Vlaardingen, 7 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
DE HEER BOERS VLAARDINGEN
Postbus 1002 3130 EB Vlaardingen
Bezoekadres: Westnieuwland 6 3131 VX Vlaardingen
Telefoon: (010) 248 4000
www.vlaardingen.nl/contact
www.vlaardingen.nl
datum onderwerp pagina
15 april 2025 Vragen ex. Art 34 RvO 1/4 inzake Ambulancezorg
_Wilt u bij beantwoording van_
Schiedam en Vlaardingen _deze brief het briefnummer_
_vermelden?_
15 april 2025 Vragen ex. Art 34 RvO inzake Ambulancezorg Schiedam en Vlaardingen
1/4
briefnummer uw kenmerk Bijlage(n) 2021230 - Geachte heer Boers,
Op maandag 24 februari jl. stelde u artikel 34-vragen over de Ambulancezorg Schiedam en Vlaardingen. Deze vragen werden gesteld naar aanleiding van een door RTL Nieuws gepubliceerd onderzoek. De Ambulancedienst Rotterdam-Rijnmond (ARR) heeft naar aanleiding daarvan een algemeen statement opgesteld. Deze wordt hieronder met u gedeeld, daarna treft u onze beantwoording op uw vragen aan.
Statement Ambulancedienst Rotterdam-Rijnmond
_Recent zijn door RTL-nieuws op basis van een Woo-verzoek cijfers over de aanrijtijden van ambulances_ _gepubliceerd over de jaren 2019 tot en met 2023. Op grond van deze cijfers stelt RTL-nieuws vast dat in_ _veel gevallen ambulances er bij spoedritten langer dan 15 minuten over doen om bij de patiënt te_ _komen dan de streefnorm van 95%. Bij deze constatering van RTL-nieuws is een aantal kanttekeningen_ _te maken:_
_In de eerste plaats wordt gerefereerd aan de streefnorm van 15 minuten in 95% van de gevallen. Deze_ _streefnorm is een afgeleide van de berekeningssystematiek die door het Rijksinstituut voor_ _Volksgezondheid en Milieu (RIVM) wordt gehanteerd om de totale benodigde ambulancecapaciteit in_ _Nederland te bepalen en deze vervolgens toe te delen aan de 25 Regionale Ambulancevoorzieningen._ _Deze streefnorm heeft een historische oorsprong en kent geen medisch-wetenschappelijke_ _onderbouwing. Bij deze streefnorm is nog een aantal andere kanttekeningen te maken. In de eerste_ _plaats geldt deze onder ‘normale omstandigheden’. Hiervan is lang niet altijd sprake. Denk bijvoorbeeld_ _aan onvoorziene verkeersomstandigheden, slechte weersomstandigheden, een piek in 112-meldingen,_ _etc. In de tweede plaats geldt deze ‘streefnorm’ als gemiddelde voor de gehele regio en gedurende een_ _heel jaar. Er kunnen dus per dag of uur of per gebied verschillen optreden._
_In het RTL-artikel worden cijfers gepresenteerd per 4-cijfer postcodegebied. Hierdoor wordt geen_ _rekening gehouden met zaken als bevolkingsdichtheid, tijdstip van de dag, infrastructuur, etc. Daarnaast_ _betreft het cijfers over een periode van 4 jaar, waarin bijvoorbeeld ook de Coronapandemie speelde._ _Deze trok een zware wissel op de gehele zorg en ook de ambulancezorg. Bijvoorbeeld omdat_ _ambulances na elke rit volledig ontsmet moesten worden en er dus per saldo minder_ _ambulancecapaciteit beschikbaar was._
_Het is aan de Regionale Ambulancevoorzieningen, zoals ARR, om op basis van de beschikbare_ _ambulancecapaciteit voor alle gebieden in een regio zo kort mogelijke responstijden te realiseren, die in_ _overeenstemming zijn met de te verwachten zorgvraag en de benodigde spoed._ _Een ambulance hoeft_
briefnummer In behandeling bij pagina 2021230 1/4
_niet altijd binnen 15 minuten ter plaatse te zijn om toch goede zorg te bieden. Omgekeerd kunnen 15_ _minuten in sommige spoedeisende situaties nog te lang zijn._
