Hoeksche Waard, 7 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Nota beantwoording zienswijzen
Ontwerp volkshuisvestingsprogramma Hoeksche Waard
November 2025
1. Inleiding
Tijdens de vergadering van 15 juli 2025 stemde het college van burgemeester en wethouders in met de ter inzagelegging van het ontwerp volkshuisvestingsprogramma.
Het ontwerp volkshuisvestingsprogramma lag vanaf 24 juli t/m 17 september 2025 gedurende 8 weken ter inzage. Eenieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld om een mondelinge of schriftelijke zienswijze in te dienen.
Dit is bekendgemaakt via het Kompas, de website en overheid.nl. Geïnteresseerden en belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld het ontwerpprogramma digitaal te bekijken via de landelijke website [https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart of fysiek in te zien op het gemeentehuis. Zij konden](https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart) hierop schriftelijk of mondeling reageren.
De terinzagelegging van het ontwerpprogramma heeft geleid tot 13 zienswijzen. In deze nota van zienswijzen zijn de reacties niet geheel opgenomen, maar zijn de hoofdpunten samengevat. Bij de behandeling van de zienswijzen is wel gekeken naar de volledige tekst van de zienswijze. De zienswijzen zijn genummerd. De volgorde van de nummering is bepaald door het moment van ontvangst.
Persoonsgegevens
De Wet bescherming persoonsgegevens laat niet toe dat persoonsgegevens van reclamanten digitaal openbaar worden gemaakt. Om die reden zijn de zienswijzen waar nodig geanonimiseerd.
Sinds 25 mei 2018 geldt de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). In (digitale) stukken zijn de namen van natuurlijke personen daarom geanonimiseerd. Dit geldt niet voor objectgegevens. Anonimiseren is ook niet nodig voor namen van bedrijven en organisaties die een zienswijze indienen. Aan de betrokkenen wordt per brief kenbaar gemaakt onder welk nummer hun zienswijze is opgenomen.
Indiener van de zienswijze Nr. categorieën voo gegevens aan h Naam rgeschreven. Deze et CBS en hoeft nie Datum hoofdindeling di t te worden geha Registratienum mer ent alleen gevolgd nteerd bij de begr 1 Indiener 1
| 25-7-2025 |
| Z/25/326561 |
| 2. | Indiener 2 | 26-7-2025 | Z/25/326660 |
| 3. | Indiener 3 | 31-7-2025 | Z/25/327625 |
| 4. | Indiener 4 | 28-7-2025 | Z/25/326805 |
| 5. | HW Wonen | 7-8-2025 | Z/25/346799 |
| 6. | Indiener 6 | 28-8-2025 | Z/25/332958 |
| 7. | Indiener 7 | 1-9-2025 | Z/25/333270 |
| 8. | Indiener 8 | 6-9-2025 | Z/25/334561 |
| 9. | Indiener 9 | 11-9-2025 | Z/25/335230 |
| 10. | Indiener 10 | 16-9-2025 | Z/25/336077 |
3/15
| 11. | Indiener 11 | 16-9-2025 | Z/25/336177 |
|---|---|---|---|
| 12. | Indiener 12 | 16-9-2025 | Z/25/336181 |
| 13. | Indiener 13 | 17-9-2025 | Z/25/336711 |
4/15
2. Beantwoording van de zienswijze
2.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 1
Het is een mooi toekomstbeeld dat er 2400 extra woningen bij komen in en rond Oud-Beijerland. Er is echter momenteel al veel verkeer en tijdens de spits vertraging op het stuk N217 tussen Oud-Beijerland en de toerit van de A29. Ik zie in de plannen alleen iets over een buslijn. Het is echter noodzakelijk dat de N217 verbreed gaat worden. Ik hoop van harte dat er rekening wordt gehouden met het feit dat 2400 extra woningen voor veel extra verkeer gaat zorgen.
Reactie college: Wij begrijpen uw zorg over de verkeerssituatie. Goede bereikbaarheid en het beperken van verkeersdruk voor de omgeving zijn belangrijk. De beoordeling van de huidige en toekomstige verkeerssituatie vormt een onderdeel van de ruimtelijke procedure bij een gebiedsontwikkeling. Aangetoond moet worden dat een plan ruimtelijk en maatschappelijk haalbaar is. Hiervoor moeten onder andere consequenties van de ontwikkeling, onder andere voor de verkeersituatie, in kaart worden gebracht en ook welke eventuele maatregelen getroffen moeten worden. Voor Stougjeswijk voert de gemeente, in samenwerking met betrokken partners, diverse aanpassingen en uitbreidingen door aan het fiets-, wandel- en wegennetwerk in en rondom de wijk. Denk bijvoorbeeld aan een fietstunnel, nieuwe rotonde en snelle busverbinding (R-net). Hierdoor is de nieuwe wijk straks goed bereikbaar en veilig.
Conclusie: Om meer inzicht te geven over verkeer en mobiliteit werken we de alinea op pagina 14 nader uit in de vaststellen versie van het programma. Dit is op hoofdlijnen. Een compleet overzicht van de activiteiten op het gebied van mobiliteit en verkeer is terug te vinden in het uitvoeringsprogramma mobiliteit.
2.2 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 2
Mooi dat er nu zo samenhangend voor het geheel van de Hoeksche Waard naar het vraagstuk wordt gekeken. Veel goede uitgangspunten en realistische gedachten over de ontwikkelingen. Twee opmerkingen, in het bijzonder als inwoner van Nieuw-Beijerland.
