Pagina wordt geladen
Maasgouw, 7 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Z/26/164135 - D/26/250037
TECHNISCHE VRAGEN m.b.t. AP Jaarstukken 2025
23-06-2026
GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: Cretskens
Nr. Fractie Vraag Betreft pag. Antwoord 1 VVD Realisatie vs. begroting - Welke significante afwijkingen bestaan er tussen begroting en realisatie 2025? In hoofdstuk 1 (inleiding) van de jaarstukken 2025 zijn de majeure afwijkingen (> € 100.000) toegelicht. Afwijkingen groter dan € 100.000 zijn in het jaarverslag 2025 toegelicht per programma in detail (in hoofdstuk 2 en 3 van de jaarstukken 2025). 2 VVD Toelichting reserves - Hoe hebben de reserves zich ontwikkeld en welke mutaties vragen nadere toelichting? In hoofdstuk 5.5 van de jaarstukken 2025 zijn de reserves toegelicht. Er is een verloopoverzicht op totaalniveau van de reserves opgenomen. Per reserve is het doel toegelicht. Van de bestemmingsreserve claims en de bestemmingsreserve budgetoverheveling is een verloopoverzicht op detailniveau opgenomen zoals afgesproken in de nota reserves en voorzieningen 2025-2028. 3 VVD Programmaprestaties - Welke programmadoelen zijn niet gerealiseerd en wat is de technische verklaring? Elk doel opgenomen in de programmabegroting 2025 is toegelicht in hoofdstuk 2 van de jaarstukken 2025 per programma. Hierin is de realisatie van de doelen opgenomen. De jaarstukken zijn een spiegeling van de programmabegroting, dus dezelfde doelen komen terug inclusief toelichting op basis van de 3-w vragen (wettelijke verplichting). 4 VVD BBV-conformiteit - Welke BBV-aspecten zijn door de accountant als aandachtspunt benoemd? Er zijn geen specifieke speerpunten door de accountant benoemd. Daarnaast zijn er ook geen speerpunten aangedragen door de auditcommissie voor de controle jaarrekening 2025. 5 VVD Schuldpositie - Hoe ontwikkelt de schuldpositie zich en welke kasstromen verklaren deze ontwikkeling? De vlottende passiva stijgt van € 16,2 miloen naar € 19,7 miljoen. T.a.v. balansposities geldt dat hier sprake is van momentopnames. Toelichting stijging netto vlottende schulden (van € 4,0 miljoen naar € 6,6 miljoen): Eind 2024 waren de af te dragen loonheffingen en pensioenpremies verantwoord onder de overlopende passiva. Daarnaast heeft de gemeente Maasgouw, gezien de destijds aanstaande overstap naar een nieuwe financiële applicatie, aan het eind van boekjaar 2024 zo veel mogelijk crediteuren uitbetaald. Vorenstaande om zo min posities mee te nemen naar een volgend boekjaar. Deze situatie was eind 2025 niet meer aan de orde. Overlopende passiva:
Pagina 1 van 5
Z/26/164135 - D/26/250037
| Nr. | Fractie | Vraag | Betreft pag. | Antwoord |
|---|---|---|---|---|
| Grote afwijking betreft de vooruitontvangen exploitatiebijdrage voor project Linne Zuidoost die opgenomen is op de balans in 2024. Deze is in 2025 vervallen. Verder wordt dit veroorzaakt door de vooruitvangen gelden van het rijk voor de uitvoering van specifieke taken. Voor het overzicht van de gelden verwijzen wij naar pagina 158 van de jaarrekening. | ||||
| 6 | VVD | Inkoop en aanbesteding - Welke afwijkingen van het inkoopbeleid zijn geconstateerd? | In de paragraaf 4.5 Bedrijfsvoering is een toelichting opgenomen ten aanzien van de geconstateerde afwijkingen op het aspect inkoop en aanbesteding. Het gros betreft doorloopfouten uit voorgaande jaren. In 2025 zijn twee nieuwe fouten geconstateerd. | |
| 7 | VVD | Risicoparagraaf - Welke risico’s zijn nieuw t.o.v. 2024? | Er wordt bij de risico-inventarisatie altijd gekeken naar de meest recente risico-inventarisatie. In dit geval is dat de risico-inventarisatie bij de programmabegroting 2026. Ten opzichte van de programmabegroting 2026 zijn er geen nieuwe risico’s bijgekomen. Er zijn wel risico’s vervallen, dit is toegelicht op blz. 71. Risico’s worden ingeschat op basis van de actualiteit, wetgeving en situatie op dat moment. Risico’s die zijn vervallen betreffen o.a. informatiebeveiliging (dit onderdeel is uitbesteed aan de SC MER) en onderhoud gebouwen (gemeentelijk beheerplan is geactualiseerd en financiële gevolgen zijn meerjarig verwerkt). | |
