Gorinchem, 16 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Beleidsregels capaciteitsprioritering netcongestie woningbouwprojecten gemeente Gorinchem 2026
Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente Gorinchem;
gezien het voorstel inzake Z/26/813740 D-1044672 ;
gelet op
- artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- artikel 160 lid 1, aanhef en onder d van de Gemeentewet;
- artikelen 7.21 tot en met 7.23 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
- de studie netbewuste nieuwbouw, opgenomen als bijlage bij deze beleidsregels.
overwegende dat,
- in gebieden met netcongestie alle stroomaanvragen sinds 1 juli 2026 op een wachtlijst komen
te staan;
- Gorinchem één gebied kent waar netcongestie geldt;
- Stedin voor het gebied een congestieverklaring heeft afgegeven;
- op basis van de Systeemcode Elektriciteit 2026 gemeenten vervroegde prioriteit kunnen
aanvragen voor woningbouwprojecten vanaf 1 oktober 2026;
- de gemeente als aanvrager van prioriteit en transportcapaciteit gebonden is aan de beginselen
van behoorlijk bestuur, ook bij privaatrechtelijk handelen;
- het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen over de criteria die de gemeente hanteert
voor de nieuwe werkwijze ‘Eerder aanvragen in het proces’ voor meer transparantie en
voorspelbaarheid;
- de gemeente de inspanningsverplichting heeft om de aanvragen in behandeling te nemen en
aan te melden bij de netbeheerder. De beschikbaarheid van transportcapaciteit is afhankelijk
van de netbeheerder;
- schaarste aan energie- en netcapaciteit gevolgen kan hebben voor de realisatie van andere
ruimtelijke ontwikkelingen van maatschappelijk belang;
- het wenselijk is vooraf inzichtelijk te maken op welke wijze het college energie- en
netcapaciteitsaspecten betrekt bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen.
B E S L U I T :
vast te stellen de navolgende ‘Beleidsregels capaciteitsprioritering netcongestie woningbouwprojecten
gemeente Gorinchem 2026.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- Bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel
7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- Civielrechtelijke overeenkomst: een koopovereenkomst, anterieure overeenkomst,
erfpachtovereenkomst of intentieovereenkomst of iedere andere overeenkomst zoals
bedoeld in de toelichting bij Bijlage 3, Tabel 4 van Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit
blijkt dat het Project binnen een bepaalde tijd start ;
- Congestiegebied: een gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft
vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld
in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Indien het Project het
congestiegebied de gemeentegrens overschrijdt, zullen de gemeenten waarin het Project is
gelegen onderling afstemmen wie de Aanvrager zal zijn, waarbij de hoofdregel geldt dat de
gemeente waarbinnen het Project hoofdzakelijk is gelegen de Aanvrager zal zijn;
- Netbeheerder: de regionale netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
Elektriciteitswet 1998 die het distributienet beheert in het congestiegebied;
- Project: de realisatie van een project met een maatschappelijke basisbehoefte, zijnde
woonbehoefte;
- Projectlocatie: de locatie waar het Project zal worden ontwikkeld;
- Projectontwikkelaar : een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die bij
de gemeente het Prioriteringsverzoek heeft neergelegd in verband met de realisatie van
een Project en de gemeente verzoekt een aanvraag te doen voor transportcapaciteit bij de
netbeheerder;
- Prioriteringsverzoek: een verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als
bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- Projectdossier: het geheel van documenten dat de Aanvrager overlegt ter onderbouwing
van zijn aanvraag voor Prioritering en Transportcapaciteit;
- Transportcapaciteit: de capaciteit beschikbaar voor het transport van elektriciteit op het
distributienet;
- Volgordelijst: de door het college vastgestelde rangordelijst van woningbouw- conform
cat. 3 bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente
Prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder binnen één congestiegebied binnen het
grondgebied van de gemeente;
- Woonbehoefte: de bouw en renovatie van woningen, daarbij inbegrepen collectieve
woonvormen, alsmede daaraan gekoppelde collectieve voorzieningen en kleinschalige
onlosmakelijk verbonden activiteiten, een en ander overeenkomstig de definitie op grond
van bijlage 22 bij artikel 7.0a, tabel 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Deze beleidsregels zijn van toepassing op:
a. het aanmelden van projecten waarvoor de gemeente transportcapaciteit kan aanvragen; en
b. het toekennen van een voorkeursvolgorde voor projecten waarvoor prioriteit is aangevraagd.
