Montfoort, 5 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
BIJLAGE 1 – Juridische en akoestische onderbouwing
1.1 Juridisch kader Het gemeentelijke toetsingskader Cattenbroek vermeldt zelf dat een aanvullende handhavingsnorm voor maximaal momentaan geluid in de vorm van een LAeq-norm mogelijk is onder de Omgevingswet. Het kader verlangt vervolgens dat normgrens en afstand worden bepaald op basis van het akoestisch onderzoek dat onderdeel is van de vergunningprocedure. Deze bijlage sluit daarop aan.
Bron uit het gemeentelijke toetsingskader: onderdeel 5.a.iii ‘Maximaal momentaan geluid’ en het overzicht ‘Geluidsnormen’.
1.2 Jurisprudentie Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in meerdere uitspraken geoordeeld over de mogelijkheid en handhaafbaarheid van geluidnormen voor windturbines. Relevant voor dit amendement zijn met name de volgende lijnen in de jurisprudentie:
- In uitspraak 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:307, overwoog de Afdeling dat een LAeq-norm het maximale geluidniveau dat een windturbine mag veroorzaken kan beperken en dat het voordeel is dat een overschrijding eenvoudiger kan worden vastgesteld.
- In uitspraak 4 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4909, is in de context van een lokale regeling beschreven dat de raad met een afzonderlijke norm wilde kunnen optreden in uitzonderingsgevallen waarin een turbine meer laagfrequent geluid produceert dan op basis van fabrieksgegevens mocht worden verwacht.
- De Afdeling heeft daarnaast in eerdere jurisprudentie benadrukt dat voor handhaving van windturbinegeluid de meetbaarheid en reproduceerbaarheid van de gekozen meet- en rekenmethode van belang zijn.
Belangrijke nuancering: deze jurisprudentie betekent niet dat 46 dB(A) als universele wettelijke norm voor windturbines geldt. De voorgestelde 46 dB(A) is een lokale aanvullende handhavingsnorm die voor Cattenbroek afzonderlijk moet worden gemotiveerd en technisch moet worden onderbouwd.
1.3 Laagfrequent geluid De Raad van State heeft herhaaldelijk overwogen dat er geen algemeen wettelijke afzonderlijke norm voor laagfrequent windturbinegeluid bestaat en dat de reguliere geluidnormering in beginsel bescherming biedt. Dit amendement moet daarom niet worden gepresenteerd als een afzonderlijke gezondheidsnorm voor laagfrequent geluid. De LAeq-norm heeft een andere functie: het controleren van het maximaal optredende geluidniveau van de turbine.
Dit onderscheid is van belang voor de juridische motivering. De Afdeling heeft bijvoorbeeld in ECLI:NL:RVS:2024:4909 de LAeq-systematiek beschreven als een manier om het maximale geluidniveau te beperken, terwijl zij afzonderlijke normering van laagfrequent en infrasoon geluid niet noodzakelijk achtte op basis van de daar voorliggende onderbouwing.
1.4 Akoestische grondslag Het officiële projectbesluit Windpark Echteld-Lienden bevat een concrete LAeq,1min-norm van 46 dB(A) op 255 meter. Het besluit koppelt de meetafstand expliciet aan de grootste toegestane tiphoogte van 255 meter. Bij een lagere gerealiseerde tiphoogte blijft de voorgeschreven horizontale meetafstand 255 meter.
Voor Cattenbroek is de maximale tiphoogte 270 meter. De voorgestelde norm sluit daarom qua systematiek aan: 46 dB(A) LAeq,1min op een vaste afstand gelijk aan de maximale toegestane tiphoogte.
1.5 MRGW De MRGW is de voorgeschreven technische meet- en rekenmethodiek voor windturbinegeluid. De standaardmethode richt zich onder meer op metingen benedenwinds en op het bepalen van het geluidvermogen per octaafband als functie van de windsnelheid op ashoogte.
Bron: Omgevingsregeling, Bijlage IVi – Meet- en rekenmethode geluid windturbines.
1.6 Juridische formulering van de onderbouwing De juridische onderbouwing moet daarom uit vier elementen bestaan: (1) bevoegdheid om een aanvullende lokale handhavingsnorm vast te stellen, (2) een concreet en objectief normgetal, (3) een reproduceerbare meetmethode en (4) een akoestisch onderzoek waarmee de gekozen waarde voor het concrete project wordt gemotiveerd.