_Bij de verdeling van de (per definitie) schaarse ambulancecapaciteit over de regio wordt door de_ _ambulancedienst in samenspraak met de zorgverzekeraars een risico-inschatting gemaakt en wordt_ _gekozen voor een spreiding waarbij de kans het grootst is dat er een vraag naar spoedeisende_ _ambulancezorg komt, terwijl zij anderzijds nog steeds rekening houden met de minimale spreiding van_ _ambulances ten behoeve van algehele gebiedsdekking._
_Binnen de ambulancesector leefde al langere tijd onvrede over de beeldvorming dat goede_ _ambulancezorg alleen afgemeten wordt aan de aanrijtijden. Dit heeft ertoe geleid dat een veel breder_ _kwaliteitskader is ontwikkeld voor het beoordelen van de kwaliteit van de ambulancezorg. De_ _responstijd is hierbinnen één van de indicatoren._
_Inmiddels is een nieuwe urgentie-indeling binnen de ambulancezorg geïntroduceerd. Hierin wordt onder_ _andere een scherper onderscheid gemaakt naar de spoedeisendheid van een ambulance-inzet in relatie_ _tot de medische noodzaak om snel bij een patiënt te zijn. Naast de bestaande A1-urgentie ‘directe inzet_ _met spoed’ is er nu de A0-urgentie ‘directe inzet met grootst mogelijk spoed’. Bij deze A0-urgentie geldt_ _dat tijd een cruciale factor kan zijn om verdere gezondheidsschade voor de patiënt te voorkomen. Denk_ _bijvoorbeeld aan patiënten met een hart- of ademstilstand. De praktijk leert dat rond de 5% van de_ _vroegere A1-spoedritten in de nieuwe A0-urgentie valt. Door een uitgebreidere triage op de meldkamer_ _ambulancezorg en omdat A0-ritten gaan voor andere spoedritten kan de gemiddelde responstijd voor_ _de resterende A1-ritten enigszins toenemen. Dit hoeft echter niet te betekenen dat er bij deze patiënten_ _meer gezondheidsschade ontstaat. Per saldo wordt de kwaliteit van de ambulancezorg hierdoor_ _verbeterd._
_Dit alles wil niet zeggen dat de ambulancezorg geen uitdagingen kent. De schaarste aan zorgpersoneel_ _doet zich ook binnen de ambulancesector gelden. Hierdoor kan niet altijd de ambulancecapaciteit_ _worden geleverd die volgens het eerder genoemde capaciteitsmodel ingezet zou moeten worden. Ook_ _wordt er door burgers steeds vaker een beroep gedaan op ambulancezorg, terwijl dit niet de_ _aangewezen zorg is. Om te voorkomen dat hierdoor veel ‘onnodige’ ambulanceritten worden gereden,_ _die een beslag leggen op de schaarse capaciteit voor ‘echte’ spoedritten, zijn initiatieven in gang gezet_ _om 112-bellers vanuit de meldkamer ambulancezorg direct door te verwijzen naar de juiste_ _zorgverlener. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een doorverwijzing naar de huisarts of huisartsenpost of_ _een zelfzorgadvies._
_Tenslotte heeft de ambulancezorg te maken met factoren die buiten haar directe invloedssfeer liggen._ _Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de drukte op de SEH’s van ziekenhuizen, waardoor de_ _overdracht van patiënten extra tijd kost. Verder speelt onder andere de toegenomen drukte op de weg_ _en in het stedelijk gebied een rol._
Vraag 1 Wat ziet het college als de belangrijkste oorzaken van de structurele te late ambulanceritten in Vlaardingen? Zijn er specifieke knelpunten in de infrastructuur, logistiek of personeelsbezetting die bijdragen aan dit probleem?
Antwoord De responstijden voor A1-ritten in Vlaardingen wijken niet significant af van de regionale responscijfers.
