Veenendaal, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Memo
Evaluatie deelmobiliteit 2026
1. Waarom zijn we hiermee begonnen?
Motie ‘Deelnemen aan Deelmobiliteit’ In november 2024 nam de gemeenteraad de motie _‘Deelnemen aan Deelmobiliteit’_ aan. Daarmee sprak de raad uit dat Veenendaal actief aan de slag moet met deelmobiliteit. Deze motie vormde de basis voor de Aanpak Deelmobiliteit.
Faciliterende rol van de gemeente Bij de vaststelling van de aanpak heeft de gemeenteraad nadrukkelijk uitgesproken dat de gemeente vooral een faciliterende rol vervult. De afgelopen periode stond daarom vooral in het teken van het opdoen van ervaring.
Meer keuze voor inwoners Deelmobiliteit geeft inwoners meer keuze in hoe zij zich verplaatsen. Voor de meeste ritten blijven de eigen auto, de fiets en het openbaar vervoer belangrijk. Deelmobiliteit voegt daar een extra keuzemogelijkheid aan toe.
Wie af en toe een auto nodig heeft, hoeft die niet altijd zelf te bezitten. Een deelauto kan een alternatief zijn voor een eigen auto of een tweede auto. Hetzelfde geldt voor deelbakfietsen en andere vormen van gedeelde mobiliteit. Zo ontstaat toegang tot vervoer zonder dat bezit nodig is. Daarmee draagt deelmobiliteit bij aan het verminderen van de afhankelijkheid van bezit als voorwaarde voor mobiliteit, zonder autobezit of autogebruik onmogelijk te maken.
Toenemende druk op ruimte en mobiliteit Het belang van deze extra vervoersmogelijkheden neemt toe. Veenendaal groeit. Er komen woningen, inwoners en voorzieningen bij, terwijl de beschikbare ruimte niet meegroeit.
De gemeente staat voor de opgave om bereikbaar, leefbaar en aantrekkelijk te blijven. Deelmobiliteit kan helpen om de beschikbare ruimte slimmer te gebruiken. Daarnaast sluit het aan bij ambities op het gebied van duurzaamheid, bereikbaarheid en gezondheid.
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
2. Wat hebben we gedaan?
De afgelopen periode is samen met aanbieders gewerkt aan het aanbod deelauto’s en deelbakfietsen. Ook zijn verschillende acties uitgevoerd om inwoners kennis te laten maken met deelmobiliteit.
Gezamenlijk beeld Bij alle aanbieders blijkt de locatie van grote invloed op het gebruik. Deelvoertuigen worden op sommige locaties veel gebruikt, terwijl andere locaties achterblijven. Samen met aanbieders houden we dit goed in te gaten. Voertuigen met matig gebruik zijn of worden verplaatst. Het vinden van goede locaties blijft een belangrijk aandachtspunt.
Deelauto’s Er zijn drie aanbieders van deelauto’s actief in Veenendaal. Dit zijn Onze Auto, GreenWheels en MyWheels. Daarnaast wordt onder andere via SnappCar op particuliere basis autodelen aangeboden.
OnzeAuto Via Goedopweg ontving OnzeAuto een budget van €15.000 voor een stimuleringsactie. OnzeAuto koos ervoor deze middelen in Veenendaal in te zetten. Met ondersteuning van de gemeente, onder meer via bewonersbrieven en publicaties in de Rijnpost, konden inwoners een rijtegoed van €50 ontvangen om kennis te maken met deelautogebruik. Tijdens de actieperiode heeft OnzeAuto tijdelijk een derde deelauto in Veenendaal ingezet.
Daarnaast heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met OnzeAuto voor het gebruik van deelauto's voor dienstreizen. Tegen een vast maandelijks bedrag van €1.000 exclusief btw zijn twee deelauto's beschikbaar voor zowel inwoners als gemeentelijke medewerkers
GreenWheels GreenWheels is vorig jaar gestart in Veenendaal. De gemeente heeft deze introductie gefaciliteerd door parkeerplaatsen aan te wijzen en de benodigde verkeersbesluiten te nemen. Hierdoor kon GreenWheels op verschillende locaties in de gemeente deelauto's aanbieden.
GreenWheels heeft in relatief korte tijd een groep gebruikers opgebouwd. Toch blijft het gebruik van de auto's nog achter bij het landelijke gemiddelde van GreenWheels, al scheelt dat sterk per locatie. Op basis van de gebruiksgegevens is inmiddels besloten om de drie minst gebruikte locaties te verplaatsen. Twee van de nieuwe locaties komen in Veenendaal-Oost.
