Leidschendam-Voorburg, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 22 september 2026 Nummer 4909 Onderwerp Raadsbrief Beantwoorden schriftelijke politieke vragen fractie Partij van de Dieren,
Socialistische Partij en Volt inzake Jaarwisseling
Portefeuillehouder Burgemeester Vroom
1. Aanleiding
Het college heeft schriftelijke politieke vragen ontvangen van fractie Partij van de Dieren, Socialistische Partij en Volt inzake Jaarwisseling. De vragen zijn als bijlage bij deze raadsbrief gevoegd. De vragen zullen onder punt 2 Inhoudelijke uiteenzetting worden beantwoord.
2. Inhoudelijke uiteenzetting
Vraag 1: Op basis van welke concrete afwegingen heeft het college besloten gebruik te maken van de mogelijkheid om vuurwerkontheffingen te verlenen, en welke alternatieven zijn daarbij expliciet onderzocht, waaronder de mogelijkheid om geen ontheffingen te verlenen?
Antwoord op vraag 1: Het college heeft ervoor gekozen gebruik te maken van de ontheffingsmogelijkheid omdat de wetgever deze ruimte bewust heeft gecreëerd en er lokaal behoefte wordt verwacht aan kleinschalige, georganiseerde vormen van vuurwerk.
Vraag 2: Welk maatschappelijk probleem wordt volgens het college opgelost door het verlenen van vuurwerkontheffingen dat niet kan worden opgelost door ervoor te kiezen geen ontheffingen te verlenen?
Antwoord op vraag 2: Het college ziet vuurwerkontheffingen niet als oplossing voor één specifiek maatschappelijk probleem, maar als een instrument binnen het nieuwe wettelijke stelsel om georganiseerde en controleerbare vormen van vuurwerk mogelijk te maken. Daarom is gekozen voor een beperkte ontheffingsmogelijkheid onder strikte voorwaarden, in plaats van een volledig verbod op ontheffing.
Vraag 3: Is het college bekend met gemeenten die hebben besloten geen gebruik te maken van de ontheffingsmogelijkheid? Zo ja, welke argumenten van deze gemeenten zijn betrokken bij de
Datum 22 september 2026 Nummer 4909
Pagina 2/5
besluitvorming in Leidschendam-Voorburg en op welke punten week de belangenafweging van het college daarvan af?
Antwoord op vraag 3: Ja. Het college is bekend met gemeenten die hebben besloten geen gebruik te maken van de ontheffingsmogelijkheid. Daarbij worden onder meer argumenten genoemd als zorgen over openbare orde en veiligheid, een mogelijke aanzuigende werking vanuit omliggende gemeenten, de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het stelsel en de wens om het landelijke vuurwerkverbod zo eenduidig mogelijk toe te passen.
Deze argumenten zijn betrokken bij de besluitvorming. De burgemeester heeft echter een andere afweging gemaakt. De wetgever heeft gemeenten expliciet de mogelijkheid gegeven om onder voorwaarden vuurwerkontheffingen te verlenen. De burgemeester acht het daarom niet passend deze bevoegdheid op voorhand categorisch uit te sluiten en kiest voor een beperkte en zorgvuldig gereguleerde toepassing, waarbij veiligheid en openbare orde leidend zijn.
Vraag 4: De raadsbrief spreekt over risico-gestuurd toezicht. Verwacht het college dat het verlenen van ontheffingen extra capaciteit vraagt van gemeente, politie en andere handhavende instanties? Zo ja, hoeveel?
Antwoord op vraag 4: Ja. Het college verwacht dat de invoering van het stelsel van vuurwerkontheffingen extra uitvoeringsinspanning vraagt, onder meer voor de behandeling van aanvragen, coördinatie, advisering en toezicht. Daarom is voor de voorbereiding en invoering van het stelsel eenmalig € 12.000 geraamd voor communicatie en systeemaanpassingen. Daarnaast wordt het eerste jaar beschouwd als een leerjaar en worden de uitvoering, de benodigde capaciteit en de werkelijke kosten na afloop geëvalueerd. Op dit moment kan geen betrouwbare inschatting worden gegeven van de benodigde inzet van gemeente, politie en andere partners, omdat dit afhankelijk is van het aantal aanvragen en de praktijkervaringen tijdens de eerste jaarwisseling.
Vraag 5: Deelt het college de opvatting dat een situatie waarin op sommige locaties vuurwerk wel en op andere locaties niet is toegestaan, de handhaving complexer maakt dan een situatie waarin sprake is van één heldere norm? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 5: Het college onderkent dat een ontheffingsstelsel vraagt om een andere vorm van toezicht dan een volledig verbod zonder uitzonderingen. Daarom is gekozen voor een beperkt en objectief beoordelingskader, duidelijke voorwaarden, locatiebeoordeling, risicogebieden en risico gestuurd toezicht.
Datum 22 september 2026 Nummer 4909
Pagina 3/5
Vraag 6: Is hierover advies gevraagd aan politie, brandweer en/of de Veiligheidsregio Haaglanden? Zo ja, wat luidde dit advies?
Antwoord op vraag 6: Bij het opstellen van de beleidsregels heeft afstemming plaatsgevonden met onder andere de brandweer en de politie.
