Etten-Leur, 28 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Aan de leden van de gemeenteraad Etten-Leur Gemeente Etten-Leur Raadhuisplein 4 4873 BH Etten-Leur Postbus 10.100 4870 GA Etten-Leur T : 14 076 E: info@etten-leur.nl I: www.etten-leur.nl
Kenmerk : Contactpersoon : Matthew Ferouge Doorkiesnummer : 076-5024438 Uw brief van : 28 augustus 2026 Onderwerp : x Etten-Leur, 25 september 2026
Beste leden van de gemeenteraad,
Graag bieden wij hierbij de beantwoording aan van de door de fractie van Ons Etten-Leur gestelde vragen over van de raadsinformatiebrief van 26 augustus 2026 en het artikel in BN De Stem over het samenscholingsverbod in het Vogelaarpark.
1. Het samenscholingsverbod is inmiddels gedurende een groot deel van de afgelopen periode van kracht geweest. Hoe beoordeelt het college de noodzaak en proportionaliteit van deze maatregel?
De inzet en verlenging van het samenscholingsverbod vindt uitsluitend plaats na een zorgvuldige beoordeling van de actuele situatie en na afstemming met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarbij wordt telkens beoordeeld of de maatregel noodzakelijk, effectief en proportioneel is in relatie tot de aard en omvang van de overlast.
2. Kan het college inzicht geven in de concrete resultaten van het samenscholingsverbod? Hoeveel incidenten en meldingen waren er vóór, tijdens en na de eerdere periodes waarin het verbod van kracht was?
_[Voor alle informatie over Gemeente Etten-Leur gaat u naar www.etten-leur.nl](http://www.etten-leur.nl/)_ _of bel ons op nummer 14 076._ _U bent, op afspraak, welkom bij Gemeente Etten-Leur in het stadskantoor._
2
Bij de beoordeling van de effecten van het samenscholingsverbod is terughoudendheid geboden. Jeugdoverlast wordt beïnvloed door diverse factoren, zoals weersomstandigheden, schoolvakanties, groepsdynamiek, de aanwezigheid van specifieke jongeren en de inzet van toezicht, handhaving, politie, jongerenwerk en hulpverlening. Daarnaast zijn in dezelfde periode meerdere maatregelen gelijktijdig ingezet. Hierdoor kan een verandering in het aantal meldingen of incidenten niet uitsluitend aan het samenscholingsverbod worden toegeschreven.
Wel ziet het college een consistent patroon in de ontwikkeling van de overlast. Na afloop van een periode waarin een samenscholingsverbod van kracht was, nam het aantal meldingen en signalen van overlast weer toe. Na herinvoering van het verbod werd vervolgens opnieuw een afname waargenomen. De conclusie is daarom dat tijdens de periode van het samenscholingsverbod sprake was van een afname van de overlast en dat na opheffing daarvan weer een toename zichtbaar werd. Hoewel dit geen sluitend causaal bewijs oplevert, ondersteunt het wel het beeld dat het samenscholingsverbod een waardevolle bijdrage levert aan de bredere aanpak van jeugdoverlast.
3. In hoeverre heeft het samenscholingsverbod volgens het college daadwerkelijk geleid tot gedragsverandering bij de jongeren die voor de overlast zorgen?
Het college constateert dat het samenscholingsverbod bij eerdere inzet heeft geleid tot een afname van de overlast en daarmee heeft bijgedragen aan het handhaven van de openbare orde. Het primaire doel van de maatregel is het effectiever kunnen optreden tegen overlastgevend groepsgedrag in het Vogelaarpark. Het college is zich er tegelijkertijd van bewust dat een samenscholingsverbod op zichzelf niet leidt tot duurzame gedragsverandering bij individuele jongeren. Daarom wordt de maatregel altijd ingezet als onderdeel van een bredere aanpak waarin ook extra inzet van Sfeerbeheer en het jongerenwerk en gesprekken met ouders en jongeren een belangrijke rol spelen. Daarnaast wordt ook het CJG en Veilig Thuis betrokken en worden er gesprekken gevoerd achter de voordeur.
