Echt-Susteren, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
De bron levert dit stuk ook in een andere versie: versie 1. Die tellen niet apart mee.
Memo
Aan: Commissie omgeving en gemeenteraad
Van:
P. Bouwens
C.c.: --- Team: Ruimtelijk Domein Onderwerp: Beantwoording vragen Kenmerk:
Beantwoording vragen insprekers commissie vergadering omgeving mbt. TAM omgevingsplan Hoofdstuk 22f De Molenaer Echt
Kenmerk:
Datum: 17-09-2026 Zaak Nr.: Z26/214517
Aanleiding Tijdens de commissievergadering Omgeving van 7 september jl., waarin het TAMomgevingsplan, Hoofdstuk 22f De Molenaer Echt is besproken, hebben twee insprekers gebruik gemaakt van het spreekrecht voor burgers. Inspreker 1 trad op als adviseur in opdracht van omwonenden. Inspreker 2 sprak namens zichzelf en een andere omwonende, beiden woonachtig in de directe nabijheid van het plangebied.
Naast deze insprekers hebben ook enkele commissieleden vragen gesteld over dit plan. Deze vragen zijn tijdens de vergadering beantwoord. De commissieleden achten het plan op dit moment nog niet rijp voor beraadslaging in de raad.
Via deze memo willen wij ingaan op de vragen en de zorgen die door de insprekers zijn geuit.
Allereerst een reactie op de vragen die inspreker 1 voorafgaande schriftelijk heeft gesteld:
1. Hoe verhoudt de vaststelling zich tot het oordeel van de eigen verkeersdeskundigen dat de Slagmolen “te smal “is en waar is het aparte beslispunt over de veiligheid van één enkele ontsluiting?
- _De opmerking van de verkeersdeskundige dat de weg te smal is, heeft betrekking op_ _de huidige situatie. Naar aanleiding van deze opmerking is het plan uitgewerkt met_ _een straatbreedte van 5 meter met ter hoogte van de bomen een vernauwing tot 3.5_ _meter._
- _De opmerking m.b.t. het aparte beslispunt over de “veiligheid van één enkele_ _ontsluiting” heeft betrekking op het feit dat er eerst geen passende draaimogelijkheid_ _was voorzien binnen het plangebied. Ook dit is aangepast met een draaipunt op het_ _einde waar o.a. brandweer en vuilniswagens kunnen draaien._
2. Waar kan het geluidsscherm gebouwd worden, nu de planregels verwijzen naar een aanduiding die op de plankaart niet bestaat?
- _Het akoestisch onderzoek is beoordeeld door de geluidsspecialist van de MER-_ _omgevingsdienst (OD). Uit het advies volgt dat een geluidsscherm niet noodzakelijk_
Pagina 1 van 9
_is. Wel moet het gezamenlijke geluid in de planregels van de TAM-omgevingsplan_ _geregeld worden. Dit is gebeurd in artikel 9.3.4 van de planregels._ _In artikel 9.3.4 van de planregels is onder meer geregeld dat bij de aanvraag voor een_ _omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen door middel van een_ _aanvullend geluidonderzoek aangegeven moet worden welke geluidbeperkende_ _maatregelen bij de woningen gerealiseerd moeten worden om te kunnen voldoen aan_ _de waarden van het gezamenlijk geluid zoals opgenomen in de planregels._ _Voor het kunnen verlenen van de omgevingsvergunning voor de technische_ _bouwactiviteit moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de waarden die_ _gelden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Deze waarden hebben_ _betrekking op de binnenwaarde in verblijfsruimten en het geluid vanwege_ _bouwwerkinstallaties (bijvoorbeeld warmtepomp). Omdat het kunnen voldoen aan_ _deze waarden afhankelijk is van het materiaalgebruik/type installatie kan dit pas_ _beoordeeld worden wanneer er sprake is van een definitieve ontwerptekening._