| 8 | VVD | Controleverklaring - Welke bevindingen uit de controleverklaring vragen technische toelichting? | In de controle verklaring staan geen bevindingen. We gaan uit van een goedkeurende controleverklaring op basis van de informatie die nu bekend is. Bevindingen staan in het accountantsverslag. Dat is op dit moment nog niet uitgebracht door de accountant. | |
| 9 | VVD | Waarom is vooruitlopend op de nieuwe financiële verordening al gewerkt met een hogere rapportagegrens van €100.000 in plaats van €25.000, en wat betekent dit voor de transparantie en informatiepositie van de raad over kleinere afwijkingen? | Bij de jaarrekening 2024 alsmede bij de tweede programmarapportage 2025 is deze hogere rapporteringsgrens reeds toegepast. Bij de actualisatie van de financiële verordening is de hogere rapportagegrens ook opgenomen, met de gedachte om deze toe te passen voor alle P&C documenten vanaf dat moment (in lijn met de werkwijze zoals deze al werd toegepast bij de twee P&C producten zoals hierboven benoemd). Op deze wijze is het ook het proces voor de jaarstukken uitgezet binnen de organisatie. Bij het nogmaals beoordelen van de financiële verordening zou deze werkwijze pas ingegaan vanaf het boekjaar 2026. | |
| 10 | D66 | Wat is de marge van de overschrijding van de verantwoordingsgrens (2%) m.b.t. rechtmatigheid, zoals | De verantwoordingsgrens is 2% van de lasten, afgerond € 1.757.000. De afwijkingen zijn € 2.010.000. Dit is toegelicht in hoofdstuk 5.3 Rechtmatigheidsverantwoording. |
Pagina 2 van 5
Z/26/164135 - D/26/250037
| Nr. | Fractie | Vraag | Betreft pag. | Antwoord |
|---|---|---|---|---|
| opgenomen in het controleprotocol. | Als de afwijkingen groter zijn dan de verantwoordingsgrens moet hierover gerapporteerd worden. Dat is gebeurd in hoofdstuk 5.3. | |||
| 11 | D66 | De overschrijding bij ambulante jeugdhulp bedraagt ruim €638.700 nadeel. Welke ontwikkeling ligt hieraan ten grondslag en wat betekent dit voor 2026? | Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door een kostbaar maatwerktraject. Tegelijkertijd is in het tweede halfjaar een volumestijging zichtbaar van circa 10% ten opzichte van het eerste halfjaar, waarmee in de prognose geen rekening was gehouden. Deze afwijkingen zijn inherent aan het open-eindkarakter van de geïndiceerde jeugdzorg. Positief is dat in 2025 (ingezet vanaf 2023) een toenemend aandeel van de verwijzingen via de gemeentelijke toegang (CJG) verloopt. Terwijl verwijzingen via de huisartsen afvlakt, wat de mogelijkheden voor vroegtijdige triage en sturing vergroot. Gezien het uitzonderlijke karakter van het specifieke maatwerktraject en de verwachting dat de piek in aantallen in de tweede helft van het jaar een tijdelijk effect is wordt de afwijking vooralsnog als incidenteel aangemerkt. | |
| 12 | D66 | Van €75.000 voor burgerparticipatie is €47.700 benut. Welke aanbevelingen uit het evaluatierapport worden nu nog uitgevoerd? | De belangrijkste aanbevelingen die momenteel worden uitgevoerd zijn: 1. Opstellen van een participatieverordening. In lijn met de aanbevelingen van KWINK en de Wet versterking participatie op decentraal niveau wordt gewerkt aan een participatieverordening. Vaststelling is voorzien eind 2026. 2. Structurele inbedding van participatie in de organisatie.Het evaluatierapport constateerde dat participatie onvoldoende geborgd was, te afhankelijk van individuele medewerkers en zonder uniforme werkwijze. Daarom wordt de methodiek Relevant Gesprek organisatiebreed ingevoerd als vaste aanpak voor participatietrajecten. 3. Versterken van kennis en vaardigheden.Er wordt een opleidings- en trainingsprogramma uitgevoerd voor medewerkers, management, college en raad. Daarbij worden onder andere een borgingsteam en expertteam ingericht om participatie duurzaam te verankeren in de organisatie. 4. Evalueren en doorontwikkelen van participatie. Een belangrijke aanbeveling van KWINK was om participatie structureel te evalueren en hiervan te leren. In de gekozen methodiek is evaluatie een vast onderdeel van elk participatieproces en wordt gewerkt aan structurele borging hiervan. 5. Verbeteren van communicatie en transparantie. Het evaluatierapport adviseert om inwoners beter te informeren over participatietrajecten, verwachtingen, afwegingen en terugkoppeling. Deze aanbeveling wordt meegenomen in de verdere professionalisering van burgerparticipatie. | |