1. In het plan wordt vooral ingezet op woningbouw in een viertal kernen. Daar waar dit ook substantieel kan. Dat is op zich prima. Alleen raken daarmee de andere kernen wat buiten beeld. Als ik kijk naar Nieuw-Beijerland gaat het met name om twee urgente problemen: senioren hebben geen alternatief voor hun eensgezinswoning. En daarnaast vinden starters geen betaalbaar huis. In beide gevallen gaat het om mensen die wonen en leven in ons dorp en die daar mee vorm aan geven. Mensen die ook nodig zijn om de sociale samenhang te behouden en versterken. Met een gerichte aanpak waarbij enkele tientallen seniorenwoningen of -appartementen worden gerealiseerd zou in ons dorp een gezonde verschuiving plaats kunnen vinden. Blijven de senioren voor ons behouden en komt een aantal eensgezinswoningen beschikbaar die een prijsklasse lager zitten dan nieuwbouw en daardoor ook meer in bereik is voor starters. Dus graag naast en tegelijk met de inzet voor de grote locaties en kernen ook actief inzetten op dit soort kleinschalige mogelijkheden. Hier is met relatief weinig inzet voor een kern veel te bereiken.
2. De tweede opmerking betreft de rol en de plaats van de kerken. In Nieuw-Beijerland is naar mijn schatting ruwweg de helft van de inwoners lid van één van de vier kerken op het dorp of kerk in de directe omgeving. Daarmee is dit een groot sociaal goed. Als het gaat om ontmoetingsplaatsen per kern, dient hier wel mee gerekend te worden. Concreet: er is een jongerencentrum dat pretendeert
5/15
voor álle Nieuw-Beijerlandse jongeren te zijn. Prachtig, maar door wat er georganiseerd wordt en de stijl van het geheel mijdt een groot deel van de jongeren dit centrum. Accepteer dat levensopvattingen en leefstijlen binnen kernen verschillen en dat 'een' ontmoetingsplek voor iedereen daarmee een lastig ding is. Benoem dat ook gewoon in het plan. Dan wordt de uitvoering realistischer en hoeft niemand zich gepasseerd of genegeerd te voelen. Denk niet vanuit het aanbod, maar vanuit de vraag in een kern. En benoem dat de gemeente daarin ook oog heeft voor de kerken.
Reactie college Dank u voor uw compliment. Wij zijn het met u eens dat senioren en jongeren op dit moment te weinig alternatieven hebben. De behoefte aan levensloopbestendige en betaalbare woningen is groter dan het huidige aanbod. Daarom willen wij het aandeel levensloopbestendige én betaalbare woningen vergroten en daarmee de doorstroming op gang te brengen. In het volkshuisvestingsprogramma is deze opgave concreet benoemd (pagina 30) en bij nieuwe initiatieven wordt aan de voorkant van het proces het invullen van deze opgave als uitgangspunt meegegeven. Zoals wij in het volkshuisvestingsprogramma aangeven houden we daarbij rekening met het bouwen naar behoefte in alle 14 kernen en bieden we ook in de kleinere kernen ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen.
Momenteel wordt met de projecten ‘innovatieve woonvormen’ en ‘wonen bij intramurale voorzieningen’ (onderdeel van de uitvoeringsagenda Wonen Welzijn Zorg) al uitvoering gegeven aan de doelstelling om deze woningen te realiseren. Voor een deel gaat het niet alleen over nieuwbouw, maar ook transformatie van de huidige woonvoorraad. Bijvoorbeeld waar het gaat om een deel van de woningen van corporatie HW Wonen. Hierover zijn ook afspraken vastgelegd in de prestatieafspraken. Bij deze projecten zijn ook alle maatschappelijk partners in de Hoeksche Waard betrokken.
Voor wat betreft voorzieningen richt de inzet van de gemeente en betrokken partners op het mogelijk maken van gemeenschappelijke en laagdrempelige voorzieningen waar zoveel mogelijk mensen gebruik van kunnen maken. De rol van de gemeente ligt bij het faciliteren van ontmoeting en het creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken. De invulling (de activiteiten) is aan inwoners en maatschappelijke partners gezamenlijk.
Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen
2.3 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 3
Bouw in elke kern naar rato een of meerdere flatjes met kleine, goedkopere appartementjes om het grootste tekort op te lossen. Hierna pas weer andere woningtype gaan bouwen. Precies zoals we na de oorlog hebben gedaan om Nederland weer snel op te bouwen. Kleine woningen zijn hard nodig, omdat er steeds meer mensen alleen zijn (vergrijzing, scheidingen, jongeren die alleen blijven). Ook voor starters zijn deze woningen betaalbaarder. Bovendien is deze bouw sneller en neemt minder kostbare grond in.
Reactie college Het (tijdelijk) bijbouwen van kleinere wooneenheden, met name aan de randen van de dorpskernen, is één van de oplossingen waar de gemeente op dit moment al uitvoering aan geeft. Op dit moment zijn er op een tweetal locaties in Numansdorp en Goudswaard in totaal zo’n 60 tijdelijke woningen gerealiseerd en loopt voor andere locaties in Oud-Beijerland een ruimtelijke procedure. Verder verkennen we de mogelijkheden voor de ontwikkeling voor enkele aanvullende locaties voor tijdelijke woningbouw. Het realiseren van tijdelijke huisvesting doen we in hoofdzaak om de grootste druk op de woningmarkt te verlichten.
6/15
De focus van onze inzet ligt echter wel bij het realiseren van de plannen met permanente woningen en het terugdringen van de doorlooptijd van deze plannen. In principe heeft de gemeente op dit moment genoeg woningbouwplannen in de programmering om tenminste de komende 10 jaar in de behoefte te voorzien. De uitdaging is met name dat deze plannen, conform de beoogde planning, gerealiseerd worden. Bij nieuwe en kansrijke initiatieven maakt de gemeente de overweging om deze toe te voegen, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om een ‘straatje’ of ‘buurtje erbij’ te realiseren.