3. Klopt de stikstofberekening daadwerkelijk?
- _Zoals ook reeds aangegeven in de beantwoording van zienswijze 1 bij nummer 16_ _volgt uit de jurisprudentie dat het bevoegd gezag in het kader van de_ _uitvoerbaarheidstoets bij een planologisch besluit, zoals het voorliggende, in beginsel_ _mag uitgaan van de juistheid van een door een deskundig bureau opgestelde_ _AERIUS-berekening, tenzij zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat deze_ _evident onjuist is. Zoals inspreker terecht opmerkt is de waterberging niet_ _meegenomen in de AERIUS-berekening voor de bouwfase. Zonder nader onderzoek_ _kan dus vastgesteld worden dat de AERIUS-berekening niet volledig is. Om deze_ _reden is in het kader van de uitvoerbaarheidstoets een nieuwe berekening_ _noodzakelijk. Deze is inmiddels uitgevoerd en leidt niet tot een ander resultaat._
- _Het gestelde dat in de gebruiksfase rekening had moeten worden gehouden met_ _pelletkachels, open haarden, tuinhaarden en barbecues wordt niet gevolgd. Deze_ _voorzieningen maken geen onderdeel uit van het voorliggende bouwplan en betreffen_ _mogelijke toekomstige keuzes van bewoners. Bij de beoordeling van het plan hoeft_ _niet te worden geanticipeerd op dergelijke onzekere toekomstige situaties._
4. Kan het college met stukken aantonen dat de verbreding van de A2 naar 2x4 rijstroken daadwerkelijk in de gehanteerd verkeers- en geluidcijfers is verwerkt, in plaats van de aanname dat dit logisch zou zijn?
- _De verbreding van de A2 naar 2x4 rijstroken is verwerkt in de gehanteerde verkeers-_ _en geluidscijfers._
_Bij de berekening van geluid vanwege rijkswegen moet voor de verkeersgegevens_ _worden uitgaan van de Centrale Voorziening Geluid Gegevens (CVGG). In_ _het_ _[Geluidregister](https://eur03.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fiplo.nl%2Fthema%2Fgeluid%2Fgeluid-regelgeving%2Fwetsinstrumenten%2Fgeluidregister%2F&data=05%7C02%7CP.Bouwens%40echt-susteren.nl%7Cf58d3583692f4298997208df1408d2fe%7Cf5f8d3a2d62f41ba84d968fb2cfbf578%7C0%7C0%7C639251700254929568%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=HU0B9httPoaAbQ4uaVmC9juKuZ27IFSDgWCwNZpb4bU%3D&reserved=0)_ _staan de geluidgegevens voor de geluidbronnen weg, spoor,_ _industrie, windturbines, luchtvaart en schiet- en springterreinen. Bronbeheerders,_ _zoals Rijkswaterstaat, gemeenten en provincies, moeten gegevens over hun_ _geluidbronnen registreren in het geluidregister. Ze zorgen voor het beheer en kwaliteit_ _van deze gegevens. De bronbeheerder moet de gegevens aan het geluidregister_ _verstrekken binnen 4 weken na bekendmaking van een besluit tot vaststelling van een_ _geluidproductieplafond als omgevingswaarde. Dit staat in artikel 10.42a van het_ _Omgevingsbesluit. Voor de onderhavige casus betekent dit het volgende. Het_ _Tracébesluit voor de verbreding van de A2 is vastgesteld op 9 december 2019 en_ _gepubliceerd op 19 december 2019 gepubliceerd. Dit betekent dus dat_
Pagina 2 van 9
_Rijkswaterstaat binnen 4 weken na publicatie van het genomen besluit de gegevens in_ _de CVGG heeft moeten verwerken._
5. Waarom zijn de eigen afspraken -2/3 betaalbaar, alle woningen levensloopbestendig te aken- niet in het plan geborgd en is de raad daarin ooit meegenomen?
