Landgraaf, 27 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Schriftelijke vragen ex artikel 37 van het Reglement van Orde SP Landgraaf – inzake woonwagenstandplaatsen, de huisvestingssituatie van woonwagenbewoners en de Wet versterking regie volkshuisvesting Aan het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf Landgraaf, 25 juli 2026 Geacht college, De SP-fractie heeft kennisgenomen van het artikel in De Limburger met de titel ‘Woonwagenbewoners worden al decennia vergeten en genegeerd: “We zijn nergens welkom, dat doet gewoon pijn”’. In het artikel wordt onder meer aandacht besteed aan de situatie van de familie Cörvers uit Waubach. Daarbij wordt de situatie beschreven van Tysean Cörvers, die in 2023 een standplaats naast haar ouders toegewezen heeft gekregen, maar daar tot op heden niet daadwerkelijk kan wonen. Volgens het artikel gaat het om een kale standplaats die door de gemeente wordt verhuurd. De gemeente heeft geen woonwagen bij de standplaats beschikbaar gesteld. Tysean heeft daardoor geen mogelijkheid om de standplaats daadwerkelijk als woning te gebruiken. Tegelijkertijd heeft zij volgens het artikel inmiddels ruim € 10.000 aan huur betaald. De gemeente Landgraaf heeft tegenover De Limburger aangegeven dat de standplaats niet te koop is en dat actief naar een oplossing is gezocht. Daarbij is volgens de gemeente onder meer gekeken naar een erfpachtconstructie. Volgens Tysean heeft zij daarvan afgezien omdat deze constructie haar onvoldoende zekerheid over het behoud van haar standplaats bood. Voor de SP-fractie roept deze situatie belangrijke vragen op over de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het beschikbaar stellen van een standplaats is naar onze mening niet voldoende wanneer een inwoner vervolgens door de wijze waarop de standplaats wordt aangeboden, feitelijk niet in staat is om daar zelfstandig te wonen. Voor de SP-fractie is passende en betaalbare huisvesting een basisvoorwaarde om zelfstandig en volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Daarbij moet de gemeente
woonwagenbewoners gelijkwaardig behandelen en rekening houden met hun specifieke woonbehoefte, woonwagencultuur en familieverbanden. De SP-fractie vindt dat woonwagenbewoners daadwerkelijk in staat moeten worden gesteld om op een passende en betaalbare wijze te wonen en hun woonwagencultuur voort te zetten. Dit vraagt niet alleen om voldoende standplaatsen, maar ook om beleid dat voorkomt dat toegewezen standplaatsen in de praktijk niet kunnen worden gebruikt. Daarnaast is per 1 juli 2026 de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Gemeenten moeten uiterlijk 1 juli 2027 een volkshuisvestingsprogramma hebben vastgesteld. In dit programma wordt vastgelegd hoeveel, waar en voor welke doelgroepen wordt gebouwd en welke huisvestingsopgave de gemeente heeft. Woonwagenbewoners behoren daarbij tot de aandachtsgroepen waarvoor de huisvestingsopgave in beeld moet worden gebracht. Het Coalitieconvenant 2026–2030 van GBBL, CDA en VVD benoemt wonen als één van de grootste opgaven van deze bestuursperiode. De coalitie spreekt de ambitie uit om circa 1.000 woningen netto aan de woningvoorraad van Landgraaf toe te voegen. Daarnaast wil de coalitie de mogelijkheden van de Wet versterking regie volkshuisvesting actief benutten en wordt de invoering van een huisvestingsverordening onderzocht. De SP-fractie ziet hierin aanleiding om het college te vragen naar de huidige situatie in Landgraaf, de daadwerkelijke behoefte aan woonwagenstandplaatsen en de concrete maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat woonwagenbewoners daadwerkelijk toegang krijgen tot passende en betaalbare huisvesting. Standplaats Tysean Cörvers 1. Kan het college bevestigen dat Tysean Cörvers in 2023 een standplaats in Waubach, naast haar ouders, toegewezen heeft gekregen? 2. Kan het college bevestigen dat deze standplaats uitsluitend als kale standplaats wordt verhuurd en dat de gemeente daarbij geen woonwagen beschikbaar heeft gesteld? 3. Kan het college toelichten waarom ervoor is gekozen om de standplaats uitsluitend als kale standplaats aan te bieden, terwijl dit voor betrokkene een belangrijke praktische belemmering vormt om er daadwerkelijk te wonen? 4. Kan het college bevestigen dat Tysean Cörvers inmiddels ruim € 10.000 aan huur heeft betaald voor een standplaats waarop zij, circa drie jaar na het sluiten van het contract, nog steeds niet daadwerkelijk woont? 5. Vindt het college het wenselijk dat een inwoner gedurende meerdere jaren huur betaalt voor een standplaats waarop zij feitelijk niet zelfstandig kan wonen? Zo ja, kan het college dit toelichten? Zo nee, welke concrete oplossing gaat het college bieden? 6. Welke concrete oplossingen heeft het college sinds 2023 onderzocht om ervoor te zorgen dat Tysean Cörvers daadwerkelijk gebruik kan maken van haar toegewezen standplaats? 7. Kan het college aangeven waarom de eerder onderzochte erfpachtconstructie volgens de gemeente geen oplossing is geworden en welke voorwaarden hieraan waren verbonden? 