gelijkwaardige burgers binnen de samenleving. [36]
_Neem de regie om het standplaatsentekort op te_ _lossen_
Acht jaar na de totstandkoming van het nieuwe beleidskader blijkt dat op lokaal niveau de realisatie van nieuwe standplaatsen niet (voldoende) van de grond komt. Het kabinet is uiteindelijk eind verantwoordelijk voor de naleving van mensenrechten. Het moet dan ook voortvarend en daadkrachtig de regie nemen om ervoor te zorgen dat er binnen een redelijke termijn alsnog voldoende standplaatsen komen. Het kabinet noemt een aantal belemmeringen waardoor het niet lukt om standplaatsen te realiseren. De ombudsman benadrukt dat het niet kan blijven bij de constatering dat die belemmeringen er zijn. Het is aan het kabinet, meer in het bijzonder aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, om deze weg te nemen en aan mensenrechtelijke verplichtingen te voldoen.
26
De Nationale ombudsman roept gemeenten op:
_Ga aan de slag met beleid tegen discriminatie van_ _Sinti, Roma en reizigers_
Als overheid die het dichtst bij burgers staat, heeft de gemeente een belangrijke rol om discriminatie te voorkomen. De gemeente heeft een eigen verantwoor delijkheid om ervoor te zorgen dat de mensenrechten van haar inwoners gewaarborgd zijn. Gemeenten moeten beleid formuleren tegen discriminatie van Sinti, Roma en reizigers en daarmee aan de slag gaan. De handreiking _Geen ruimte voor discriminatie_ kan gemeenten hiervoor handvatten bieden. [37]
_Zorg voor voldoende standplaatsen_
De ombudsman ziet een regierol voor het kabinet om het standplaatsentekort op te lossen. Dat wil echter niet zeggen dat gemeenten stil kunnen zetten. De ombudsman roept gemeenten op om voortvarend en daadkrachtig aan de slag te gaan om voldoende standplaatsen te creëren voor Sinti, Roma en reizigers.
Referenties
1 Zie onder meer: EHRM 17 oktober 2013, ECHR:2013:1017JUD002701307 (Winterstein/Frankrijk). 2 De start van dit beleid kent twee momenten. Allereerst de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999, waarmee de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van woonwagenbewoners werd overgedragen aan gemeenten. En vervolgens de handreiking van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor gemeenten uit 2006, waarin het ‘nuloptiebeleid’ en het ‘afbouwbeleid’ als eerste en tweede optie werden gepresenteerd. 3 Zie bijvoorbeeld D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf- naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[nog steeds standplaats. Verkenning en Advies voor de](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024. 4 In 2018 gaf de ombudsman in een brief aan de minister van BZK naar aanleiding van de reacties op het rapport van 2017 aanvullende aandachtspunten mee. Zie: [‘Nationale ombudsman: nog steeds zorgen over](https://www.nationaleombudsman.nl/node/46307) [standplaatsenbeleid’. In 2021 verstuurde de ombudsman](https://www.nationaleombudsman.nl/node/46307) een zorgenbrief aan de minister van Binnenlandse Zaken, omdat er nog steeds nauwelijks standplaatsen waren gerealiseerd. Zie: [‘Ruim drie jaar na rapport](https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/nieuws/nieuwsbericht/2021/ruim-drie-jaar-na-rapport-woonwagenbewoner-zoekt) ['Woonwagenbewoner zoekt standplaats': veel woorden,](https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/nieuws/nieuwsbericht/2021/ruim-drie-jaar-na-rapport-woonwagenbewoner-zoekt) [weinig extra standplaatsen’. Ook deelde de ombudsman](https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/nieuws/nieuwsbericht/2021/ruim-drie-jaar-na-rapport-woonwagenbewoner-zoekt) in