MyWheels MyWheels biedt al langere tijd twee deelauto’s aan in Veenendaal. Het gebruik is relatief stabiel. Volgens MyWheels biedt het huidige gebruik onvoldoende basis voor een substantiële uitbreiding van het aanbod, terwijl het exploiteren van slechts twee deelauto’s tegelijkertijd een uitdagende businesscase oplevert.
BAQME
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
3. Waar staan we nu?
Aanwezig alternatief Inwoners kunnen op verschillende locaties gebruikmaken van deelauto’s en deelbakfietsen. Daarmee is een belangrijke eerste stap gezet: er is een alternatief aanwezig voor inwoners die geen eigen auto willen of kunnen bezitten of niet voor iedere verplaatsing afhankelijk willen zijn van een eigen auto.
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Col5 |
|---|---|---|---|---|
| Baqme | Bakfietsen | Ja | 0 | 8 |
| GreenWheels | Deelauto's (benzine) | Ja | 0 | 10 |
| MyWheels | Deelauto's (elektrisch) | Nee | 2 | 2 |
| OnzeAuto | Deelauto's (elektrisch) | Ja | 2 | 2 |
| Totaal | 4 | 22 |
Opbouwfase Deelmobiliteit bevindt zich nog steeds in een opbouwfase. Dat betekent niet alleen dat het gebruik nog kan groeien, maar ook dat blijvende aandacht nodig is voor de beschikbaarheid van voertuigen. Daarom is het van belang dat er voldoende aanbod aanwezig blijft, ook als het gebruik nog niet op alle locaties hoog is.
Bekendheid en vertrouwen Het opbouwen van bekendheid en vertrouwen kost tijd. Voor veel inwoners is de eigen auto voor de meeste ritten nog altijd het vanzelfsprekende vervoermiddel.
| Col1 | Col2 |
|---|---|
| Baqme | In juli 2026 27 gebruikers en 44 ritten. |
| GreenWheels | Gemiddeld 24 actieve gebruikers en 40 ritten per maand. |
| MyWheels | Gemiddeld 28 actieve gebruikers en 40 ritten per maand. |
| OnzeAuto | Gemiddeld 8 actieve gebruikers en 16 ritten per maand. |
Eerste resultaten Het gebruik groeit, maar geleidelijk. Van een grootschalige overstap van eigen vervoer naar deelmobiliteit is geen sprake. De belangrijkste opbrengst is dat deelmobiliteit inmiddels een reële keuze is geworden binnen het mobiliteitsaanbod. Hoewel het gebruik en het aanbod nog beperkt is, beschikken inwoners over een extra vervoersmogelijkheid die er eerder nog niet was.
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
4. De waarde van deelmobiliteit voor Veenendaal
Een groeiende gemeente Veenendaal staat de komende jaren voor een grote woningbouwopgave en groeit verder. Dat betekent meer inwoners en meer verplaatsingen. Tegelijkertijd neemt het autobezit toe en worden auto's steeds groter. De vraag naar ruimte groeit daarmee aan alle kanten, terwijl de beschikbare ruimte niet meegroeit. Het is daarom niet mogelijk om iedere extra mobiliteitsvraag op te vangen met meer auto's en meer parkeerplaatsen.
Zonder bezit toch toegang tot mobiliteit Voor veel inwoners is toegang tot een auto geen luxe, maar een voorwaarde om deel te kunnen nemen aan het dagelijks leven. Voor bestemmingen die te ver weg zijn om te fietsen en niet goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, vormt de auto vaak de enige realistische mogelijkheid. Dat betekent echter niet dat iedere inwoner een auto wil of kan bezitten.
Deelmobiliteit biedt toegang tot mobiliteit zonder de vaste lasten en verantwoordelijkheden van eigendom, zoals aanschaf, verzekering, onderhoud en afschrijving. Voor huishoudens kan dit een alternatief vormen voor een eigen auto of een tweede auto.
Betaalbare mobiliteit Ook de betaalbaarheid van mobiliteit speelt een steeds grotere rol. Voor veel huishoudens neemt het aandeel van het inkomen dat opgaat aan wonen toe. Daardoor blijft minder ruimte over voor andere uitgaven.
