Land van Cuijk, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Indieners: Marianne Akkermans (FVD)
RIS 2026-V-71 1 Schriftelijke vragen
Onderwerp : Crisis in de doofpot van Berenschot en het Evaluatierapport waterschap Aa en Maas Indiener(s) : Marianne Akkermans (FVD) Datum : 9 juli 2026 Portefeuillehouder : Burgemeester Marieke Moorman Nummer vragen : RIS 2026-V-71
Inleiding Tijdens de langdurige stroomuitval bij de rioolwaterzuivering in Haps vervulde de gemeente Land van Cuijk een wezenlijke rol binnen de crisisorganisatie vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheden op het gebied van openbare orde, openbare veiligheid, crisiscommunicatie en nazorg. Uit de bijlage 'Betrokkenen evaluatie' van de openbare netwerkrapportage van Berenschot blijkt bovendien dat de bestuurlijke en ambtelijke top van de gemeente, specifiek de burgemeester, de gemeentelijke communicatiestrateeg en de beleidsadviseur Integrale Veiligheid, formeel als gesprekspartners zijn gehoord in het kader van dit onderzoek. Daarmee heeft adviesbureau Berenschot direct gebruikgemaakt van de informatie en ervaringen van de hoogste gemeentelijke vertegenwoordigers bij deze crisis.
Tegen deze achtergrond acht de fractie van FVD Land van Cuijk het opmerkelijk dat het college er genoegen mee neemt dat de integrale, ongecensureerde conclusies van dit evaluatieonderzoek uitsluitend voor 'eigen gebruik' van het waterschap zijn bestemd en niet gedeeld worden. Daarmee wordt de gemeente Land van Cuijk, ondanks haar substantiële rol in de crisisbeheersing en haar actieve bijdrage aan dit specifieke onderzoek, feitelijk uitgesloten van kennisneming van de volledige analyse en de daaruit voortvloeiende leerpunten voor de eigen organisatie.
Daarom stellen wij als FVD de volgende vragen.
Vraag 1 Wij vragen ons af hoe het college onder deze omstandigheden invulling denkt te geven aan haar verantwoordelijkheid voor de evaluatie van de gemeentelijke crisisorganisatie, de verbetering van de gemeentelijke crisisvoorbereiding en de volledige informatievoorziening aan de gemeenteraad. Hoe rechtvaardigt het college haar passieve houding om zich bij één enkele weigering van het waterschap neer te leggen, wetende dat het functioneren van de eigen gemeentelijke functionarissen (waaronder de burgemeester en de crisiscommunicatie) mede onderwerp van ditzelfde onderzoek was?
RIS 2026-V-71 2 Vraag 2 Welke bestuurlijke, juridische en inhoudelijke overwegingen hebben ertoe geleid dat het college heeft besloten geen verdere stappen te ondernemen nadat het verzoek om het volledige Berenschot-rapport was afgewezen?
Vraag 3 Heeft het college onderzocht of alternatieve vormen van informatieverstrekking mogelijk waren, zoals vertrouwelijke inzage, een geanonimiseerde versie of het delen van specifieke onderdelen van het rapport? Zo ja, wat was daarvan de uitkomst?
Vraag 4 Welke informatie acht het college noodzakelijk om de eigen rol tijdens deze crisis zorgvuldig te kunnen evalueren?
Vraag 5 Erkent het college dat zij, door het niet verder opeisen van dit rapport, haar eigen verantwoordelijkheid om maximaal te leren van deze crisis verzaakt, en tevens de gemeenteraad de mogelijkheid ontneemt om haar democratische controletaak volledig en op basis van álle feiten uit te voeren?
Vraag 6 Is het college bereid om de weigering van het waterschap alsnog naast zich neer te leggen en, zich beroepend op haar actieve status als formele gesprekspartner en ketenpartner in de crisis, dit rapport op het hoogste bestuurlijke niveau (of via een onafhankelijke interbestuurlijke route) alsnog op te eisen om transparantie richting raad en onze inwoners te garanderen?