gesprek met de Vaste Tweede Kamercommissie Binnenlandse Zaken inzichten over het tekort aan standplaatsen en deed hij de oproep om snel extra standplaatsen te realiseren. Zie: [‘Nationale ombudsman](https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/nieuwsbericht/2021/nationale-ombudsman-uitgenodigd-voor-gesprek-met-tweede-kamer-over) [uitgenodigd voor gesprek met Tweede Kamer over](https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/nieuwsbericht/2021/nationale-ombudsman-uitgenodigd-voor-gesprek-met-tweede-kamer-over) [standplaatsenbeleid’.](https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/nieuwsbericht/2021/nationale-ombudsman-uitgenodigd-voor-gesprek-met-tweede-kamer-over) 5 Zie Nationale ombudsman 17 mei 2017, [Woonwagenbewoner zoekt standplaats, 2017/060, p.](https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/onderzoek/DEF Rapport 2017060 Woonwagenbewoner zoekt standplaats.pdf) 7, voor een toelichting op de begrippen Sinti, Roma en reizigers. 6 Zie ook Kennisplatform Inclusief Samenleven augustus 2023, _[De maatschappelijke positie van Sinti en Roma](https://www.kis.nl/publicatie/de-maatschappelijke-positie-van-sinti-en-roma-nederland-nieuw-rapport-en-infographic)_ _[in Nederland. Een weergave van de huidige situatie van](https://www.kis.nl/publicatie/de-maatschappelijke-positie-van-sinti-en-roma-nederland-nieuw-rapport-en-infographic)_ _[Sinti en Roma op diverse levensgebieden, gekoppeld](https://www.kis.nl/publicatie/de-maatschappelijke-positie-van-sinti-en-roma-nederland-nieuw-rapport-en-infographic)_ _[aan nationaal en internationaal beleid](https://www.kis.nl/publicatie/de-maatschappelijke-positie-van-sinti-en-roma-nederland-nieuw-rapport-en-infographic)_, p. 13: ‘Er ontstond een verbinding tussen Sinti, Roma en Reizigers naarmate het ambulante werk dat deze groepen deden meer op elkaar ging lijken en omdat deze groepen op vergelijkbare grond van hun maatschappelijke positie werden gediscrimineerd.’ 7 Zie bijvoorbeeld D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf- naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[nog steeds standplaats. Verkenning en Advies voor de](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024. 8 Zie onder meer: OHCHR 16 november 2021, _[Concluding](https://docs.un.org/en/CERD/C/NLD/CO/22-24)_ _[observations on the combined twenty-second to](https://docs.un.org/en/CERD/C/NLD/CO/22-24)_ _[twenty-fourth periodic reports of the Kingdom of the](https://docs.un.org/en/CERD/C/NLD/CO/22-24)_ _[Netherlands](https://docs.un.org/en/CERD/C/NLD/CO/22-24)_, CERD/C/NLD/CO/22-24; College voor de Rechten van de Mens 20 maart 2026, [oordeel](https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2026-50/65ed5efb-8faf-47bc-9b0c-81933ca73000) [2026-50, met verwijzing naar EHRM 18 januari 2001,](https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2026-50/65ed5efb-8faf-47bc-9b0c-81933ca73000) ECLI:CE:ECHR:2001:0118JUD002723895 (Chapman/ Verenigd Koninkrijk), ro. 73, en meer recent EHRM 17 oktober 2013, ECLI:CE:ECHR:2016:0428JUD002701307 (Winterstein/Frankrijk). 9 Zie voor een overzicht van de mensenrechtelijke waarborgen voor woonwagenbewoners D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf- naar uitstelbeleid.](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats.](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Verkenning en Advies voor de Nationaal Coördinator](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[tegen Discriminatie en Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024.
