Halderberge, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Wie betaalt de rekening voor Plan Lindebrink te Hoeven?
Als mogelijk geïnteresseerde in Plan de Lindebrink te Hoeven, heb ik mij verdiept in de kostenontwikkeling en planning van dit project.
In het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) (Projectnr.315) kom ik een aantal onduidelijke zaken tegen en lijken eventuele geïnteresseerden “het kind van de rekening” te worden, wat betekent dat zij de nadelige gevolgen van een situatie of beslissing moet dragen of ervoor moeten opdraaien, terwijl die personen daar eigenlijk niet verantwoordelijk voor of schuldig aan zijn.
Opvallend → Eindjaar 2026 Eindjaar 2029 Col4 Omschrijving Project 315 Totaal MPG 2025-2034 Totaal MPG 2026-2035 Grondverwerving/Boekwaarde 1.292.350 1.336.432 Sloop en sanering 578.000 0 Bouw en woningrijp maken 547.720 0 Planvoorbereiding 51.500 75.000 Nog te realiseren Overig 50.000 228.300 Nog te realiseren Fondsen 91.065 86.395 Nog te realiseren Onvoorzien 89.658 19.245 Nog te realiseren Rente 40.696 8.133 Nog te realiseren Prijsstjging 33.772 9.335 Nog te realiseren Totaal kosten 2.774.761 1.858.840 Overige verkopen 2.244.550 1.919.019 Externe bijdragen 0 78.300 Totaal opbrengsten ① 2.244.550 1.997.319 Saldo dienstjaar -530.211 138.579 MPG vorig jaar MPG dit jaar
In 2025 heeft de biedingsprocedure plaatsgevonden en zijn de koopovereenkomst en de anterieure overeenkomst gesloten. Waardoor het voorlopige saldo dienstjaar op 138.579 positief komt.
Maar de vraag is hoe pakt dit uit voor de m2-prijs voor de potentiële kopers
Als ik bovenstaande jaren naast elkaar leg,, lijkt het er sterk op, dat de projectontwikkelaar niet alleen een grondprijs betaalt ( 1.919.019 ) maar ook de Sloop en Sanering ( 578.000 ) en het Bouw en woningrijp maken ( 547.720 ) voor zijn rekening neemt exclusief prijsstijgingen wegens verdere vertraging. ( Mooi resultaat !?)
De projectontwikkelaar zal ongetwijfeld de kosten van de grondprijs doorberekenen aan de potentiële kopers. Dat zou betekenen volgens mijn redenering, dat de totale grondprijs neer komt op
Terwijl er in het Raadsvoorstel van 27 juni 2019 is ingestemd met een grondprijs van € 245
Vraag 1. Kunt u mij aangeven of deze redenering onjuist is, en zo ja, waar de denkfout zit? Bij het opstellen van het MPG 2025 waren de uitgangspunten voor deze lokatie nog globaal en werd ervan uitgegaan dat de gemeente de grondexploitatie in eigen beheer zou doen. Hierbij maakt de gemeente bouw- en woonrijp, maar realiseren we de woningen niet. Bij de verdere uitwerking is gekozen om dmv van een biedingsprocedure deze locatie op de markt te zetten waarbij ervoor is gekozen om de locatie in de huidige staat te verkopen en de gehele ontwikkeling door een biedende partijen te laten uitvoeren. Hierdoor verandert de gemeentelijke grex-berekening volledig en komen in de laatste berekening een aantal kostenposten niet meer voor rekening van de gemeente en is de opbrengst lager. Per saldo heeft deze biedingsprocedure voor de gemeentelijke grondexploitatie een positief effect. In 2019 was de grondprijs inderdaad € 245,-. Jaarlijks wordt deze grondprijs echter geactualiseerd en vanaf 1-1-2026 is deze vastgesteld op € 360,- per m2. Een vergelijking maken met de grondprijs van € 245,- uit 2019 is dan ook niet reëel.
Vraag 2. In de nieuwsbrieven voor plan “de Lindebrink” staat dat in het 2 [e] kwartaal 2026 een “Raadsbesluit BOPA gecombineerd met omgevingsvergunning” genomen wordt, wat is de reden dat dit niet heeft plaatsgevonden, wat ook in verband met het zomerreces al direct tot verdere vertraging leidt? Op de gemeentelijke projecten website ‘Ons Halderberge’ staat onder het kopje _Planning_ een periode waarin alle werkzaamheden naar verwachting gereed moeten zijn. De uitvoering van de ruimtelijke procedure heeft door externe factoren meer tijd in beslag genomen dan aanvankelijk voorzien. Parallel aan het opstellen van de ruimtelijke procedure zijn de voorbereidingen al in gang gezet voor de verkoop en de sloop van de woningen. Momenteel ligt een concept-BOPA ter beoordeling bij de gemeente. Naar verwachting wordt de definitieve aanvraag door de ontwikkelaar in kwartaal 3 ingediend.
