Houten, 17 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Gemeente Houten
Onderdoor 25 Postbus 30, 3990 DA Houten Telefoon 030 639 26 11 Fax 030 639 28 99 E-mail: gemeentehuis@houten.nl Internet: www.houten.nl
Aan het raadslid Zwijsen (ITH) i.a.a. de leden van de raad en de commissieleden
Datum Uw kenmerk Uw brief van Ons kenmerk Bijlagen 16 juli 2026 10 juni 2026 1016412 geen
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen n.a.v. Participatie en communicatie rondom initiatieven Odijkseweg 36 en De Slinger 1
Geachte mevrouw Zwijsen,
Op 10 juni 2026 heeft u ons schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 36 van het Reglement van Orde (RvO) over Artikel 36 vragen Participatie en communicatie rondom initiatieven Odijkseweg 36 en De Slinger 1.
Vraag 1: Is het college bekend met de zorgen en onrust onder omwonenden naar aanleiding van de plannen voor Odijkseweg 36 en De Slinger 1?
_Antwoord:_ Ja, het college is bekend met de zorgen van omwonenden bij de Odijkseweg 36 en De Slinger 1.
Vraag 2: Klopt het dat beide initiatieven zich momenteel nog in een ambtelijke fase bevinden en dat er nog geen formeel standpunt van het college is ingenomen?
_Antwoord:_ Nee, dat klopt niet. Voor de Odijkseweg 36 is op 24 februari 2026 een intentieovereenkomst ondertekend. Het initiatief aan De Slinger 1 is, met verschillende programma’s, op 15 juli 2025 en op 3 februari 2026 in het college besproken en in het college is de wenselijkheid van het initiatief bekrachtigd (het initiatief is dan wenselijk om verder uit te werken en om de haalbaarheid te onderzoeken).
Vraag 3: Is het college het met ITH eens dat bij de voorgelegde plannen aan inwoners door de initiatiefnemers voor Odijkseweg 36 en De Slinger 1 sprake was van vergaand uitgewerkte voorstellen, waardoor omwonenden de indruk konden krijgen dat wezenlijke aanpassingen op basis van hun inbreng niet of nauwelijks meer mogelijk zijn? Zo nee, waarom niet?
_Antwoord:_ Bij ruimtelijke initiatieven heeft de initiatiefnemer altijd ideeën over de herontwikkeling van een betreffend perceel of locatie, voordat de participatie start. Vervolgens gaat de initiatiefnemer in
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.
gesprek met de omgeving over deze ideeën. Bij ontwikkeling van een locatie is niet alles mogelijk; de aankoop van de grond en opstallen spelen hierin een rol. De gemeente geeft bij het opstellen van de participatieaanpak aan de initiatiefnemer duidelijk mee om in de gesprekken met de omgeving aan te geven wat de ruimte is van invloed: waarover kan de omgeving meedenken én waarover niet. Dit om de juiste verwachtingen te managen. Daarnaast dient een initiatiefnemer zich altijd te houden aan de Participatievisie en de Leidraad omgevingsinitiatieven & participatie.
Vraag 4: Is het college bereid initiatiefnemers van Odijkseweg 36 en De Slinger 1 actief op te roepen om op korte termijn met omwonenden in gesprek te gaan over hun plannen en de ingebrachte zorgen?
_Antwoord:_ Bij beide initiatieven loopt een participatieproces. Onderdeel daarvan waren ook 1-op-1 gesprekken tussen de initiatiefnemer en direct omwonenden. Bij beide initiatieven zijn de zorgen over het participatieproces bekend en in het vervolgproces wordt hier door zowel de initiatiefnemers in de participatie als door de gemeente in de toetsing en bijsturing aandacht aan besteed.
Vraag 5: Is het college bereid de initiatiefnemers te verzoeken om hier de ‘wit-vel’-benadering toe te passen of een aantal scenario’s met inwoners te bespreken?