- _Zoals in de anterieure overeenkomst overeengekomen moeten 10 van de 13 door_ _HVG te bouwen woningen onder de landelijk vastgestelde betaalbaarheidsgrens_ _vallen (€420.000 v.o.n. 2026). Dit is in de anterieure overeenkomst opgenomen en_ _daarmee geborgd._
- _Tevens is in de anterieure overeenkomst vastgelegd dat alle woningen over de_ _mogelijkheid moeten beschikken om levensloopbestendig te worden uitgevoerd._
6. Waar is de parkeerberekening volgens de CROW-richtlijn die de eigen planregel voorschrijft en klopt het dat er bij toepassing van de gangbare rekenwijze tot vijf parkeerplekken tekortkomen?
- _De parkeerberekening is opgenomen in paragraaf 2.3 ‘Parkeren’ van de motivering_ _van het TAM-omgevingsplan. Deze berekening is gemaakt op basis van de normen_ _uit de CROW-publicatie. Uit deze berekening volgt dat 36 parkeerplaatsen_ _noodzakelijk zijn. Het plan voorziet in deze aantallen. In voornoemde paragraaf wordt_ _tevens de ligging van deze parkeerplaatsen toegelicht. Overigens is het parkeren bij_ _zienswijze 1 onder punt 6 van de Nota van Zienswijzen nader toegelicht. Opgemerkt_ _dient te worden dat ook uit jurisprudentie volgt dat de normen uit de CROW-publicatie_ _gehanteerd mogen worden voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen._
7. Waarom is de 24-uurseis van het waterschap losgelaten en waarom is de waterberging nergens in de regels geborgd?
- _Naar aanleiding van overleg met het waterschap en aanpassing van het ontwerp zijn_ _zowel het Waterschap als het cluster water en rioleringen van de gemeente akkoord_ _met het ontwerp dat HVG heeft aangeleverd. In de anterieure overeenkomst tussen_ _gemeente en ontwikkelaar is afgesproken: Alle voor dit gebied benodigde plannen ten_ _behoeve van het waterbeheer, rioleringsberekening etc. dienen evenals de civiel- en_ _cultuurtechnische bestekken en tekeningen voor aanvang van de realisatie namens_ _een daartoe bevoegde gemeentemedewerker van het team Beheer Openbare Ruimte_ _te zijn goedgekeurd._
- _De waterberging maakt verder onderdeel uit van het gewijzigde Groenplan. De_ _uitvoering van dit Groenplan is als voorwaardelijke gebruiksverplichting in artikel 15.2_ _van de planregels opgenomen. Ter verduidelijking wordt in deze planregel_ _toegevoegd dat het Groenplan inclusief de waterberging gerealiseerd moet worden._
8. Hoe kan de raad op 24 september a.s. verantwoord besluiten als het soortgericht ecologisch onderzoek pas in oktober gereed is.
- _In de Nota van Zienswijzen en Ambtshalve wijzigingen is bij de beantwoording van_ _zienswijze 1 onder punt 17 het volgende gesteld over het later uitvoeren van het_ _ecologisch onderzoek:_
_‘……_ _Bij het beoordelen van een omgevingsplan is het volledig afronden van_ _ecologisch onderzoek niet altijd nodig. Vaak kan er door het treffen van_ _maatregelen het leefgebied behouden of gecompenseerd worden. Er kan_ _daarom, mede gelet op de conclusies in de quickscan, niet op voorhand_
Pagina 3 van 9
_geconcludeerd worden dat in dit geval de ontwikkeling niet mogelijk is._ _Daarnaast valt de daadwerkelijke beoordeling of een activiteit binnen de_ _regels van de natuurbescherming past, buiten de reikwijdte van dit plan en_ _komt pas aan de orde in een procedure voor een aanvraag voor een_ _omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Zie verder ook de_ _uitspraak van de Rechtbank Gelderland, d.d. 9 mei 2025,_ _ECLI:NL:RBGEL:2025:3574 r.o. 12. Overigens is het uitvoeren van het_ _aanvullend ecologisch onderzoek en het uitvoeren van eventueel daaruit_ _volgende maatregelen gewaarborgd in de regels van het TAM-omgevingsplan_ _in de vorm van een voorwaardelijke verplichting.’_
