Overbetuwe, 25 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Aan de fractie van D66 Overbetuwe en overige leden van de gemeenteraad
Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Verzonden d.d. 28 augustus 2026 327566 22-9-2026 Onderwerp: Behandeld door Telefoonnummer Bijlage(n) Beantwoording schriftelijke vragen D66 S- Halilovic Adis +31481362355 756 - proces Uitvoering Spreidingswet
Geachte leden van de fractie D66 Overbetuwe en andere fracties,,
Op 28 augustus heeft uw fractie vragen gesteld (S-756) over proces uitvoering Spreidingswet. Deze vragen worden met deze brief beantwoord.
Het college hecht eraan onderscheid te maken tussen het locatieonderzoek AZC, de daarop voorziene bestuurlijke vervolgstappen en de huidige aanpak van het college.
In het eerdere traject zijn potentiële locaties geïnventariseerd en in hoofdlijnen getoetst aan de daarvoor vastgestelde criteria. Het destijds voorziene proces van verdiepend onderzoek, bestuurlijke besluitvorming en uiteindelijke locatiekeuze is niet volledig doorlopen. Het huidige college heeft gekozen voor een andere aanpak en heeft het eerdere proces daarom in een andere vorm voortgezet ten behoeve van de huidige aanpak.
Tegen deze achtergrond beantwoordt het college de vragen als volgt
Toelichting vraag 1 In de AKD-brief wordt gesproken over een afgerond locatieonderzoek per februari 2026. In de brief van 22-42026 die door de gemeentesecretaris, namens het college, is verstuurd aan diezelfde mevr. Morren staat het volgende: “Het locatieonderzoek bevindt zich momenteel in fase 1. In deze fase zijn diverse potentiële locaties in kaart gebracht en in hoofdlijnen getoetst aan vastgestelde criteria. Het betreft hierbij een combinatie van locaties in gemeentelijk eigendom, locaties aangeboden door particuliere vastgoedeigenaren en locaties aangeboden door ontwikkelaars. De resultaten van deze fase zullen worden voorgelegd aan het nieuw te vormen college, waarna verdere besluitvorming zal plaatsvinden over de vervolgstappen in het proces. Op basis van de huidige planning wordt voorzien dat, na bestuurlijke besluitvorming door het nieuw te vormen college, fase 2 zal worden gestart.”
Vraag 1a: klopt het dat het locatieonderzoek tenminste 2 fases bevat?
Antwoord: Ja. Het destijds voorziene proces kende een oriënterende fase en een daaropvolgende verdiepende fase.
1/5
Vraag 1b Klopt het dat met de formulering “bevindt zich momenteel in fase 1” is bedoeld te zeggen dat fase 1 nog loopt en dus niet is afgerond?
Antwoord: Ja. Ten tijde van de brief van 22 april 2026 bevond het proces zich in de oriënterende fase en was nog geen besluit genomen over het starten van een verdiepende fase.
Vraag 1c Kan het college uitleggen waarom in de AKD-brief wordt gesteld dat het locatieonderzoek in februari 2026 is afgerond terwijl het zich in april 2026 in fase 1 bevond?
Antwoord: Met de formulering in de AKD-brief wordt gedoeld op het verrichte oriëntatieonderzoek en de inzichten die uit de inventarisatie van potentiële locaties naar voren zijn gekomen. Daarmee is niet bedoeld dat het volledige bestuurlijke proces van verdere verdieping, locatiekeuze en besluitvorming aan de orde was/is. Achteraf bezien had dit onderscheid in de AKD-brief preciezer kunnen worden geformuleerd. De strekking van de brief blijft ongewijzigd. Voorafgaand aan de opschaling naar trede 3 had de gemeente aantoonbaar onderzoek verricht en concrete stappen gezet ter voorbereiding op de uitvoering van de opgave.
Vraag 1d Klopt het dat de toetsing van de geïnventariseerde locaties aan de vastgestelde criteria ambtelijk heeft plaatsgevonden en niet heeft geresulteerd in bestuurlijke besluitvorming door het vorige college?
Antwoord: Ja. De inventarisatie en toetsing heeft niet geleid tot bestuurlijke besluitvorming over een voorkeurslocatie of het overgaan naar een verdiepende fase.
Vraag 1e Als het antwoord op vraag 1d ‘Ja’ is, waarom spreekt de AKD-brief over een ‘afgerond locatieonderzoek’ als dat onderzoek geen bestuurlijke status heeft?