Deelmobiliteit maakt het mogelijk gebruik te maken van een voertuig zonder de vaste kosten van bezit. Voor het gebruik van deelmobiliteit blijkt dat de prijs van een afzonderlijke rit een drempel vormt. Hoewel de vaste kosten van een eigen auto of bakfiets al snel hoger zijn dan de kosten van incidenteel gebruik van een deelvoertuig, wordt die vergelijking niet altijd zo gemaakt. De grootste financiële meerwaarde ontstaat wanneer deelmobiliteit onderdeel wordt van de manier waarop huishoudens hun totale mobiliteit organiseren.
Efficiënt ruimtegebruik Gedeelde mobiliteit zorgt voor een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte. Een voertuig dat door meerdere huishoudens wordt gebruikt, vraagt minder ruimte dan wanneer al deze huishoudens beschikken over een eigen voertuig.
Om dit voordeel te realiseren moet er wel aanbod aanwezig zijn. Inwoners kunnen pas voor deelmobiliteit kiezen wanneer er voertuigen beschikbaar zijn. Aanbod gaat daarbij vóór vraag.
In een gemeente met een grote woningbouwopgave en een beperkte hoeveelheid openbare ruimte is de ruimtewinst die hierdoor kan ontstaan een belangrijk voordeel. De ruimte die nu nodig is voor deelmobiliteit moet daarom worden gezien als ruimte voor een mobiliteitsvoorziening. Net als bij een bushalte, fietsenstalling of parkeerplaats wordt daarmee een vervoersmogelijkheid aangeboden aan
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
5. Wat hebben we geleerd?
De afgelopen periode heeft een aantal belangrijke lessen opgeleverd over de ontwikkeling van deelmobiliteit in Veenendaal.
Gedragsverandering vraagt meer dan communicatie en financiële prikkels Voor veel inwoners is het bezit van een eigen auto de vanzelfsprekende manier om toegang te krijgen tot automobiliteit. Het veranderen van reisgedrag kost tijd. Het aanbieden van voertuigen alleen is daarbij niet voldoende. Ook bekendheid, vertrouwen en gewoontevorming spelen een belangrijke rol.
Communicatie, probeeracties en gratis rijtegoed kunnen inwoners helpen om kennis te maken met deelmobiliteit, maar leiden niet automatisch tot blijvende verandering van reisgedrag. Dat blijkt ook uit de actie van OnzeAuto. Ondanks gratis rijtegoed, een extra deelauto en actieve communicatie maakten slechts 23 inwoners gebruik van het aanbod.
De ontwikkeling van deelmobiliteit vraagt daarom meer dan communicatie en financiële stimulansen alleen. Het vraagt tijd, herhaling, zichtbaarheid en een omgeving waarin deelmobiliteit daadwerkelijk een logische keuze kan zijn.
Maatschappelijke waarde en commerciële waarde zijn niet in balans Een belangrijke les is dat de maatschappelijke waarde van deelmobiliteit en de commerciële haalbaarheid voor aanbieders niet altijd in balans zijn. In discussies over deelmobiliteit wordt regelmatig gesproken over commerciële aanbieders. Dat kan de indruk wekken dat aanbieders goed verdienen aan deelmobiliteit.
De praktijk in Veenendaal laat een ander beeld zien. Alle aanbieders geven aan dat een rendabele exploitatie lastig is. De inkomsten staan onder druk door relatief kleine gebruikersgroepen en hoge kosten voor voertuigen, onderhoud, verzekeringen en operationeel beheer. Ook de ervaringen van MyWheels laten zien dat een redelijk gebruik niet automatisch leidt tot een rendabele exploitatie.
Kortom, dat deelmobiliteit waardevol kan zijn voor Veenendaal betekent niet automatisch dat Veenendaal ook waardevol is als markt voor deelmobiliteitsaanbieders.
Deelmobiliteit werkt het best als onderdeel van een breder mobiliteitssysteem Deelmobiliteit staat niet op zichzelf. De waarde neemt toe wanneer deelmobiliteit wordt gecombineerd met andere vervoersvormen en ruimtelijke ontwikkelingen. Vooral bij nieuwbouwlocaties, mobiliteitshubs en gebieden waar mobiliteit vanaf het begin wordt meegenomen in het ontwerp liggen kansen voor deelmobiliteit.
De ervaringen laten zien dat deelmobiliteit het meest kansrijk is wanneer het onderdeel is van een bredere mobiliteitsketen. Lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit kunnen elkaar daarbij versterken.
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
6. Deelmobiliteit in Veenendaal in de landelijke context
Een markt die volwassen wordt Landelijk groeit deelmobiliteit gestaag. Nederland telde in september 2025 ruim 46.000 deelvoertuigen, 6% meer dan een jaar eerder. Vooral het aantal deelauto's nam toe: 15% groei, oplopend tot 26% groei wanneer ook veelgebruikte particuliere deelauto's worden meegeteld.
