Leidschendam-Voorburg, 15 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 14 juli 2026 Nummer 4812 Onderwerp Raadsbrief Beantwoorden schriftelijke politieke vragen fractie Volt inzake vaststelling
verordening jeugdhulp
Portefeuillehouder Wethouder Van Veller
Behandeld door G Reinders
1. Aanleiding
Het college heeft schriftelijke politieke vragen ontvangen van fractie Volt inzake vaststellen verordening jeugdhulp. De vragen zijn als bijlage bij deze raadsbrief gevoegd. De vragen zullen onder punt 2 Inhoudelijke uiteenzetting worden beantwoord.
2. Inhoudelijke uiteenzetting
Vraag 1: Volt steunt de gedachte hierachter, maar vraagt zich af welke acties het college zal ondernemen om er voor te zorgen dat er wél een passend aanbod en voldoende regie of afstemming is. Is dit aanbod en regie of afstemming in voldoende mate aanwezig op het moment dat de verordening in werking treedt?
Antwoord op vraag 1: Conform de gedeelde informatie in de raadsbrief van november 2025 m.b.t. de voortgang van het Actieplan zet het college in op het versterken van de pedagogische basis, inclusief collectief aanbod en sturing op maatwerk, oftewel sturen op passende hulp voor jeugdigen. Gelet op het feit dat in het Actieplan is aangegeven dat dit een van de acties is, kan geconcludeerd worden, dat er dus nog stappen te zetten zijn in onder andere passend en voldoende aanbod. Afstemming met partners is voortdurend onder de aandacht. Er worden wat dat betreft belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld met de ondertekening van het Manifest Pedagogische Basis op 9 februari jl. Sociaal Domein, door diverse maatschappelijke partners.
Vraag 2:
Hoeveel jeugdigen en gezinnen verwacht het college minder jeugdhulp te verlenen als gevolg van de scherpere afbakening in deze verordening? Is hierover een kwantitatieve raming gemaakt?
Antwoord op vraag 2: In het Actieplan zijn besparingen opgenomen over het geheel van maatregelen van de verordening: vanaf 2026 € 340.000 jaarlijks.
Vraag 3: Is de capaciteit bij de Wmo, schuldhulpverlening en andere relevante gemeentelijke voorzieningen uitgebreid of gereserveerd om de verwachte instroom op te vangen?
Antwoord op vraag 3: In het Actieplan zijn diverse investeringen opgenomen voor het versterken van de pedagogische basis, bijvoorbeeld rondom het voorkomen van complexe (echt) scheidingen. Zo is besloten om per 2026 de regionale pilot waarbij gezinsvertegenwoordigers worden ingezet bij scheidingen voort te zetten met inzet van middelen uit het Actieplan.
Datum 14 juli 2026 Nummer 4812
Pagina 2/5
Er is geen aanvullende capaciteit gereserveerd. Bij het aangaan van extra capaciteit is het van belang om lopende ontwikkelingen mee te nemen, zoals: de reeds bestaande praktijk om daar waar mogelijk door te verwijzen naar andere domeinen, de onderbesteding van de minimaregelingen, lopende werkwijzen waarbij de toegang voor jeugd deels aanvragen voorbereid voor bijvoorbeeld de WMO.
Vraag 4: Is het aanvullende aanbod van voorliggende en collectieve voorzieningen operationeel op de datum van inwerkingtreding van deze verordening? Zo nee, welk deel is nog niet gereed en wat is de verwachte datum van beschikbaarheid?
Antwoord op vraag 4: Er is een breed pallet aan voorliggend aanbod beschikbaar, gebaseerd op de nieuwe subsidieverordening die in 2026 is ingegaan, maar ook bijvoorbeeld middels het nieuw ingerichte jongerenwerk, waardoor er sinds 2026 1 fte meer jongerenwerk beschikbaar is gekomen.
Vraag 5: Heeft het college zicht op de capaciteit bij voorzieningen die buiten de gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen, zoals de volwassenen-GGZ? Zijn deze voorzieningen in voldoende mate in staat zijn om de verwachte instroom op te vangen?
Antwoord op vraag 5: Het college heeft hier deels zicht op. Het college is bijvoorbeeld bekend met wachtlijsten bij de volwassen GGZ. Het is mede daarom ook dat het college inzet op samenwerking met diverse partijen, zoals die bij de Alliantie, omdat we bij de opgave om jeugdhulp anders in te richten elkaar nodig hebben.
Vraag 6: Hoe wordt voorkomen dat gezinnen die niet meer in aanmerking komen voor jeugdhulp, maar ook niet of te laat worden geholpen vanuit andere domeinen, tussen wal en schip vallen?
