Montfoort, 5 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Amendement
Onderwerp - Raadsvoorstel Toetsingskader windenergie Cattenbroek
- Norm laag frequent geluid
De raad van de gemeente Montfoort in vergadering bijeen d.d. 5 oktober 2026
Constaterende dat:
- windturbines naast hoorbaar geluid ook laagfrequent geluid produceren;
- voor laagfrequent geluid van windturbines in Nederland geen afzonderlijke wettelijke grenswaarde geldt;
- de Raad van State heeft geoordeeld dat een gemeenteraad naast de algemene geluidnorm voor windturbines een specifieke aanvullende norm voor laagfrequent geluid mag hanteren ten behoeve van de handhaafbaarheid;
- de Raad van State daarbij nadrukkelijk belang hecht aan een duidelijke en handhaafbare norm en meetmethode;
- in Denemarken een concrete norm wordt gehanteerd van 20 dB(A) binnenshuis voor laagfrequent geluid van windturbines;
- de Deense systematiek laagfrequent geluid definieert als geluid in het frequentiegebied van 10 tot en met 160 Hz, beoordeeld in 1/3-octaafbanden;
- de Deense norm wordt beoordeeld bij windsnelheden van 6 m/s en 8 m/s;
Overwegende dat:
- inwoners vooraf duidelijkheid moeten hebben over de maximale geluidbelasting die zij van nieuwe windturbines mogen verwachten;
- in gemeente Montfoort reeds een casus bekend is waarbij inwoners grote overlast ervaren van laagfrequent geluid;
- laagfrequent geluid afzonderlijk en objectief toetsbaar moet zijn;
- een concrete norm voorkomt dat pas na realisatie discussie ontstaat over de wijze waarop laagfrequent geluid moet worden beoordeeld;
- de Raad van State in uitspraak ECLI:NL:RVS:2024:1176 heeft geoordeeld: “Dat neemt niet weg dat de raad er in dit geval voor mocht kiezen om, in aanvulling op de geluidnorm van ten hoogste 47 dB Lden en 41 dB Lnight, een specifieke norm voor laagfrequent geluid te hanteren ten behoeve van de handhaafbaarheid.” (Raad van State)
- de Raad van State daarbij tevens heeft geoordeeld dat de raad mocht kiezen voor: “de insteek van een zo goed mogelijk handhaafbare norm en meetmethode”; (Raad van State)
- de Raad van State in eerdere windenergieprocedures de Deense methodiek en de norm van 20 dB(A) als beoordelingsmaatstaf heeft betrokken; (Raad van State);
- In Denemarken de Deense norm al ruim 20 jaar wordt gehanteerd, waarbij geconcludeerd kan worden dat dit exploitanten niet weerhoudt;
- het daarom wenselijk is om in het Montfoortse toetsingskader zowel de grenswaarde als de frequentiebanden, windsnelheden en beoordelingsmethode vooraf vast te leggen;
Ondergetekende(n) stellen het volgende amendement voor:
Besluit: Het voorgestelde besluit als volgt te wijzigen:
1. Het Toetsingskader windenergie Cattenbroek, waaronder de volgende geluidsnormen: a. Aansluiten bij de ontwerp rijksnormen voor jaarlijks gemiddeld geluid, (45
decibel Lden en 39 decibel Lnight; b. Aansluiten bij de ontwerp rijksnormen voor tonaal geluid; c. Ook is opgenomen in het toetsingskader dat indien deze rijksnorm er niet
komt, de raad opdracht geeft aan het college om deze norm zelf te stellen; d. Daarnaast wordt in het toetsingskader opdracht gegeven aan het college
om een handhavingsnorm en meetmethodiek te bepalen voor maximaal momentaan geluid, zoals beschreven in het Toetsingskader; gewijzigd vast te stellen door deze aan te vullen met: e. Aanvullende norm laagfrequent geluid
- Laagfrequent geluid van windturbines wordt afzonderlijk beoordeeld naast de geldende wettelijke geluidnormen.
- Voor laagfrequent geluid geldt in geluidgevoelige ruimten van woningen een maximaal A-gewogen binnenniveau van 20 dB(A).
- Onder laagfrequent geluid wordt verstaan geluid in het frequentiegebied van 10 tot en met 160 Hz, beoordeeld in 1/3- octaafbanden.
- De norm van 20 dB(A) wordt afzonderlijk getoetst bij een windsnelheid van 6 m/s en 8 m/s, overeenkomstig de Deense beoordelingssystematiek voor windturbines. f. Meet- en rekenmethode
- De berekening van het laagfrequente geluid wordt uitgevoerd in de 1/3-octaafbanden met middenfrequenties van 10, 12,5, 16, 20, 25, 31,5, 40, 50, 63, 80, 100, 125 en 160 Hz.
- De berekening wordt uitgevoerd overeenkomstig de actuele Deense methode voor de bepaling van laagfrequent geluid van windturbines, zoals vastgelegd in de op het moment van vergunningverlening geldende Deense windturbinenormen, tenzij een in Nederland wettelijk voorgeschreven methode een gelijkwaardige of betere beoordeling waarborgt.
- Het akoestisch onderzoek vermeldt per 1/3-octaafband de berekende geluidbijdrage en de toegepaste correcties, zodat de beoordeling reproduceerbaar en controleerbaar is. g. Onafhankelijk onderzoek
- De initiatiefnemer dient voorafgaand aan vergunningverlening door middel van een onafhankelijk akoestisch onderzoek aan te tonen dat aan de norm wordt voldaan.
- Het onderzoek moet inzicht geven in de bijdrage van iedere windturbine afzonderlijk én in de gecumuleerde laagfrequente geluidbelasting van het gehele windpark. h. Controle en handhaving
- Na ingebruikname moet het bevoegd gezag controle van het laagfrequente geluid kunnen laten uitvoeren.
- Indien uit een controlemeting of controleberekening blijkt dat de norm van 20 dB(A) wordt overschreden, is de exploitant verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om de overschrijding te beëindigen.
Ondertekening en naam:
F. van Rooijen VVD
Dit amendement is: _aangenomen / verworpen_ in de vergadering van 5 oktober 2026
Stemverhouding: Fracties voor: Fracties tegen:
.………………………….. …………………………. …………………………... …………………………. …………………………... ………………………….
……………………… ………………………… mr. S.G. Meijer A. Treep griffier waarnemend voorzitter