De sector zelf spreekt niet langer van een pioniersfase, maar van een ontwikkeling naar een volwassen markt. Deze groei gaat gepaard met een veranderende rol van gemeenten: van vooral regulerend naar steeds meer stimulerend en regisserend.
Veenendaal: geen kleine gemeente, maar ook geen grote stad De landelijke discussie over deelmobiliteit wordt grotendeels gevoerd vanuit twee uitersten. Aan de ene kant de grote steden, waar deelmobiliteit wordt ingezet om de parkeerdruk te verlagen en de openbare ruimte te herverdelen. Aan de andere kant het landelijk gebied, waar het autobezit juist toeneemt, het ov verschraalt en een sluitende businesscase voor aanbieders ontbreekt.
Veenendaal past in geen van beide categorieën. Met een compact grondgebied, een sterke fietscultuur en een groeiende woningbouwopgave heeft de gemeente meer overeenkomsten met de dynamiek van de grote stad dan met die van het platteland, maar dan op een schaal waarop de gevestigde aanbieders nog geen vanzelfsprekende aanwezigheid hebben. Dat verklaart mede waarom de opbouw van het aanbod in Veenendaal tot nu toe geleidelijk is verlopen: de gemeente is voor aanbieders aantrekkelijk genoeg om te starten, maar nog niet vanzelfsprekend genoeg om snel op te schalen.
Positie ten opzichte van vergelijkbare gemeenten Met 14 deelauto's op circa 69.000 inwoners komt Veenendaal uit op ongeveer 20 deelauto's per 100.000 inwoners. Dat ligt onder het landelijk gemiddelde, en ver onder de koplopers Amsterdam (circa 270) en Utrecht (circa 233). Relevanter dan die koplopers is de vergelijking met gemeenten van vergelijkbare of kleinere omvang die wél een sterke positie hebben opgebouwd, zoals Wageningen en Culemborg. Dat deze gemeenten in de landelijke top 10 van deelauto's per inwoner staan, laat zien dat een goede dekkingsgraad geen kwestie is van schaalgrootte, maar van consistente sturing over meerdere jaren. Voor Veenendaal betekent dit dat er nog een aanzienlijke stap te zetten valt als we hetzelfde ambitieniveau willen halen.
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
7. De toekomst van deelmobiliteit in Veenendaal
De landelijke trend en de ervaring van vergelijkbare gemeenten bevestigen dat deelmobiliteit tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen. Gemeenten die nu tot de koplopers behoren, zijn dat niet van de ene op de andere dag geworden. Voor Veenendaal ligt de opgave de komende jaren in het vasthouden van de ingezette koers: voldoende aanbod op de juiste locaties, aansluiting bij gebiedsontwikkeling en een sterkere verbinding met regionale netwerken, zodat de gemeente de positie verder uitbouwt.
Woningbouw en ruimtegebruik Veenendaal staat de komende jaren voor een forse woningbouwopgave. Dat betekent meer inwoners en meer verplaatsingen. Tegelijkertijd neemt het autobezit toe en worden auto's steeds groter. De vraag naar ruimte groeit daarmee aan alle kanten, terwijl de beschikbare ruimte niet meegroeit.
Diezelfde ruimte is nodig voor woningen, groen, speelvoorzieningen, waterberging, ontmoetingsplekken, bereikbaarheid en parkeren. Het is daarom niet mogelijk om iedere extra mobiliteitsvraag op te vangen met meer auto's en meer parkeerplaatsen. Dat vraagt om bewuste keuzes in de manier waarop mobiliteit wordt georganiseerd en de ruimte die daarvoor beschikbaar is.
De manier waarop deelmobiliteit zich ontwikkelt, speelt daarin een belangrijke rol. Wanneer inwoners minder afhankelijk zijn van een eigen voertuig, hoeft minder ruimte exclusief te worden ingericht voor autobezit en parkeren. Daardoor ontstaat meer ruimte om andere maatschappelijke opgaven een plek te geven.
Mobiliteit anders organiseren Naarmate meer dagelijkse verplaatsingen per fiets of openbaar vervoer kunnen worden gemaakt, neemt de noodzaak af om voor incidentele ritten een eigen auto te bezitten. Daardoor wordt het aantrekkelijker om voor incidentele ritten gebruik te maken van gedeelde mobiliteit.