Antwoord op vraag 6: In de wet is de jeugdhulpplicht opgenomen, dus deels zal er een zorgplicht blijven. Deels is het ook een keuze om niet meer alles op te vangen via jeugdhulp en vraagt het college de raad daarom ook om de kaders vast te stellen.
Vraag 7: Welke concrete investeringen in preventie zal het college doen? Welke middelen worden specifiek vrijgemaakt voor vroegsignalering, pedagogische basisinfrastructuur en collectieve voorzieningen?
Antwoord op vraag 7: In het Actieplan zijn de investeringsbedragen opgenomen. Daarbij werkt het college ook met de partners van de Alliantie. Binnen de huidige subsidies voor een sterke pedagogische basis zijn de middelen opgenomen voor versteking van de pedagogische basis, onderdeel daarvan is de collectivering van het aanbod.
Vraag 8: Op basis van de huidige formulering moet er sprake zijn van een situatie waarbij aan alle 3 de voorwaarden is voldaan. Het college sluit hiermee de mogelijkheid uit om coördinatie in te zetten in situaties waar dit (zorg)inhoudelijke meerwaarde heeft, maar niet aan alle 3 de voorwaarden is voldaan. Waarom ontzegt het college zichzelf deze mogelijkheid? Is overwogen om hier een en/of bepaling van te maken?
Datum 14 juli 2026 Nummer 4812
Pagina 3/5
Antwoord op vraag 8:
Het college heeft overwogen een en/ of benadering te hanteren, maar uit de bestaande praktijk blijkt dat bij situaties waar minder dan drie kenmerken zich voordoen er dan niet altijd coördinatie nodig is. Daarbij is ook gekeken naar een zo effectief mogelijke inzet van de beschikbare capaciteit. Mocht uit de praktijk blijken dat er aanleiding is om de voorwaarden te heroverwegen, dan is het college bereid om zo nodig het artikel aan te passen.
Vraag 9: Hoeveel bezwaarprocedures verwacht het college als gevolg van deze tariefverlaging? Wat zijn de geraamde extra juridische en ambtelijke kosten hiervan? Hoe groot schat de college de kans in dat het tarief in een bezwaar- beroepsprocedure stand zal houden?
Antwoord op vraag 9: Het is niet uitgesloten dat er meer bezwaren komen, echter het is mogelijk dat deze binnen de bestaande capaciteit kunnen worden afgehandeld. Vooralsnog wordt ingezet op goede monitoring om in de gaten te houden of de afbakening daadwerkelijk meer bezwaren gaat opleveren.
Vraag 10: Wat zijn de verwachte financiële opbrengsten van de tariefverlaging, afgezet tegen de verwachte extra kosten (bezwaar, beroep, uitstroom naar ZIN)? Is hiervoor een businesscase gemaakt en kan de raad over de uitkomsten worden geïnformeerd?
Antwoord op vraag 10: Zoals reeds in het Actieplan opgenomen is niet voor elke afzonderlijke actie een businesscase gemaakt. Er is wel raming gemaakt van de baten van de verordening, zie het antwoord bij vraag 2. Het college zet daarbij in op monitoring. Het college gaat uit van minder hoge kostenposten en niet van hogere opbrengsten.
Vraag 11: Is de uitvoering - inclusief coördinatiefunctie, gemeentelijke toegang en verklarende analysemethodiek - operationeel gereed op de datum van inwerkingtreding? Zo nee, welk deel is nog niet gereed?
Antwoord op vraag 11: De genoemde onderdelen zijn in voorbereiding, daar waar mogelijk en passend om voorafgaand aan de vaststelling van de kaders door de raad te vergaand operationele voorbereidingen te treffen.
Vraag 12: Zijn jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen tijdig geïnformeerd over de nieuwe kaders, en hebben zij voldoende tijd gekregen om hun werkwijze aan te passen?
Antwoord op vraag 12:
We zijn continu in gesprek met de aanbieders, maar zijn ook afwachtende van de vaststelling van de raad voor definitieve stappen.
Vraag 13: Is het college bereid om te onderzoeken of er naast verlengde jeugdhulp ook een mogelijkheid gecreëerd kan worden voor "vervroegde Wmo hulp"? Op deze wijze zou de overgang naar de Wmo niet altijd op de 18e verjaardag moeten zijn, maar zou dat ook op een natuurlijker moment kunnen plaatsvinden, uiteraard indien de jeugdige hiermee akkoord is.
Antwoord op vraag 13: Een “Wmo - voorziening” voor iemand onder de 18 past niet in het wettelijke systeem; ondersteuning moet dan als jeugdhulp worden vormgegeven en beschikt. Het college kijkt wel hoe jeugdhulp vóór 18 jaar zo kan worden ingericht dat de overgang naar Wmo na 18 naadloos verloopt, maar niet formeel Wmo - maatwerkvoorzieningen vóór 18 jaar introduceren.