_Antwoord:_ Bij beide initiatieven is reeds een standpunt ingenomen door het college over de wenselijkheid van het initiatief om dit verder te onderzoeken op haalbaarheid en verder uit te werken. Bij het participatieproces van beide initiatieven – dat op dit moment nog steeds loopt – heeft de initiatiefnemer duidelijk gecommuniceerd waarover de omgeving kan meedenken én waarover niet. Bij het initiatief aan De Slinger 1 is er juist door de resultaten van de participatie een nieuw plan gemaakt. Bij het initiatief aan de Odijkseweg 36 is de initiatiefnemer nog in gesprek met omwonenden om het plan verder af te stemmen. Beide initiatieven zijn in een dusdanig vergevorderd stadium dat het niet passend is de initiatiefnemers te verzoeken een wit-vel benadering toe te passen.
Vraag 6: Herkent het college het signaal dat omwonenden zich genoodzaakt voelen zich voor te bereiden op bezwaarprocedures omdat zij het gevoel hebben dat hun invloed op de plannen beperkt is geweest? Deelt het college de opvatting dat er nog mogelijkheden zijn om door middel van een open gesprek tussen initiatiefnemers en omwonenden tot meer begrip, draagvlak en mogelijk aanpassing van de plannen te komen, voordat formele procedures worden gestart?
_Antwoord:_ Het participatieproces bij beide initiatieven loopt op dit moment nog. Bij beide initiatieven hebben er directe gesprekken met omwonenden plaatsgevonden waarbij de zorgen van een groep omwonenden gedeeld zijn. Hier wordt in het lopende participatieproces aandacht aan besteed door de initiatiefnemer. Als gemeente houden we het participatieproces goed in de gaten en sturen bij waar nodig.
Vraag 7: Waar wordt naar gekeken bij de ambtelijke toets? Is participatie daar ook een factor en hoe wordt beoordeeld of dat voldoende plaats heeft gevonden?
_Antwoord:_
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden. Pagina 2 van 3
In de eerste ambtelijke toets (de intaketafel) is participatie nog geen (verplicht) onderdeel, omdat een initiatiefnemer niet verplicht is om dan al in gesprek te gaan met de omgeving. Vaak kan het ook passender zijn juist te wachten op de ambtelijke toets, alvorens te gaan participeren. Na de intaketafel (het moment dat de initiatiefnemer te horen krijgt dat een initiatief wenselijk is om verder te onderzoeken) wordt aan een initiatiefnemer gevraagd een participatieplan in te dienen, welke door een communicatieadviseur wordt getoetst aan de Participatievisie en de Leidraad omgevingsinitiatieven & participatie van de gemeente. Aan het einde van de haalbaarheidsfase (de omgevingstafel) wordt door een communicatieadviseur getoetst of de participatie voldoet aan de Participatievisie en de Leidraad omgevingsinitiatieven & participatie. Waar nodig adviseert de gemeente de initiatiefnemer de participatieaanpak te wijzigen gedurende het participatieproces.
Vraag 8: Kan het college toelichten hoe het mogelijk is dat een initiatief al geruime tijd ambtelijk bekend is, terwijl omwonenden pas in een later stadium over de plannen worden geïnformeerd of betrokken en de gemeente geen informatie kan bieden over deze initiatieven?
_Antwoord:_ Het college hanteert op de wenselijkheidsbekrachtiging van ruimtelijke initiatieven geheimhouding, totdat er een getekende intentieovereenkomst ligt. Dit geeft de initiatiefnemer (o.a.) de ruimte om zelf en op gepaste manier met omwonenden in gesprek te gaan. Daarbij hanteert de initiatiefnemer de Participatievisie en Leidraad omgevingsinitiatieven & participatie van de gemeente. Het is aan een initiatiefnemer om in de tussentijd al dan niet naar buiten te treden met het initiatief.
Een afschrift van deze brief wordt aan de leden van de gemeenteraad verzonden.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders de secretaris, de burgemeester,
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden. Pagina 3 van 3