| D | eze zienswijze leidt niet tot wijzigingen | Col3 | Col4 | Col5 |
|---|---|---|---|---|
| 2.4 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 4 | 2.4 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 4 | 2.4 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 4 | 2.4 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 4 | |
| Bouw kleine goedkope woningen voor jongeren. Ze mogen er bijvoorbeeld max. 5 jaar in wonen zodat ze | Bouw kleine goedkope woningen voor jongeren. Ze mogen er bijvoorbeeld max. 5 jaar in wonen zodat ze | Bouw kleine goedkope woningen voor jongeren. Ze mogen er bijvoorbeeld max. 5 jaar in wonen zodat ze | Bouw kleine goedkope woningen voor jongeren. Ze mogen er bijvoorbeeld max. 5 jaar in wonen zodat ze | |
| gespaard hebben om een woning te kopen. Elke verkochte woning levert drie lege woningen op. Bouw ook kleinere woningen. Gescheiden mensen wonen vaak in eengezinswoningen met veel lege | gespaard hebben om een woning te kopen. Elke verkochte woning levert drie lege woningen op. Bouw ook kleinere woningen. Gescheiden mensen wonen vaak in eengezinswoningen met veel lege | gespaard hebben om een woning te kopen. Elke verkochte woning levert drie lege woningen op. Bouw ook kleinere woningen. Gescheiden mensen wonen vaak in eengezinswoningen met veel lege | gespaard hebben om een woning te kopen. Elke verkochte woning levert drie lege woningen op. Bouw ook kleinere woningen. Gescheiden mensen wonen vaak in eengezinswoningen met veel lege | |
| slaapkamers. Of spits deze woningen op zodat de kinderen bv boven wonen en de ouderen onder met een | slaapkamers. Of spits deze woningen op zodat de kinderen bv boven wonen en de ouderen onder met een | slaapkamers. Of spits deze woningen op zodat de kinderen bv boven wonen en de ouderen onder met een | slaapkamers. Of spits deze woningen op zodat de kinderen bv boven wonen en de ouderen onder met een | |
| aanbouw voor een douche en slaapkamer. Een boerderij zou ik als gemeente uitkopen. Hier kunnen veel appartementen van gemaakt worden. Het land kan gebruikt worden voor natuur, eventueel met wat tiny | aanbouw voor een douche en slaapkamer. Een boerderij zou ik als gemeente uitkopen. Hier kunnen veel appartementen van gemaakt worden. Het land kan gebruikt worden voor natuur, eventueel met wat tiny | aanbouw voor een douche en slaapkamer. Een boerderij zou ik als gemeente uitkopen. Hier kunnen veel appartementen van gemaakt worden. Het land kan gebruikt worden voor natuur, eventueel met wat tiny | aanbouw voor een douche en slaapkamer. Een boerderij zou ik als gemeente uitkopen. Hier kunnen veel appartementen van gemaakt worden. Het land kan gebruikt worden voor natuur, eventueel met wat tiny | |
| houses. | houses. | houses. | houses. | |
| Reactie college | Reactie college | Reactie college | Reactie college | |
| Wij volgen uw oproep om meer betaalbare en kleinere woningen toe te voegen. Ook om hiermee de | Wij volgen uw oproep om meer betaalbare en kleinere woningen toe te voegen. Ook om hiermee de | Wij volgen uw oproep om meer betaalbare en kleinere woningen toe te voegen. Ook om hiermee de | Wij volgen uw oproep om meer betaalbare en kleinere woningen toe te voegen. Ook om hiermee de | |
| doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. In de woondeal is hierover de (landelijke) afspraak vastgelegd dat zo’n 2/3 van het totale woningbouwprogramma uit betaalbare woningen moet bestaan. | doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. In de woondeal is hierover de (landelijke) afspraak vastgelegd dat zo’n 2/3 van het totale woningbouwprogramma uit betaalbare woningen moet bestaan. | doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. In de woondeal is hierover de (landelijke) afspraak vastgelegd dat zo’n 2/3 van het totale woningbouwprogramma uit betaalbare woningen moet bestaan. | doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. In de woondeal is hierover de (landelijke) afspraak vastgelegd dat zo’n 2/3 van het totale woningbouwprogramma uit betaalbare woningen moet bestaan. | |
| Onder betaalbaar wordt verstaan onder de €405.000. Dit is inclusief 30% (30% van 100%) sociale huur. Ons | Onder betaalbaar wordt verstaan onder de €405.000. Dit is inclusief 30% (30% van 100%) sociale huur. Ons | Onder betaalbaar wordt verstaan onder de €405.000. Dit is inclusief 30% (30% van 100%) sociale huur. Ons | Onder betaalbaar wordt verstaan onder de €405.000. Dit is inclusief 30% (30% van 100%) sociale huur. Ons | |
| woningbouwprogramma sluit hierbij aan. Over het algemeen gaat het bij betaalbare woningen ook om kleinere woningen. Als we kijken naar de | woningbouwprogramma sluit hierbij aan. Over het algemeen gaat het bij betaalbare woningen ook om kleinere woningen. Als we kijken naar de | woningbouwprogramma sluit hierbij aan. Over het algemeen gaat het bij betaalbare woningen ook om kleinere woningen. Als we kijken naar de | woningbouwprogramma sluit hierbij aan. Over het algemeen gaat het bij betaalbare woningen ook om kleinere woningen. Als we kijken naar de | |
| woningbouwprogrammering (de woningen die nog gebouwd of opgeleverd moeten worden) dan zijn er | woningbouwprogrammering (de woningen die nog gebouwd of opgeleverd moeten worden) dan zijn er | woningbouwprogrammering (de woningen die nog gebouwd of opgeleverd moeten worden) dan zijn er | woningbouwprogrammering (de woningen die nog gebouwd of opgeleverd moeten worden) dan zijn er | woningbouwprogrammering (de woningen die nog gebouwd of opgeleverd moeten worden) dan zijn er |