4. Deelt het college onze zorg dat het steeds opnieuw instellen van verboden vooral een tijdelijk effect lijkt te hebben, zonder dat daarmee het onderliggende probleem wordt opgelost? (gezien de overlast weer toeneemt als het verbod er niet meer is)
Het college onderkent dat een samenscholingsverbod geen structurele oplossing is voor de oorzaken van jeugdoverlast. Het verbod is bedoeld om acute overlast terug te dringen en de openbare orde te herstellen. Daarom wordt deze maatregel tijdelijk ingezet als onderdeel van een veel bredere aanpak.
5. Welke maatregelen zet het college momenteel in die specifiek gericht zijn op gedragsverandering, het aanspreken van jongeren en het voorkomen van herhaling?
Het college zet diverse maatregelen in die gericht zijn op gedragsverandering en het voorkomen van herhaling. Jongerenwerkers, straatcoaches van Sfeerbeheer, politie en boa’s zijn actief aanwezig in
3
het gebied, spreken jongeren aan op hun gedrag en treden repressief (boetes en HALT-trajecten) op waar nodig. Daarnaast worden huisbezoeken afgelegd aan jongeren en hun ouders om het gesprek aan te gaan over gedrag, grenzen te stellen en afspraken te maken om herhaling te voorkomen. Waar passend worden jongeren verwezen naar een HALT-traject, dat specifiek gericht is op bewustwording van de gevolgen van gedrag en het voorkomen van recidive. Deze maatregelen maken onderdeel uit van de integrale aanpak van de overlastproblematiek.
6. Welke rol spelen jongerenwerk, scholen, ouders, politie, boa's en andere betrokken partijen bij het bereiken van deze jongeren en het veranderen van hun gedrag?
De aanpak van jeugdoverlast vraagt om een gezamenlijke inzet van verschillende partijen. Iedere partner heeft hierin een eigen rol en verantwoordelijkheid.
Jongerenwerkers onderhouden actief contact met jongeren, bouwen aan vertrouwen en begeleiden hen waar nodig naar passende activiteiten, ondersteuning of hulpverlening. Scholen signaleren zorgelijke ontwikkelingen en gaan hierover in gesprek met leerlingen en ouders. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het gedrag van hun kinderen en worden actief betrokken wanneer sprake is van overlastgevend gedrag.
Door de goede samenwerking tussen de betrokken basisscholen en de jongerenregisseur zijn gezamenlijke gesprekken met ouders georganiseerd. Deze gesprekken hebben bijgedragen aan meer bewustwording bij zowel jongeren als hun ouders over de gevolgen van het gedrag in de openbare ruimte. Daarnaast heeft deze samenwerking ertoe geleid dat meerdere jongeren en hun ouders zijn toegeleid naar passende (jeugd)hulpverlening.
De politie en boa’s zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de openbare ruimte. Zij spreken jongeren aan op hun gedrag, treden waar nodig handhavend op en leveren signalen aan voor de integrale aanpak. Daarnaast zijn ook partners zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en maatschappelijk werk Surplus betrokken bij het bieden van passende ondersteuning aan jongeren en gezinnen.
Door deze combinatie van preventie, begeleiding, opvoedondersteuning, toezicht en handhaving wordt gewerkt aan het verminderen van overlast en het realiseren van duurzame gedragsverandering bij jongeren. Jongeren mogen uiteraard hangen, maar niet overlastgevend zijn.
7. Is er met de jongeren die regelmatig in en rond het Vogelaarpark aanwezig zijn daadwerkelijk een structureel dialoog? Zo ja, hoe ziet deze eruit en wat zijn hiervan de resultaten?
Met een deel van de jongeren die regelmatig in en rond het Vogelaarpark aanwezig zijn, wordt door de jongerenwerkers en medewerkers van Sfeerbeheer regelmatig contact onderhouden. Deze gesprekken zijn gericht op het opbouwen van vertrouwen, het bespreekbaar maken van gedrag, het signaleren van eventuele zorgen en het stimuleren van positief gedrag.
