Beverwijk, 18 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Fractie(s): D66
18092026 Schriftelijke vragen ex artikel 41 Reglement van Orde Onderwerp: Privacy bij de openbare kaart van Fixi. Geacht college, Om inzicht te krijgen in de informatie die via de openbare Fixi-kaart voor iedereen toegankelijk is, hebben wij 4.194 publieke Fixi-meldingen in Beverwijk en Wijk aan Zee geanalyseerd. Daarbij hebben we specifiek gekeken naar meldingen waarin personen, bewoners, voertuigen of bedrijven door de inhoud van de melding mogelijk te herleiden zijn. In 71 meldingen troffen wij informatie aan die wij als duidelijk herleidbaar hebben aangemerkt. In nog eens 24 meldingen was naar ons oordeel sprake van mogelijke herleidbaarheid door een combinatie van bijvoorbeeld locatie, omschrijving of een terugkerend patroon. Het gaat daarbij niet alleen om namen of kentekens. Zo worden in openbare meldingen concrete huisnummers gekoppeld aan beschuldigingen over het gedrag van bewoners. In een melding wordt bijvoorbeeld gesteld dat bewoners van een specifiek huisnummer afval hebben gestort. In een andere melding wordt een bewoner op een specifiek adres ervan beschuldigd lak te hebben aan zijn omgeving en structureel verkeerd te parkeren. Ook kwamen we hele burenruzies tegen in de meldingen. Deze meldingen zijn vaak weken terug te vinden op de publieke website, zonder dat de persoon of het bedrijf die daar terecht of onterecht in beschuldigd wordt daar iets tegen kan doen. Daarnaast hebben we gekeken naar het maskeren van informatie. We vonden 16 meldingen waarin identificerende informatie is of had moeten worden gemaskeerd. Ook daar gaat het niet altijd goed. Zo stond een kenteken van een motor ruim vijf dagen openbaar voordat het werd gemaskeerd. Een andere melding bevatte naam, volledig adres en postcode van een inwoner en stond ongeveer 17 uur openbaar. Voor ons staat het nut van Fixi als laagdrempelig meldsysteem niet ter discussie. Ook een openbare kaart kan meerwaarde hebben. Maar het doen van een melding aan de gemeente is iets anders dan het openbaar publiceren van de volledige inhoud ervan. Zeker wanneer een melding over een mede-inwoner of lokaal bedrijf gaat, vinden wij dat daar zorgvuldig mee moet worden omgegaan door de gemeente. De uitkomsten van onze analyse roepen daarom de vraag op of de huidige balans tussen openbaarheid en zorgvuldigheid de juiste is. Daarbij zien wij mogelijkheden om de nuttige functie van de openbare Fixi-kaart te behouden, zonder dat iedere daarvoor aangemerkte melding automatisch in dezelfde vorm openbaar hoeft te verschijnen.
Daarom hebben wij als fractie de volgende vragen: 1. Welk doel dient volgens het college de openbare Fixi-kaart en, meer specifiek, het openbaar tonen van de vrije tekst die inwoners bij een melding invullen? 2. Welke informatie moet volgens het college minimaal openbaar zijn om dat doel te bereiken? Is daarvoor de volledige omschrijving van een melding noodzakelijk, of zou bijvoorbeeld locatie, categorie en status in veel gevallen voldoende zijn? 3. Is het college het met ons eens dat het doen van een melding aan de gemeente iets anders is dan het openbaar publiceren van de inhoud van die melding? Zo nee, waarom niet? 4. Hoe wordt op dit moment voorkomen dat via openbare Fixi-meldingen informatie wordt gepubliceerd waarmee individuele inwoners kunnen worden herleid? 5. Worden meldingen vóór publicatie gecontroleerd op herleidbare informatie zoals hierboven beschreven, of vindt controle en eventuele maskering pas plaats nadat een melding openbaar is geworden? Gebeurt dit door een mens of een machine? Indien er vooraf geen structurele controle plaatsvindt, waarom is daarvoor gekozen? 6. Hoe verklaart het college dat ondanks de huidige maatregelen toch meldingen openbaar zichtbaar zijn of zijn geweest waarin personen konden worden herleid? Acht het college de huidige manier van controleren en maskeren afdoende? 7. Is het college het met ons eens dat niet alleen expliciete persoonsgegevens, zoals een naam, adres of kenteken, iemand herkenbaar kunnen maken, maar dat dit ook kan gebeuren door een combinatie van locatie en omschrijving, bijvoorbeeld wanneer een specifieke bewoner of woning wordt beschreven? Zo ja, wordt hier bij de huidige (handmatige en automatische) controle rekening mee gehouden? 8. Hoe wordt omgegaan met herleidbare informatie die pas na publicatie wordt ontdekt? Hoe snel wordt dergelijke informatie gemiddeld verwijderd of gemaskeerd? 9. Hoe kijkt het college naar een werkwijze waarbij een melder bewust kan aangeven dat een melding op de openbare kaart mag verschijnen, waarna vóór publicatie wordt gecontroleerd of de inhoud daarvoor geschikt is? 10.Ziet het college mogelijkheden om deze controle technisch te ondersteunen, bijvoorbeeld door geautomatiseerde tekstanalyse die namen, adressen, kentekens en andere potentieel herleidbare omschrijvingen signaleert, waarbij twijfelgevallen door een medewerker kunnen worden beoordeeld? 11.Is het college bereid de huidige inrichting van de openbare Fixi-kaart opnieuw te beoordelen, waarbij zowel het nut van openbare meldingen als het risico dat individuele inwoners herkenbaar onderwerp worden van een openbare melding wordt meegewogen? 12.Kan het college daarbij onderzoeken welke aanpassingen mogelijk zijn om de nuttige functie van de openbare kaart te behouden, terwijl de kans dat informatie over individuele inwoners openbaar wordt gepubliceerd zo klein mogelijk wordt gemaakt? De fractie D66 ziet de beantwoording van deze vragen graag schriftelijk tegemoet. Jan van Kampen Raadslid D66 Beverwijk