Leiden, 3 november 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 november 2026.
Programmabegroting 2027-2030 Programmabegroting 2027-2030 Fotografie: Merijn Soeters Gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC LEIDEN 2601474_GD_SMC_Omslag Programmabegroting 2027-2030.indd Alle pagina's2601474_GD_SMC_Omslag Programmabegroting 2027-2030.indd Alle pagina's 07-09-2026 15:2907-09-2026 15:29 Programmabegroting 2027
Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Hoofdlijnen financiële positie 5 3 Beleidsbegroting 13 3.1 Programmaplan 13 3.1.1 Bestuur en dienstverlening 16 3.1.2 Veiligheid 28 3.1.3 Economie 38 3.1.4 Mobiliteit 60 3.1.5 Omgevingskwaliteit 84 3.1.6 Stedelijke ontwikkeling 110 3.1.7 Jeugd en onderwijs 138 3.1.8 Cultuur, sport en recreatie 156 3.1.9 Maatschappelijke Ondersteuning 176 3.1.10 Werk en inkomen 192 3.1.11 Dekkingsmiddelen, Overhead, Vpb en onvoorzien 206 3.2 Paragrafen 215 3.2.1 Lokale heffingen 215 3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 221 3.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen 227 3.2.4 Financiering 240 3.2.5 Bedrijfsvoering 243 3.2.6 Verbonden partijen 248 3.2.7 Grondbeleid 257 3.2.8 Subsidies 260 3.2.9 Taakstellingen en reserveringen 273 3.2.10 Demografische ontwikkelingen 274 3.2.11 Bijzonder Programma Doorontwikkeling Sociaal Domein 276 3.2.12 Bijzonder Programma Duurzaamheid 277 3.2.13 Openbaarheidsparagraaf - Wet open overheid (Woo) 280 4 Financiële begroting 281 4.1 Overzicht van baten en lasten 281 4.1.1 Overzicht van baten en lasten in meerjarig perspectief 281 4.1.2 Grondslagen voor de begroting 284 4.1.3 Structureel en reëel evenwicht 286 4.2 Uiteenzetting van de financiële positie 300 4.2.1 Geprognosticeerde begin- en eindbalans 300 4.2.2 Investeringen 301 4.2.3 Reserves 325 4.2.4 Voorzieningen 332 4.2.5 EMU Saldo 335 4.3 Overzicht per taakveld 336 5 Bijlagen 339 5.1 Samenstelling stadsbestuur 339 5.2 Begroting per prestatie 340 5.3 Belangrijkste mutaties Programmabegroting 2027 347 5.4 Raadsbesluit 349 5.5 Langjarige ontwikkeling reserve parkeren 349 6 Colofon 353
1 2 | Hoofdstuk 1 1 Inleiding Voor u ligt de Programmabegroting van de gemeente Leiden voor de jaren 2027-2030. Hierin staat wat we de komende jaren voor de stad willen doen en hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Voor 2027 bedraagt de begroting € 757,6 miljoen. Deze begroting is opgesteld terwijl de vorming van een nieuw college nog niet is afgerond. Het huidige college kiest daarom voor een zorgvuldige balans: we nemen geen nieuwe politieke besluiten die aan een nieuw college zijn, maar blijven wel verantwoordelijkheid nemen voor het bestuur van de stad. We zetten het huidige beleid voort, zorgen voor goede dienstverlening aan inwoners, ondernemers en organisaties en houden de gemeentelijke financiën op orde. Activiteiten waarvoor in de Programmabegroting 2026-2030 al geld beschikbaar is gesteld, worden voortgezet. Nieuwe activiteiten waarvoor nog geen budget beschikbaar is, worden overgelaten aan besluitvorming door het nieuwe college. Zo blijft de gemeente haar taken uitvoeren en zorgen we voor een stabiele basis waarop een nieuw college straks verder kan bouwen. Zodra een nieuw college is gevormd en een nieuwe koers heeft vastgesteld, wordt de begroting hierop aangepast. De nieuwe keuzes worden vervolgens verwerkt in een begrotingswijziging bij de Programmabegroting 2027. Belangrijke ontwikkelingen 2027 Wat kunt u verwachten in 2027? Hieronder lichten we een aantal doorlopende ontwikkelingen uit. Dat doen we langs drie thema’s die de afgelopen jaren centraal stonden in het beleid: ■ Duurzame en inclusieve stad ■ Sociale en gezonde stad ■ Internationale stad van kennis en cultuur Meer informatie vindt u in de verschillende programma's van deze begroting. Duurzame en inclusieve stad Ook in 2027 werkt Leiden verder aan een toekomstbestendige en bereikbare stad. Samen met regionale en landelijke partners werken we aan de vernieuwing van Leiden Centraal, zodat het station klaar is voor het groeiende aantal reizigers. Daarnaast zetten we belangrijke stappen in de verduurzaming van de stad, onder meer met de oprichting van een publiek regionaal warmtebedrijf en de verdere uitbreiding van het warmtenet. Op het gebied van mobiliteit en openbare ruimte werken we aan een veilige, groene en goed bereikbare stad. In 2027 worden plannen verder uitgewerkt voor de herinrichting van de Lammenschansweg en start de herinrichting van de Morsweg. Ook blijven we werken aan een