4
Het aanspreken van de jeugd vanuit politie en handhaving is van een andere aard en doorgaans beperkter. Hun contactmomenten vinden voornamelijk plaats in het kader van toezicht, aanspreken op gedrag en handhaving wanneer dat nodig is.
Daarnaast wordt, waar mogelijk en passend, ook contact gelegd met ouders. Ouders worden geïnformeerd wanneer hun kind betrokken is bij overlast of andere zorgelijke situaties in de openbare ruimte. Hierdoor zijn diverse jongeren beter in beeld gekomen bij hun ouders en is het mogelijk geworden om gezamenlijk afspraken te maken over gedrag en begeleiding. Deze samenwerking heeft in meerdere gevallen geleid tot meer betrokkenheid van ouders en een beter zicht op het gedrag van hun kind buiten de thuissituatie. Hoewel gedragsverandering vaak een langdurig proces is, draagt deze combinatie van contact met jongeren, ouderbetrokkenheid, begeleiding en waar nodig handhaving bij aan het verminderen van overlast en het bevorderen van gedrag. Daarbij moet worden opgemerkt dat in een deel van de situaties blijkt het lastig om ouders actief te betrekken bij gesprekken of begeleiding. Dit bemoeilijkt het proces tot gedragsverandering van de jongere en het gericht inzetten van (jeugd)hulpverlening.
8. Hoe wordt voorkomen dat jongeren na afloop van een samenscholingsverbod simpelweg terugvallen in hetzelfde gedrag?
Een samenscholingsverbod is een tijdelijke maatregel en biedt op zichzelf geen garantie dat jongeren niet terugvallen in eerder gedrag. Daarom maakt het altijd onderdeel uit van een bredere integrale aanpak, waarin preventieve, repressieve en zorggerichte maatregelen worden gecombineerd.
Met deze aanpak wordt ingezet op gedragsverandering door middel van toezicht en handhaving, gesprekken met jongeren en ouders, jongerenwerk en waar nodig ondersteuning of hulpverlening. Tegelijkertijd is gedragsverandering vaak een proces van lange adem. De oorzaken van overlast zijn divers en verschillen per jongere. Daarom kan geen enkele maatregel of combinatie van maatregelen garanderen dat terugval volledig wordt voorkomen. Wel vergroot de integrale aanpak de kans op duurzame gedragsverandering en het voorkomen van herhaling van overlast.
9. Het (b)lijkt dat jongeren andere plekken op zoeken wanneer er een verbod is. Wat en waar gebeurt dit in Etten-Leur? Krijg het college ook deze signalen? Op welke andere plaatsen is er nu meer overlast na het ingaan van het samenscholingsverbod? En wat wordt daaraan gedaan?
Het college ziet dat jongeren zich tegenwoordig gemakkelijk verplaatsen tussen verschillende locaties binnen de gemeente. Het gebruik van ontmoetingsplekken wisselt regelmatig en wordt beïnvloed door uiteenlopende factoren, zoals de samenstelling van de groep, het weer, activiteiten en de aanwezigheid van toezicht.
Politie, boa's, jongerenwerk en Sfeerbeheer monitoren actief diverse locaties binnen de gemeente. Op basis van de beschikbare informatie kan niet worden vastgesteld dat het samenscholingsverbod in het Vogelaarpark heeft geleid tot een verplaatsing van deze groep jongeren naar andere locaties binnen Etten-Leur met overlast als gevolg. Wel worden jongeren op verschillende plekken in de gemeente gezien, wat past binnen het normale patroon van hoe jongeren gebruikmaken van de openbare ruimte. Het college blijft ontwikkelingen op verschillende locaties monitoren en treedt
5
waar nodig op wanneer sprake is van overlast of verstoring van de openbare orde.
10. Welke structurele maatregelen zijn volgens het college nodig om ervoor te zorgen dat een samenscholingsverbod op termijn niet meer nodig is?
Het college houdt vast aan de huidige maatregelen die momenteel onderdeel uitmaken van de brede jeugdaanpak. Deze combinatie van preventieve en repressieve maatregelen is gericht op het structureel terugdringen van de overlast. Daarnaast zullen er als structurele maatregel ook fysieke aanpassingen worden gedaan aan het park. Middels een raadsinformatiebrief zal uw raad daar nog nader over worden geïnformeerd.