Deelmobiliteit komt het best tot zijn recht als onderdeel van een bredere mobiliteitsketen. Lopen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde mobiliteit vullen elkaar aan. Voor dagelijkse verplaatsingen kan worden gekozen voor de fiets of het openbaar vervoer, terwijl gedeelde mobiliteit toegang biedt tot een voertuig op momenten dat dat nodig is.
Deelmobiliteit in nieuwe ontwikkelingen Ook gebiedsontwikkelingen bieden kansen. Wanneer deelmobiliteit vanaf het begin wordt meegenomen in de inrichting van nieuwe woongebieden, ontstaat een grotere keuzevrijheid voor bewoners en kan de beschikbare ruimte efficiënter worden benut dan in situaties waarin iedere mobiliteitsvraag wordt opgelost met extra parkeerplaatsen.
Een groeiende rol voor deelmobiliteit De woningbouwopgave, de druk op de openbare ruimte, de stijgende kosten van autobezit en de ambitie om meer verplaatsingen per fiets en openbaar vervoer mogelijk te maken zorgen ervoor dat niet alleen het belang van deelmobiliteit groeit, maar ook de omstandigheden waaronder deelmobiliteit
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
Nieuwe ontwikkelingen Daarnaast lopen verschillende projecten die meer inzicht moeten geven in de mogelijkheden van deelmobiliteit.
Inclusieve deelmobiliteit De gemeente Veenendaal doet mee aan het landelijke pilotprogramma Inclusieve Deelmobiliteit. Inwoners met een laag inkomen kunnen hierbij kennismaken met deelmobiliteit via een rijtegoed voor de bakfietsen van Baqme. Het programma moet bijdragen aan een betere bereikbaarheid van inwoners voor wie mobiliteitskosten een belangrijke rol spelen.
Onderzoek naar onderling autodelen Studenten onderzoeken de mogelijkheden om onderling autodelen te stimuleren. Daarbij wordt gekeken hoe bestaande voertuigen beter kunnen worden benut en welke belemmeringen inwoners ervaren bij het delen van een auto met buurtgenoten, familie of bekenden.
Regionale samenwerking De gemeente verkent daarnaast mogelijkheden om deelmobiliteit sterker regionaal te organiseren. Hierbij wordt concreet gekeken naar de kansen van een regionaal deelfietssysteem. Deze verkenningen sluiten aan bij de groeiende behoefte om mobiliteit over gemeentegrenzen heen te organiseren.
Memo: Evaluatie deelmobiliteit 2026
Dossiernummer: 10044
8. Conclusies
1. Deelmobiliteit heeft een plek gekregen in Veenendaal. Inwoners kunnen inmiddels op meerdere locaties gebruikmaken van deelauto’s en deelbakfietsen.
2. Deelmobiliteit biedt toegang tot mobiliteit zonder bezit. Daarmee ontstaat voor inwoners een extra vervoerskeuze naast de eigen auto, fiets en het openbaar vervoer.
3. De ontwikkeling verloopt geleidelijk. Deelmobiliteit blijkt geen voorziening die zich uitsluitend door communicatie of financiële prikkels snel ontwikkelt. Reisgedrag verandert langzaam en is sterk afhankelijk van de omgeving waarin inwoners wonen en reizen.
4. De maatschappelijke waarde en commerciële waarde zijn niet altijd in balans. Deelmobiliteit voegt waarde toe aan het mobiliteitsaanbod in de gemeente, maar aanbieders ervaren moeite om een rendabele exploitatie te realiseren.
5. Beschikbaarheid blijft een voorwaarde voor gebruik. Inwoners kunnen alleen voor deelmobiliteit kiezen wanneer er daadwerkelijk aanbod aanwezig is.
6. De omstandigheden voor deelmobiliteit worden gunstiger. De woningbouwopgave, de druk op de openbare ruimte, een goede bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer zorgen ervoor dat de omstandigheden voor deelmobiliteit de komende jaren gunstiger worden.
7. Deelmobiliteit wordt een volwassen vorm van mobiliteit. In combinatie met lopen, fietsen en openbaar vervoer vergroot deelmobiliteit de bereikbaarheid en keuzevrijheid van inwoners.
8. Voortbouwen op de bestaande basis ligt voor de hand. Veenendaal beschikt inmiddels over kennis, ervaring, samenwerkingen en voorzieningen op het gebied van deelmobiliteit. Deze vormen een basis om de ontwikkeling van deelmobiliteit de komende jaren te versterken.