toegankelijke, groene en autoluwe binnenstad. Verder ronden we de evaluatie van het parkeerbeleid af, waarbij eventuele aanpassingen kunnen bijdragen aan een nog betere balans tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en ruimtegebruik. In deze begroting houden we ook rekening met de kosten voor het beheer en onderhoud van de stad en met de benodigde investeringen in de Stadswerf. Tegelijkertijd blijven we werken aan de grote woningbouwopgave van Leiden. Daarbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor de gevolgen van netcongestie. In 2027 wordt duidelijk welke woningbouwprojecten de komende jaren kunnen rekenen op voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet en welke projecten voorlopig nog niet. Sociale en gezonde stad In 2027 blijft Leiden investeren in een gezonde en veilige stad waarin inwoners mee kunnen doen in de samenleving. We versterken de sociale basis in de wijken, zodat inwoners elkaar kunnen ontmoeten, ondersteunen en gemakkelijker de weg vinden naar hulp. Ook werken we verder aan de invoering van de Participatiewet in Balans, met meer aandacht voor maatwerk, vertrouwen en de menselijke maat. Daarnaast zetten we ons in om armoede en schulden te voorkomen en starten we met de uitvoering van het nieuwe beleidsplan Armoede en Schulden 2027-2030. Ook blijft het verkleinen van gezondheidsverschillen 1 Inleiding | 3 een belangrijk aandachtspunt. Door te investeren in preventie, sport en beweging dragen we bij aan een gezonde samenleving. Goed onderwijs en passende voorzieningen voor kinderen en jongeren blijven van groot belang. Daarom investeren we in schoolgebouwen, sportaccommodaties en andere voorzieningen die bijdragen aan hun ontwikkeling. Binnen de specialistische jeugdhulp ontstaat door lagere uitgaven financiële ruimte. Deze ruimte versterkt de financiële positie van het sociaal domein en vergroot de mogelijkheden om toekomstige uitdagingen op te vangen. Internationale stad van kennis en cultuur In 2027 versterken we Leiden als stad van kennis, innovatie en cultuur. Samen met onderwijs- en kennisinstellingen, ondernemers en andere partners werken we aan maatschappelijke opgaven op het gebied van gezondheid, duurzaamheid, biodiversiteit en kansengelijkheid. Daarbij zetten we de kennis- en innovatiekracht van de stad in voor maatschappelijke oplossingen en een sterke economie. Ook investeren we in een toekomstbestendige economie en de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de stad. We werken verder aan de ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park, versterken de binnenstad en stimuleren circulair ondernemen. Hiermee dragen we bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor inwoners, bedrijven en kennisinstellingen. Cultuur blijft een belangrijke pijler van Leiden. In 2027 werken we aan de herijking van het cultuurbeleid en investeren we in culturele voorzieningen, zoals de nieuwe muziekschool, de nieuwe bibliotheek en de verdere vernieuwing van de Leidse Schouwburg en Stadsgehoorzaal. Zo blijft Leiden een aantrekkelijke stad om te wonen, werken, studeren en bezoeken. Onze financiële keuzes In hoofdstuk 2 Hoofdlijnen financiële positie leest u meer over de financiële keuzes die in deze continuïteitsbegroting zijn gemaakt. 4 | 1 Inleiding Hoofdstuk 2 2 Hoofdlijnen financiële positie Deze begroting is de eerste van de nieuwe raadsperiode 2026-2030. Omdat bij het opstellen ervan nog geen nieuwe coalitie is gevormd, heeft het stadsbestuur nog niet de nieuwe politieke speerpunten voor deze periode bepaald. We hebben deze begroting dus opgesteld binnen de beleidsmatige kaders van de vastgestelde Programmabegroting 2026-2029. Bestaande activiteiten waarvoor in de meerjarenbegroting al geld beschikbaar was lopen onverminderd door. Activiteiten waarvoor (nog) geen geld beschikbaar is, moeten wachten tot het nieuwe stadsbestuur van start gaat. Tijdens de vorige raadsperiode heeft het stadsbestuur voor meerdere programma's tot en met 2026 tijdelijk extra geld vrijgemaakt. Bij het ongewijzigd voortzetten van de huidige meerjarenbegroting stoppen de extra activiteiten of regelingen die hieruit werden bekostigd per 2027. Waar dit van toepassing is lichten we dit toe in de begrotingsprogramma's. Het is aan het nieuwe stadsbestuur om hierop desgewenst bij te sturen. Deze keuzes voegen we dan via een losse begrotingswijziging toe aan de begroting. In de aanloop naar deze begroting zijn wel diverse mee- en tegenvallers in beeld gekomen. Deze hebben we in de begroting verwerkt. Hiermee laat de begroting goed zien hoe de gemeente er financieel voor staat. De meerjarenbegroting is in alle jaren reëel en structureel sluitend. Dat wil zeggen: de inkomsten die de gemeente jaarlijks binnenkrijgt zijn voldoende om alle uitgaven die de gemeente de komende vier jaar in de begroting heeft staan te kunnen betalen. Ook de buffers om tegenvallers op te vangen zijn op orde. De begroting biedt hiermee voor een nieuw stadsbestuur ruimte om nieuwe keuzes te maken. Dit hoofdstuk geeft een overkoepelend beeld van (2.1.) externe ontwikkelingen en risico's die deze begroting beïnvloeden, (2.2.) de verwerkte mee- / tegenvallers en (2.3) de financiële positie. 