27
10 De namen in dit rapport zijn niet de echte namen van de geïnterviewde personen. Deze zijn wel bij de onderzoekers bekend. De vermelde leeftijden zijn in sommige gevallen bij benadering. 11 In formele publicaties wordt vaker gesproken over woon wagenlocatie in plaats van woonwagenkamp. Wij hebben ervoor gekozen om in deze verhalen de bewoordingen te volgen die de geïnterviewden zelf gebruikten. Dat geldt ook voor de term _zigeuner_ die in één verhaal voorkomt. 12 _Bibob_ staat voor ‘Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur’. Volgens deze wet mogen overheidsinstanties in sommige gevallen de achtergrond onderzoeken van ondernemingen en personen die van de overheid bepaalde vergunningen of andere beslissingen hebben aangevraagd of verkregen. _13_ FRA 2020, _[Roma, Sinti en reizigers in Nederland.](https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2020-roma-and-travellers-survey-country-sheet-netherlands_nl.pdf)_ _[Belangrijkste resultaten van het FRA-onderzoek in 2019](https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2020-roma-and-travellers-survey-country-sheet-netherlands_nl.pdf)_ ; FRA 2020, _[Roma and Travellers in six countries](https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2020-roma-travellers-six-countries_en.pdf)_ . De FRA onderzocht de ervaringen van Roma en reizigers (en in Nederland ook Sinti) in zes landen: België, Frankrijk, Ierland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. 14 Zie bijvoorbeeld D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf- naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[zoekt nog steeds standplaats. Verkenning en Advies](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024; Y. Seidler e.a., _[Monitor Sociale Inclusie](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_ _[(meting 5). Vierde vervolgmeting naar de woon- en](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_ _[leefomstandigheden Sinti en Roma in Nederland](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_, 2024; E. Smits van Waesberghe, F. Acherrat & M. van de Gevel, _[Dialooggesprekken Sinti en Roma](https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2024/12/323280_Dialooggesprekken_Sinti_Roma.pdf)_, Verwey-Jonker Instituut 2024. 15 E. Smits van Waesberghe, F. Acherrat & M. van de Gevel, _[Dialooggesprekken Sinti en Roma](https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2024/12/323280_Dialooggesprekken_Sinti_Roma.pdf)_, Verwey-Jonker Instituut 2024. 16 Y. Seidler e.a., _[Monitor Sociale Inclusie (meting 5). Vierde](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_ _[vervolgmeting naar de woon- en leefomstandigheden](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_ _[Sinti en Roma in Nederland](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_, 2024. Deze monitor wordt periodiek in opdracht van het ministerie van SZW opgesteld. Het is goed om hierbij te vermelden dat de monitor niet onomstreden is onder de doelgroep zelf, bijvoorbeeld als het gaat om uitingen van professionals en het duiden van bepaalde ontwikkelingen als problematisch of juist een verbetering. Dit is onder meer beschreven in het bij de monitor gepubliceerde duidingsdocument. Vanuit de gemeenschap is er behoefte aan een andere insteek. Dit jaar start het opdrachtgevend ministerie (SZW) een traject om te bekijken hoe de monitor een vervolg kan krijgen. 17 A. Wester e.a., _[De (onderwijs)ondersteuningsbehoefte](https://www.oberon.eu/media/wllg3azz/rapport-onderwijs-ondersteuningsbehoefte-van-leerlingen-met-reizigers-roma-of-sinti-achtergrond.pdf)_ _[van leerlingen met reizigers-, Roma- of Sinti achtergrond](https://www.oberon.eu/media/wllg3azz/rapport-onderwijs-ondersteuningsbehoefte-van-leerlingen-met-reizigers-roma-of-sinti-achtergrond.pdf)_, Oberon 2024. 