Zaanstad, 11 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
gemeente Zaanstad Burgemeester & Wethouders
Stadhuisplein 100 1506 MZ Zaandam Postbus 2000 1500 GA Zaandam
Telefoon 14 075
De leden van de gemeenteraad Zaanstad
www.zaanstad.nl
ONS KENMERK z10489362 PORTEFEUILLEHOUDER H. v.d. Laan PORTEFEUILLE Ruimtelijke ontwikkeling ONDERWERP Artikel 51 vragen DZ inzake beleidsregel intrekken omgevingsvergunning bouwen
Door J. Rot zijn mede namens de fractie van Democratisch Zaanstad vragen gesteld op grond van artikel 51 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad van Zaanstad, over Beleidsregel intrekken omgevingsvergunning bouwen.
De gestelde vragen beantwoorden wij als volgt:
Vraag 1: Welk concreet probleem lost deze beleidsregel op dat niet reeds met de bestaande bevoegdheden uit de Omgevingswet kon worden aangepakt? De intrekkingsbevoegdheid is geregeld in artikel 5.40 van de Omgevingswet. De wet is de kapstok voor de nadere invulling door middel van de beleidsregel. De beleidsregel schept kaders en duidelijkheid hoe de gemeente met haar bevoegdheid, op grond van de Omgevingswet, wil omgaan. Met deze beleidsregel wordt een verhelderend kader gegeven voor zowel inwoners als ambtenaren. Hierin wordt benadrukt dat het een kan-bepaling betreft en er altijd maatwerk zal worden toegepast. Dat een vergunning kan worden ingetrokken, betekent niet direct dat dit hier altijd voor zal worden gekozen. Er kunnen omstandigheden zijn, zoals in de beleidsregel genoemd, waardoor we (nog) niet overgaan tot intrekking van een omgevingsvergunning.
Vraag 2: Hoe groot acht het college het probleem van slapende vergunningen binnen Zaanstad in relatie tot de totale woningbouwopgave? Het intrekkingenbeleid staat de woningbouwopgave niet in de weg. Voordat een vergunning (mogelijk) wordt ingetrokken, wordt een zorgvuldige afweging gemaakt waarbij het algemeen belang van de woningbouw wordt meegenomen.
Vraag 3: Hoeveel woningen verwacht het college daadwerkelijk sneller gerealiseerd te krijgen als gevolg van deze beleidsregel? Dit beleidsstuk heeft niet de doelstelling om woningen sneller te kunnen realiseren. In het beleidsstuk wordt niet gesproken over versnelde woningbouwrealisatie als gevolg van het intrekken van slapende vergunningen. Er wordt enkel aangegeven dat een omgevingsvergunning kan worden ingetrokken, vanwege het risico dat er mogelijk woningbouwprojecten niet worden uitgevoerd. Het dringt wel aan op tijdige uitvoering van een verleende omgevingsvergunning.
MOZARD ZAAKNUMMER PAGINA gemeente Zaanstad 10489362 2/3
Vraag 4: Op basis van welke gegevens verwacht het college dat intrekking van vergunningen daadwerkelijk zal leiden tot versnelling van woningbouw? Dit is niet aan de orde. Het beleidsstuk legt geen verband tussen het intrekken van slapende vergunningen en een versnelling van de woningbouwrealisatie.
Vraag 5: Is het college van mening dat een eenmaal rechtmatig verleende vergunning in beginsel zoveel mogelijk moet worden gerespecteerd? Het uitgangspunt is dat een rechtmatig verleende vergunning een activiteit toestaat en daarmee bevestigt dat deze activiteit aan de geldende wettelijke voorwaarden voldoet. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de vergunde activiteit ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Indien gedurende langere tijd geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning, kan deze op grond van landelijke wet- en regelgeving worden ingetrokken.
Vraag 6: Hoe voorkomt het college dat vergunninghouders die buiten hun schuld vertraging oplopen onevenredig worden geraakt? Deze beleidsregel is bedoeld om te benadrukken dat het intrekkingenproces maatwerk is. Indien de vergunninghouder aannemelijk kan maken dat buiten zijn/haar schuld om de uitvoering van de vergunning vertraging heeft opgelopen, dan kan er uitstel worden gegeven. In deze gevallen wordt door de vergunninghouder een (door ons te beoordelen) redelijke termijn overlegd, waarbinnen de vergunning alsnog tot uitvoering dient te worden gebracht. Dit geldt uiteraard ook wanneer er andere procedures zijn die eerst nog doorlopen moeten worden voordat uitvoering kan worden gegeven aan de verleende omgevingsvergunning. Dit zal met de nodige zorgvuldigheid en evenredigheid worden beoordeeld.