Antwoord: Het uitvoeren en afronden van werkzaamheden moet worden onderscheiden van de daaropvolgende bestuurlijke besluitvorming. Zoals bij vraag 1c aangegeven, had dit onderscheid in de AKD-brief preciezer kunnen worden verwoord. Er is niet bedoeld te stellen dat het volledige bestuurlijke proces was afgerond.
Vraag 1f Als het antwoord op vraag 1d ‘Nee’ is, wanneer heeft bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden?
Antwoord: Niet van toepassing.
Vraag 1g Klopt het dat het locatieonderzoek feitelijk niet is afgerond, maar dat het huidige college het locatieonderzoek als ‘afgerond’ beschouwt omdat er niet langer aan wordt gewerkt, maar er een nieuwe projectopdracht is gemaakt?
Antwoord: Nee, niet in de betekenis die in de vraag wordt gesuggereerd. Binnen de oriënterende fase van het locatieonderzoek zijn er werkzaamheden uitgevoerd en hebben deze inzichten opgeleverd. Het daarop voorziene bestuurlijke vervolgproces is vervolgens niet doorlopen. Het huidige college heeft ervoor gekozen om de oriënterende fase niet voort te zetten naar de destijds voorziene verdiepende fase. In plaats daarvan is ervoor gekozen om op basis van de opgedane inzichten het proces in een andere vorm voort te zetten, met een nieuwe projectopdracht en een nieuwe aanpak.
2/5
Toelichting vraag 2 Op 27 januari 2027 heeft de raad een motie van GBO aangenomen, die het college verzocht om: “de raad actief, tijdig en voorafgaand aan het starten van nieuwe processtappen te informeren over de voortgang van het AZC-dossier, waaronder in ieder geval:
- de overgang van de oriënterende fase naar een verdiepend locatieonderzoek;
- het moment waarop één of meerdere locaties als kansrijk worden aangemerkt; …”
Vraag 2a Klopt het dat fase 1 overeenkomt met de oriënterende fase?
Antwoord: Ja.
Vraag 2b Klopt het dat de raad tot op heden niet is geïnformeerd over de overgang naar een verdiepende fase?
Antwoord: Er heeft geen overgang naar de destijds voorziene verdiepende fase plaatsgevonden. De raad is daarom niet over het starten van die fase geïnformeerd.
Het eerdere proces is niet in de oorspronkelijke vorm voortgezet. De inzichten uit de oriënterende fase zijn benut binnen de nieuwe aanpak van het college. Over deze nieuwe aanpak is de raad tijdens de raadsvergadering van 2 juni 2026 geïnformeerd.
Vraag 2c Als het antwoord op vraag 2b ‘Ja’ is, kan daaruit geconcludeerd worden dat het locatieonderzoek nog altijd in fase 1, de oriënterende fase zit?
Antwoord: Nee. Uit het feit dat geen verdiepende fase is gestart volgt niet dat het eerdere proces nog steeds doorloopt. Het eerdere proces is niet in de oorspronkelijke vorm voortgezet. De inzichten uit het eerdere proces zijn in een andere vorm meegenomen in de aanpak van het huidige college.
Vraag 2d Als het antwoord op vraag 2b ‘Nee’ is, wanneer is de raad dan geïnformeerd over het afronden van de oriënterende fase?
Antwoord: Er heeft geen overgang naar de destijds voorziene verdiepende fase plaatsgevonden.
Toelichting vraag 3 In het collegevoorstel staat dat “ _er geen kosten verbonden zijn aan het laten versturen van deze brief_ ”. Het laten opstellen van de brief door AKD heeft ongetwijfeld geld gekost en het is aannemelijk dat er vervolgcorrespondentie ontstaat, waarvoor kosten gemaakt gaan worden (in de vorm van ambtelijke inzet of advocatenkosten).
Vraag 3a Wat zijn de reeds gemaakte kosten en wat zijn de verwachte kosten voor de verdere afhandeling van deze procedure?
