Laarbeek, 8 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
datum: 14 juli 2026 zaaknummer: 24716-2026 kenmerk: 24716-2026:517078
onderwerp: Beantwoording vragen fractie PNL
Beste fractie PNL,
bijlage(n):
Op 28 juni 2026 stelde u schriftelijke vragen over lokale borging en prioriteit
Huisvestingsverordening Laarbeek. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.
Achtergrond
Per 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Deze wet
verplicht gemeenten om uiterlijk vóór 1 juli 2027 een Volkshuisvestingsprogramma vast te
stellen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht een urgentieregeling vast te stellen. Deze wordt
opgenomen in een huisvestingsverordening, die daarmee uiterlijk vóór 1 januari 2028 moet zijn
vastgesteld.
Het Volkshuisvestingsprogramma is een programma volgens de Omgevingswet. Het programma
is een verdere uitwerking van de Omgevingsvisie waarin ook bestaand beleid in wordt verwerkt.
Hierin worden de keuzes gemaakt welke maatregelen worden genomen en welke instrumenten
worden ingezet om de doelen uit de Omgevingsvisie te halen. Vaststelling van een programma
is een collegebevoegdheid. Een van deze instrumenten is de Huisvestingsverordening. Die
maakt een vertaling van de gemaakte keuzes naar juridische regels die bindend zijn voor
inwoners, bedrijven en organisaties. Vaststelling van een Huisvestingsverordening is een
raadsbevoegdheid.
De Huisvestingsverordening sluit aan op de analyses en beleidskeuzes die in het
Volkshuisvestingsprogramma zijn vastgelegd. Daarom worden deze producten in samenhang
opgepakt en opgesteld.
Reactie op uw vragen
Hieronder geven wij u per vraag die u gesteld heeft een reactie:
Vraag 1:
De voorbereiding van een nieuwe Huisvestingsverordening en de daarbij behorende objectieve
data-onderbouwing van schaarste vraagt om gerichte inzet. Wordt dit dossier momenteel al
proactief opgepakt en wat is de exacte planning hiervan, mede in relatie tot het op te stellen
volkshuisvestelijk programma en de uiteindelijke verordening? Hoe zorgt het college ervoor dat
stagnatie of vertraging hierin wordt voorkomen?
Antwoord vraag 1:
Ja, de ontwikkelingen rondom de nieuwe Huisvestingswet en de Wet versterking regie
volkshuisvesting worden actief gevolgd. De voorbereiding en het ontwerp van het
volkshuisvestingsprogramma wordt lokaal opgepakt en loopt parallel aan de aanpak van de MRE
en provincie. Wat betreft de huisvestingsverordening met daarin het verplichte onderdeel
urgentieregeling; deze zal in grote mate regionaal worden uitgewerkt. Hierbij maken we ook
gebruik van de VNG-modelhuisvestingsverordening. Door dit gezamenlijk op te pakken kunnen
we zorgen voor vergelijkbare regels om op die manier een waterbedeffect te voorkomen.
De huisvestingsverordening zal naar verwachting in de loop van 2027 aan u worden voorgelegd
voor besluitvorming. Zodra er meer duidelijkheid is over de exacte planning zal dit worden
opgenomen in de raadsplanning.
In regionale overleggen wordt, bestuurlijk en ambtelijk, de voortgang gewaarborgd.
Vraag 2:
De snelheid van dit proces hangt mede af van de afstemming binnen de Metropoolregio
Eindhoven (MRE). Welke concrete stappen zet het college om ervoor te zorgen dat de specifieke
behoefte aan lokale binding in de Laarbeekse dorpskernen binnen de regionale afspraken
(Wooniezie) wordt erkend, en dat dit proces niet vertraagt door de dynamiek van de grotere
steden in de regio?
Antwoord vraag 2:
De wet versterking regie volkshuisvesting schrijft voor dat gemeenten regionaal moeten
afstemmen. Deze regionale samenwerking is daarmee een wettelijk onderdeel van het proces.
In de regionale samenwerking wordt voldoende ruimte geboden voor lokaal maatwerk en wordt
de voortgang gewaarborgd. Het belang van leefbare dorpskernen en de positie van eigen
inwoners wordt actief onder de aandacht gebracht en het college ziet erop toe dat de belangen
van Laarbeek worden meegenomen in de regio.
Vraag 3:
Indien de regionale afstemming binnen de MRE of de Wooniezie afspraken tot onverhoopte
vertraging leidt, is het college bereid om tussentijdse of alternatieve maatregelen te verkennen
binnen de huidige instrumenten om de grip op de lokale woningtoewijzing op korte termijn te
vergroten?
Antwoord vraag 3:
Het college blijft de voortgang van de regionale afstemming actief volgen. Indien daar
aanleiding toe is, wordt bekeken welke mogelijkheden de geldende wet -en regelgeving biedt
om de grip op de woningtoewijzing te vergroten.
We maken al gebruik van diverse instrumenten om te sturen op de woningmarkt. Voorbeelden
hiervan zijn de doelgroepenverordening, zelfbewoningsplicht, het reguleren van voorrang voor
eigen inwoners in de anterieure overeenkomst, de nieuwe mogelijkheden rondom mantelwonen
en de vernieuwde starterslening.
We maken steeds afwegingen wat we in regionaal verband oppakken en wat we lokaal doen.
Hierbij kijken we in eerste instantie vanuit de inhoud en wetgeving, maar houden we natuurlijk
ook rekening met de beschikbare ambtelijke capaciteit zodat we deze zo optimaal mogelijk
inzetten.
Vraag 4:
Biedt de voorgenomen data-onderbouwing van de verordening voldoende ruimte om niet alleen
op lokale binding te sturen, maar ook specifiek binnen de sociale huursector prioriteit te geven
aan de doorstroming van Laarbeekse senioren en het behouden van jonge starters in hun eigen
kern, zoals beschreven staat in het bestuursakkoord 2026-2030?
Antwoord vraag 4:
Het college onderschrijft de ambitie uit het bestuursakkoord om de kansen voor starters en
senioren te verbeteren. Naast de inzet via de Huisvestingsverordening sturen we in de
woningbouwprogrammering op de realisatie van woningen die aansluiten bij de behoefte van
onze eigen inwoners. Bij de voorbereiding van de Huisvestingsverordening wordt, binnen de
wettelijke kaders, onderzocht welke mogelijkheden er zijn om invulling te geven aan lokale
binding en andere vormen van voorrang. Echter moet daarbij wel objectief onderbouwd worden
dat er sprake is van schaarste op de woningmarkt. Dit is een wettelijk vereiste.
Ook hierbij geld dat de gemeente al verschillende instrumenten inzet om zowel starters als
senioren te ondersteunen, zoals de Doelgroepenverordening.
Het college van burgemeester en wethouders,
gemeentesecretaris burgemeester
J.W.M. van de Ven
L.A.G.P. van der Aa