2.1. Wat is de context van deze programmabegroting 2027? Wat zijn belangrijke externe ontwikkelingen voor onze begroting? ■ In de recent verschenen concept Macro Economische Verkenning 2027 wijst het Centraal Planbureau (CPB) Internationale onzekerheid / de Iran-oorlog aan als belangrijke oorzaak van stijgende inflatie door brandstof- en energieprijzen. Door het jaarlijks indexeren van onze begroting en gemeentelijke tarieven houden we onze begroting waardevast. Tekorten die ontstaan door lagere loon- en prijscompensatie in het Gemeentefonds nemen we mee als nadeel in de begroting. Zie hiervoor de toelichting bij de 4.1.2. Grondslagen voor de begroting en het programma Dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien. ■ De rente op de kapitaalmarkt schommelde in de afgelopen periode sterk. Mondiale onzekerheid maar ook de kapitaalvraag door gestegen overheidsinvesteringen drijft de prijs van langlopende geldleningen op. De huidige aannames voor langlopende rente lijken vooralsnog toereikend. Bij de volgende kaderbrief vindt een nieuw afwegingsmoment plaats. Zie voor meer toelichting paragraaf 3.2.4. Financiering. ■ Het kabinet heeft in de Meicirculaire 2026 van het Gemeentefonds aangekondigd dat de geplande herziening van de verdeling van het Gemeentefonds doorschuift naar 2029. Dit betekent dat er in de verdeling van het Gemeentefonds vooralsnog geen grote wijzigingen optreden. Voor 2029 en verder zit hier een onzekerheid. Welke onzekerheden spelen rond de financiële positie? We gebruiken een (variatie op het) SWOT-analyse om in samenhang een beeld te geven van sterke en zwakke eigenschappen van onze begroting en balans. Ook komen kansen en bedreigingen in beeld. 2 Hoofdlijnen financiële positie | 5 Voordelig Nadelig Intern ("hier en nu") Sterkte ('strengths') a. Programmabegroting 2026-2029 is in alle jaren structureel sluitend; b. Naast incidenteel toereikend weerstandsvermogen ook structurele behoedzaamheidsruimte; c. Investeringsambities 2025-2029 zijn gedekt met behoudende afslag voor plannings-optimisme en reservering voor kapitaallasten buiten het meerjarenbeeld. Zwakte / aandachtspunt ('weaknesses') d. Grote investeringsagenda maakt de begroting gevoelig voor projectrisico's en renterisico’s; e. Relatief hoge ozb niet-woningen/ relatief lage onbenutte belastingcapaciteit. f. Diverse tijdelijke budgetten binnen het meerjarenbeeld. Extern ("toekomst") Kans ('opportunities') g. Geplande woningbouw komende jaren werkt buiten meerjarenbeeld door in inkomsten. h. Afspraken over nieuwe bekostigings-systematiek medebewindstaken Jeugd/ Wmo en lopende onderzoeken Gemeentefonds. Bedreiging ('Threats') i. Geplande woningbouw/ bevolkingsgroei binnen meerjarenbeeld kan lager uitvallen. j. Mondiale onrust kan voor onverwachte tegenvallers zorgen door bijvoorbeeld een recessie en stijgende inflatie en rente. k. Lopende onderzoeken Gemeentefonds (m.n. centrumfunctie in Sociaal Domein) / toereikendheid BBP-indexering. In dit totaalbeeld is een aantal grote lijnen te trekken: ■ In de lopende begroting (a.) zijn de inkomsten die jaarlijks terugkomen toereikend om de uitgaven die jaarlijks terugkomen te kunnen betalen. Naast de (b.) concernreserve houden we ook een structureel budget vrij om toekomstige tegenvallers met een structureel karakter op te vangen ("behoedzaamheidsbudget"). Het is bij de uitgavenkant van de meerjarenbegroting wel goed om te realiseren dat (f.) meerdere tijdelijke budgetten zijn opgenomen. De activiteiten of het tijdelijk hoger kwaliteitsniveau dat uit deze budgetten in 2027 wordt bekostigd komen dus op enig moment binnen het komend meerjarenbeeld weer te vervallen. ■ In de bestaande begroting is (c.) de dekking verwerkt voor een ambitieus investeringsprogramma. Doordat veel investeringen tegelijkertijd worden opgepakt (d.) kunnen tijdens de planvorming en