Noordoostpolder, 5 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Fractie: VVD Naam: Ingrid Jansen Onderwerp: Stikstof Datum indiening vragen: 14 augustus 2026 Vragen: Toelichting Het kabinet heeft eind juni 2026 de Kamerbrief "Weer ruimte voor boer, natuur en bouw" naar de Tweede Kamer gestuurd, met daarbij vier verdiepingsbijlagen, een wetgevingsagenda, een uitvoeringsrapportage en het concept Ontwerp-Natuurplan. Het pakket bevat verstrekkende keuzes: bedrijfsspecifieke emissienormen voor de veehouderij die in 2035 afrekenbaar worden, een grondgebondenheidsnorm van 2,6 gve per hectare, een zoneringsaanpak rond ongeveer honderd stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, een aanpak voor kwetsbare watergebieden en de invoering van een rekenkundige ondergrens bij stikstofberekeningen.
Onze fractie constateert dat in de voorlopige lijst van zoneringsgebieden geen enkel gebied in Flevoland is opgenomen. Tegelijkertijd grenst de Noordoostpolder aan gebieden die wel op die lijst staan, waaronder Rottige Meenthe en Brandemeer en de gebieden in Noordwest-Overijssel. Bovendien is Noordwest-Overijssel aangewezen als een van de vijf prioritaire gebieden waarvoor uiterlijk eind 2026 interbestuurlijke uitvoeringsplannen en samenwerkingsovereenkomsten worden opgesteld.
Daarnaast geldt een deel van het pakket onverkort, ook zonder zonering. De grondgebondenheidsnorm en de bedrijfsspecifieke emissienormen worden generiek ingevoerd en raken dus ook ondernemers in onze gemeente. Verder raakt het pakket de Noordoostpolder indirect maar stevig, omdat de aangekondigde grondstrategie, de verplaatsingsregelingen en de inzet van de Nationale Grondbank naar verwachting invloed hebben op de grondmarkt in gebieden buiten de zones. Voor een gemeente met een sterke akkerbouwsector, schaarse en dure landbouwgrond en een aanzienlijke woningbouw- en bedrijvigheidsopgave is dat relevant.
Aan de andere kant van het pakket staat de ruimte die het op termijn moet opleveren. Het kabinet wil uiterlijk begin 2028 een rekenkundige ondergrens invoeren, waarmee projecten die volledig onder die grens blijven niet langer natuurvergunningplichtig zijn. Uit de bijgevoegde notitie van de Landsadvocaat blijkt echter dat provincies pas aan die ondergrens gebonden zijn wanneer deze verplichtend is voorgeschreven, waardoor tot dat moment verschillen tussen provincies kunnen ontstaan.
De VVD-fractie hecht eraan dat ondernemers en inwoners tijdig weten waar zij aan toe zijn, dat de gemeente niet achteraf wordt geconfronteerd met rijksregels die op ons grondgebied doorwerken, en dat de ruimte die dit pakket op termijn moet bieden voor vergunningverlening ook daadwerkelijk in de Noordoostpolder landt. Dat brengt ons tot de volgende vragen.
Beantwoording vragen VVD-fractie inzake stikstof Vooraf Er is nog veel onduidelijk na het versturen van de Kamerbrief _"Weer ruimte voor boer, natuur en_ _bouw"._ Ook de recente aanvulling op de brief laat zien dat er nog veel invulling vereist is. Exacte gevolgen op gemeentelijk/gebiedsniveau zijn daarom in dit stadium nog lastig te benoemen. U stelt: _‘De VVD-fractie hecht eraan dat ondernemers en inwoners tijdig weten waar zij aan toe zijn, dat de_ _gemeente niet achteraf wordt geconfronteerd met rijksregels die op ons grondgebied doorwerken, en_ _dat de ruimte die dit pakket op termijn moet bieden voor vergunningverlening ook daadwerkelijk in de_ _Noordoostpolder landt’_ Dit onderschrijven wij. Echter, het stikstofdossier is in eerste aanleg in dit stadium een Rijks- en provinciale aangelegenheid. Daar waar wij de mogelijkheden hebben zullen we het specifieke geluid van de Noordoostpolder laten horen.