_De genoemde voorwaardelijke verplichting is opgenomen in artikel 14.3 van de_ _planregels. Hieruit volgt dat de omgevingsvergunning voor onder andere de_ _bouwactiviteiten niet eerder wordt verleend dan wanneer uit ecologisch onderzoek_ _blijkt dat de activiteiten niet leiden tot een overtreding met betrekking tot_ _soortenbescherming én indien noodzakelijk een omgevingsvergunning voor de_ _activiteit flora- en fauna is verleend._
Inspreker 2: Zij maken zich zorgen over de verkeersveiligheid van met name de kwetsbare schoolgaande jeugd op de fiets in relatie met alle ontwikkelingen die gepland zijn in de directe omgeving van de Slagmolen. Zij vragen zich af of zorgvuldig en objectief verkeerskundig onderzoek heeft plaatsgevonden. Er is namelijk geen variantenstudie of een vergelijking opgesteld. Zij roepen op om voor besluitvorming alsnog een objectief verkeerskundige vergelijking uit te laten voeren tussen Sint Janskamp en Maasbrachterweg, zodat aangetoond kan worden dat de gekozen ontsluiting aantoonbaar de meest veilige en toekomstbestendige ontsluiting is.
- _Ten opzichte van de huidige situatie wordt de kruising Slagmolen-Maasbrachterweg_ _aangepast. Het nieuwe plan is intern en extern getoetst._ _Naar aanleiding van een persoonlijk gesprek tussen de wethouder en inspreker 2 is_ _dit advies vervolgens aangevuld met aanvullende verkeersgegevens. Deze gegevens_ _bevestigen het advies van onze eigen verkeersdeskundige en Haskoning om niet aan_ _te sluiten op de Sint Janskamp, maar gebruik te maken van de Maasbrachterweg en_ _de Berkelaarsweg als ontsluitingsweg._ _Volgens het Verkeersmodel Limburg neemt de intensiteit op de Maasbrachterweg_ _door dit plan, maar vooral ook door andere (bouw)plannen in de periode 2020–2040,_ _toe van naar schatting 1.595 naar 1.822 motorvoertuigen per etmaal. Dit betreft een_ _toename van circa 14% over een periode van 20 jaar. Wij achten de_ _Maasbrachterweg geschikt voor deze verkeersintensiteiten._ _De maximale capaciteit voor een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, zoals de_ _Maasbrachterweg, bedraagt (volgens het_ _[CROW)](https://www.google.com/url?sa=i&source=web&rct=j&url=https://kennisbank.crow.nl/public/gastgebruiker/WOBU/Handboek_wegontwerp_buiten_de_bebouwde_kom/Verkeersafwikkeling_erftoegangsweg/116348&ved=2ahUKEwjswqSX3tSWAxUXwAIHHR9MERoQy_kOegoIAggACAAICBAB&opi=89978449&cd&psig=AOvVaw2zkhJ_VcRcAKrHdk4Y64QE&ust=1788604783297000)_ _ongeveer 4.000 tot 6.000_ _motorvoertuigen per etmaal voor beide rijrichtingen samen. De intensiteit op de_ _Maasbrachterweg blijft dan ook (ruim) binnen deze grenzen. De aangegeven_ _verkeersintensiteiten betreffen de intensiteit voor een gemiddelde werkdag en zijn_ _afgeleid van het verkeersmodel, waarbij recente tellingen over meerdere maanden en_ _jaren zijn gehanteerd._ _Aansluiting op de Sint Janskamp is niet gewenst. Dit betreft een ontsluitingsweg 50_ _km/h met door belijning gescheiden rijbanen, zonder verlichting en waarbij fietsen en_ _lopen niet zijn toegestaan. Vooral belangrijk is dat de weg een duidelijke ontsluitende_
Pagina 4 van 9
_functie heeft. Geadviseerd wordt om aan te sluiten nabij de bestaande bebouwing van_ _Echt (30 km/h-zone) ofwel aan de zijde van de Maasbrachterweg._ _Het toevoegen van 16 woningen zal leiden tot een toename van de verkeersintensiteit_ _van circa 100 motorvoertuigen per etmaal. Dit verkeer in combinatie met enkele_ _(landbouw)voertuigen en een viertal bestaande inritten zal nog steeds leiden tot een_ _(zeer) lage verkeersintensiteit op de Slagmolen en op een beperkte toename op de_ _Maasbrachterweg._
Pagina 5 van 9
Onderstaand de reactie/beantwoording op de vragen en opmerkingen uit het Rapport/advies Walraven d.d. 07-09-2026/2026-0009 dat als bijlage aan deze memo is toegevoegd.