uitvoering hiervan ook tegenvallers gelijktijdig optreden. Daarnaast zorgen de investeringen voor een grote financieringsbehoefte. Dit maakt de gemeentebegroting relatief kwetsbaar voor renteontwikkeling. Daarnaast kan extreme loon- en prijsontwikkeling (k.) de kosten van lopende investeringen doen oplopen. ■ De Algemene uitkering uit het Gemeentefonds op de rijksbegroting is de belangrijkste gemeentelijke inkomstenbron. Met ingang van 2029 zal de verdeling hiervan over gemeenten worden aangepast. Dit biedt zowel kansen (h.) als risico's (k.). Omdat de omvang van het Gemeentefonds meegroeit met het 8-jaars gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product, werkt economische groei uit voorbij jaren nog enkele jaren door in jaarlijkse groei van het Gemeentefonds. Dit geldt echter ook voor eventuele toekomstige periodes van recessie (k.). ■ De verwachte groei van de stad (inwoners en woningen) 2026-2029 is verwerkt in de raming van inkomsten. Als de groei in deze periode lager uitvalt (i.), leidt dat tot een tegenvaller binnen de begroting. Extra groei in 2030 en verder is nog niet begroot (g.) en leidt bij volgende begrotingen tot extra financiële ruimte. Bij de inkomsten is een aandachtspunt dat (e.) de relatief hoge lokale belastingen de effectieve (politieke) ruimte om door het verhogen van de inkomsten financieel bij te sturen beperkt is. Welke financiële ontwikkelingen zijn er ten opzichte van de Programmabegroting 2026 Hoe ontwikkelen zich de totale baten, lasten en reservemutaties? De onderstaande tabel laat zien hoe de totale lasten van de Programmabegroting 2027 zich verhouden tot de gewijzigde Programmabegroting 2026. 'Gewijzigd' betekent in dit geval dat de cijfers van de Programmabegroting 2026 ook tussentijdse technische begrotingswijzigingen en budgetoverhevelingen uit de slotwijziging en het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening bevatten. In € 1.000, - = voordeel Gewijzigde Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2027 Lasten 805.294 757.630 Baten -770.249 -758.122 Saldo van baten en lasten 35.046 -492 Toevoeging reserves 65.124 29.842 Onttrekking reserves -100.169 -29.350 Begrotingssaldo 0 0 De totale lasten van de begroting zijn in 2027 € 757,6 miljoen. Dat is € 47,7 miljoen lager dan de gewijzigde begroting 2026. Dit is het gevolg van eenmalige of tijdelijk begrotingsposten die in 2027 niet meer zijn geraamd. De baten nemen met € 12,1 miljoen af naar € 758,1 miljoen, met name door de ontwikkeling van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds. De stortingen (€ 35,3 miljoen) aan reserves en inzet van reserves (€ 70,8 miljoen) zijn lager dan de begroting 2026. Dit is voornamelijk het gevolg van een grote storting in de reserve afschrijvingen investeringen vanuit de concernreserve in 2026 en diverse 6 | 2 Hoofdlijnen financiële positie investeringsbijdragen vanuit reserves die in 2026 zijn geraamd. Het totale beeld per programma in vergelijking met de voorgaande begroting en jaarrekening 2024 is opgenomen in hoofdstuk 4.1.1. Overzicht van baten en lasten in meerjarig perspectief. De afwijkingen zijn het gevolg van bestaande verschuivingen in het vastgestelde meerjarenbeeld bij de Programmabegroting 2026, de reguliere indexering voor het waardevast houden van de begroting en de verwerking van enkele mee- en tegenvallers. De toelichting op het programmabudget bij de programma's in de beleidsbegroting bevat steeds een verschillenanalyse van het nieuwe jaar 2027 ten opzicht van de lopende programmabegroting 2026. Hieronder gaan we nader in op de wijze waarop we deze begroting indexeren en de belangrijkste mee- en tegenvallers die hierin zijn verwerkt. Hoe houden we de begroting door indexeren waardevast? De Programmabegroting 2027 is opgesteld op basis van de geïndexeerde meerjarenbegroting 2026-2029 (zie ook hoofdstuk 4.1.2. Grondslagen voor de begroting). De indexpercentages voor 2027 zijn zoals gewoonlijk gebaseerd op de door het Centraal Planbureau verwachte loon- en prijsontwikkeling voor de sector overheid uit het Centraal Economisch Plan 2026 (CEP). We gebruiken hiervoor de kengetallen voor de kostensoorten 'lonen', 'materiële budgetten' en 'investeringen'. Op basis van een gewogen gemiddelde hiervan bepalen we de indexering van de gemeentelijke tarieven en van subsidies. De percentages 2027 zijn gecorrigeerd voor de bijgestelde loon- en prijsontwikkeling 2026. Voor de raming van de salarislasten van de ambtelijke organisatie sluiten we aan bij de lopende Cao. Voor