Vragen
1. Klopt onze constatering dat in de voorlopige lijst van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waarvoor zonering wordt voorzien geen gebieden in Flevoland zijn opgenomen? Kan het college daarbij aangeven of, en zo ja in welke mate, de voorgenomen zones van 500 meter rond aangrenzende gebieden zoals Rottige Meenthe en Brandemeer en de gebieden in Noordwest-Overijssel over de gemeentegrens op grondgebied van de Noordoostpolder reiken? Om hoeveel hectare en om hoeveel agrarische bedrijven gaat het in dat geval?
Ad. 1 Uw constatering klopt, er liggen geen Natura 2000 gebieden in Flevoland. Echter de zonering rondom de als prioritair aangewezen Natura 2000 gebieden Weeribben en Wieden kunnen reiken tot, of tot in de Noordoostpolder. Het is nog de vraag of de zonering met een passer wordt ingetekend of bepaald gaat worden op kavelniveau. Ook is de zoneringsafstand gekoppeld aan de Weeribben en Wieden is nog onduidelijk. De voorgenomen afstand is 500 meter. Maar de vraag is of men dit uiteindelijk afdoende acht bij een dusdanig groot natuurgebied. Dus de exacte impact voor gemeente Noordoostpolder is momenteel nog niet in beeld.
2. Is de gemeente Noordoostpolder betrokken bij, of uitgenodigd voor, de interbestuurlijke samenwerking in het prioritaire gebied Noordwest-Overijssel, waarvoor uiterlijk eind 2026 een uitvoeringsplan en samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld en waarvoor het kabinet voornemens is een impulsbudget beschikbaar te stellen? Indien dat niet het geval is, is het college bereid zich bij Rijk, provincie en waterschap te melden om de belangen van onze gemeente aan die tafel te borgen?
Ad. 2 Nee wij zijn niet betrokken bij de interbestuurlijke samenwerking.
3. Het kabinet biedt gebieden tot uiterlijk 1 januari 2028 de mogelijkheid om met een eigen, geborgde aanpak tot een gelijkwaardig doelbereik te komen in plaats van rijksregels op bedrijfsniveau. Ziet het college aanleiding en mogelijkheden om vanuit de Noordoostpolder, al dan niet samen met provincie Flevoland en het waterschap, aan te sluiten bij een dergelijke gebiedseigen aanpak, mede in het licht van het eerdere gebiedsproces in de Oostrand?
Ad.3 In navolging op vraag 1 heeft de zonering in het uiterste geval alleen invloed op de Oostrand van de Noordoostpolder. Gemeente Noordoostpolder is betrokken bij het gebiedsproces Oostrand. (Ter verduidelijking, u stelt ‘eerdere’ gebiedsproces maar dit proces is nog steeds actueel) De provincie Flevoland is de trekker van dit gebiedsproces. De gemeente ondersteund waar zij kan. Gedeputeerde Klopman heeft tijdens de laatste bijeenkomst georganiseerd vanuit het gebiedsproces uitgesproken zijn uiterste best te doen om de meerwaarde van dit specifieke gebiedsproces bij het Rijk voor het voetlicht te brengen. Zodat de deelnemers de kans en de tijd krijgen om hun oplossingen in de praktijk te toetsen. In de LVVN-bijeenkomst voor medeoverheden d.d. 2 september werd door de daar sprekende LVVN-ambtenaren gemeld dat de collectieve gebiedsgerichte oplossingen separate agrariërs niet ontzien van het halen van de generieke normen.
4. Welk beeld heeft het college van de gevolgen van de generieke maatregelen uit dit pakket voor de agrarische bedrijven in onze gemeente, ook nu de Noordoostpolder buiten de zonering valt? Wij denken daarbij in het bijzonder aan de grondgebondenheidsnorm van 2,6 gve per hectare voor de melkveehouderij, met een eerste stap in 2030 en een eindnorm in 2035, en aan de bedrijfsspecifieke emissienormen. Kan het college aangeven om hoeveel bedrijven het gaat en hoe groot de opgave voor deze bedrijven naar verwachting is?