Wanneer over een langere periode sprake is van een duidelijke en stabiele daling van de overlast, wordt in afstemming met de politie en het OM beoordeeld of het samenscholingsverbod kan worden opgeheven. Het uitgangspunt blijft dat het verbod tijdelijk wordt ingezet en wordt afgeschaald zodra de situatie dit toelaat.
12. Is het college bereid om, naast handhaving, sterker in te zetten op preventieve maatregelen en gedragsbeïnvloeding? Zo ja, welke concrete maatregelen worden hiervoor genomen?
Het college zet reeds stevig in op preventieve maatregelen. Binnen de huidige aanpak wordt een breed pakket aan preventieve interventies ingezet. Daarom ziet het college op dit moment geen aanleiding om aanvullende preventieve maatregelen te treffen.
13. Is het college het met Ons eens dat een samenscholingsverbod een middel kan zijn om acute overlast te beheersen, maar geen structurele oplossing vormt voor ongewenst gedrag? Zo ja, welke concrete stappen zet het college om van handhaving op termijn toe te werken naar duurzame gedragsverandering?
Het college onderschrijft dat een samenscholingsverbod een middel is om acute en ernstige overlast beheersbaar te maken, maar geen structurele oplossing vormt voor ongewenst gedrag zoals eerder aangegeven in de beantwoording op vraag 4.
Het uitgangspunt is daarom dat het samenscholingsverbod tijdelijk wordt ingezet en niet langer wordt toegepast dan noodzakelijk. Voor iedere verlenging wordt opnieuw beoordeeld of voortzetting van de maatregel noodzakelijk en proportioneel is. Deze afweging vindt plaats in afstemming met de politie en het Openbaar Ministerie (OM), waarbij de actuele situatie en de ontwikkeling van de overlast worden meegenomen.
Wanneer de situatie daar aanleiding toe geeft en de omstandigheden voldoende zijn verbeterd, worden maatregelen stapsgewijs afgeschaald. Het beëindigen van het samenscholingsverbod is daarbij een belangrijke stap. Het college blijft daarbij inzetten op een integrale jeugdaanpak, waarbij naast handhaving ook wordt ingezet op preventie.
6
Het doel is daarmee niet alleen het beheersen van de overlast op korte termijn, maar ook het creëren van de voorwaarden om uiteindelijk zonder zware handhavingsmaatregelen de openbare orde en leefbaarheid te kunnen waarborgen.
14. Kan het college de raad vóór het einde van het huidige samenscholingsverbod informeren over de resultaten van de maatregel en daarbij inzicht geven in de structurele aanpak die ervoor moet zorgen dat een nieuw verbod niet noodzakelijk wordt.
Zoals in de eerdere beantwoording is aangegeven, maakt het samenscholingsverbod onderdeel uit van de repressieve maatregelen binnen de bredere integrale jeugdaanpak. De maatregel staat daarmee niet op zichzelf. Een stijging of daling van het aantal overlastmeldingen kan dan ook niet direct aan het samenscholingsverbod worden toegeschreven.
Bij de beoordeling van de noodzaak en proportionaliteit van het samenscholingsverbod wordt daarom gekeken naar het bredere beeld van de situatie, waaronder de aard en ernst van de overlast, signalen van politie en partners en de ontwikkeling in de openbare orde en leefbaarheid.
Zoals ook bij eerdere invoeringen van het samenscholingsverbod is gebeurd, zal de gemeenteraad voor het einde van de huidige periode worden geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van deze maatregel. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de bredere aanpak en de maatregelen die worden ingezet om de overlast structureel terug te dringen en het gebruik van repressieve maatregelen op termijn af te bouwen.
Tenslotte Indien u naar aanleiding van deze brief nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met Matthew Ferouge, jongerenregisseur van het team Veiligheid, bereikbaar via telefoonnummer 076-5024438.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders,
N.J. (René) Reijngoudt Gemeentesecretaris
A.P.M.A (Jean-Pierre) Schouw Locoburgemeester