gemeenschappelijke regelingen volgen we het advies van de werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen. Dit leidt tot de onderstaande indexpercentages: 2026 2027 Begroting 2026 CEP2025 prognose 2026 CEP2026 prognose 2026 Correctie CEP 2026 prognose 2027 Begroting 2027 A B C (B-A) D E (C+D) Gemeente Lonen gemeentelijke organisatie (eigen prognose o.b.v. Cao) 3,7 60% Lonen beloning overheid (CEP) 3,6 Materiaal 2,8 2,1 2,6 0,5 2,1 2,6 20% Investeringen 4,3 3,0 2,8 -0,2 2,3 2,1 20% Gemiddeld voor tarieven 3,6 3,2 100% Subsidies Lonen beloning overheid (CEP) 3,6 1,8 3,0 1,2 4,1 5,3 75% Materiaal 2,8 2,1 2,6 0,5 2,1 2,6 25% Subsidie index 3,4 4,6 100% Gemeenschappelijke regelingen Advies FKGR 2,25 4,5 2 Hoofdlijnen financiële positie | 7 Welke mee- en tegenvallers verwerken we in deze begroting? Op meerdere programma's treden mee- / tegenvallers op. In de beleidsbegroting lichten we bij het onderdeel 'programmakosten' van de diverse programma's deze ontwikkelingen toe. Het gaat voor de verschillende programma's om de onderstaande totaalbedragen op lasten (L) en baten (B) in € 1.000 (- = voordeel): Programma L/B 2027 2028 2029 2030 1 Bestuur en dienstverlening L -1.900 80 2 Veiligheid L 17 17 16 3 Economie L -110 -110 -10 -10 B 310 310 310 310 4 Mobiliteit L 1.000 -1.000 5 Omgevingskwaliteit L -64 2.645 2.800 4.368 B 640 -1.420 -1.362 -1.362 6 Stedelijke ontwikkeling L 3.768 3.768 3.768 B -3.618 -3.768 -3.768 7 Jeugd en onderwijs L 80 80 80 80 9 Maatschappelijke ondersteuning L 843 843 843 843 10 Werk en inkomen L 80 15 B -80 -15 Dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien L 585 -2.347 -6.179 -10.087 B -149 1.544 182 -9.127 Totaal 1.385 1.563 -4.320 -14.889 Het totale overzicht van mee- / tegenvallers ten opzichte van de bestaande Programmabegroting 2026 is opgenomen als bijlage 5.3. Belangrijkste mutaties Programmabegroting 2027. De individuele afwijkingen groter dan € 250.000 of afwijkingen die samenhangen met invulling van een motie lichten we hieronder toe: Programma 1 Bestuur en dienstverlening ■ Eenmalige meevaller van € 1,9 miljoen door de vrijval van het geraamde bedrag voor de overdracht wethouderspensioenen naar het ABP. Deze kosten zijn in de Jaarrekening 2025 al genomen, dus het geraamde budget in 2027 kan vrijvallen. Programma 3 Economie ■ Een tegenvaller door € 310.000 lagere baten toeristenbelasting. Door de lagere inkomsten neemt de afdracht aan Leiden&Partners af met € 185.000. Dit levert een meevaller op voor de gemeentebegroting. ■ Een deel van inkomsten op de OZB niet-woningen wordt als subsidie gegeven aan het Ondernemersfonds. Hogere gerealiseerde inkomsten leiden tot een € 175.000 hogere afdracht. Programma 4 Mobiliteit ■ De lasten en baten binnen het gesloten systeem van de parkeerreserve zijn toegevoegd aan de begroting. Dit leidt tot een extra last van € 830.000 in 2027 die oploopt tot € 1,7 miljoen in 2030. Deze lasten worden gedekt uit de reserve parkeren binnen de parkeerexploitatie. Zie voor meer toelichting op de parkeerexploitatie bijlage 5.5. Langjarige ontwikkeling reserve parkeren. ■ Bij de renovatie van de parkeergarage Haarlemmerstraat verschuift € 1,4 miljoen binnen het projectbudget naar een andere kostensoort. Als gevolg van het verschil in afschrijvingstermijnen nemen de kapitaallasten vanaf 2029 structureel toe met € 96.000. Deze worden gedekt vanuit de reserve parkeren. ■ In het meerjarenbeeld 2026-2029 stond in de laatste jaarschijf een bijdrage van € 1 miljoen opgenomen voor het project Leiden-Utrecht Beter Bereikbaar (LUBB). Op verzoek van provincie Zuid-Holland verplaatsen we dit bedrag naar 2027. ■ Aan de raming voor de verbouwing van de fietsenstalling Breestraat - Mosterdsteeg wordt € 440.000 toegevoegd voor kosten van afwerking, realiseren beheerruimte en toilet, plaatsen beheersysteem en camera's en circulaire ambities. Dit leidt tot afgerond € 60.000 hogere kapitaallasten vanaf 2027. Deze worden gedekt vanuit de reserve parkeren. Programma 5 Omgevingskwaliteit ■ De beheerplannen voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte 2027-2031 zijn bijgesteld (zie ook 3.