| voldoende plannen waarin de dergelijke woningen zijn opgenomen. De focus ligt nu met name op het daadwerkelijk realiseren van deze woningen. Daarnaast worden er ook tijdelijke wooneenheden | voldoende plannen waarin de dergelijke woningen zijn opgenomen. De focus ligt nu met name op het daadwerkelijk realiseren van deze woningen. Daarnaast worden er ook tijdelijke wooneenheden | voldoende plannen waarin de dergelijke woningen zijn opgenomen. De focus ligt nu met name op het daadwerkelijk realiseren van deze woningen. Daarnaast worden er ook tijdelijke wooneenheden | voldoende plannen waarin de dergelijke woningen zijn opgenomen. De focus ligt nu met name op het daadwerkelijk realiseren van deze woningen. Daarnaast worden er ook tijdelijke wooneenheden | |
| gerealiseerd om de woningdruk te verlichten. Het gaat hierbij om sociale en betaalbare (huur)woningen | gerealiseerd om de woningdruk te verlichten. Het gaat hierbij om sociale en betaalbare (huur)woningen | gerealiseerd om de woningdruk te verlichten. Het gaat hierbij om sociale en betaalbare (huur)woningen | gerealiseerd om de woningdruk te verlichten. Het gaat hierbij om sociale en betaalbare (huur)woningen | |
| waar men tijdelijk kan wonen. U noemt diverse mogelijkheden om de bestaande woonvoorraad uit te breiden, zoals woningsplitsing, | waar men tijdelijk kan wonen. U noemt diverse mogelijkheden om de bestaande woonvoorraad uit te breiden, zoals woningsplitsing, | waar men tijdelijk kan wonen. U noemt diverse mogelijkheden om de bestaande woonvoorraad uit te breiden, zoals woningsplitsing, | waar men tijdelijk kan wonen. U noemt diverse mogelijkheden om de bestaande woonvoorraad uit te breiden, zoals woningsplitsing, | |
| mantelzorgwoningen (aanbouw) en de transformatie van (voormalig) agrarisch vastgoed. De gemeente ziet | mantelzorgwoningen (aanbouw) en de transformatie van (voormalig) agrarisch vastgoed. De gemeente ziet | mantelzorgwoningen (aanbouw) en de transformatie van (voormalig) agrarisch vastgoed. De gemeente ziet | mantelzorgwoningen (aanbouw) en de transformatie van (voormalig) agrarisch vastgoed. De gemeente ziet | mantelzorgwoningen (aanbouw) en de transformatie van (voormalig) agrarisch vastgoed. De gemeente ziet |
Tegelijkertijd zijn dit vaak complexe initiatieven. Met name door de nadelige gevolgen voor de directe leefomgeving (denk aan parkeren of rechten van bestaande (agrarische) bedrijven of omwonenden). Ook met die belangen moet een initiatiefnemer rekening houden en dienen we als gemeente dus een zorgvuldige afweging te maken of en op welke manier we medewerking kunnen verlenen. Het gaat daarnaast om beperkte aantallen op de totale woningbouwopgave. Wij zijn zeker de kansrijkheid van de door u aangedragen oplossingen, maar we zien ze vooral als onderdeel van een groter pakket aan maatregelen om te kunnen voorzien in de woningbouwbehoefte: grote uitbreidingslocaties, benutten van inbreidings- en transformatiemogelijkheden en ‘buurtje erbij’.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.5 Samenvatting en reactie op zienswijze van HW Wonen
7/15
Overall is het een mooi en helder stuk geworden dat richting geeft aan de opgave in de Hoeksche Waard. We hebben een aantal opmerkingen:
- Klimaatadaptatie: de prestatieafspraak die letterlijk is overgenomen uit de prestatieafspraken (dat is positief, dat deze verankerd wordt in het stuk) ligt niet in lijn met de tekst over het afgesloten convenant. Wij bekijken per project of en wat er nodig is. In praktijk is de bouwplantoetsing strenger dan de afspraak met ons. Dit zorgt voor verwarring in de uitvoering. Over dit onderwerp wordt al met de gemeente gesproken. Wij hebben het convenant ook niet ondertekend omdat we niet per project kunnen garanderen aan alle wensen te voldoen in het kader van financiële haalbaarheid van projecten. Op basis van hittestresskaarten bekijken we dit per project zoals is afgesproken.
- Pagina 16: HW Wonen verduurzaamt haar bezit op basis van het duurzaamheidsbeleid, waar de circulaire strategie onderdeel van is (of een uitwerking van is). Het verduurzamen van woningen en verbeteren van EFG labels heeft niet zoveel te maken met de circulaire strategie.
- Pagina 20: de prijsgrenzen die gehanteerd worden lijken onlogisch en te laag gezien de huidige woningmarktontwikkelingen. Goedkoop tot €250.000 lijkt niet reëel. En een woning typeren als duur vanaf €405.000 ook niet. Is het niet logischer om de NHG grens te volgen als ijkpunt? Voor levensloopbestendig wonen wordt later in het stuk weer een grens van €280.000 aangehouden.
- Pagina 22 de woningbouwopgave: het is positief dat er afspraken in staan over 30% sociale huur in het woningbouwprogramma. 30% is echter niet voldoende om de achterstand in sociale huur in te lopen. In alle kernen blijft een tekort aan sociale huur bestaan, ook in de kernen waar een overprogrammering aan woningbouw is. Als de woningvoorraad groeit naar minimaal 43.000 woningen, dan betekent 30% sociale huur dat wij naar 12.900 sociale huurwoningen moeten groeien. Als wij 10.000 halen dan blijft de sociale voorraad hooguit op hetzelfde niveau als nu (qua aandeel). Binnen de groeipadgedachte zou sociale huur een groter aandeel van het programma moeten gaan bedragen. In de kernen waar een overprogrammering geldt wordt nu een bouwstop afgekondigd. Op de totale voorraad en aantallen begrijpelijk, maar hier zou een uitzondering op gemaakt moeten worden voor sociale huur. Het aandeel sociale huur is in alle kernen te laag (alleen in Puttershoek is het redelijk op niveau) en voor sociale huur zou geen bouwstop moeten gelden. Wij zullen dit ook meenemen richting het ambtelijk en bestuurlijk overleg.
