Krimpenerwaard, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
BESTUURLIJKE RAADSVRAAG (art. 56)
Nr: BV26-019
Datum: 30 april 2026
Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard
Onderwerp: Aanvullende raadsvragen jeugdzorg (praktijkgericht)
Toelichting bij en doel van de vragen:
Aanvullend op de eerdere reactie op de raadsvragen BV26-009 over “Toezicht, transparantie en rechtsbescherming binnen de gemeentelijke jeugdzorg” heeft Pro Krimpenerwaard vanuit een cliënt nog een aantal concrete punten ontvangen.
De kernvraag die hieruit naar voren komt is: waar kunnen ouders en kinderen in de praktijk daadwerkelijk terecht met hun klachten, en wat hebben zij daar concreet aan?
Doel van deze aanvullende vragen is om niet alleen het formele systeem in beeld te krijgen, maar juist de werking ervan in de praktijk en de ervaringen van betrokken ouders en jongeren.
Vragen :
1. Kan het college een concreet en volledig overzicht geven van alle instanties (met naam, contactgegevens en bereikbaarheid) waar ouders en jongeren in de regio terecht kunnen met klachten over jeugdzorg of jeugdbescherming?
Antwoord college:
Ouders en jongeren kunnen met klachten over jeugdzorg of jeugdbescherming terecht bij:
- Gemeente Krimpenerwaard voor klachten over het lokale team, gecontracteerde jeugdhulpaanbieders, toegang, wachttijden of bejegening. Informatie staat op de gemeentelijke website [Klacht over de gemeente indienen | Gemeente Krimpenerwaard](https://www.krimpenerwaard.nl/klacht-over-de-gemeente-indienen)
- Jeugdstem voor onafhankelijke ondersteuning bij klachten over jeugdhulp of jeugdbescherming [Jeugdstem is er voor jou: laat je horen](https://jeugdstem.nl/)
- Zorgaanbieders elke aanbieder heeft een eigen wettelijke klachtenregeling.
- Gecertificeerde instellingen (JBW, WSG, Leger des Heils) — voor klachten over OTS of voogdij.
- Meldpunt Zorg van de GRJW voor vermoedens van zorgfraude of onvoldoende kwaliteit; [melden kan via formulier, e-mail of post, ook anoniem Melding zorg | GR JW](https://www.grjw.nl/melding-zorg) [toezicht@grjw.nl](mailto:toezicht@grjw.nl)
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voor ernstige incidenten, structurele problemen of [onveilige zorg Contactformulier Landelijk Meldpunt Zorg | Inspectie Gezondheidszorg en](https://www.igj.nl/onderwerpen/klachten-en-melden/klacht-of-vraag-over-zorg-of-jeugdhulpverlening/contact/contactformulier) [Jeugd](https://www.igj.nl/onderwerpen/klachten-en-melden/klacht-of-vraag-over-zorg-of-jeugdhulpverlening/contact/contactformulier)
- Nationale ombudsman/ Kinderombudsman voor klachten over overheidsinstellingen.
- Onafhankelijke cliëntondersteuning (MEE Midden-Holland, Kern Kracht) ondersteuning bij klachten, bezwaar of gesprekken.
Aanbieders en gecertificeerde instellingen zijn wettelijk verplicht een laagdrempelige, onafhankelijke klachtenregeling te bieden (Jeugdwet art. 4.2.1). Gemeenten dienen te zorgen voor een onafhankelijk vertrouwenspersoon (art. 4.1.9).
2. Hoe wordt actief geborgd dat ouders en jongeren deze meldpunten ook daadwerkelijk kennen en weten te vinden?
Antwoord college:
Ouders en jeugdigen worden geïnformeerd over de onafhankelijke cliëntondersteuning en Jeugdstem/ vertrouwenspersoon via de ontvangstbevestiging na hun aanvraag. Consulenten wijzen hierop bij signalen van onvrede. Zorgaanbieders hebben een wettelijke en contractuele plicht om hun klachtenregeling en vertrouwenspersonen onder de aandacht te brengen. Daarnaast staat op de website van de gemeente hoe een klacht over het lokale team kan worden ingediend.
De verantwoordelijkheid voor bekendmaking is deels wettelijk (klachtenregeling) en deels contractueel (vertrouwenspersoon) belegd bij de zorgaanbieders.