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen). Dit zorgt inclusief enkele keuzes om kostenstijging te beheersen tot 8 | 2 Hoofdlijnen financiële positie structureel hogere kosten die oplopen van € 717.000 in 2026 tot € 3,5 miljoen in 2030. Vanuit het bestaand beleid van de kostendekkende heffingen kunnen deze hogere kosten deels worden opgevangen vanuit een verhoging van de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing (zie ook 3.2.1. Lokale heffingen). Hierdoor nemen de heffingen toe met € 178.000 in 2027, oplopend tot € 586.000 vanaf 2030. ■ Het kabinet is voornemens om met ingang van 2028 de tarieven voor afvalverbranding te verhogen. Dit leidt vanaf dat jaar naar verwachting tot € 1,5 miljoen hogere kosten voor afvalverwerking. Vanuit het staand beleid van een kostendekkende afvalstoffenheffing verhogen we deze met hetzelfde bedrag. ■ Bij het project Jan van Houtkade/Koepoortsbrug zijn vooral vanuit de ondergrond tegenvallers aan het licht gekomen tijdens de uitvoering. Dit leidt tot € 685.000 hogere kosten. De hogere kapitaallasten kunnen worden gedekt vanuit de gereserveerd € 40.000 beheergelden van het Singelpark waarvan een deel niet is gebruikt en waarvan een deel in de wacht staat voor beheer van het Energiepark. ■ De gemeenteraad heeft met motie 25.0042.02 het college gevraagd te onderzoeken hoe op korte termijn gestopt kan worden met lichtmastreclame en waar mogelijk al maatregelen te nemen. Het uitfaseren van de lopende contracten leidt uiteindelijk tot derving van € 138.000 aan inkomsten en het wegvallen van € 10.000 aan kosten. ■ Door het naar achter schuiven van vervangingsinvesteringen in bedrijfsmiddelen zijn de kosten van afvalinzameling lager. Dit leidt ook tot € 600.000 lager benodigde opbrengsten afvalstoffenheffing in 2027. Programma 6 Stedelijke ontwikkeling ■ In de periode 2027-2029 ontvangt de gemeente naar verwachting jaarlijks € 3,8 miljoen realisatiestimulans vanuit het Rijk. Dit is een vaste bijdrage van € 7.000 voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw is gestart in de periode 2025-2029. Conform staand beleid voegen we dit toe aan de reserve grondexploitaties. ■ Met name door het vervangen van kozijnen en meerwerk door extra aangetroffen asbest zijn de kosten van de renovatie van de Daltonschool tot Huis van Buurt (Boshuizerkade) na inzet van de post onvoorzien € 300.000 hoger. Dit leidt vanaf 2027 tot een € 20.000 hogere kapitaallast. Programma 7 Jeugd en onderwijs ■ De kostenontwikkeling van de specialistische jeugdhulp valt naar verwachting € 2,6 miljoen lager uit dan geraamd. De ruimte die hierdoor ontstaat wordt op basis van staand beleid in 2027-2028 verrekend met de reserve sociaal domein. In 2028 en verder wordt deze ingezet om de openstaande bezuinigingstaakstelling in te vullen. Hiermee wordt de taakstelling volledig ingevuld. Programma 9 Maatschappelijke ondersteuning ■ De loon- en prijsontwikkeling 2026 binnen onderdelen van het sociaal domein is hoger dan de gemiddelde ontwikkeling op basis waarvan de begroting is gebaseerd. Hierdoor treden structurele tegenvallers op voor met name de Sterke Sociale Basis (€ 158.000) en Wmo maatwerkvoorzieningen (€ 610.000). Deze tegenvallers worden opgevangen door inzet van de stelpost indexering op het programma Dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien. Dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien ■ Jaarlijks maken we voor alle lopende investeringen en investeringen in het meerjaren investeringsplan (MIP) een nieuwe inschatting van de snelheid waarmee het geld voor deze investeringen wordt uitgegeven. Dit noemen we ook wel de 'actualisatie van de kapitaallasten(ontwikkeling)'. Zie hiervoor de analyse in hoofdstuk 4.2.2. Investeringen. Doordat uitgaven naar achter schuiven in de tijd ontstaan in de hele periode 2027-2030 voordelen die jaarlijks uiteenlopen van € 2,9 miljoen in 2028 tot € 12,0 miljoen in 2029. Het hoge bedrag in het laatste jaar is het gevolg van het doorschuiven van de reservering voor kapitaallasten buiten het meerjarenbeeld van € 10 miljoen van 2029 naar 2030. ■ In de laatste jaarschijf van deze begroting reserveren we in het structureel saldo een bedrag van € 12,9 miljoen voor toekomstige kapitaallasten van investeringen waarvan het krediet (= investeringsbudget) in het huidige MIP is opgenomen. Zie voor de opbouw hoofdstuk 4.2.2. Investeringen. In dit bedrag is een tegenvaller verwerkt van € 826.000 verwerkt als dekking voor afgerond € 34,0 miljoen hogere kosten van de Stadswerf Vlietzone. ■ De nieuwe Stadswerf is onderdeel van een groter ruimtelijk schuifplan, waarbij zowel de locatie Beheer aan de Kenauweg en de locatie Beheer aan de Admiraal Blanckertweg beschikbaar komen. Dit maakt extra m2 beschikbaar voor bedrijvigheid in de stad. Uit het Programma van Eisen voor de Stadswerf blijkt dat de ruimtevraag voor de realisatie van de Stadswerf niet 14.000 m2 is die in 2020 