Zwolle, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Art. 45 vragen
Aan: College van B&W Datum: 20 augustus 2026
Onderwerp: Aanhoudende droogte en klimaatadaptatiebeleid
Geacht college,
Zwolle ligt aan het water: de IJssel, de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water bepalen al eeuwenlang het gezicht en de bereikbaarheid van de stad. Juist die rivieren staan deze zomer onder grote druk. Bij Lobith zakte de Rijnafvoer half augustus tot vlakbij het recorddieptepunt van 2022, en stuw Driel staat sinds 3 augustus volledig open omdat sturing van de waterverdeling niet langer mogelijk is. Ook in de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water zijn de waterstanden verlaagd en dalen de grondwaterstanden, met risico's als blauwalg en vissterfte in droogvallende sloten tot gevolg.
Deventer moest half augustus zijn binnenhaven sluiten omdat het IJsselpeil er te laag kwam te staan voor een veilige situatie, waardoor Zwolle door beinvloed wordt als gevolg van uitwijkende scheepvaart uit de regio. Het IJsselmeer, dat via de IJssel wordt gevoed en dient als zoetwaterreserve voor drinkwater, landbouw en industrie, staat eveneens onder druk. Droogte van deze omvang zal door klimaatverandering vaker voorkomen. Dat vraagt om een gemeente die zich daar structureel op voorbereidt, met eigen instrumenten voor grondwaterbeheer, groen en waterberging, in aanvulling op wat waterschap en Rijk al doen.
Daarom stellen de D66-fractie en CDA-fractie vragen over hoe het college haar bevoegdheden inzet, en hoe dit zich verhoudt tot de eerdere constatering van de Rekenkamer dat hitte en droogte binnen het gemeentelijke klimaatadaptatiebeleid tot nu toe onderbelicht zijn gebleven.
1. Is het college bekend met de gevolgen van de aanhoudende droogte voor de grondwaterstand en het openbaar groen binnen de gemeente Zwolle, en welke maatregelen neemt het college binnen zijn eigen taak voor de fysieke leefomgeving (artikel 2.3 en 2.16 Omgevingswet) om verdroging van gemeentelijk groen, bomen en grondwater in bebouwd gebied tegen te gaan?
2. Hoeveel gebruik wordt op dit moment gemaakt van het klimaatadaptatiebudget (en andere relevante financiele middelen) voor het afkoppelen van hemelwater (regentonnen, infiltratiekratten, wadi’s, verlaagde tuinen)? Ziet het college aanleiding om deze regeling, gezien de aanhoudende droogte, actiever onder de aandacht van inwoners te brengen of uit te breiden?
3. Op welke wijze wordt droogte en verdroging meegewogen in het huidige Water en Rioleringsprogramma en in de eisen die de gemeente stelt aan waterberging en infiltratie bij nieuwbouw, bijvoorbeeld via het omgevingsplan?
4. Wat is de stand van zaken van de opvolging van de aanbeveling uit het Rekenkameronderzoek klimaatadaptatie van januari 2025 om hitte en droogte meer
aandacht te geven binnen het gemeentelijke beleid? Kan de raad hierover op korte termijn een geactualiseerde voortgangsrapportage ontvangen?
5. Welke gevolgen van de aanhoudende droogte ziet het college specifiek voor het buitengebied van Zwolle, waaronder de agrarische sector, natuur en de beschikbaarheid van voldoende zoetwater? Op welke wijze is de gemeente hierover in gesprek met agrariërs, terreinbeheerders en het waterschap, en waar ziet het college mogelijkheden om gezamenlijk maatregelen te nemen die zowel water vasthouden als perspectief bieden aan het buitengebied?
6. Is het college het met de D66-fractie en de CDA-fractie eens dat de gemeente zich, gezien de terugkerende droogteperioden van de afgelopen jaren, structureel moet voorbereiden op een klimaat waarin droogte een net zo reëel risico is als wateroverlast, en dat dit vraagt om steviger gemeentelijk beleid voor waterbuffering en -opvang binnen de eigen grenzen, naast de bestaande aandacht voor waterveiligheid? Zo ja, welke concrete stappen gaat het college hiertoe zetten en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Wij kijken uit naar uw beantwoording.
D66 Zwolle CDA Zwolle Waldemar Wessels Clemens Knispel