- Pagina 25: er wordt gesproken over een beperkte jaarlijkse huurverhoging voor sociale huurwoningen. Wordt hier de wettelijke lijn, die minister jaarlijks bepaald, bedoeld?
- Pagina 31: tabel onderscheid woonvormen. Alle woonvormen zouden toch in verschillende prijssegmenten (ook sociaal) voor moeten komen om de ouder wordende doelgroep te kunnen bedienen?.
- Pagina 33: grondgebonden sociale huurvoorraad geschikter maken: deze bepaling kunnen wij niet duiden. Wij werken aan het geschikter maken van de sociale woningvoorraad door geschikte woningen toe te voegen en in beperkte mate bestaande grondgebonden seniorenwoningen en appartementen aan te passen. Wij zetten niet in op het geschikter maken van reguliere eengezinswoningen, omdat deze op termijn nooit geschikt zijn voor wonen met zorg. Wat wordt precies bedoeld met deze bepaling?
_Reactie college:_ Het convenant wat wij als gemeente ondertekend hebben, maar HW Wonen niet, is strenger dan wat we nu afgesproken hebben in de prestatieafspraken. Het doel is om zoveel mogelijk richting het convenant te werken. Per project maken we samen inzichtelijk wat gedaan kan worden aan klimaatadaptatie. De prestatieafspraken zijn dus leidend, waarbij we streven naar zoveel mogelijk handelen conform het convenant.
De tekst op pagina 16 passen we aan naar: ‘HW Wonen verduurzaamt actief haar woningbezit volgens de Circulaire Strategie (2025). Daarnaast pakt HW Wonen de uitfasering van alle woningen met energielabel E-, F- en G aan voor 2028’.
In het volkshuisvestingsprogramma zijn de prijssegmenten terug te vinden zoals die eerder zijn gehanteerd bij het woningbehoefteonderzoek. Helaas zijn deze niet altijd een-op-een hetzelfde als de prijssegmenten uit de Woondeal. Het geeft echter wel een beeld van de behoefte (en de ontwikkeling de afgelopen jaren) en daarmee een richting voor wat er nodig is in de toekomst.
8/15
omdat voor dit bedrag niet of nauwelijks woningen zijn te realiseren.
groeien.
naar tenminste 30% sociale huur in de woonvoorraad.
Eens, we volgen de wettelijke lijn vanuit Rijksoverheid.
kunnen of moeten komen.
Pagina 33: In lijn met uw voorstel zullen wij de tekst hierover verduidelijken.
Conclusie
| bij- / aframen | Col2 | Col3 | Col4 |
|---|---|---|---|
| fgesproken in de nciale) grens van | |||
| prijs niet reëel is, |
| om te groeien naar een dat een percentage ngen in de totale tgestelde groeipad is oten, waaronder | Col2 | Col3 | Col4 |
|---|---|---|---|
| gramma is het minste 30% te laten | |||
| etrekking tot nieuwe | |||
| et name focus n. | |||
| oet zitten. Echter bij | |||
| wel kijken of we | |||
| wens om te groeien | |||
| ring. Hierbij wordt | |||
| t geldt. Pagina 25: | |||
| dere vorm terug |
Deze zienswijze leidt tot enkele tekstuele wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma. Bovenstaand is reeds aangeven wat er gewijzigd wordt.
2.6 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 6
De nadruk van het programma ligt bij het aanpassen van de huidige woningvoorraad, het bouwen van nieuwe woningen en aan welke bijbehorende doelgroepen/leeftijdscategorieën hierbij gedacht wordt. Ik wil graag meer duidelijkheid over de verhouding tussen woningen en natuur/ biodiversiteit/ waterberging/ infrastructuur dus het klimaatadaptieve gedeelte. Vooral als ik lees dat er met name in en rondom het bestaand stads-en dorpsgebied gebouwd gaat worden. Daar is het nu al te vol en krijgt het groen de leefomgeving al te weinig ruimte. Daarnaast vind ik dat de jongeren te weinig aandacht en ruimte krijgen in jullie toekomstvisie. Als ik op bladzijde 15 van dit document lees wat de kernwaarden van een gezonde leefomgeving zijn, komt de jeugd er bekaaid af. Kinderen moeten kunnen spelen en veel buiten kunnen zijn. Dat is belangrijk, maar dat vraagt meer ruimte. Daarom pleit ik voor grote speeltuin in iedere kern. Een die ook toegang biedt aan kinderen met een beperking. Bewegen is namelijk ook een van de hoofdthema’s van de komende tijd, dit gezien de digitalisering, obesitas, gezondheidszorg. Als we meer samenhorigheid in de samenleving willen dan heb je naar mijn mening zo’n soort ontmoetingsplaats nodig voor jeugd en jonge ouders. Daarmee leg je de basis
9/15
voor de toekomst. Ruimte kost geld, maar een voldoende groene leefomgeving waar kinderen veilig buiten kunnen spelen, levert naar mijn mening op termijn veel meer op.