Vragen uit het rapport/advies Walraven d.d. 07-09-2026/2026-0009 hoofdstuk 2. milieu Geluid Het geluidsonderzoek is niet aangepast naar aanleiding van de ingediende zienswijze.
- _Het akoestisch onderzoek is beoordeeld door de geluidsspecialist van de MER-_ _omgevingsdienst (OD). Uit het advies volgt dat een geluidsscherm niet noodzakelijk_ _is. Wel moet het gezamenlijke geluid in de planregels van de TAM-omgevingsplan_ _geregeld worden. Dit is gebeurd in artikel 9.3.4 van de planregels._ _In artikel 9.3.4 van de planregels is onder meer geregeld dat bij de aanvraag voor een_ _omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen door middel van een_ _aanvullend geluidonderzoek aangegeven moet worden welke geluidbeperkende_ _maatregelen bij de woningen gerealiseerd moeten worden om te kunnen voldoen aan_ _de waarden van het gezamenlijk geluid zoals opgenomen in de planregels. Wanneer_ _uit het geluidonderzoek volgt dat voldaan kan worden aan de waarden van het_ _gezamenlijk geluid dan is geluid geen belemmering om de gevraagde_ _omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen (ruimtelijke bouwactiviteit) te_ _verlenen._ _Voor het kunnen verlenen van de omgevingsvergunning voor de technische_ _bouwactiviteit moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de waarden die_ _gelden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Deze waarden hebben_ _betrekking op de binnenwaarde in verblijfsruimten en het geluid vanwege_ _bouwwerkinstallaties (bijvoorbeeld warmtepomp). Omdat het kunnen voldoen aan_ _deze waarden afhankelijk is van het materiaalgebruik/type installatie kan dit pas_ _beoordeeld worden wanneer er sprake is van een definitieve ontwerptekening_ .
Water: Waarom is de 24 uur eis van het waterschap losgelaten? En hoe wordt dit geborgd in de planregels
- _Naar aanleiding van overleg met het waterschap en aanpassing van het ontwerp zijn_ _zowel het Waterschap als het cluster water en rioleringen van de gemeente akkoord_ _met het ontwerp dat HVG heeft aangeleverd. In de anterieure overeenkomst tussen_ _gemeente en ontwikkelaar is het volgende afgesproken: Alle voor dit gebied_ _benodigde plannen ten behoeve van het waterbeheer, rioleringsberekening etc._ _dienen evenals de civiel- en cultuurtechnische bestekken en tekeningen voor aanvang_ _van de realisatie namens een daartoe bevoegde gemeentemedewerker van het team_ _Beheer Openbare Ruimte te zijn goedgekeurd._
- _De waterberging maakt verder onderdeel uit van het gewijzigde Groenplan. De_ _uitvoering van dit Groenplan is als voorwaardelijke gebruiksverplichting in artikel 15.2_ _van de planregels opgenomen. Ter verduidelijking wordt in deze planregel_ _toegevoegd dat het Groenplan inclusief de waterberging gerealiseerd moet worden._
Archeologie: Ziet het archeologisch onderzoek wel toe op het aanleggen van de waterberging?