Artikel 3 Doel
1. Deze beleidsregels hebben tot doel:
- het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van
de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de wettelijke grondslag
vormen voor de opname van Woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van
de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- het waarborgen van een transparante, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van
posities op de volgordelijst;
- het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s voor het college als aanvrager van
transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van
schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en
- het bieden van rechtszekerheid aan aanvragers over de wijze waarop de gemeente haar
bevoegdheid als aanvrager van transportcapaciteit uitoefent.
Artikel 4 Benodigde gegevens transportcapaciteit
1. Een Projectontwikkelaar die voldoet aan de omschrijving Woonbehoefte kan bij de gemeente
plaatsing op de volgordelijst aanvragen voor transportcapaciteit bij de netbeheerder.
2. Door de Projectontwikkelaar worden voor het aanvragen van transportcapaciteit de volgende
gegevens verstrekt via het aanvraagformulier:
a. een omschrijving en de locatie van het project, onder vermelding van het type bouw
(hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het
projectgebied (bij voorkeur als polygoon);
b. het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, middenhuur, koop);
c. de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:
i. het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen,
uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk
verbonden activiteiten;
ii. de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in
netbelasting;
iii. de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en
met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening;
3. Het college levert voor haar eigen projecten voor het aanvragen van transportcapaciteit
dezelfde gegevens aan als bepaald in het tweede lid.
Artikel 5 Benodigde gegevens prioritering
1. Voor het aanvragen van prioritering worden de volgende gegevens door de projectontwikkelaar
verstrekt via het aanvraagformulier:
a. een civielrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar;
b. als niet voldaan kan worden aan het vereiste onder a: een verklaring dat het project
past in het omgevingsplan;
c. als niet voldaan kan worden aan het vereiste onder a of b zijn alternatieve
bewijsstukken toegestaan zoals prestatieafspraken tussen woningcorporaties en
gemeente, een toegekende rijkssubsidie en/of een college- en/of raadsbesluit
inclusief bijlagen;
d. een bestuursverklaring, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10;
e. concrete en onderbouwde datum voor start bouw.
2. Het college levert voor haar eigen projecten voor het aanvragen van prioritering dezelfde
gegevens aan als bepaald in het eerste lid.
Artikel 6 Ontvankelijkheid en aansprakelijkheid
1. De gegevens uit artikel 4 en 5 dienen uiterlijk op 10 september 2026 door het college
ontvangen te zijn.
2. Het college kan na 10 september 2026 een verzoek doen om aanvullende gegevens aan te
leveren als dit nodig is voor een volledige aanvraag. Hiervoor krijgt de projectontwikkelaar tot
20 september 2026 de tijd om de gegevens alsnog aan te leveren.
3. Het college stelt een projectdossier samen op basis van de ontvangen gegevens.
4. De projectontwikkelaar blijft verantwoordelijk voor de juistheid, actualiteit en onderbouwing
van de aangeleverde gegevens.
5. Aanvragen die na 10 september 2026 worden ingediend of aanvullende gegevens die niet voor
20 september worden aangeleverd worden meegenomen in een volgende indienronde en
komen op volgorde van de aanmelding dan achter de eerdere aanvragen op de
prioriteringslijst.
Artikel 7 Beoordelingscriteria en puntentoekenning
Het college stelt een rangorde op voor prioriteringsverzoeken op basis van een puntenstelsel. Het
college beoordeelt elk project aan de hand van de volgende criteria (in totaal zijn maximaal 90 punten
| te verkrijgen): | Col2 | Col3 |
|---|---|---|
| Criteria projectrijpheid | Criteria projectrijpheid | Punten |
| 1. | Complete aanvraag omgevingsvergunning ruimtelijk en technisch bouwen ingediend. | 10 |
| 2. | Onherroepelijke bouwtitel op basis van een in werking getreden omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning fase 1. | 10 |
| 3. | Kostenverhaal verzekerd incl. nadeelcompensatie | 10 |
| 4. | Aannemingsovereenkomst gesloten met start bouw binnen een jaar. | 10 |
| 5. | Gronden zijn eigendom of eigendom verzekerd | 10 |
| Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | 50 |
| Criteria Netbewustheid | Col2 | Punten |
|---|---|---|
| 6. | De grondgebonden woningen een gemiddelde piekbelasting kennen van 10 W/m2 of lager | 10 |
| 7. | De grondgebonden woningen een gemiddelde piekbelasting kennen van 8 W/m2 of lager (aanvullend op 1) | 20 |
| 8. | Gestapelde woningen een gemiddelde piekbelasting kennen van 11 W/m2 of lager | 10 |
| 9. | Gestapelde woningen een gemiddelde piekbelasting kennen van 9 W/m2 of lager (aanvullend op 3) | 20 |
| Indien een project zowel grondgebonden als gestapelde woningen kent wordt een gewogen gemiddelde score toegekend, tot een maximum per project: | Indien een project zowel grondgebonden als gestapelde woningen kent wordt een gewogen gemiddelde score toegekend, tot een maximum per project: | 30 |
| 10. | Aanvullende niet-gebouwgebonden piekreductiemaatregelen worden getroffen waardoor het net minder belast wordt. | 10 |
| Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | 40 |
Voor het bepalen van de netbelasting met W/m [2] wordt toepassing gegeven aan de methodiek uit de
rapportage “Studie Netbewuste Nieuwbouw, gemeente Dordrecht” opgenomen als afzonderlijke bijlage
bij deze beleidsregels. W/m2 staat voor de maximale piekbelasting van een vierkante meter woning op
het net.