Reactie college Als gemeente onderschrijven wij het belang van een goede en voldoende openbare ruimte en de betekenis ervan voor ontmoeting, gezondheid en een veranderd klimaat. De gemeente hanteert hierbij geen juridisch vastgelegde norm of verhouding groen-rood met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, anders dan die landelijk zijn bepaald. Gelet op de wens van deregulering en het terugdringen van een stapeling van eisen zijn we ook niet voornemens om hiervoor extra eisen te introduceren. Daarbij is Iedere locatie anders en is het om die reden wenselijk om maatwerk toe te kunnen passen. Nieuwe initiatieven worden integraal afgewogen met behulp van het instrument De Woonbalans. Hierin zijn de randvoorwaarden en uitgangspunten benoemd waaraan een initiatief moet voldoen. De gemeente werkt samen met betrokken partijen toe naar een haalbaar plan waarin sprake is van een goede balans tussen alle belangen die bij een ontwikkeling spelen. In het volkshuisvestingsprogramma geven we aan hoe we de komende jaren uitvoering geven aan de volkshuisvestelijke opgave. Het realiseren van nieuwe en centrale speelruimten maakt geen direct onderdeel uit van het programma. Bij de inrichting van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt afgewogen wat voor speel- en ontmoetingsplek passend en wenselijk is en gekeken hoe beheer en onderhoud verzorgd kan worden. Daarnaast werken we als gemeente aan ontwikkelbeelden voor dorpen in de Hoeksche Waard. Daarbij bekijken we voor verschillende beleidsdoelen wat het ruimtelijk effect daarvan is op een dorp. Met deze gebiedsgerichte aanpak komen dit soort vraagstukken boven water, waardoor we tot een integrale aanpak komen van de ruimtelijke ontwikkeling van een dorp. We doen dat met het oog op leefbaarheid. Wat heeft het dorp nodig om leefbaar te zijn en te blijven? Wat hebben de inwoners en ondernemers nodig en hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Daarmee raken we ook de thema’s vrijetijdsbesteding (spelen), in combinatie met de buitenruimte.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.7 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 7
Onze kernpunten: 1. Lokale behoefte Kleinschalige kernprojecten moeten aantoonbaar aansluiten op de lokale behoefte. Vooral de doorstroomvraag van ouderen vraagt om levensloopbestendige koopwoningen in het midden- en hogere segment, passend bij de schaal van dorpen als Mijnsheerenland. 2. Maatwerk Het Volkshuisvestingsprogramma noemt maatwerk als mogelijkheid, maar geeft geen criteria. Wij vragen om maatwerk expliciet toegankelijk te maken bij kleinschalige kernprojecten of projecten met grote impact op de leefomgeving. 3. Kwaliteitskader Voor kleinschalige kernlocaties zijn duidelijke toetsingscriteria nodig voor schaal, klimaatadaptatie, groene inpassing, participatie en het meewegen van alternatieven (zoals behoud van open ruimte).
Ons verzoek: 1. Veranker participatie in beleid, zodat de lokale behoefte niet alleen uit onderzoek maar ook via bewoners wordt vastgesteld. 2. Maak maatwerk expliciet toepasbaar bij kleinschalige kernprojecten en kernlocaties met grote impact. 3. Ontwikkel toetsingscriteria die plannen koppelen aan schaal, leefkwaliteit en alternatieven.
10/15
Wij vragen u deze uitgangspunten niet alleen in het Volkshuisvestingsprogramma op te nemen, maar ze ook door te vertalen naar uitvoeringsbeleid, zodat ze daadwerkelijk richtinggevend zijn bij de beoordeling van toekomstige projecten.
_Reactie college:_ 1. De gemeente beschikt over participatiebeleid. Per ontwikkeling wordt afgewogen in welke vorm, mate en waarover participatie mogelijk is. Waar het gaat om het woningbouwprogramma is de mate van participatie beperkt. Bij iedere ontwikkeling moet in het kader van haalbaarheid aangetoond worden hoe er voorzien wordt in de lokale behoefte. De woningbehoeftecijfers zijn daarin leidend. Daarnaast is de gemeente gehouden aan de Woondeal waarin concrete afspraken zijn vastgelegd over de prijssegmenten en bijvoorbeeld aantallen te realiseren ouderenhuisvesting. 2. Nieuwe initiatieven worden afgewogen met behulp van het instrument De Woonbalans. Hierin zijn de randvoorwaarden en uitgangspunten benoemd waaraan een initiatief moet voldoen. Om maatwerk te kunnen bieden is de ruimte nodig om mee te kunnen bewegen om ontwikkelen mogelijk te maken. Deze ruimte is er niet als we alles in juridische normen vastleggen en plannen aan ieder uitgangspunt volledig moeten voldoen. Dit is zelfs een van de redenen dat woningbouwontwikkeling lang duren en/of niet van de grond komen. Als gemeente zetten we daarom in op deregulering en het beperken van de stapeling van eisen en proberen wij deze te beperken tot hetgeen landelijk en provinciaal al wordt voorgeschreven. 3. Het volkshuisvestingsprogramma is geen toetsingskader en om die reden zijn er geen toetsingscriteria opgenomen in het programma. Zoals hierboven aangegeven hanteert de gemeente het instrument de Woonbalans. Aan de hand van de Woonbalans wordt afgewogen hoe een initiatief past bij de geldende randvoorwaarden en uitgangspunten. Maatwerk geldt voor alle initiatieven. De gemeente heeft als basisprincipe het kijken naar wat er mogelijk is en/of mogelijk is te maken.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.8 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 8
Ik ben eigenaar en bewoner van een perceel aan de rand van het dorp en wat grenst aan een Natura 2000gebied. Ik verzoek u er bij de verdere uitwerking van het volkshuisvestingsprogramma rekening mee te houden dat dit perceel niet geschikt is voor woningbouw of verdere verdichting, vanwege de ligging direct naast een beschermd natuurgebied en het behoud van de landelijke woonfunctie en kwaliteit van de omgeving. Ik vraag u om dit perceel en de directe omgeving buiten toekomstige ontwikkelbeelden of woningbouwplannen te houden.