Vraag 7: Acht het college het wenselijk dat projecten die vertraging oplopen door omstandigheden waarop de initiatiefnemer geen invloed heeft, geconfronteerd kunnen worden met intrekking van hun vergunning? Zie antwoord onder vraag 6.
Vraag 8: Hoe verhoudt deze beleidsregel zich tot de ambitie van het college om woningbouwproductie juist te stimuleren en te versnellen? Mocht een slapende vergunning betrekking hebben op een woningbouwproductie, dan betekent dit dat er nu al niet wordt gebouwd cq. dat de vergunning nu ook niet wordt uitgevoerd. Dit beleidsstuk heeft geen betrekking op vergunningen van projecten die al uitgevoerd/gebouwd worden, waarbij geen sprake is van stilliggen. Bovendien wordt er bij elke mogelijke intrekking een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij het algemeen belang van de woningbouw wordt meegenomen.
Vraag 9: Kan het college uitsluiten dat toepassing van deze beleidsregel juist leidt tot nieuwe vergunningprocedures, aanvullende juridische procedures, hogere ontwikkelkosten en verdere vertraging van woningbouwprojecten? Het beleidsstuk is een verduidelijking van op dit moment geldende landelijke wet- en regelgeving. Het is wenselijk dat deze regelgeving wordt nageleefd, met daarbij de verduidelijking dat het een kan- bepaling betreft en er altijd maatwerk wordt toegepast. Het niet intrekken van slapende vergunningen kan diverse nadelige gevolgen hebben, zoals beschreven staat in het beleidsstuk. Het is het college er niet om te doen om nieuwe vergunningprocedures in de hand te werken. Dat is dan ook de reden dat er vooraf een goede afweging zal plaatsvinden waarbij, bijvoorbeeld met procedures die erg moeizaam zijn verlopen om tot vergunningverlening te komen, niet lichtvaardig zal worden omgegaan met deze intrekkingsbevoegdheid. Er zal per geval een belangenafweging plaatsvinden waarbij ook de door u genoemde punten doorgaans onderdeel zijn van deze afweging. Wij zien niet in dat dit verder leidt tot vertraging van woningbouwprojecten.
MOZARD ZAAKNUMMER PAGINA gemeente Zaanstad 10489362 3/3
Vraag 10: Is het college bereid jaarlijks aan de raad te rapporteren over: - Het aantal onderzochte vergunningen; - Het aantal ontvangen verzoeken tot intrekking; - Het aantal gestarte intrekkingsprocedures; - Het aantal daadwerkelijk ingetrokken vergunningen; - Het aantal woningen dat hierdoor is geraakt; - De effecten op de woningbouwproductie? Het college rapporteert jaarlijks over zaken die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving via de jaarrapportage VTH. Intrekkingen en resultaten hiervan maken onderdeel uit van deze jaarrapportage.
Vraag 11: Is het college bereid de werking van deze beleidsregel binnen één jaar na inwerkingtreding te evalueren en de uitkomsten aan de raad voor te leggen? Aangezien deze beleidsregel vooral een verduidelijking en nadere invulling vormt van bestaande landelijke wet- en regelgeving, wordt een afzonderlijke evaluatie binnen één jaar na inwerkingtreding niet noodzakelijk geacht. De ervaringen met de toepassing en uitvoering van de beleidsregel worden meegenomen in de reguliere VTH-jaarrapportage, die aan de Raad wordt voorgelegd.
Vraag 12: Is het college bereid de raad inzicht te geven in de omvang van de bestaande voorraad slapende vergunningen, zodat kan worden beoordeeld of de gekozen maatregel proportioneel is ten opzichte van het probleem dat ermee wordt beoogd op te lossen? Momenteel zijn er ongeveer 1.200 slapende vergunningen in beeld. Per geval wordt een zorgvuldige afweging gemaakt welke vergunningen daadwerkelijk voor intrekking in aanmerking komen.
In het vertrouwen u voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zaanstad,
Mr. H. van der Laan, wethouder
Mr. L. Graaff, gemeentesecretaris
Transactiebewijs iBabs digitale handtekening