3. Hoeveel meldingen en klachten zijn in de afgelopen 3 jaar gedaan bij:
`o` het regionale meldpunt,
`o` vertrouwenspersonen,
`o` en overige instanties?
En wat is er concreet met deze meldingen gedaan (aantallen, aard en uitkomsten)?
Antwoord college:
De regio onderscheidt klachten over de uitvoering van jeugdhulp en signalen over mogelijke tekortkomingen in kwaliteit of rechtmatigheid. Klachten over ondersteuning worden in eerste instantie afgehandeld via de klachtenregeling van de aanbieder. Het college heeft geen totaaloverzicht, omdat deze registraties niet centraal worden bijgehouden.
Signalen over veiligheid, kwaliteit, deskundigheid, continuïteit of rechtmatigheid kunnen worden gemeld bij de regionale toezichthouder. Bij het regionale meldpunt kwamen binnen voor Wmo en Jeugd:
- 2023: 76 meldingen
- 2024: 98 meldingen
- 2025: 78 meldingen
De toezichthouder beoordeelt deze meldingen en kan besluiten tot nader onderzoek, doorgeleiding naar de IGJ of inzet in contractmanagement. Meldingen bij vertrouwenspersonen worden verantwoord via het jaarverslag van Jeugdstem.
4. In hoeveel gevallen hebben meldingen van ouders daadwerkelijk geleid tot:
`o` aanpassing van hulpverlening,
`o` beëindiging van trajecten,
`o` of correctie van onjuiste dossiervorming?
Antwoord college:
Er wordt niet geregistreerd welke meldingen specifiek van ouders afkomstig zijn, waardoor niet kan worden aangegeven in hoeveel gevallen oudermeldingen hebben geleid tot aanpassing van hulp, beëindiging van trajecten of correcties in dossiers.
Meldingen over mogelijke tekortkomingen kunnen aanleiding geven tot onderzoek door de toezichthouder. In de afgelopen drie jaar hebben deze onderzoeken geleid tot:
- kwaliteitsmaatregelen bij Wmo-aanbieders (2023: 2 keer, 2025: 5 keer),
- beëindiging van contracten (2024: 1 jeugdhulp, 1 Wmo),
- diverse lopende trajecten voor terugvordering van onrechtmatig bestede middelen.
Aanpassingen of beëindigingen op cliëntniveau en correcties in dossiervorming worden niet apart geregistreerd. Bijstellingen in hulpverlening vinden plaats binnen de reguliere evaluaties van de toegang en staan los van meldingen bij toezicht.
5. Hoe wordt de onafhankelijkheid en deskundigheid van vertrouwenspersonen geborgd, en hoe wordt getoetst of zij ouders daadwerkelijk adequaat ondersteunen?
Antwoord college:
De onafhankelijkheid van vertrouwenspersonen is wettelijk geborgd: zij mogen niet in dienst zijn van gemeente, GI, Raad voor de Kinderbescherming of aanbieders (Jeugdwet art. 4.1.7). Jeugdstem is een landelijke, zelfstandige organisatie, waardoor belangenverstrengeling wordt voorkomen. Ouders en jeugdigen kunnen bij twijfel een klacht indienen bij een onafhankelijke klachtencommissie; de IGJ houdt toezicht op kwaliteit en onafhankelijkheid. Deskundigheid wordt geborgd via selectie-eisen, interne opleiding, permanente scholing en een kwaliteitskader. Kwaliteit wordt inzichtelijk via interne controles, toezicht van de IGJ, feedback van ouders en jeugdigen, de interne klachtenregeling en jaarverslagen. Aanbieders zijn wettelijk verplicht het recht op een vertrouwenspersoon te waarborgen (Jeugdwet art. 4.1.9).
6. Is het college bekend met signalen dat ouders en jongeren zich niet geholpen voelen door bestaande instanties? Zo ja, welke concrete verbetermaatregelen zijn hierop genomen?
Antwoord college:
Het komt voor dat ouders en jeugdigen onvrede ervaren over de ontvangen ondersteuning. Bij elke verlengingsaanvraag voert de consulent daarom een kwaliteitscheck uit, waarbij wordt besproken of de eerdere hulp passend was. Als er sprake is van ontevredenheid, wordt samen bekeken wat nodig is om dit te herstellen, zoals een andere aanbieder of een gesprek met de huidige aanbieder.