Datum 14 juli 2026 Nummer 4812
Pagina 4/5
Vraag 14: De voorkeur voor kleinschalige woonvormen bij uithuisplaatsing vraagt niet alleen om een jeugdhulpbeleid dat dit uitdraagt, maar ook om een fysieke omgeving waarin deze woonvormen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Is het college bereid om bij de ontwikkeling van nieuwe woonlocaties en in de gemeentelijke woonvisie expliciet rekening te houden met de ruimtelijke behoefte aan kleinschalige woon- en gezinshuislocaties voor jeugdigen, zodat de ambitie uit artikel 19 lid 4 ook in de praktijk waargemaakt kan worden?
Antwoord op vraag 14: Het college is bereid om hiernaar bij de uitvoering van het volkshuisvestingprogramma te kijken. De visie op dit onderwerp is onlangs door het college vastgesteld en zal na het zomerreces door de raad worden behandeld. Deze visie is daarom niet op korte termijn aan te passen, wel bij een eventuele herziening. Waarbij opgemerkt dat het college afhankelijk is van de planvorming van (externe) initiatiefnemers die vaak op gestoeld zijn op eigen bezit van de ontwikkellocaties.
Vraag 15: Met dit artikel wordt een extra administratieve handeling geïntroduceerd. Heeft het college signalen ontvangen van ouders of cliëntenorganisaties dat beschikkingen bij medische verwijzingen noodzakelijk worden geacht of dat er behoefte is aan aanvullende rechtsbescherming?
Antwoord op vraag 15:
Het college houdt zich aan de wettelijke verplichting en de uitgangspunten zoals met de raad besproken ‘een sterkere basis voor jeugd’, waarin een van de uitgangspunten de kinderrechten zijn. Daarbij biedt het ook een kans om meer grip te krijgen. Het meer grip krijgen op de huisarts verwijzingen is als een van de aanvullende adviezen opgenomen in het Actieplan. Er zijn geen aanvullende signalen ontvangen.
Vraag 16: Hoeveel extra ambtelijke capaciteit (in fte en kosten) en overige kosten is geraamd voor het opstellen van deze beschikkingen?
Antwoord op vraag 16: Het college gaat er op dit moment van uit dat voor het opstellen en afgeven van de beschikkingen aanvullende ambtelijke capaciteit nodig zal zijn, indicatief geraamd op circa 1 tot 3 fte. De hiermee samenhangende kosten worden bekeken in relatie tot de verwachte toekomstige besparingen door de inzet op het terugbrengen van het aantal medische verwijzingen. Gelet op de verwachte besparingen, ziet het college de inzet als een incidentele opgave om de financiële opgave te financieren. Mede in relatie tot de ontwikkeling van de toegang wordt bekeken wat de meest passende en efficiënte werkwijze wordt met behoud van sturing en kwaliteit.
Vraag 17: In de meest recente modelverordening jeugd van de VNG is geen artikel opgenomen over het afgeven van een beschikking bij medische verwijzingen. Ook de gemeenten die in 2026 een nieuwe verordening Jeugdhulp hebben vastgesteld hebben geen vergelijkbaar artikel opgenomen. Waarom acht het college dit noodzakelijk? Is overwogen om het opstellen van een beschikking te beperken tot situaties waarbij de jeugdige of ouder(s) hierom verzoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 17:
Het college houdt zich aan wettelijke kaders. Daarbij is middels een brief van staatsecretaris van Volksgezondheid en Sport de verplichting om een beschikking af te geven onder de aandacht gebracht. In de overweging om beschikkingen af te geven bij medische verwijzers is niet alleen gekeken naar de wettelijke verplichting. Het afgeven van beschikkingen bij medische verwijzers wordt ook ingezet om meer grip te krijgen op deze verwijsstroom. Het is door meerdere partijen
Datum 14 juli 2026 Nummer 4812
Pagina 5/5
geadviseerd om nadrukkelijker te sturen op medische verwijzingen, zodat er beter gestuurd kan worden op de kosten van jeugdhulp. Het afgeven van beschikkingen wordt daarbij specifiek genoemd als een effectieve maatregel die andere gemeenten inzetten om meer grip te krijgen op de inzet van jeugdhulp.
Tenslotte zorgt het afgeven van beschikkingen voor meer rechtszekerheid voor jeugdigen en ouder(s), omdat belanghebbenden tegen deze beschikkingen bezwaar kunnen maken en vervolgens beroep kunnen instellen bij de bestuursrechter.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan M.W. Vroom secretaris burgemeester
Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 4812 Schriftelijke politieke vragen van fractie Volt inzake vaststellen verordening jeugdhulp