Reactie college Het volkshuisvestingsprogramma is geen toetsingskader. Er wordt in het programma ook niet op perceelsniveau aangegeven of er wel of niet gebouwd mag worden. De bebouwingsmogelijkheden op uw perceel zijn opgenomen in een bestemmings- of omgevingsplan. De gemeente zal niet zonder meer de omgevingsplanregels die van toepassing zijn op uw perceel wijzigen zonder u hierover te informeren conform de gebruikelijke communicatiemiddelen.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.9 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 9
11/15
Als onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma wordt gesteld dat er 5000 woningen in 10 jaar gebouwd moeten worden. De harde en zachte plannen worden gedeeld op een kaart "Bouwkaart woningbouwprogrammering 2024-2033". Deze kaart geeft een totaal van 6430 harde en zachte plannen. Dit geeft ook aan dat ongeveer 78% van de plannen doorgang moet vinden en dat de timing steeds gehaald dient te worden. Slechts een klein gedeelte van de plannen is reeds vergund of gerealiseerd. Het overgrote deel is "zacht" en loopt het risico tot uitstel of afstel. Dit betekent dat er een grote mate van onzekerheid is of de geplande 500 woningen per jaar wel gerealiseerd kunnen worden. Gebouwde aantallen in het verleden geven hierbij ook weinig reden tot optimisme. Het lijkt dan ook zaak om zo veel mogelijk nieuwe initiatieven te ondersteunen bovenop de reeds genoemde "zachte plannen" zodat de kans stijgt dat 500 woningen per jaar ook daadwerkelijk worden gehaald kan worden. Het schetst mijn verbazing dat de gemeente op basis van de getallen per dorp de conclusie trekt dat slechts initiatieven in kleine kernen (Maasdam, Nieuw-Beijerland, Westmaas, Piershil en Zuid-Beijerland) worden ondersteunt. Het advies is dan ook om nieuwe initiatieven, onafhankelijk van locatie, te toetsen op haalbaarheid en zo snel mogelijk uit te voeren. Verder is dit een uitnodiging aan de Gemeente om zeer kritisch te kijken naar de kans van slagen van het (op tijd) uitvoeren van de huidige zachte plannen en het heroverwegen van zelf opgelegde beperkingen ten aanzien van nieuwe initiatieven.
Reactie college De gemeente Hoeksche Waard heeft een woningbouwbehoefte van ca. 415 woningen per jaar en de ambitie om tenminste 500 woningen per jaar te realiseren. Om te voorzien in deze behoefte en de ambitie heeft de gemeente in principe voldoende plannen in de programmering voor de komende 10 jaar. Focus ligt daarom op het daadwerkelijk bouwen van woningen binnen deze plannen. In plannen kun je immers niet wonen. Bij de vaststelling van de woningbouwprogrammering 2024-2033 is besloten tot een tijdelijke initiatievenstop gelet op het grote aantal plannen in de programmering. Voor 1 december 2025 wordt de programmering geactualiseerd en een nieuwe afweging gemaakt of er sprake blijft van een initiatievenstop. Overigens blijft er ruimte voor kansrijke initiatieven die binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) liggen. De initiatievenstop had alleen betrekking op locaties buiten BSD en de dorpen waar sprake was van overprogrammering. Wij zijn het met u eens dat wij kritisch moeten kijken naar de haalbaarheid en de voortgang van plannen. Monitoring van de (tussentijdse) resultaten, planning en het behalen van mijlpalen conform de afspraken die bij de start van een project is daarom van belang. Indien er onvoldoende voortgang wordt gemaakt bij een plan, dan kunnen we als gemeente besluiten de medewerking te beëindigen en ontstaat hiermee ruimte voor het opnemen van nieuwe plannen. In dat kader is het ook noodzakelijk dat het aantal harde plannen (vastgesteld of onherroepelijk bestemmingsplan) opgehoogd wordt. Met behulp van de Woonbalans wordt afgewogen in hoeverre plannen aansluiten bij gestelde randvoorwaarden en uitgangspunten en in welke mate zij bijdragen aan een maatschappelijke meerwaarde. De insteek daarbij is om te kijken hoe plannen mogelijk gemaakt kunnen worden en/of eventuele knelpunten/beperkingen weggenomen kunnen worden.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.10 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 10
Ik heb geen "tegen" zienswijze tegen het plan. Het plan op zich ziet er goed. Wil alleen aangeven welke behoefte er vanuit mijn situatie is. Ik ben 63, alleenstaand en heb een koopwoning In Zuid-Beijerland. Ik zou graag doorstromen naar een gelijkvloerse seniorenwoning in Zuid-Beijerland. Het probleem hier is dat er het meest woningen beschikbaar zijn tot de huurprijs van € 682,–. Mijn inkomen is daarvoor te hoog. Het zure is dat wanneer je samen bent, met hetzelfde inkomen (dus met een partner zonder inkomen) dit soort
12/15
woningen wel kunt huren. De reden om in Zuid-Beijerland te willen blijven is dat mijn moeder hier woont, mijn broer en verdere familie. Hierdoor blijft er binding met elkaar en wordt er naar elkaar omgekeken. Ik zou mijn koopwoning dus allereerst aan de naaste jongeren uit de familie willen verkopen en anders andere jongeren nadrukkelijk uit Zuid-Beijerland. En, zo zijn er vele families in Zuid-Beijerland waarvan diverse generaties op dorp zouden willen blijven. Zeker ook alleenstaanden en stellen van mijn generatie, die hier nauwelijks terecht kunnen. Naar mijn idee zouden méér seniorenwoningen in de categorie huurprijs van € 682,96 tot € 900,07 de doorstroming hier op dorp zeker bevorderen.
