Pagina wordt geladen
Maasgouw, 7 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Z/26/164133 - D/26/250034
TECHNISCHE VRAGEN m.b.t. AP WIjzigingsbesluit Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Maasgouw 2023
23-06-2026
GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: Snijckers/Impelmans
Nr. Fractie Vraag Betreft pag. Antwoord 1 VVD Juridische basis - Op welke wetsartikelen is het wijzigingsbesluit gebaseerd? Het wijzigingsbesluit is gebaseerd op de Participatiewet, zoals gewijzigd door de Wet van school naar duurzaam werk (Wvsndw) die per 1 januari 2026 in werking is getreden. Deze wet verplicht gemeenten om in de re-integratieverordening vast te leggen hoe jongeren tot 27 jaar worden ondersteund bij de overgang van school naar duurzaam werk. Daarnaast blijft de gemeenteraad op grond van de Participatiewet bevoegd om regels vast te stellen over ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen. De wijziging sluit aan bij het landelijke VNG-model dat eind december 2025 beschikbaar is gekomen. 2 VVD Doelgroepafbakening - Hoe wordt de doelgroep voor ondersteuning afgebakend en welke wijzigingen zijn doorgevoerd? De doelgroep blijft de doelgroep zoals omschreven binnen de Participatiewet. De belangrijkste wijziging betreft een nadere borging van ondersteuning aan jongeren tot 27 jaar met een risico op afstand tot de arbeidsmarkt, specifiek bij de overgang van onderwijs naar duurzaam werk en het behouden van werk. De wijziging bestaat voornamelijk uit het toevoegen en aanpassen van begrippen, verwijzingen en bepalingen over samenwerking met onderwijsinstellingen. Er worden geen nieuwe doelgroepen toegevoegd en geen nieuwe beleidskeuzes gemaakt. 3 VVD Financiële gevolgen - Wat zijn de financiële effecten voor 2026–2027? Er zijn geen financiële gevolgen, zie antwoordop vraag8 4 VVD Handhaafbaarheid - Hoe wordt de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid geborgd? De wijzigingen zijn afgestemd met de uitvoering en juridisch adviseur. De uitvoering werkt inmiddels al volgens de uitgangspunten van de Wet van school naar duurzaam werk en er zijn geen acute uitvoeringsknelpunten geconstateerd. Door de verordening juridisch te actualiseren ontstaat juist meer duidelijkheid over bevoegdheden, voorzieningen en toepassing in de praktijk.
| 5 | VVD | Afstemming met regionale partners - Welke afstemming heeft plaatsgevonden met Werkplein en omliggende gemeenten? | De voorgestelde wijziging is afgestemd met de uitvoering binnen Servicecentrum MER en met de betrokken beleidscollega’s van de MER-gemeenten. Daarnaast wordt binnen de arbeidsmarktregio Midden-Limburg gewerkt aan verdere regionale afstemming. Bij de integrale herziening later in 2026 wordt toegewerkt naar meer uniformiteit tussen gemeenten, omdat de huidige re-integratieverordeningen verschillen in structuur, terminologie en inhoud. |
Pagina 1 van 3
Z/26/164133 - D/26/250034
| Nr. | Fractie | Vraag | Betreft pag. | Antwoord |
|---|---|---|---|---|
| 6 | VVD | Effectmeting- Welke indicatoren worden gebruikt om de effectiviteit van de wijzigingen te meten? | Deze vraag is niet van toepassing, zie antwoordopvraag8. | |
| 7 | VVD | Rechtsbescherming - Welke bezwaar- en beroepsmogelijkheden zijn relevant bij de gewijzigde bepalingen? | De rechtsbescherming verandert niet door dit wijzigingsbesluit. Wanneer een inwoner een individueel besluit ontvangt over bijvoorbeeld het wel of niet toekennen van een re-integratievoorziening, gelden de reguliere mogelijkheden vanuit de Algemene wet bestuursrecht (Awb): bezwaar bij de gemeente en vervolgens eventueel beroep bij de rechtbank. | |
| 8 | VVD | Afwijkingen t.o.v. 2023-versie - Welke inhoudelijke wijzigingen zijn het meest substantieel? | De wijzigingen zijn beperkt en voornamelijk tekstueel/juridisch van aard. De belangrijkste aanpassingen zijn: 1) toevoegen en aanpassen van begrippen vanuit de Wet van school naar duurzaam werk; 2) actualiseren van wettelijke verwijzingen; 3) verduidelijken van ondersteuning aan jongeren tot 27 jaar; 4) aanpassen van bepalingen rondom leer-werktrajecten en samenwerking met onderwijsinstellingen. Er worden geen grote beleidsinhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. | |
| 9 | VVD | Waarom is gekozen voor een tussentijdse beperkte wijziging van de verordening, terwijl later dit jaar opnieuw een integrale herziening volgt? Hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot extra uitvoeringslasten of onduidelijkheid voor inwoners en uitvoerende organisaties? | De beperkte wijziging is noodzakelijk omdat de Wet van school naar duurzaam werk per 1 januari 2026 al in werking is getreden. Gemeenten moeten de wettelijke taken lokaal juridisch borgen. Wachten op de integrale herziening zou betekenen dat de huidige verordening langer niet volledig aansluit op actuele wetgeving. Omdat alleen noodzakelijke technische wijzigingen worden verwerkt, blijft de impact voor uitvoering en inwoners beperkt. De grotere beleidsmatige keuzes worden bewust meegenomen bij de integrale herziening rondom Participatiewet in balans. | |
| 10 | VVD | Het voorstel stelt dat de wijzigingen geen financiële gevolgen hebben en binnen bestaande kaders worden uitgevoerd. Kan het college garanderen dat deze wetswijziging niet alsnog leidt tot extra uitvoeringskosten, uitbreiding van capaciteit of extra bureaucratische processen? | Deze vraag is niet van toepassing, zie antwoordopvraag8. | |
| 11 | VVD | Hoe wordt in de praktijk invulling gegeven aan de |
Pagina 2 van 3
Z/26/164133 - D/26/250034
| Nr. | Fractie | Vraag | Betreft pag. | Antwoord |
|---|---|---|---|---|
| wettelijke verplichting om jongeren tot 27 jaar zonder startkwalificatie te begeleiden naar duurzaam werk, en op welke manier wordt gemeten of deze ondersteuning daadwerkelijk leidt tot minder uitval en meer duurzame arbeidsdeelname? | Gemeenten werken samen met onderwijsinstellingen, het Doorstroompunt en arbeidsmarktpartners om jongeren met een risico op afstand tot de arbeidsmarkt beter te begeleiden richting onderwijs, passend werk of andere ondersteuning. Het Doorstroompunt richt zich hierbij op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het ondersteunen van jongeren zonder startkwalificatie door middel van vroegtijdige signalering, persoonlijk contact en trajectbegeleiding. De ondersteuning richt zich niet alleen op uitstroom naar werk, maar ook op het behouden van werk en het voorkomen van uitval. De effecten worden gevolgd via de reguliere monitoring van het Doorstroompunt, waaronder het aantal bereikte jongeren, ingezette trajecten en ontwikkelingen rondom voortijdig schoolverlaten. De Wet van school naar duurzaam werk versterkt deze bestaande samenwerking en legt meer nadruk op duurzame arbeidsdeelname. |
Pagina 3 van 3