werd ingeschat, maar 20.000 m2. Door wet- en regelgeving is meer ruimte nodig voor de elektrische voertuigen. De nieuwe werf moet ook meegroeien met de groeiende stad. Meer woningen betekent meer afvaladressen. Meer inwoners betekent ook een grotere druk op de openbare ruimte en daarmee op het onderhoud en beheer daarvan. In de toekomst zijn simpelweg meer medewerkers, wagens en gereedschappen nodig. Dit heeft gevolgen voor de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid op de Vlietzone midden. Hierover wordt uw raad nog nader geïnformeerd. Het eerder vastgestelde budget van € 21 miljoen was gebaseerd op vervanging van de huidige werven (‘nieuw voor oud’). Voor de grotere Stadswerf is aanvullend een investeringskrediet van € 34 miljoen opgenomen in het meerjaren investeringsplan. Dit betekent € 1,8 miljoen hogere kapitaalslasten. Hierbij wordt de aanname gedaan dat een bedrag van € 1,0 miljoen in kostendekkende 2 Hoofdlijnen financiële positie | 9 heffingen en dienstverlening aan derden kan worden doorbelast. In de laatste jaarschijf van deze begroting nemen we aanvullend in het structureel saldo € 826.000 voor kapitaalslasten op. Hiermee voldoen wij aan de goede principes van ons begrotingsbeleid. De vrijgekomen kavel aan de Admiraal Banckertweg komt beschikbaar voor bedrijvigheid (Ruimte voor Werk), zoals eerder door uw raad besloten. ■ Op basis van de Meicirculaire van het Gemeentefonds is de raming van de Algemene uitkering bijgesteld. Hierover is de gemeenteraad al eerder per brief geïnformeerd. Vooral een lagere inwonersontwikkeling zorgt in de periode 2027-2029 voor een tegenvaller in de Algemene uitkering die jaarlijks varieert van € 1,0 miljoen in 2029 tot € 3,4 miljoen in 2028. In 2030 werkt de groei van het Gemeentefonds door in de uitkering en treedt juist een meevaller op van € 5,4 miljoen. ■ Met name door het verschuiven van investeringen in de tijd en de inzet van reserves wijzigt de financieringsbehoefte in de periode 2027-2030. Dit levert ook een verschuiving op in de financieringslasten ('treasury'). Dit zorgt in de periode 2027-2029 voor jaarlijkse voordelen die variëren van € 511.000 in 2027 tot € 3,4 miljoen in 2029. In 2030 treedt een nadeel op van € 267.000. Zie voor meer toelichting op de financieringsfunctie, zie paragraaf 3.2.4. Financiering. ■ De jaarlijkse indexering van onze lastenbudgetten bepalen we op basis van de CPB-prognose voor de loon- en prijsontwikkeling. Dit betalen we door het indexeren van onze eigen tarieven en de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling in de Algemene uitkering (gebaseerd op de CPB-raming van de prijscomponent BBP). Doordat de compensatie in het Gemeentefonds lager is dan de verwachte loon- en prijsontwikkeling bij de overheid, ontstaat een dekkingstekort voor het waardevast houden van onze begroting van € 1,6 miljoen in 2027 en € 600.000 in 2028 en verder. Dit nadeel is verwerkt in de begroting. ■ Om diverse tegenvallers door hogere loon- en prijsontwikkeling binnen met name het sociaal domein op te vangen, zetten we de stelpost indexering met € 923.000 structureel in. ■ Door verschuivingen in verwachte opleverdata van woningbouwontwikkeling wijzigen verwachte inkomsten onroerend zaakbelasting woningen (OZB). Dit leidt met name in 2028 (€ 511.000) en 2030 (€ 1,9 miljoen) tot een meevaller. In 2029 treedt een tegenvaller op van € 888.000. ■ In het vorig beleidsakkoord is tot en met 2029 incidenteel implementatiebudget beschikbaar gesteld voor de Omgevingswet. Dit loopt binnen dit meerjarenbeeld af. Hierdoor ontstaat een meevaller van € 961.000 vanaf 2030. ■ Gebiedsontwikkeling Energiepark en ambtelijke huisvesting. Het Tweelinghuis maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Energiepark en wordt momenteel gebruikt voor ambtelijke huisvesting. In de plannen van Energiepark staat onder andere dat het oude gedeelte van het Tweelinghuis wordt gesloopt en vervangen door sociale woningbouw. Dit maakt dat de gemeente voor een aantal keuzes staat over de toekomstige ambtelijke huisvesting. In deze begroting zijn kosten en opbrengsten van het scenario volledig verlaten van het Tweelinghuis financieel verwerkt. Deze kosten worden deels gedekt uit bedrijfsvoeringsreserve concern en de reserve grondexploitaties. ■ Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 is in de jaarschijf 2029, een deel van de kapitaallasten van de centrumregeling van € 388.000 onterecht niet verrekend met de reserve egalisatie kapitaallasten centrumregeling. Met deze