18 Ministerie VRO 24 maart 2026, _[Eindrapport Woonwagen](https://open.overheid.nl/documenten/8e462e81-8179-479d-9a9a-a392a93c9318/)_ _[standplaatsen in Nederland](https://open.overheid.nl/documenten/8e462e81-8179-479d-9a9a-a392a93c9318/)_ . Herhaalmeting 2025. 19 Alle 342 gemeenten in Nederland zijn aangeschreven, 285 hebben gereageerd. Van de responderende gemeenten heeft 60 procent een behoefteonderzoek uitgevoerd en heeft 49 procent een beleid voor woonwagens en/of standplaatsen. 20 Zie _[Brief van de minister van VRO 23 april 2026](https://open.overheid.nl/documenten/1edbb43d-6b12-4756-9b05-497a975cdc04/)_, 2026-0000157793. 21 Rb. Den Haag 29 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7830. 22 Zie bijvoorbeeld oordelen College voor de Rechten van de Mens 5 september 2025, oordeel [2025-86; 2 oktober 2025,](https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2025-86/e3c3d9be-e483-4290-86e7-c4ad0008a005) oordeel [2025-94; 27 november 2025, oordeel](https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2025-94/7afbcf8d-ad2e-4f29-aaf8-65f71e7e8c2f) [2025-130.](https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2025-130/07a979d5-6e11-425f-9b36-a192387c19d8) 23 ECRI 3 maart 2026, _[Report on The Netherlands (sixth](https://rm.coe.int/sixth-report-on-the-netherlands/48802accda)_ _[monitoring cycle)](https://rm.coe.int/sixth-report-on-the-netherlands/48802accda)_ .
Referenties
24 Bijvoorbeeld op het gebied van volkshuisvesting, cultuursensitieve zorg of arbeidsmarktdiscriminatie. 25 Zie voor een overzicht van de relevante juridische context D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf- naar](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt nog steeds](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[standplaats. Verkenning en Advies voor de Nationaal](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Coördinator tegen Discriminatie en Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024. 26 Zie D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf-](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt nog steeds](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[standplaats. Verkenning en Advies voor de Nationaal](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Coördinator tegen Discriminatie en Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024; ECRI 3 maart 2026, _[Report on The Netherlands (sixth](https://rm.coe.int/sixth-report-on-the-netherlands/48802accda)_ _[monitoring cycle)](https://rm.coe.int/sixth-report-on-the-netherlands/48802accda)_ . 27 Zie _[Brief van de minister van VRO van 23 april 2026](https://open.overheid.nl/documenten/1edbb43d-6b12-4756-9b05-497a975cdc04/)_, 2026-0000157793. Hierin werd de herhaalmeting aan de Tweede Kamer aangeboden. Zie ook _[Brief van de minister](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/5657e2df-e334-4ce6-a81c-cd02f0644d66/file)_ _[van SZW van 5 juni 2024](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/5657e2df-e334-4ce6-a81c-cd02f0644d66/file)_, 2024-0000158462 waarin de _[Monitor Sociale Inclusie Roma en Sint](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://open.overheid.nl/documenten/76d493ef-c824-4213-b99c-6bdf2b05d19a/file)_ i aan de Tweede Kamer werd aangeboden. 28 We hoorden dit van de kinderen die we spraken, maar ook van de volwassenen die vertelden over hun kindertijd en over de ervaringen van hun eigen kinderen of kinderen in hun omgeving. 