Ad.4 Wij zijn bekend met gevallen uit de praktijk waarin de GVE-normering problemen geeft in Flevoland en Noordoostpolder. Eveneens is het ons bekend dat ook de nieuwe regels voor mestafzet binnen een straal van 25 kilometer kunnen gaan knellen. Noordoostpolder is netto mestimporteur en onze landbouwers betrekken mest doorgaans van een grotere afstand dan 25 kilometer. Wij zetten samen met de provincie actief druk op het rijk om dit te herzien, omdat landbouwers zo weer indirect gedwongen worden om weer meer kunstmest toe te gaan passen. Voor inzicht in de exacte bedrijfsspecifieke gevolgen voor onze ondernemers is het nog te vroeg.
5. Het kabinet is voornemens 215 miljoen euro in te zetten voor flankerende maatregelen bij de grondgebondenheidsnorm, en geeft daarbij aan dat de norm de meeste impact heeft in veedichte gebieden en dat hier bij de besteding van de middelen rekening mee zal worden gehouden. Onderkent het college het risico dat ondernemers in de Noordoostpolder wel met de volledige norm te maken krijgen maar buiten de boot vallen bij de verdeling van deze middelen? Is het college bereid dit punt richting Rijk en provincie te agenderen en de raad over de uitkomst te informeren?
Ad. 5 De grondgebondenheidsnorm is wel degelijk ook van impact op de veehouderij in Flevoland/Noordoostpolder (zie ad 4). Ondanks dat we niet bekend staan als een ‘veedichtgebied’. Mede door de hoge productiviteit van ons grasland en het aandeel verhuurd land hebben diverse veehouders in Flevoland/Noordoostpolder momenteel een hogere GVE/ha dan de uiteindelijke norm van 2,6. Dit punt is al onder de aandacht gebracht bij het Rijk vanuit de provincie en waar nodig blijven we dit herhalen. Op aanraden van onze contactpersoon bij het ministerie van LVVN zoekt Flevoland daarbij contact met de provincie Zeeland, waarin de situatie het best vergelijkbaar is met die van Flevoland.
6. Het kabinet zet fors in op grondmobiliteit, met aankoop van gronden binnen én buiten de zones, inzet van de Nationale Grondbank en een landelijke verplaatsingsregeling voor bedrijven die uit de zones moeten wijken. Verwacht het college dat dit leidt tot extra vraag naar grond en naar verplaatsingslocaties in de Noordoostpolder? Welke gevolgen ziet het college voor grondprijzen, pachtverhoudingen en het perspectief van grondgebonden sectoren in onze gemeente zoals de akkerbouw?
Ad. 6 Het kabinet zet om meerdere redenen, nog los van het stikstof beleid, in op het verbeteren van grondmobiliteit en het versterken van haar grondpositie. Noordoostpolder kan een geschikte locatie zijn voor veehouderijbedrijven die elders moeten wijken. Dit biedt kansen voor mestplaatsingsruimte, gezamenlijke bouwplannen en korte kringlopen tussen akkerbouwers, bloembollentelers en veehouderij. Ruimtelijke inpassing is lastig. Het is in principe alleen mogelijk op te koop komende actieve landbouwbedrijven. Er zijn wellicht perspectieven in de bodemdalingsgebieden wanneer de mogelijkheden voor hoogwaardige landbouw gepasseerd zijn. Het is te vroeg om te zeggen welke invloed een eventuele verplaatsingsregeling gaat hebben op de grond en pachtprijzen.
7. Beschikt de gemeente over een actueel afwegingskader voor nieuwvestiging en verplaatsing van veehouderijbedrijven, en acht het college dat kader toereikend als het beroep hierop de komende jaren toeneemt? Is het college bereid de raad hierover tijdig een voorstel voor te leggen, voordat individuele verzoeken zich aandienen?