Antwoord: Voor het bespreken van het dossier en het opstellen en verzenden van de brief door AKD zijn juridische
3/5
kosten gemaakt. Deze kosten bedragen € 5.476,58
Op dit moment is geen afzonderlijke juridische procedure voorzien. Met de brief vraagt het college de minister om het besluit over de indeling in trede 3 te heroverwegen. Het college wil eerst de reactie van het ministerie afwachten en zet op dit moment dus niet in op een juridische procedure. Als uit de reactie van het ministerie blijkt dat aanvullende juridische advisering nodig is, zal het college op dat moment beoordelen of en in welke omvang daarvan gebruik wordt gemaakt.
Vraag 3b Uit welk budget worden deze kosten betaald?
Antwoord: De gemaakte kosten worden geboekt onder de post voor algemene juridische procedures.
Toelichting vraag 4 De brief van AKD is een reactie op de brief van het Ministerie van A&G van 6 juli 2026. In deze brief staat: “Gelet op de urgentie van de opgave wil ik nogmaals het belang onderstrepen dat alle gemeenten hun bijdrage leveren aan de opvang, op de langere termijn maar ook voor de acute korte termijn.” De minister doet deze oproep voor solidariteit tussen gemeenten in een context van overvolle opvangcentra en in de wetenschap dat het COA bestaande AZC’s langer open moeten houden omdat er elders in Nederland onvoldoende (nood)opvangplekken worden aangeboden. De brief van AKD is erop gericht om als Overbetuwe niet ingedeeld te worden in trede 3. Dat is een zuiver procedureel punt en voer voor juristen, maar draagt niks bij aan de oplossing voor het tekort aan opvangplekken. Het college voert aan dat het besluit van het ministerie schadelijk is voor de goede naam van de gemeente.
Vraag 4a Hoe draagt het eventueel terugdraaien van de indeling in trede 3 naar trede 2 bij aan de wettelijke taak om per 1 juli 2027 voldoende opvangplaatsen voor asielzoekers te realiseren?
Antwoord: De indeling op de escalatieladder en de uitvoering van de wettelijke opgave zijn twee verschillende zaken. Een eventuele heroverweging van de indeling in trede 3 verandert de wettelijke verplichtingen van de gemeente niet. Het college werkt aan de uitvoering van de opgave binnen de gekozen aanpak.
Het verzoek om heroverweging is gedaan omdat het college van oordeel is dat de indeling in trede 3 onvoldoende recht doet aan de stappen die Overbetuwe al heeft gezet en aan de specifieke omstandigheden van de gemeente. Het college acht het van belang dat interbestuurlijke maatregelen zorgvuldig en op een deugdelijke motivering worden gebaseerd.
Vraag 4b Hoe denkt het college vanuit deze procedurele weerstand tegen het besluit van het ministerie te komen tot een constructieve samenwerking, gericht op het leveren van een redelijke bijdrage aan de opvang, op de langere termijn maar ook voor de acute korte termijn?
Antwoord: Het college herkent zich niet in de kwalificatie “procedurele weerstand”
Het college heeft de minister (gemotiveerd) verzocht de indeling in trede 3 te heroverwegen. Het bewaken van de bestuurlijk-juridische positie van de gemeente en het constructief samenwerken met Rijk, provincie, regio en andere betrokken partijen sluiten elkaar niet uit. Overbetuwe blijft in gesprek over de uitvoering van de opgave en werkt tegelijkertijd verder aan de door het college gekozen aanpak. Het college blijft daarbij bereid haar bijdrage te leveren binnen de wettelijke kaders en met oog voor de totale huisvestingsopgave van de gemeente.
Vraag 4c
4/5
Is het college van mening dat een juridische strijd met het ministerie bijdraagt aan de goede naam van de gemeente Overbetuwe?
Antwoord: Het college kwalificeert het verzoek aan de minister niet als een “juridische strijd”. Het college heeft juridisch advies ingewonnen en de minister (gemotiveerd) verzocht om de indeling van Overbetuwe in trede 3 te heroverwegen. Het college acht het zorgvuldig bewaken van de bestuurlijke en juridische positie van de gemeente, onderdeel van zijn verantwoordelijkheid.
Een goede interbestuurlijke verhouding betekent naar het oordeel van het college niet dat verschillen van inzicht niet benoemd kunnen worden. Het college zet in op een constructieve relatie met het ministerie en de overige betrokken overheden en blijft tegelijkertijd opkomen voor de belangen en positie van Overbetuwe.
Hoogachtend,
Namens het college van burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris, de burgemeester,
D.C. van Eeten
R.P. Hoytink-Roubos
5/5