Artikel 8 Totaalscore en rangordebepaling
1. Het college maakt een verslag van de beoordeling en rangordebepaling.
2. Het college berekent per project de totaalscore door de punten uit de criteria 1 t/m 10 bij
elkaar op te tellen. Dit zijn maximaal 90 punten.
3. De volgordelijst wordt samengesteld in aflopende volgorde van de totaalscore. Het project met
de hoogste score krijgt de hoogste positie.
4. Het college besluit tot vaststelling van de definitieve volgordelijst en maakt deze openbaar via
de gemeentelijke website en het gemeenteblad.
5. Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het
aantal woningen, de totaalscore en de positie op de lijst.
Artikel 9 Regionale afstemming
De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen
het congestiegebied zodat sprake is van een evenwichtige en evenredige prioritering van projecten.
Artikel 10 Bestuursverklaring
Voor het aanvragen van transportcapaciteit en prioritering stelt het college een bestuursverklaring op
die voldoet aan tabel 4, bijlage 22 behorend bij artikel 7.0a van de Systeemcode Elektriciteit.
Artikel 11 Gelijkwaardige aanvragen
Bij gelijkwaardige aanvragen bepaalt het college de onderlinge volgorde op basis van maatschappelijk
belang op basis van onderstaande criteria. Het project met de meeste punten krijgt voorrang. Indien
dan nog steeds sprake is van projecten met een gelijk puntenaantal dan krijgt het project dat als eerste
kan starten de voorkeur. De datum start bouw moet blijken uit een concrete en onderbouwde datum
voor de start van de bouw van het project.
| Criteria maatschappelijk belang | Col2 | Col3 | Punten |
|---|---|---|---|
| Projecten tot 12 woningen; | Projecten tot 12 woningen; | 30 | |
| 1. | 1. | 1. | 1. |
| 2. | Projecten met 12 woningen of meer: | ||
| a. dragen evenredig bij aan de opgave sociaal en betaalbaar (30% sociaal en⅔ betaalbaar) | a. dragen evenredig bij aan de opgave sociaal en betaalbaar (30% sociaal en⅔ betaalbaar) | 20 | |
| b. draagt meer dan evenredig bij aan de opgave sociaal en betaalbaar (aanvullend op 2a) | b. draagt meer dan evenredig bij aan de opgave sociaal en betaalbaar (aanvullend op 2a) | 10 | |
| 3 | Huisvesting bijzondere doelgroepen als genoemd in de subcategorie collectieve woonvormen van tabel 3 van bijlage 22 van de Netcode elektriciteit. | Huisvesting bijzondere doelgroepen als genoemd in de subcategorie collectieve woonvormen van tabel 3 van bijlage 22 van de Netcode elektriciteit. | 10 |
| 4. | Meerwaarde voor de stad. Het project draagt aantoonbaar bij aan de doelen uit de omgevingsvisie. | Meerwaarde voor de stad. Het project draagt aantoonbaar bij aan de doelen uit de omgevingsvisie. | 20 |
| Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel | 60 |
Artikel 12 Geschillenregeling
1. Een projectontwikkelaar die het niet eens is met:
a. de afwijzing van een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst; of
b. de positie van een project op de volgordelijst,
kan binnen tien werkdagen na bekendmaking daarvan een gemotiveerd geschil voorleggen
aan het college.