Vraag 7:
De Raad van State heeft expliciet gewezen op de complicaties voor uitvoering en handhaving van lokale ontheffingen. Diverse gemeenten hebben mede om die reden besloten de eerste jaarwisseling geen ontheffingen te verlenen. Waarom kiest Leidschendam-Voorburg, ondanks deze waarschuwingen, voor een andere koers?
Antwoord op vraag 7: Het college is zich bewust van de uitvoerings- en handhavingsvraagstukken die samenhangen met een ontheffingenstelsel. Tegelijkertijd heeft de wetgever ervoor gekozen gemeenten expliciet de mogelijkheid te bieden om onder voorwaarden vuurwerkontheffingen te verlenen. Deze ruimte is door de Tweede Kamer via een amendement in de wet opgenomen. De burgemeester kiest ervoor deze wettelijke mogelijkheid niet op voorhand uit te sluiten, maar op een beperkte en gereguleerde wijze toe te passen. Daarbij zijn onder meer lokale binding, duidelijke voorwaarden, bescherming van kwetsbare locaties, risicogebieden, risicogestuurd toezicht en een evaluatie na het eerste jaar opgenomen om de regeling beheersbaar en uitvoerbaar te houden.
Vraag 8: In de raadsbrief staat dat belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen, maar dat bezwaarprocedures naar verwachting niet vóór de jaarwisseling kunnen worden afgerond. Hoe beoordeelt het college deze beperkte mogelijkheid tot rechtsbescherming?
Antwoord op vraag 8: Belanghebbenden kunnen een zienswijze indienen tegen een voorgenomen ontheffing en tegen een verleende ontheffing bezwaar maken. Deze ontheffing kan voor oud en nieuw worden ingediend. Echter is de burgemeester voor de behandeling van bezwaren afhankelijk van de procedure en termijnen van de onafhankelijke commissie voor de bezwaarschriften. Daardoor is het mogelijk dat een bezwaar niet vóór de jaarwisseling kan worden afgehandeld. Dat is niet ongebruikelijk bij besluiten die betrekking hebben op activiteiten die plaatsvinden op een specifieke datum.
Het indienen van bezwaar schorst de werking van een verleende ontheffing niet. Een belanghebbende die een spoedeisend belang heeft, kan daarom de voorzieningenrechter verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. Op die manier bestaat ook voorafgaand aan de jaarwisseling de mogelijkheid om rechterlijke toetsing van een verleende ontheffing te verkrijgen.
Datum 22 september 2026 Nummer 4909
Pagina 4/5
Vraag 9: Hoeveel aanvragen verwacht het college voor de komende jaarwisseling en acht het college de huidige procedure uitvoerbaar binnen de beschikbare capaciteit?
Antwoord op vraag 9: Gelet op de voorwaarden die aan een aanvraag worden gesteld en het beperkte karakter van de ontheffingsmogelijkheid verwacht het college voor de eerste jaarwisseling een beperkt aantal aanvragen. Op basis van die verwachting acht het college wij de behandeling van de aanvragen uitvoerbaar. De daadwerkelijke capaciteitsinzet en eventuele gevolgen voor toezicht en handhaving worden betrokken bij de evaluatie na de eerste jaarwisseling.
Vraag 10: Het landelijke vuurwerkverbod is mede bedoeld om te komen tot een nieuwe maatschappelijke norm rondom de jaarwisseling. Op welke wijze draagt het verlenen van lokale vuurwerkontheffingen volgens het college bij aan deze gewenste cultuurverandering?
Antwoord op vraag 10: Met de Wet veilige jaarwisseling wordt de hoofdregel gewijzigd: het individueel afsteken van consumentenvuurwerk is niet langer toegestaan. Tegelijkertijd heeft de wetgever bewust voorzien in de mogelijkheid voor de burgemeester om onder voorwaarden een ontheffing te verlenen aan verenigingen en stichtingen.
Daarmee is binnen het nieuwe landelijke stelsel ruimte gelaten voor beperkte, georganiseerde en controleerbare vormen van vuurwerk. De verandering zit er dus ook in dat vuurwerk niet langer vrij door individuele inwoners kan worden afgestoken, maar – voor zover een ontheffing wordt verleend – uitsluitend georganiseerd, op een vooraf beoordeelde locatie en onder strikte voorwaarden.
Vraag 11: Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat juist tijdens de eerste jaarwisseling onder het nieuwe landelijke verbod een zo helder en eenduidig mogelijke norm richting inwoners van belang is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 11: Ja. De huidige ontheffingsregeling is om die reden op deze wijze vastgesteld.
Vraag 12: Is het college bereid om, samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en verenigingen, initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan aantrekkelijke en veilige alternatieven voor de traditionele vuurwerkviering tijdens de jaarwisseling?
Antwoord op vraag 12:
Datum 22 september 2026 Nummer 4909
Pagina 5/5
Het college staat positief tegenover initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en verenigingen die bijdragen aan een aantrekkelijke en veilige jaarwisseling.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan M.W. Vroom secretaris burgemeester
Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 4909 Schriftelijke politieke vragen van fractie Partij van de Dieren, Socialistische Partij en Volt inzake Jaarwisseling