Vraag.3 Hoe hard zijn de garanties dat er 30% sociale huurwoningen in dit project komen met de bovenstaande kostprijs in aanmerking genomen? In de anterieure overeenkomst is opgenomen dat de ontwikkelaar de woningen moet realiseren die in het stedenbouwkundige plan, dat onderdeel uitmaakt van zijn bieding, zijn opgenomen. Het plan voldoet, conform onze uitvraag, aan de Woondeal. Het percentage sociale huurwoningen in het plan is 31,6%.
Vraag 4.In het nieuwe bestuursakkoord (2026-2030) staat nergens een percentage sociale huurwoningen genoemd. Wie maakt zich nog druk om sociale huurwoningen? (De afgelopen 4 jaren is er per saldo niet één sociale huurwoning bijgekomen (zie jaarverslagen Woonkwartier). De afspraken hierover liggen vast in de Woondeal West-Brabant 2025.
Vraag 5. Waarom verschillen de Overige verkopen (Opbrengst) bijna jaarlijks in de grondexploitatie (MPG) terwijl in het financiële uitgangspunt staat dat er gerekend wordt met de voor het project vastgestelde grondprijs (€ 245) ? ( ① _zie bv bovenstaande tabel, ene jaar opbrengst 2.244.55 en_ _ander jaar 1.997.319_ ) Zoals aangegeven bij vraag 1 zijn de uitgangspunten gewijzigd. Doordat de locatie via een biedingsprocedure in de markt is gezet zijn de berekeningen van het MPG van 2025 niet te vergelijken met de berekening van 2026.
Vraag 6. Kunt u een verklaring geven waarom perceel D2040 groot 265m2 werd aangekocht terwijl het in 1996 reeds overgedragen is aan de gemeente? In een Raadsvoorstel van 19 december 1996 wordt ingestemd met een onderlinge uitruil van grond tussen de gemeente, Stichting Dorpshuizen en de Stichting Katholiek Onderwijs Hoeven . Als ik het voorstel goed lees wordt er bij punt 1. Perceel D2039, groot 145m2 overgedragen van de gemeente aan de Stichting Dorpshuizen en bij punt 2. Wordt D2040 groot 265m2 overgedragen van de Stichting Dorpshuizen aan de gemeente. Met vermelding dat de Stichting Dorpshuizen reeds op 5 december 1995 besloten had akkoord te gaan met dit onderdeel van de uitruiloperatie. (zie bijlage1.) Uit het door u aangehaalde raadsvoorstel van 19 december 1996 blijkt dat het voornemen bestond om perceel D2040 (265 m²) over te dragen aan de gemeente in het kader van een grondruil. Bij de voorbereiding van de vaststellingsovereenkomst in 2023 is echter vastgesteld dat perceel D2040 op dat moment geregistreerd stond als eigendom van Stichting Dorpshuizen. Daarom is perceel D2040 in de vaststellingsovereenkomst betrokken als door de gemeente aan te kopen perceel. De gemeente heeft daarbij aangesloten bij de feitelijke en juridisch vastgelegde eigendomssituatie zoals die op dat moment bestond.
Vraag 7. Klopt het ook dat de schuldbekentenissen van de geldleningen van in totaal 375.000 gulden uit Raadsvoorstel van 22 oktober 1996 met bovenstaande vaststellingsovereenkomst van 18 juli 2023, zijn komen te vervallen? (zie Bijlage 2) Met de vaststellingsovereenkomst uit 2023 is sprake van een finale kwijting van alle, eventuele, eerdere, schriftelijke, dan wel mondelinge, afspraken tussen partijen.
Vraag 8. Waarom zijn er 10 sociale huurwoningen gesloopt aan het Const.Huygensplein zonder dat er een nieuw goedgekeurd plan ligt om deze te herbouwen? (of heb ik iets gemist?) Dit betreft gedateerde woningen van Woonkwartier die worden geherstructureerd. De tien nieuwe woningen die hiervoor in de plaats komen, worden duurzaam en levensloopbestendig uitgevoerd en blijven beschikbaar voor verhuur. Woonkwartier heeft hiervoor een plan ingediend bij de gemeente. Op woensdag 27 mei 2026 heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden over het plan, georganiseerd door Woonkwartier. In juni 2026 heeft Woonkwartier een Omgevingsvergunningsaanvraag ingediend die op 1 juli 2026 is gepubliceerd. Zie hiervoor de gemeentelijke website onder ‘Bekendmakingen week 27 2026’ of de Halderbergse Bode. Onder het kopje ‘Ontvangen aanvraag voor een Omgevingsvergunning’ is onder andere opgenomen het ‘Constantijn Huygensplein 1 t/m 10 Hoeven, vervangende nieuwbouw van tien levensloopbestendige woningen’. Deze aanvraag wordt momenteel beoordeeld door de gemeente en wordt naar verwachting in kwartaal 3 2026 een besluit over genomen. Deze woningen maken geen deel uit van het plan De Lindebrink.
In het kader van de commissievergadering van hedenavond (Zomernota 2026 en MPG 2026-2036) misschien handig dat deze vragen voor de raadvergadering van 9 juli a.s. beantwoord kunnen worden?