In het RTL-artikel worden cijfers gepresenteerd per 4-cijfer postcodegebied. Hierdoor wordt er geen rekening gehouden met zaken als bevolkingsdichtheid, tijdstip van de dag, infrastructuur, etc. Daarnaast betreft het cijfers over een periode van 4 jaar, waarin bijvoorbeeld ook de Coronapandemie speelde. Deze trok een zware wissel op de gehele zorg en ook de ambulancezorg. Bijvoorbeeld omdat ambulances na elke rit volledig ontsmet moesten worden en er dus per saldo minder ambulancecapaciteit beschikbaar was.
briefnummer In behandeling bij pagina 2021230 2/4
Vraag 2 Waarom slaagt Vlaardingen er structureel niet in om de landelijke norm te halen waarbij maximaal 5 procent van de ambulanceritten langer dan 15 minuten duurt? Welke interne evaluaties zijn hiervoor uitgevoerd?
Antwoord Zie beantwoording vraag 1.
Vraag 3 In de Broekpolder blijkt maar liefst 17,5 procent van de ritten te laat te zijn. Wat zijn hier de specifieke uitdagingen en welke gerichte maatregelen worden er genomen om dit percentage te verlagen?
Antwoord In de gebiedsdekking van de ambulances wordt voorrang gegeven aan gebieden met een grotere bevolkingsdichtheid om zoveel mogelijk mensen te kunnen helpen. Dit is een van de manieren om de opkomsttijden te optimaliseren. De Broekpolder is een buitengebied met een gering aantal inwoners. Het kan daarom soms wat langer duren voor een ambulance ter plaatse is. Een melding met A0 – urgentie, bijvoorbeeld bij een hart- of ademstilstand, gaat altijd voor op andere spoedritten. Er gaat dan zo snel mogelijk een ambulance naar de melding, dit geldt ook voor de Broekpolder. Dit kan ertoe leiden dat de responstijd voor overige spoedritten enigszins toeneemt. Daarnaast geldt dat er in een buitengebied met weinig inwoners vaak sprake is van een klein aantal ritten. Een enkele uitschieter (snellere aanrijdtijd dan wel langere aanrijdtijd) heeft dan een grotere invloed op het gemiddelde.
Vraag 4 Is er een plan voor een intensievere samenwerking met omliggende gemeenten, zoals Schiedam, om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden voor de trage respons van ambulances? Zo ja, hoe ziet dat plan eruit?
Antwoord De Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond (ARR) is onderdeel van de VRR en verzorgt de acute en planbare ambulancezorg in de regio. Dit valt niet onder de directe bevoegdheid van het gemeentebestuur. De gemeente heeft enkel indirect invloed via de VRR, maar de dagelijkse aansturing van de ambulancezorg ligt bij de directie van de VRR. Dit houdt in dat de directieraad van de VRR de koers voor de ambulancezorg bepaalt. De directeur ARR is graag bereid om een keer een toelichting te geven aan de gemeenteraad over de organisatie van de ambulancezorg in de regio en de aanrijdtijden en andere kwaliteitsnormen die gelden. Mocht de raad gebruik willen maken van dit aanbod dan horen wij dat graag.
Vraag 5 Welke concrete investeringen in infrastructuur, technologie of extra personeel zijn er gepland om de responstijden van ambulances te verbeteren? Zijn er al resultaten of tijdslijnen vastgesteld voor deze maatregelen?
Antwoord Zie beantwoording vraag 4.
Vraag 6 Hoe gaat het college de voortgang monitoren en evalueren van de getroffen maatregelen? Wordt er een onafhankelijk toetsingsmechanisme ingesteld om transparantie en verantwoording te waarborgen?
Antwoord Zie beantwoording vraag 4.
briefnummer In behandeling bij pagina 2021230 3/4
Vraag 7 Op welke manier informeert en betrekt het college de inwoners van Vlaardingen over de problemen met de ambulancezorg en de stappen die worden ondernomen om de situatie te verbeteren?
Antwoord Zie beantwoording vraag 4. De verantwoordelijkheid en het eigenaarschap om te communiceren over de ambulancezorg ligt bij de VRR en de ARR.
Vraag 8 Welke lessen trekt het college uit het RTL Nieuws onderzoek en hoe worden deze inzichten omgezet in concrete acties? Wat zijn de vervolgstappen als de huidige trend van te late ambulanceritten aanhoudt?
Antwoord Zie beantwoording vraag 4 en het algemene statement vanuit de ambulancedienst.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Vlaardingen,
briefnummer In behandeling bij pagina 2021230 4/4