- _Er is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld voor het gehele plangebied. Dit PvE_ _maakt als bijlage 8 van de motivering onderdeel uit van het TAM-omgevingsplan. Uit_ _dit PvE volgt dat het gehele plangebied met proefsleuven wordt onderzocht. Daarmee_ _wordt dus ook de locatie van de waterberging onderzocht._
Pagina 6 van 9
Klimaatadaptatie: De paragraaf over klimaatadaptatie is te kort door de bocht.
- _In artikel 3.5 van de Omgevingsverordening Limburg zijn instructieregels vastgelegd ten_ _aanzien van klimaatadaptatie. Hier is ook bepaald wat onderbouwd dient te worden qua_ _klimaatadaptatie. Omschreven dient te worden hoe omgegaan wordt met de risico’s_ _rondom wateroverlast, overstroming en droogte. Zoals uit het plan blijkt wordt het_ _hemelwater geïnfiltreerd in het plangebied en wordt dus rekening gehouden met de_ _benoemde risico’s. Verder wordt de verstening van het plangebied verzacht door de_ _uitvoering van het groenplan._
Spuitzones: Het locatie specifiek onderzoek is niet aangepast op de punten zoals aangedragen in de zienswijze.
- _Er bestaat geen aanleiding om het onderzoek aan te passen. Allereerst wordt verwezen_ _naar het advies van de ODNML dat als bijlage 5 onderdeel uitmaakt van de Nota van_ _Zienswijzen en Ambtshalve wijzigingen Hoofdstuk 22f ontwerp ‘TAM-omgevingsplan De_ _Molenaer Echt’. Daarnaast is naar aanleiding van het rapport van Walraven Advies van 7_ _september 2026 de MER-OD om een aanvullend advies gevraagd. Hieruit volgt:_
_‘Naar aanleiding van de aanvullende zienswijze en in aanvulling op de overwegingen_ _zoals opgenomen in de nota van zienswijzen, wordt het volgende overwogen._
_Wij onderschrijven het uitgangspunt dat bij de beoordeling van spuitzones moet_ _worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en dat onderzoek_ _voldoende locatiespecifiek dient te zijn, volgens jurisprudentie. Het uitgevoerde_ _onderzoek voldoet hieraan. Daarbij is uitgegaan van een worst-case scenario waarbij_ _rekening is gehouden met spuitactiviteiten die planologisch zijn toegestaan, ook als_ _deze feitelijk niet plaatsvinden._ _Het onderzoek bevat een beoordeling van de concrete situatie ter plaatse. Daarbij zijn_ _onder meer betrokken:_
_• de afstand tussen de agrarisch bestemde gronden en de woonbestemming;_
_• de aanleg van een haag van 3,5 meter hoogte als driftwerende haag;_
_• de planologisch toegestane gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden;_
_• 2 spuitvrije zones van 40 meter;_
_• de geldende gebruiksvoorschriften voor gewasbeschermingsmiddelen;_
_• de heersende windrichting als locatiespecifieke omstandigheid; en_