29 Zie _[Brief minister BZK 12 december 2025](https://open.overheid.nl/documenten/dcd16ec3-fdbf-48ad-8348-c29fe0495b55/file)_, 20250000680336 en bijlage _[Denkrichtingen ten behoeve van](https://open.overheid.nl/documenten/1a5181e7-7a29-4f7e-94be-932fe8c2bd1c/file)_ _[een Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme](https://open.overheid.nl/documenten/1a5181e7-7a29-4f7e-94be-932fe8c2bd1c/file)_ _[2025-2029](https://open.overheid.nl/documenten/1a5181e7-7a29-4f7e-94be-932fe8c2bd1c/file)_ . Raadpleegbaar via [https://www.rijksoverheid.nl/](https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/12/11/denkrichtingen-ten-behoeve-van-een-nationaal-programma-tegen-discriminatie-en-racisme-2025-2029) [documenten/2025/12/11/denkrichtingen-ten-behoeve-](https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/12/11/denkrichtingen-ten-behoeve-van-een-nationaal-programma-tegen-discriminatie-en-racisme-2025-2029) [van-een-nationaal-programma-tegen-discriminatie-en-](https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/12/11/denkrichtingen-ten-behoeve-van-een-nationaal-programma-tegen-discriminatie-en-racisme-2025-2029) [racisme-2025-2029.](https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/12/11/denkrichtingen-ten-behoeve-van-een-nationaal-programma-tegen-discriminatie-en-racisme-2025-2029)
28
30 In de aankomende Monitor Sociale Inclusie Roma en Sinti van het ministerie SZW zal bijvoorbeeld specifiek aandacht zijn voor de positie van jongeren en jongvolwassenen. 31 Kinderombudsman 2023 _[In vier stappen naar het beste](https://www.kinderombudsman.nl/professionals/handreiking-professionals-het-beste-besluit-voor-het-kind)_ _[besluit voor het kind. Handreiking voor professionals](https://www.kinderombudsman.nl/professionals/handreiking-professionals-het-beste-besluit-voor-het-kind)_ . 32 Kinderombudsman 2024 _[Kinderrechtentoets](https://kinderrechtentoets.nl/)_ . 33 In de motie wordt gesproken over de erkenning van Sinti, Roma en _woonwagenbewoners_ . 34 Council of Europe Advisory Committee on the Framework Convention for the Protection of National Minorities 23 augustus 2023, _[Fourth Opinion on the Netherlands](https://rm.coe.int/4th-op-netherlands-en/1680ac509f)_ . Raadpleegbaar via: [www.coe.int/en/web/minorities/-/](http://www.coe.int/en/web/minorities/-/netherlands-publication-of-the-4th-advisory-committee-opinion) [netherlands-publication-of-the-4th-advisory-committee-](http://www.coe.int/en/web/minorities/-/netherlands-publication-of-the-4th-advisory-committee-opinion) [opinion.](http://www.coe.int/en/web/minorities/-/netherlands-publication-of-the-4th-advisory-committee-opinion) 35 Kennisplatform Inclusief Samenleven, _[‘Erkenning voor](https://www.kis.nl/artikel/erkenning-voor-nederlandse-sinti-roma-en-woonwagenbewoners-als-nationale-minderheid)_ _[Nederlandse Sinti, Roma en woonwagenbewoners als](https://www.kis.nl/artikel/erkenning-voor-nederlandse-sinti-roma-en-woonwagenbewoners-als-nationale-minderheid)_ _[nationale minderheid'](https://www.kis.nl/artikel/erkenning-voor-nederlandse-sinti-roma-en-woonwagenbewoners-als-nationale-minderheid)_, 14 oktober 2025. 36 Movisie 2022, _[Geen ruimte voor discriminatie. Handreiking](https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022-07/geen-ruimte-voor-discriminatie-12-7-2022.pdf)_ _[voor gemeenten voor het tegengaan van anti-Zwart](https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022-07/geen-ruimte-voor-discriminatie-12-7-2022.pdf)_ _[racisme, antisemitisme, anti-moslim racisme, antiziganisme](https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022-07/geen-ruimte-voor-discriminatie-12-7-2022.pdf)_ _[en lhbti+ discriminatie](https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022-07/geen-ruimte-voor-discriminatie-12-7-2022.pdf)_ . 37 D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, _[Van uitsterf- naar](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt nog steeds](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[standplaats. Verkenning en Advies voor de Nationaal](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_ _[Coördinator tegen Discriminatie en Racisme](https://www.bureauncdr.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti/Verkennend+onderzoek+woonwagenstandplaatsen+Roma+en+Sinti+DEF.pdf)_, 2024.
Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon: (070) 356 35 63 Website: Nationaleombudsman.nl