Land van Cuijk, 16 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Indieners: Suzanne Heezen (PRO)
RIS 2026-V-77 1 Schriftelijke vragen
Onderwerp : Geiten op 500 meter - Landelijke afstandsnormen geitenhouderijen Indiener(s) : Suzanne Heezen (PRO) Datum : 16 juli 2026 Portefeuillehouder : Wethouder Bouke van Vught Nummer vragen : RIS 2026-V-77
Inleiding Eind 2025 stelde onze fractie schriftelijke vragen “Longziektes groot risico voor gezondheid in buitengebied”. Deze vragen zijn beantwoord op 14 januari 2026 middels een raadsinformatiebrief, RIS 2026-RIB-4 (n.a.v. RIS 2025-V-115).
Het kabinet heeft vrijdag 10 juli aangekondigd dat nieuwe geitenhouderijen straks minimaal 500 meter verwijderd moeten blijven van woonkernen, scholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen. Ook mogen binnen die afstand geen nieuwe woningen meer worden gebouwd.
Binnen 500 meter van een geitenhouderij wonen, betekent een verhoogd risico lopen op een longontsteking, blijkt uit jarenlang onderzoek. Het kabinet kiest daarom voor landelijk beleid: een afstand van 500 meter tussen geitenhouderijen en zogenoemde gevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en zorginstellingen.
In navolging van de betreffende raadsinformatiebrief en de nieuwe landelijke regelgeving, hebben wij de volgende vragen.
Vraag 1 a. Is het college van plan om voor te sorteren op deze nieuwe wetgeving? b. Gaat onze gemeente een voortrekkersrol aannemen, gezien het feit dat wij een van de zes gemeenten zijn in Nederland met het grootste aantal geiten?
Vraag 2 Wat voor gevolgen hebben deze nieuwe wetten voor de zes huidige vergunde geitenhouderijen in Land van Cuijk?
Vraag 3 Wat voor gevolgen heeft deze nieuwe regelgeving voor bestaande woningbouw, lopende en toekomstige projecten?
Vraag 4 Destijds gaf het college aan op basis van deze nieuwe informatie van de Gezondheidsraad nader te beoordelen of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen nodig zijn in het licht van een goede gezondheid. Wat heeft deze beoordeling
RIS 2026-V-77 2 opgeleverd en welke maatregelen gaat het college eventueel nemen naar aanleiding van de uitkomsten?
Vraag 5 Bij de BOPA in Sint Hubert, bleek dat er een veehouderij is geregistreerd in het Kernregistratie Dierverblijven (KRD) als Vleesvarkensbedrijf. Als bestemming heeft deze locatie de aanduiding agrarisch met Intensieve Veehouderij en Specifieke vorm van agrarisch – veehouderij (vastgesteld in het Bestemmingsplan ’Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018). Op dit adres zouden maximaal 1400 geiten gehouden mogen worden. a. Zijn er meer plekken binnen deze gemeente waar sprake is van een dergelijke eerder vergunde/bestemde situatie waar mogelijk geiten gehouden mogen worden? Los van de bestaande 6 geitenhouderijen? b. Zo ja, hoe zijn deze in beeld en hoe worden deze locaties gemonitord? c. Kan dit gevolgen hebben voor de plannen voor woningbouw? d. Is het college bevoegd en zo ja voornemens lege vergunningen in te trekken?
Vraag 6 Eerder gaf het college aan geen cijfers tot haar beschikking te hebben over hoe vaak longziektes als aspergillose en longontstekingen voorkomen in de gemeente Land van Cuijk, omdat het geen meldingsplichtige ziektes betreft. Ziet het college hier nu urgentie in om dit wel samen met de GGD op te pakken en gericht data te verzamelen? Dit om meer preventief te kunnen werken i.p.v. reactief, en het proces voor compensatie voor mensen met longziektes toegankelijker te maken.
Vraag 7 Is het college het met PRO eens dat we niet moeten wachten op de uitvoering van de landelijke wetgeving rondom geitenhouderijen, aangezien we verantwoordelijk zijn voor de gezondheid van onze inwoners?