_• de maximale gebruiks- en bouwmogelijkheden van het plan._ _De aangehaalde wetenschappelijke literatuur is daarbij niet zelfstandig dragend voor_ _de conclusie, maar dient uitsluitend ter onderbouwing van de werking van_ _driftwerende voorzieningen. De bevindingen uit de literatuur zijn vervolgens toegepast_ _op de specifieke omstandigheden van het plangebied._ _De stelling van indiener dat de driftreducerende werking van de voorzieningen_ _onvoldoende zou zijn omdat de haag niet direct langs de agrarische percelen is_ _gesitueerd, leidt niet tot een ander oordeel. Het onderzoek gaat immers niet_ _uitsluitend uit van de aanwezigheid van een haag van 3,5 meter hoog, die hoger is_ _dan de in het onderzoek gehanteerde maximale spuithoogte van 2,5 meter in een_ _worst-case situatie. De conclusie berust op een samenstel van maatregelen en_ _omstandigheden, waaronder de aanwezige afstand tussen de woonbestemming en_ _mogelijke spuitactiviteiten, de haag en de overige regelgeving voor het gebruik van_ _gewasbeschermingsmiddelen._
Pagina 7 van 9
_De stelling dat onvoldoende rekening is gehouden met blootstelling op hogere_ _bouwlagen wordt eveneens niet gevolgd. Daarbij is van belang dat mogelijke_ _driftconcentraties afnemen naarmate de afstand tot de bron groter wordt. Tussen de_ _agrarische gronden met spuitmogelijkheden en de beoogde woonbestemming bevindt_ _zich een afstand van circa 40 meter. Daarnaast zijn driftwerende voorzieningen_ _aanwezig in de vorm van een haag van maximaal 3,5 meter hoog. Deze_ _voorzieningen beperken de verspreiding van drift richting het plangebied. De_ _driftwerende voorzieningen zijn hoger dan de in het onderzoek gehanteerde maximale_ _spuithoogte van 2,5 meter._ _Tevens is de heersende windrichting betrokken bij de beoordeling omdat de meest_ _voorkomende windrichting afkomstig uit het zuidwesten ervoor zorgt dat de drift de_ _woonbestemming niet bereikt._ _Indiener heeft niet met locatiespecifieke gegevens aannemelijk gemaakt dat ter_ _hoogte van de toegestane bouwhoogte sprake zal zijn van een zodanige blootstelling_ _dat geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd._ _Voor zover indiener verwijst naar recente jurisprudentie waaruit volgt dat een_ _beoordeling niet uitsluitend mag steunen op algemene literatuur of generieke_ _modellen, merken wij op dat daarvan in dit geval geen sprake is. Het onderzoek bevat_ _juist een beoordeling van de specifieke omstandigheden van deze locatie en van de_ _ter plaatse aanwezige en voorziene driftwerende voorzieningen._ _Indiener heeft geen objectieve, locatiespecifieke gegevens overlegd waaruit blijkt dat_ _de gehanteerde uitgangspunten onjuist zijn of dat de conclusies van het onderzoek_ _niet kunnen worden gevolgd. De enkele stelling dat een andere inrichting of_ _positionering van een driftwerende voorziening mogelijk een grotere driftreductie zou_ _kunnen opleveren, maakt niet dat het uitgevoerde onderzoek onzorgvuldig of_ _onvolledig is._ _Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding om aan de conclusies van het_ _onderzoek te twijfelen. Op basis van de onderzochte omstandigheden en de getroffen_ _maatregelen is voldoende aannemelijk gemaakt dat ter plaatse van de beoogde_ _woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.’_
Vragen uit het rapport/advies Walraven d.d. 07-09-2026/2026-0009 hoofdstuk 3. stikstofonderbouwing (Natura 2000-activiteiten):
Opmerkingen bij de AERIUS-berekening voor zowel de bouw- als gebruiksfase.