8. Is het college bereid om opnieuw met Tysean Cörvers in gesprek te gaan en samen met haar te zoeken naar een oplossing die haar voldoende zekerheid biedt om daadwerkelijk zelfstandig op de standplaats te kunnen wonen? Zo nee, waarom niet? Werkelijke behoefte aan woonwagenstandplaatsen in Landgraaf 9. Beschikt de gemeente Landgraaf over een actuele inventarisatie van de behoefte aan woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente? 10. Hoeveel personen en huishoudens hebben momenteel in Landgraaf behoefte aan een woonwagenstandplaats? 11. Hanteert de gemeente Landgraaf een actuele wachtlijst voor woonwagenstandplaatsen? Zo ja, hoeveel personen staan momenteel op deze wachtlijst en hoe lang wachten zij gemiddeld? 12. Zo nee, waarom beschikt Landgraaf niet over een actuele wachtlijst en op welke wijze brengt het college dan de daadwerkelijke behoefte aan woonwagenstandplaatsen in beeld? 13. Hoeveel woonwagenstandplaatsen zijn er momenteel in de gemeente Landgraaf en hoeveel daarvan worden daadwerkelijk bewoond? 14. Hoeveel nieuwe woonwagenstandplaatsen heeft Landgraaf de afgelopen tien jaar gerealiseerd en hoeveel nieuwe standplaatsen zijn volgens het college de komende jaren noodzakelijk om aan de actuele behoefte te voldoen? 15. Is het college bereid om de actuele behoefte aan woonwagenstandplaatsen opnieuw en onafhankelijk in kaart te laten brengen, waarbij niet alleen wordt gekeken naar bestaande wachtlijsten, maar ook naar de latente behoefte van woonwagenbewoners die momenteel niet op een wachtlijst staan? Gemeentelijk woonwagenbeleid 16. Deelt het college de opvatting van de SP-fractie dat het gemeentelijke woonwagenbeleid niet uitsluitend moet gaan over het beschikbaar stellen van een standplaats, maar ook over de vraag of woonwagenbewoners die een standplaats toegewezen krijgen deze daadwerkelijk kunnen gebruiken om zelfstandig te wonen? 17. Hoe zorgt het college ervoor dat woonwagenbewoners bij de toegang tot huisvesting gelijkwaardig worden behandeld en dat bij het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid daadwerkelijk rekening wordt gehouden met hun woonwagencultuur, familieverbanden en woonbehoefte? 18. Is het college bereid om samen met woningcorporaties en andere relevante partijen te onderzoeken of er meer mogelijkheden zijn voor betaalbare huurwoonwagens, zodat inwoners die wel een standplaats hebben maar niet over voldoende financiële middelen beschikken om zelf een woonwagen aan te schaffen, daadwerkelijk op hun standplaats kunnen wonen? Zo nee, waarom niet? Wet versterking regie volkshuisvesting en 2027 19. Het Coalitieconvenant 2026–2030 stelt dat de gemeente de mogelijkheden van de Wet versterking regie volkshuisvesting actief wil benutten. Welke concrete mogelijkheden ziet het college hierin voor het woonwagen- en standplaatsenbeleid van Landgraaf en welke maatregelen gaat het college hiervoor nemen? 20. Is het college bereid om uiterlijk bij de vaststelling van het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma in 2027 de gemeenteraad een concreet plan voor te leggen waarin in ieder geval wordt aangegeven: • hoeveel woonwagenstandplaatsen in Landgraaf noodzakelijk zijn; • hoeveel standplaatsen momenteel beschikbaar zijn; • hoeveel personen en huishoudens op een standplaats wachten; • hoeveel nieuwe standplaatsen de gemeente de komende jaren wil realiseren; • op welke locaties deze kunnen worden gerealiseerd; • op welke wijze woonwagenstandplaatsen en woonwagens worden meegenomen binnen de in het Coalitieconvenant 2026–2030 genoemde ambitie om circa 1.000 woningen netto aan de woningvoorraad van Landgraaf toe te voegen; • hoe wordt voorkomen dat toegewezen standplaatsen door financierings- of woonwagenproblemen feitelijk onbruikbaar blijven; • en welke rol de gemeente, woningcorporaties en andere relevante partijen daarbij krijgen? 21. Deelt het college de opvatting van de SP-fractie dat een standplaats pas daadwerkelijk een oplossing voor de huisvestingsproblematiek is wanneer een inwoner daar ook daadwerkelijk, zelfstandig en betaalbaar kan wonen? Zo nee, waarom niet? Huisvestingsverordening 22. Het Coalitieconvenant 2026–2030 vermeldt dat de gemeente de invoering van een huisvestingsverordening onderzoekt. Worden woonwagenstandplaatsen en de toewijzing daarvan daarbij expliciet meegenomen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? 23. Wanneer verwacht het college de gemeenteraad te informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de huisvestingsverordening en de wijze waarop woonwagenstandplaatsen daarin worden meegenomen? 24. Is het college bereid om de gemeenteraad vóór de vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma actief te informeren over de voortgang van het woonwagen- en standplaatsenbeleid, inclusief de actuele behoefte, de wachtlijst, de geplande uitbreiding en de wijze waarop de gemeente de wettelijke verplichtingen voor woonwagenbewoners gaat uitvoeren? De SP-fractie verzoekt het college deze vragen overeenkomstig artikel 37 van het Reglement van Orde binnen de daarvoor geldende termijn van 30 dagen schriftelijk te beantwoorden. Met vriendelijke groet, SP-fractie Landgraaf John Ubachs Robert Limbach