Ad 7. Noordoostpolder heeft een afwegingskader voor Intensieve veehouderij. Mocht dit afwegingskader door de actualiteit van het nieuwe stikstofbeleid een andere invulling moeten krijgen, gaan we hier graag opnieuw met u over in gesprek. Nieuwvestiging van intensieve veehouderij als hoofdtak is niet mogelijk op grond van de regels van het nu geldende tijdelijke omgevingsplan. Grondgebonden veehouderij is bij een agrarische functie bij recht toegestaan. Mogelijke initiatieven voor nieuwvesting en/of verplaatsing zullen wij via de gebruikelijke wijze behandelen.
8. Welke concrete projecten in de Noordoostpolder, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen of infrastructuur, ondervinden op dit moment vertraging of belemmering als gevolg van stikstof? Welke van deze projecten zouden naar verwachting geholpen zijn met de invoering van de rekenkundige ondergrens, en op welke termijn? Is bij het college bekend welke lijn provincie Flevoland als bevoegd gezag hierin volgt zolang de ondergrens nog niet verplichtend is voorgeschreven, en welke gevolgen dat heeft voor initiatiefnemers in onze gemeente?
Ad 8. Ontwikkeling van algemeen belang waarbij stikstof de belemmerende factor is, is momenteel de uitbreiding van het bedrijventerrein van Marknesse. We zijn bekend met de lijn van de provincie en hebben per voorliggend initiatief contact.
9. Hoeveel PAS-melders en andere ondernemers met een niet vergunde of kwetsbare stikstofsituatie zijn er in de Noordoostpolder? Op welke wijze worden zij door of via de gemeente geïnformeerd over het per 26 juni 2026 gestarte programma PAS-melders?
Ad 9. Het PAS dossier is onder regie van de Provincie. Wij hebben de provincie uw vraag voorgelegd. Wanneer het antwoord binnen is zullen wij deze separaat toevoegen.
10. Welke gevolgen verwacht het college van dit pakket voor de eigen ambtelijke capaciteit en die van de omgevingsdienst, gelet op de aangekondigde aanscherping van regels voor stalemissies, gewasbeschermingsmiddelen en mestgebruik en de rol van gemeenten in vergunningverlening, toezicht en handhaving?
Ad 10. Vergunningverlening rondom natuur ligt bij Gedeputeerde Staten. Het is nu nog te kort dag na het uitbrengen van de stikstof brief en de gevolgen hiervan om op deze vraag een gespecificeerd antwoord te geven. Het mag echter duidelijk zijn dat het stikstof beleid substantiële gevolgen gaat hebben voor de rol van de uitvoerende en controlerende overheden.
11. Het kabinet nodigt in de tweede helft van 2026 provincies en de koepelorganisaties van medeoverheden uit om te reageren op de voorgestelde aanpak en beleidsvoornemens, en brengt eind 2026 het wetsvoorstel grondgebondenheid in internetconsultatie. Is het college voornemens hierop, rechtstreeks dan wel via de VNG en de provincie, een inhoudelijke reactie te geven waarin de specifieke situatie van de landbouw in onze gemeente wordt ingebracht? Zo ja, is het college bereid de hoofdlijnen van die reactie eerst met de raad te delen?
Ad 11. De specifieke situatie van de landbouw in Noordoostpolder verschilt op hoofdlijnen niet veel van de andere landbouwgemeenten in Flevoland. Dus hierin is de provincie in de lead. Via onze bestuurlijke en ambtelijke inbreng in de regietafel landelijk gebied brengen wij onze gebied specifieke zorgen in. Provincie Flevoland brengt proactief de specifieke uitgangssituatie van onze provincie onder de aandacht. Dit deed men al voor het uitkomen van de stikstofbrief door te pleiten voor een specifieke aanpak voor Flevoland. Als separate input per gemeente helpt om door ons gewenste doelen te bereiken zullen we dat uiteraard doen. En dit met u delen.
| Datum beantwoording vragen: | Col2 |
|---|---|
| Contactpersoon: | |
| E-mail adres: | |
| Tel: |