2. Het geschil bevat ten minste:
a. de naam en contactgegevens van de indiener;
b. de aanduiding van het project waarop het geschil betrekking heeft;
c. de gronden van het geschil; en
d. de gegevens en bescheiden waarop de indiener zich beroept.
3. Het college beoordeelt het geschil aan de hand van deze beleidsregels en de algemene
beginselen van behoorlijk bestuur die op grond van artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek van
toepassing zijn.
4. Het college kan de indiener en andere betrokkenen in de gelegenheid stellen het geschil
mondeling toe te lichten.
5. Het college neemt binnen twintig werkdagen na ontvangst van het geschil een gemotiveerd
standpunt in en stelt de indiener daarvan schriftelijk in kennis.
6. Als het college aanleiding ziet de volgordelijst te wijzigen, stelt het de gewijzigde volgordelijst
vast en maakt deze bekend overeenkomstig artikel 8.
7. Deze geschillenregeling laat de mogelijkheid onverlet een geschil voor te leggen aan de
bevoegde burgerlijke rechter.
Artikel 13 Kosten
Wanneer door de netbeheerder bij de gemeente kosten in rekening worden gebracht voor het in
behandeling nemen van een aanvraag voor aansluiting of transportcapaciteit, worden deze kosten
doorbelast aan de projectontwikkelaar. Door het indienen van een aanvraag bij het college verklaart de
projectontwikkelaar zich akkoord met deze kostenverplichting.
Artikel 14 Hardheidsclausule
Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden
gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de
met deze beleidsregels te dienen doelen.
Artikel 15 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het elektronisch publicatieblad
van de gemeente.
Artikel 16 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels capaciteitsprioritering netcongestie
woningbouwprojecten gemeente Gorinchem 2026.
Aldus vastgesteld in de vergadering van XXXXXXX.
Het college van Burgemeester en Wethouders
H. Kromkamp R. Melissant-Briene
secretaris burgemeester
Gorinchem, [DATUM].
Aanleiding
Op het volle stroomnet is op steeds meer plekken in Nederland sprake van Netcongestie. Om te komen
tot een goede verdeling van de transportcapaciteit is de Systeemcode Elektriciteit 2026 aangepast. Per
1 januari 2026 gelden andere voorrangsregels voor een elektrische aansluiting op basis van
maatschappelijk belang. Voorheen was dit ‘first come, first served’. Vanuit deze Systeemcode krijgen
gemeenten nu een extra taak om in een vroeg stadium transportcapaciteit te gaan reserveren voor
woningbouwprojecten (maatschappelijk belang). Dit staat in bijlage 3, tabel 4 van de Systeemcode
Elektriciteit 2026.
Beleidsruimte van gemeenten
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Dordrecht invulling aan de wijze waarop zij omgaat met
haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet toegekende bevoegdheid om
prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij
de netbeheerder.
Het doen van deze verzoeken is aan te merken als een privaatrechtelijke handeling als bedoeld in
artikel 160 lid 1 onder d Gemeentewet. De gemeente is bij privaatrechtelijke handelingen gebonden
aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij het aanvragen van schaarse transportcapaciteit
zal de gemeente het gelijkheidsbeginsel moeten naleven. Deze beleidsregels vormen het instrument
om te voldoen aan het gelijkheidsbeginsel en om juridische risico’s te beperken.
Bij het opstellen van de beleidsregels is gebruik gemaakt van de modelbeleidsregels van de VNG d.d.
juli 2026. Na het collegebesluit van de gemeente Dordrecht op 14 juli 2026 zijn de VNG beleidsregels
nog geactualiseerd. Een belangrijk verschil met de oorspronkelijke VNG-beleidsregels is dat de regels
niet uitsluitend zijn gebaseerd op het energierecht en de privaatrechtelijke rol van de gemeente als
aanvrager van transportcapaciteit. Door aansluiting te zoeken bij de Omgevingswet en het Besluit
kwaliteit leefomgeving wordt ook gebruikgemaakt van de publiekrechtelijke beoordelingsruimte die
gemeenten hebben bij ruimtelijke besluiten. Hierdoor ontstaat een bredere en bestendigere juridische
grondslag voor het betrekken van energie- en netcapaciteitsaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Deze verbreding van de juridische grondslag is meegenomen in deze versie van de beleidsregels.
Inspraak
Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De
aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels
met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van
spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden
afgewacht.