Reactie college De gemeente wil het mogelijk maken dat inwoners op hun eigen dorp kunnen blijven wonen en een wooncarrière kunnen doorlopen. Wij zijn het met u eens dat onze focus daarom moet liggen op het realiseren van woningtypen die nog onvoldoende in de dorpen aanwezig zijn en daarmee ook de gewenste doorstroming bevorderen. Zoals wij in het volkshuisvestingsprogramma aangeven betekent dit naast meer betaalbare woningen, ook meer levensloopbestendige woningen. Daarnaast wil de gemeente dat er meer middeldure huurwoningen worden gerealiseerd. Ons is bekend dat hier een bredere behoefte naar is. Bij de afweging van nieuwe initiatieven geven wij dit vanuit de gemeente ook mee aan initiatiefnemers, zodat zij hiermee rekening kunnen houden bij de verdere uitwerking van hun plannen. In enkele plannen van HW Wonen is ook een deel middeldure huurwoningen opgenomen. Op dit moment hanteren wij hiervoor geen specifieke randvoorwaarden, omdat wij een stapeling van eisen willen voorkomen. Initiatiefnemers moeten met veel belangen rekening houden en aanvullende randvoorwaarden werken over het algemeen vertragend. Echter wanneer blijkt dat de markt hiermee toch onvoldoende rekening houdt, dan overwegen wij dit alsnog in te voeren.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.11 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 11
Voorzie in een woonvoorraad die aansluit bij de woonvoorkeuren en behoeften en de portemonnee van inwoners van de Hoeksche Waard. Door o.a. extramuralisering is te verwachten dat de benodigde zorg en begeleiding verschuift naar 'informeel' en 'aan huis'. Inwoners, met name mensen met een laag inkomen, hebben weinig tot geen mogelijkheden om te anticiperen op te verwachten toekomstige (zorg- en welzijnsbehoeften). Daar kan een volkshuisvestingsprogramma beter op aansluiten en in voorzien.
Reactie college In het volkshuisvestingsprogramma is op hoofdlijnen weergegeven hoe de gemeente de komende jaren uitvoering geeft aan de opgaven omtrent huisvesting voor diverse doelgroepen, waaronder ouderen. Het gaat dan onder andere om de projecten die lopen vanuit Samen! (voorheen de uitvoeringsagenda Wonen Welzijn Zorg). Dit doet de gemeente in samenwerking met alle maatschappelijke organisaties die actief zijn in de Hoeksche Waard. Deze organisaties waren ook betrokken bij de totstandkoming van de Wonen Welzijn Zorgvisie die in 2021 is vastgesteld en die de basis vormde voor de uitvoeringsagenda die in 2023 is vastgesteld. Het volkshuisvestingsprogramma sluit hierop aan.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.12 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 12
13/15
Het ontwerp volkshuisvesting programma is in de huidige vorm onvoldoende bruikbaar als toetsings- en sturingskader.
Reactie college In het volkshuisvesting programma is op hoofdlijnen weergegeven hoe de gemeente de komende jaren uitvoering geeft aan de opgaven omtrent huisvesting. Het programma is geen toetsings- en/of sturingskader.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen van het volkshuisvestingsprogramma.
2.13 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 13
Op pagina 43 van het ontwerp wordt gesproken over een woningbehoefte voor Strijen van 230 woningen. In paragraaf 8.2 (Verdieping: Strijen) wordt echter een woningbehoefte van 135 woningen aangegeven. Gekoppeld aan een plancapaciteit van 195 leidt dit – volgens de tekst – tot een initiatievenstop. Echter gelet op de eerder genoemde behoefte van 230 woningen, lijkt dit een verkeerde conclusie. Gelet op de heel lange termijn van de huidige woningbouwrealisatie bestaat de vrees, dat op basis van dit ontwerp Volkshuisvestingsprogramma Strijen weer voor een groot aantal jaren "droog" komt te staan. Dit heeft een negatief effect op de instandhouding/uitbreiding van het voorzieningenniveau. Ik verzoek de gemeente daarom de uitgangspunten in het voorliggende ontwerp te herzien.
Reactie college Terecht dat u ons wijst op het verschil in de vermelde aantallen. De aantallen en bijbehorende tekst passen wij aan in het programma. De inzet van de gemeente blijft om te bouwen naar behoefte en een continue bouwstroom (geen ‘droge’ perioden) in ieder dorp. Bij de vaststelling van de woningbouwprogrammering 2024-2033 is besloten tot een tijdelijke initiatievenstop gelet op het grote aantal plannen in de programmering. Voor 1 december 2025 wordt de programmering geactualiseerd en een nieuwe afweging gemaakt of er sprake blijft van een initiatievenstop. Overigens blijft er ruimte voor kansrijke initiatieven die binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) liggen. De initiatievenstop had alleen betrekking op locaties buiten BSD en de dorpen waar sprake was van overprogrammering.
Conclusie De zienswijze is aanleiding om de cijfers en de tekstuele onderbouwing over de woningbouwopgave in het dorp Strijen in het programma aan te passen.
3. Overzicht ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ten opzichte van ontwerpprogramma
Inleiding In het volkshuisvestingsprogramma worden ten opzichte van de ontwerpversie een aantal wijzigingen doorgevoerd. Hieronder is per pagina aangeven om welke inhoudelijke wijzigingen het gaat.
Pagina 8 De toelichting over de totstandkoming van het programma is geactualiseerd.
14/15
Pagina 12 De zinsnede over verduurzaming en labels (EFG) is aangepast.
Pagina 14
komende jaren uiteengezet is.
Pagina 26 De term ‘straatje erbij’ wordt aangevuld met ‘buurtje erbij’.
Pagina 24 en 25
| leveren als ze te weinig sociale | huurwoningen | realiseren, of su | bsidie ontvange |
|---|---|---|---|
| De insteek is dat vanuit iedere | ontwikkeling ev | enredig wordt | ijgedragen aan |
| Pagina 30 | |||
| De tabel (tabel 7) over de huisv | estingsopgave | aandachtsgroep | en wordt aange |
| inzichtelijk wordt gemaakt wa huisvestingsbehoefte er ontst | de verwachte at, per type, als | mvang van de a gevolg van de d | andachtsgroep iverse aandachs |
| Pagina 49 | |||
| De toelichting en bijbehorend gegevens uit het woningbouw | cijfers voor het ehoefteonder | dorp Strijen zij oek. | in overeenste |
15/15
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Col5 | Col6 |
|---|---|---|---|---|---|
| lijnen de opgave van | |||||
| gelaten. Verevenen | |||||
| nanciële bijdrage | nanciële bijdrage | nanciële bijdrage | |||
| er juist meer bouwen. | er juist meer bouwen. | er juist meer bouwen. | |||
| woningbouwopgav arbij enerzijds erzijds welke | . | ||||
| n. | |||||
| bracht met de |