| 13 | CDA | ‘In de praktijk werd, vooruitlopend op de actualisatie van de financiële verordening, bij de jaarstukken | Bij de jaarrekening 2024 alsmede bij de tweede programmarapportage 2025 is deze hogere rapporteringsgrens reeds toegepast. Bij de actualisatie van de financiële verordening is de hogere rapportagegrens ook opgenomen, met de gedachte om deze toe te passen voor alle P&C documenten vanaf dat moment (in lijn met de werkwijze zoals deze al werd toegepast bij de twee P&C producten zoals hierboven benoemd). |
Pagina 3 van 5
Z/26/164135 - D/26/250037
| Nr. | Fractie | Vraag | Betreft pag. | Antwoord |
|---|---|---|---|---|
| 2024, de tweede programmarapportage 2025 en de uitvraag voor de jaarstukken 2025 al gewerkt met de hogere rapportagegrens van € 100.000. Daarmee werd vooruitgelopen op de nieuwe verordening en is formeel afgeweken van de in 2025 geldende regels’. Op welke wijze is de raad over vorenstaande afwijking (eerder) op de hoogte gebracht/ geïnformeerd? Waarom wordt de raad nu (pas) hierover formeel gevraagd deze werkwijze te bekrachtigen en niet eerder? | Op deze wijze is het ook het proces voor de jaarstukken uitgezet binnen de organisatie. Bij het nogmaals beoordelen van de financiële verordening zou deze werkwijze pas ingegaan vanaf het boekjaar 2026. | |||
| 14 | LB | Er is een incidenteel voordeel van 122.800 euro i.v.m. initiatieven die niet dan wel niet volledig zijn opgestart binnen beschermd wonen. Welk soort initiatieven betreft dit en waarom zijn deze niet opgestart? | Bijlage 1, p. 30 | Initiatieven: • _Doorbraakbudget_ (doorbraakmethode): In 2025 zijn we niet kunnen starten met het werken vanuit de doorbraakmethode in verband met te weinig personele capaciteit; • _Ontmoetingspunt voor mensen met dementie en hun mantelzorger_: De werkelijke kosten zijn lager uitgevallen dan de begrote kosten. Een tweede groep is halverwege 2025 gestart; • _Reablement:_De werkelijke kosten zijn lager uitgevallen dan de begrote kosten door het vertrek van de eerste projectleider. Het project heeft vertraging opgelopen in verband met werving van de nieuwe projectleider. Daar dit een onderzoek is naar de mogelijkheden van toekomstige inzet reablement (preventief en bij start inzet Hulp bij Huishouding) in de gemeente Maasgouw heeft dit geen gevolgen gehad voor de doelgroep. • _Laagdrempelig ontmoetingsnetwerk:_De werkelijke kosten zijn lager uitgevallen dan de begrote kosten door latere opstart. Het werven van de projectleider (ervaringsdeskundige) heeft langer geduurd. Laagdrempelige steunpunten is een onderdeel van de IZA-aanpak (Integraal Zorg Akkoord). In de regio Noord- en Midden-Limburg is Gemeente Maasgouw een van de eerste gemeenten die hier in 2025 al concrete stappen in heeft gezet • _Overige posten:_De werkelijke kosten zijn lager uitgevallen dan de begrote kosten. Vanuit deze post zijn eenmalige kosten betaald voor Projectplan Lakerhoes en de campagne “Limburg openhartig in beeld”. Omdat er verder geen eenmalige activiteiten gefinancierd hoefden te worden vanuit deze post, is deze verder onbenut gebleven. |
Pagina 4 van 5
Z/26/164135 - D/26/250037
| Nr. | Fractie | Vraag | Betreft pag. | Antwoord |
|---|---|---|---|---|
| 15 | LB | Er is 169.700 minder uitgegeven aan tijdelijke inhuur voor volkshuisvesting, welke werkzaamheden zijn hierdoor niet uitgevoerd of doorgeschoven? | Bijlage 1, p. 170 | • De uitvoering van het Woonprogramma was oorspronkelijk (en is nog steeds) gepland in de periode 2024 tot en met 2026. Hierdoor zijn de externe kosten die verbonden zijn aan inhuur in 2026 niet zichtbaar in de financiële afwikkeling van het budget per 31 december 2025. • Er is binnen het programma meer interne beleidsmatige inzet gepleegd dan vooraf ingeschat, waardoor de externe kosten lager zijn uitgevallen. |
| 16 | LB | Hoe wordt geborgd dat terugkerende onderbestedingen niet leiden tot een structureel te ruime begroting de komende jaren? | algemee n | Het reëel en realistisch begroten is één van de oplossingsrichtingen die bij de programmabegroting 2026 is ingezet. In 2026 zijn de eerste stappen gezet en dit wordt gecontinueerd bij de programmabegroting 2027. Monitoring vindt plaats bij de programmarapportages. Waar nodig vindt op dat moment bijstelling plaats. |
Pagina 5 van 5