Artikel 1 Begripsbepalingen
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt zijn in dit artikel gedefinieerd. Deze hebben
dezelfde betekenis als in de Energiewet en in de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Artikel 2 Toepassingsbereik
De gemeente heeft op basis van de werkafspraak ‘eerder aanvragen’ de bevoegdheid
transportcapaciteit aan te vragen voor woningbouwprojecten en daarbij een voorkeursvolgorde voor
projecten uit te spreken. Het betreft een privaatrechtelijke handeling waarbij het college gehouden is
het gelijkheidsbeginsel toe te passen. Dat geldt voor verschillende situaties. In de eerste plaats moet
ieder project gelijke kansen krijgen om zich aan te melden voor het aanvragen van transportcapaciteit
door de gemeente. Deze beleidsregels stellen daarom regels voor het aanmelden van projecten door
diegene die een of meer nieuwe woningen wil gaan bouwen, verder te noemen projectontwikkelaars.
Niet alle projecten hebben al een projectontwikkelaar of moeten gemeld worden omdat ze al bij de
gemeente bekend zijn. De beleidsregels stellen daar ook regels voor projecten die al wel bekend zijn
bij de gemeente maar niet aangemeld.
Tot slot voorzien de regels in het opstellen van een volgordelijst voor het aanvraag van prioriteit. Per
netcongestiegebied mag het college een voorkeursvolgorde aanvragen. De beleidsregels moeten
voorzien in objectieve, toetsbare en redelijke criteria.
Artikel 3 Doel
In dit artikel zijn de doelen opgenomen die aanleiding zijn geweest beleidsregels te stellen. Een
belangrijk maatschappelijk doel van de gemeente is de bouw van voldoende nieuwe woningen en
andere ruimtelijke ontwikkelingen. Met deze beleidsregels willen wij bevorderen dat binnen de
verwachte schaarse netcapaciteit, zoveel mogelijk van deze woningen en ontwikkelingen doorgang
kunnen vinden. Projecten die op korte termijn kunnen starten en bijdragen aan de
woningbouwbehoefte willen we voorrang geven. Daarbij geldt dat hoe netbewuster nieuwe woningen
gebouwd worden hoe meer ruimte we binnen de beschikbare schaarse netcapaciteit kunnen bieden aan
andere projecten. Deze beleidsregels hebben daarom mede tot doel projecten die netbewust bouwen
prioriteit te geven.
Daarnaast hebben de beleidsregels tot doel om bij het aanvragen en prioriteren van projecten een
openbare, transparante procedure te volgen met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare
criteria.
Artikel 4 en 5 Benodigde gegevens transportcapaciteit en prioritering
Voor het aanvragen van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten een projectdossier
aanleveren bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente vraagt om een project op
de prioriteringslijst te zetten is de noodzakelijke informatie over het project nodig. Daarom is in dit
artikel opgenomen welke gegevens gevraagd worden door de projectontwikkelaar te verstrekken aan
de gemeente via een aanvraagformulier. Dit formulier wordt op aanvraag toegezonden aan de
projectontwikkelaar. Voor haar eigen projecten zal de gemeente dezelfde gegevens opnemen in het
projectdossier.
Artikel 6 Ontvankelijkheid en aansprakelijkheid
De gemeente beoordeelt de binnengekomen gegevens en als er gegevens missen is in dit artikel
bepaald dat er een termijn geldt voor het aanvullen van deze gegevens door de projectontwikkelaar. De
gemeente brengt hierover de projectontwikkelaar op de hoogte.
Artikel 7 Beoordelingscriteria
De beoordelingscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de
volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Zoals hiervoor aangegeven bij het doel
van deze beleidsregels (artikel 3) willen we bevorderen dat projecten die op korte termijn kunnen
starten en netbewust gebouwd worden, voorrang krijgen. Daarvoor zijn in deze beleidsregels twee
criteria van toepassing: projectrijpheid en netbewustheid.
Projectrijpheid
Projecten met een hoge realisatiezekerheid komen hoger op de volgordelijst dan projecten met een
lagere zekerheid. Om de realisatiezekerheid te kunnen bepalen zijn de volgende bewijsstukken
relevant: de aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst,
een verklaring dat het kostenverhaal is verzekerd en een in werking getreden omgevingsplan of de
onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van
zekerheid over de realisatie van het project.
Netbewustheid
Projecten die netbewust gebouwd worden komen hoger op de lijst dan projecten die daar niet aan
voldoen. Om netbewustheid objectief te kunnen toetsen is onderzoek gedaan naar alle lopende
projecten binnen de gemeente (Merosch, studie Netbewust Nieuwbouw gemeente Dordrecht, juli 2026,
afzonderlijke bijlage bij deze beleidsregels). Op basis van deze studie zijn criteria ontwikkeld om op
gebouwniveau projecten te kunnen beoordelen op netbewustheid.