Bij vermoedens van zorgfraude of onvoldoende kwaliteit kan de gemeente een melding doen bij de GRJW. De contractmanager koppelt terug welke opvolging hieraan is gegeven. Wanneer de GRJW betrokken raakt bij een klacht, wordt vaak een gesprek georganiseerd tussen aanbieder, gemeente en GRJW. Dit leidt doorgaans tot verbeteringen of een aangepast zorgaanbod.
7. Kan het college aangeven in hoeveel gevallen kinderen na verbetering van de thuissituatie daadwerkelijk zijn teruggeplaatst bij ouders? En welke criteria en termijnen hierbij worden gehanteerd?
Antwoord college:
Op dit moment heeft het college geen volledig zicht op het aantal terugplaatsingen. Dit komt doordat er landelijk geen eenduidige definitie bestaat van wat precies als een terugplaatsing wordt geregistreerd. Hierdoor registreren gecertificeerde instellingen (GI’s) dit niet uniform en zijn betrouwbare cijfers momenteel niet beschikbaar. De drie GI’s hebben daarom via Jeugdzorg Nederland verzocht om een landelijke definitie vast te stellen, zodat in de toekomst eenduidige registratie en betrouwbare monitoring mogelijk wordt. Op welke termijn hierover duidelijkheid komt, is nog niet bekend.
Hoewel uniforme registratie ontbreekt, zijn de werkwijze, criteria en afwegingen rondom terugplaatsing wel wettelijk en professioneel geborgd. Jeugdbeschermers werken hierbij volgens wettelijke kaders, het Samenvattend Kwaliteitskader Jeugdbescherming, de Richtlijn Uithuisplaatsing en terugplaatsing en de professionele standaard voor SKJ-geregistreerde professionals. Uitgangspunt is steeds dat wordt toegewerkt naar terugkeer naar huis wanneer dit veilig en verantwoord is, op basis van de ontwikkeling van de thuissituatie, de veiligheid van het kind en een gedragen plan van aanpak. Hiervoor geldt geen vaste termijn; dit is afhankelijk van de individuele situatie.
Landelijke cijfers zijn vooral beschikbaar via onderzoek. Uit onderzoek van de Universiteit Leiden (2025), uitgevoerd in opdracht van het WODC, blijkt dat ongeveer vier op de tien kinderen na een gedwongen uithuisplaatsing terugkeert naar huis.
8. Hoe wordt voorkomen dat financiële prikkels (bijvoorbeeld langdurige plaatsingen) invloed hebben op besluitvorming rondom uithuisplaatsingen?
Antwoord college:
Besluitvorming over (vrijwillige) uithuisplaatsingen en verlengingen vindt plaats in een wettelijk en professioneel kader, waarbij financiële prikkels geen rol (mogen) spelen. De gemeente of de gecertificeerde instelling (GI) stelt de indicatie, (indien nog niet betrokken) voert de GI voert de maatregel uit en de rechter toetst en beslist. Bij vrijwillige plaatsingen is dit in onderling overleg en instemming van de ouder(s)/verzorger(s) en/of jeugdige. In die situaties hoeft de rechtbank niet betrokken te worden, maar is het een besluit die intern en op inhoud wordt afgewogen met meerdere professionals. Door deze scheiding tussen financiering, uitvoering en toetsing wordt voorkomen dat financiële belangen invloed hebben op besluiten. Daarnaast worden plaatsingen periodiek geëvalueerd en wordt steeds beoordeeld of (gedeeltelijke) terugplaatsing mogelijk is. Contractmanagement (GRJW) houdt regionaal toezicht en gaat indien nodig het gesprek aan.
9. Is het college bereid om onafhankelijk te laten onderzoeken hoe ouders en jongeren de toegankelijkheid, effectiviteit en rechtvaardigheid van het klachten- en toezichtsysteem in de praktijk ervaren?
Antwoord college:
Het college ziet op dit moment geen aanleiding voor een onafhankelijk onderzoek.
Ondertekening college:
Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip ir. J. Beenakker