- _De uitgevoerde stikstofberekening is bedoeld om te kunnen onderbouwen of het_ _bouwplan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties._
- _Zoals ook reeds aangegeven in de beantwoording van zienswijze 1 bij nummer 16 volgt_ _uit de jurisprudentie dat het bevoegd gezag in het kader van de uitvoerbaarheidstoets bij_ _een planologisch besluit, zoals het voorliggende, in beginsel mag uitgaan van de juistheid_ _van een door een deskundig bureau opgestelde AERIUS-berekening, tenzij zonder nader_ _onderzoek kan worden vastgesteld dat deze evident onjuist is. Zoals inspreker/Walraven_ _advies terecht opmerkt is de waterberging niet meegenomen in de AERIUS-berekening_ _voor de bouwfase. Zonder nader onderzoek kan dus vastgesteld worden dat de AERIUS-_ _berekening niet volledig is. Om deze reden is in het kader van de uitvoerbaarheidstoets_ _een nieuwe berekening noodzakelijk. Deze is inmiddels uitgevoerd en leidt niet tot een_ _ander resultaat. Gelet op de jurisprudentie bestaat er met de aangepaste AERIUS-_ _berekening geen aanleiding om te stellen dat de stikstofberekening onjuist is._
- _Het gestelde dat in de gebruiksfase rekening had moeten worden gehouden met_ _pelletkachels, open haarden, tuinhaarden en barbecues wordt niet gevolgd. Deze_ _voorzieningen maken geen onderdeel uit van het voorliggende bouwplan en betreffen_
Pagina 8 van 9
_mogelijke toekomstige keuzes van bewoners. Bij de beoordeling van het plan hoeft niet te_ _worden geanticipeerd op dergelijke onzekere toekomstige situaties._
3. Ruimte voor Ruimte woningen voor iedere afzonderlijke Ruimte-voor-Ruimtetitel moet herleidbaar zijn welke gerealiseerde sanering of andere kwaliteitsverbetering daartegenover staat .
- _De bestuurlijke titel ligt vast in het ‘Pact van Brakkenstein’. Dit bestuursakkoord_ _(bestuurlijke afspraak) is getekend door de (toenmalige) ministeries VROM en LNV, de vijf_ _reconstructieprovincies (Limburg, Gelderland, Overijsel, Noord-Brabant en Utrecht) en_ _door de VNG. Met het ‘Pact van Brakkenstein’ heeft het Rijk extra beleidsruimte gegeven_ _voor de bouw van 900 Ruimte voor Ruimte woningen. Voor de bouw van deze woningen_ _zijn in Noord- en Midden-Limburg agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt en_ _(milieu)vergunningen ingetrokken. Dit heeft reeds in 2001 plaatsgevonden. Daardoor is_ _behoudens de milieukwaliteit ook de landschappelijke kwaliteit van Noord- en Midden_ _Limburg beduidend verbeterd (60 hectare stalruimte gesloopt en 550.000 m3 mest en_ _ammoniakrechten uit de markt genomen). Dat is de kwaliteitsprestatie zoals die eerder is_ _geleverd. Daarmee is deze kwaliteitsverbetering voor Noord- en Midden-Limburg_ _controleerbaar._
- _De jurisprudentie waar Walraven Advies naar verwijst is niet relevant voor de onderhavige_ _situatie. De uitspraken die betrekking hebben op Ruimte-voor-Ruimte kavels in Noord-_ _Brabant gaan over verstrekte certificaten die niet voor 100 % een kwaliteitsverbetering_ _vertegenwoordigen. Deels zijn deze certificaten ook uitgegeven om financiële tekorten in_ _het kader van de RvR-regeling, die geen verband houden met de investeringen in de_ _sloop van bedrijfsgebouwen, te kunnen afdekken. Om deze reden heeft de Afdeling_ _bestuursrechtspraak van de Raad van State gesteld dat voor de betreffende Ruimte-voor-_ _Ruimte woningen de concrete kwaliteitsverbetering inzichtelijk gemaakt moet worden. De_ _Ruimte-voor-Ruimte titels in het bouwplan De Molenaer vertegenwoordigen wel een_ _100% kwaliteitsverbetering. Ook de door Walraven Advies aangedragen uitspraak die_ _betrekking heeft op Ruimte-voor-Ruimte kavels in Limburg is niet relevant. Dit betrof een_ _casus waarbij Ruimte-voor-Ruimte woningen binnen de kernengrenzen zijn gerealiseerd._ _Binnen de kern bestaat er geen noodzaak om een kwaliteitsverbetering te leveren. De_ _reeds geleverde kwaliteitsverbetering is vervolgens gebruikt om andere woningen (niet_ _zijnde Ruimte-voor-Ruimte woningen) te realiseren in het buitengebied. Deze situatie is bij_ _De Molenaer niet aan de orde._
Pagina 9 van 9