Daarnaast is een beoordelingsregels opgenomen voor aanvullende niet-gebouwgebonden maatregelen.
Daarvoor moet een projectontwikkelaar een berekening indienen. Uit die berekening moet blijken dat
de niet gebouwgebonden piek aantoonbaar wordt gereduceerd. Voorbeeld hiervan kunnen zijn het
toepassen van een (home) energy management system of inzetten van deelmobiliteit om de pieken te
dempen.
Artikel 8 Totaalscore en rangordebepaling
In dit artikel is uitgelegd dat de gemeente verslaglegging doet van het verdelen van de punten ten
aanzien van de beoordelingscriteria. Daarbij geldt dat de totaalscore maximaal 90 punten is en de
volgordelijst wordt samengesteld in aflopende volgorde. Oftewel hoe meer punten, hoe hoger de
positie op de volgordelijst. Wanneer de volgordelijst klaar is maakt de gemeente deze bekend. De lijst
wordt gepubliceerd en openbaar, dus voor eenieder te vinden en te bekijken.
Artikel 9 Regionale afstemming
Dit artikel is opgenomen om concurrentie tussen gemeenten binnen een zelfde congestiegebied te
voorkomen. Met de gemeente binnen het congestiegebied worden afspraken gemaakt dat gemeenten
naar rato en evenredig prioriteit aan vragen.
Artikel 10 Bestuursverklaring
De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de
netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een
prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder
deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag
afwijzen. De eisen voor de bestuursverklaring staat in artikel 7.21, derde en vierde lid van de
Systeemcode Elektriciteit 2026. De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de
bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de
uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de
activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen.
Artikel 11 Gelijktijdige aanvragen
Wanneer aanvragen op dezelfde positie uitkomen zal de rangorde/volgorde worden bepaald op basis
van de maatschappelijk meerwaarde van het project. Projecten die bijdragen aan de opgave voldoende
sociale en betaalbare woningen kunnen extra punten scoren. Voor kleine woningbouwprojecten is, in
lijn met de uitzondering in de provinciale omgevingsverordening, een uitzondering gemaakt voor
projecten tot 12 woningen. Het criterium ‘meerwaarde voor de stad’ wordt beoordeeld door een
kwalitatieve toetsing aan de 7 doelen van de omgevingsvisie.
Indien projecten na beoordeling op maatschappelijke meerwaarden nog steeds gelijk eindigen wordt
de volgorde bepaald aan de hand van de datum van de start van de bouw van het woningbouwproject.
De onderbouwing (planning) wordt aangeleverd door de projectontwikkelaar.
Artikel 12 Geschillenregeling
Deze beleidsregels voorzien in een geschillenregeling en niet in een bezwaarprocedure als bedoeld in
de Algemene wet bestuursrecht. Die sluit aan bij het privaatrechtelijke karakter van de volgordelijst,
kent een niet-fatale reactietermijn en laat de gang naar de burgerlijke rechter onverlet. Het geschil
wordt voorgelegd aan het college, dat op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de
Gemeentewet bevoegd is tot privaatrechtelijke handelingen; de burgemeester vertegenwoordigt de
gemeente in en buiten rechte.
Indien een geschil als uitkomst heeft dat achteraf een aanpassing van de volgordelijst noodzakelijk is,
zal de gemeente een verzoek doen bij de netbeheerder om de al ingediende volgordelijst aan te
passen.
Artikel 13 Kosten
Voor het indienen van een aanvraag voor capaciteit moet de gemeente een aanbetaling doen bij de
netbeheerder. Dit is een financiële verplichting. Ten aanzien van de financiële dekking en het financieel
risico voor de gemeente is deze bepaling opgenomen. Daarmee kunnen eventuele kosten
doorberekend worden naar de projectontwikkelaar. Bij het indienen van hun aanvraag/verzoek aan de
gemeente gaan zij tegelijk een verbinding aan.
Artikel 14 Hardheidsclausule
Dit artikel is opgenomen voor de situatie dat toepassing van deze beleidsregels, gelet op het doel van
de beleidsregel, leidt bij onvoorziene situaties tot een onbillijkheid van overwegende aard. Van de
hardheidsclausule kan alleen gebruik gemaakt wanneer de ruimte voor maatwerk niet op een andere
wijze kan worden bereikt.