mutatie wordt dit gecorrigeerd in de begroting 2027. Dit heeft alleen effect op het structureel begrotingssaldo. Hoe sturen we bij op het financieel effect van deze ontwikkelingen? Zoals hierboven omschreven zetten we bij mee- en tegenvallers het bestaande beleid voor bijsturing onverminderd voort. Dat wil zeggen: ■ Waar mee- of tegenvallers optreden binnen een financieel gesloten systeem, worden deze verrekend met de hiermee samenhangende reserve. Dat geldt bij de bovenstaande wijzigingen voor de reserve sociaal domein, de reserve grondexploitaties en de parkeerreserve. ■ Vanuit het uitgangspunt van een kostendekkende afvalstoffenheffing en een kostendekkende riool- en waterzorgheffing verrekenen we tegenvallers op de hiermee samenhangende beleidsvelden in deze tarieven. De bovenstaande ontwikkelingen ten aanzien van de afvalverbrandingsbelasting (vanaf 2028), beheerplannen (vanaf 2027) en Stadswerf Vlietzone (vanaf 2031) werken door in de kostendekkende heffingen. 2.3. Hoe ziet de financiële positie eruit na het vaststellen van deze begroting? Op basis van de begrippen 'stabiliteit', 'flexibiliteit' en 'weerbaarheid' geven we een beeld van de financiële positie van de gemeente Leiden. Zie voor meer informatie over de financiële positie en het risicoprofiel voor het boekjaar 2027 ook paragraaf 3.2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing. 10 | 2 Hoofdlijnen financiële positie Flexibiliteit Het begrip flexibiliteit heeft betrekking op de mogelijkheden om op de langere termijn te kunnen bijsturen op de inkomsten en uitgaven van de gemeente. Met deze Programmabegroting 2027 start de nieuwe coalitie met een begroting met zicht op een structureel sluitend meerjarenperspectief tot en met 2030 (zie ook hoofdstuk 4.1.3. Structureel en reëel evenwicht). Dat betekent dat de jaarlijks terugkerende uitgaven ook langjarig kunnen worden betaald uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. Dit biedt een goede basis om meerjarig de begroting structureel sluitend te houden. Het structureel saldo (= structurele lasten min de structurele baten) in deze begroting is als volgt: In € 1.000, - = voordeel 2027 2028 2029 2030 Structureel begrotingssaldo -17.448 -14.318 -15.257 -1.383 In alle jaren van de meerjarenbegroting zijn de structurele baten hoger dan de structurele lasten. Dit betekent dat de begroting in alle jaren structureel sluitend is. Dit is inclusief de € 12,9 miljoen aan structurele ruimte die is meegenomen in de jaarschijf 2030 voor kapitaallasten van het meerjaren investeringsplan 2027-2030 die pas in 2031 en verder in de begroting komen. Zie voor verdere toelichting het onderdeel 'Maximale kapitaallasten van lopende kredieten en investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2027 - 2030' in de paragraaf ontwikkeling kapitaallasten van hoofdstuk 4.2.2. Investeringen. In het structureel begrotingssaldo is een afslag voor onderuitputting kapitaallasten verwerkt. Hiermee houden we op basis van ervaringsgegevens rekening met voordelen door vertraging van investeringen. De gezamenlijk provinciaal toezichthouders hebben onlangs nieuwe richtlijnen gepubliceerd over de wijze waarop gemeenten deze afslag dienen te berekenen. We analyseren nu deze richtlijnen ten opzichte van onze investeringsplanning. De uitkomsten hiervan betrekken we bij de Kaderbrief 2027-2031. Door de meevaller op de specialistische jeugdhulp is de bij de Programmabegroting 2026 opgenomen taakstelling op de specialistische jeugdhulp ingevuld (zie ook paragraaf 3.2.9. Taakstellingen en reserveringen). Hiermee sluit de meerjarenbegroting aan op het actuele uitgavenniveau. In de structurele lasten is een behoedzaamheidsbudget opgenomen. Dit is een structurele begrotingspost op de Algemene middelen waartegenover geen verplichtingen zijn opgenomen. Dit is vrije begrotingsruimte met het oog op mogelijke structurele tegenvallers en eventuele onzekere bijsturingsopgaven. Mede met het oog op de bijsturingsopgave op de specialistische jeugdhulp is bij de Programmabegroting 2026 het onderstaande behoedzaamheidsbudget in het meerjarenbeeld verwerkt. Dit blijft in de Programmabegroting 2027 (vooralsnog) in stand. Het is aan een nieuw stadsbestuur om hier een nieuwe risicoafweging over te maken. Het beschikbare behoedzaamheidsbudget is als volgt: In € 1.000 2027 2028 2029 2030 Behoedzaamheidsbudget 450 1.000 3.100 3.100 Weerbaarheid Weerbaarheid heeft betrekking op het hebben van voldoende buffers om op de korte termijn risico's op te kunnen vangen. De belangrijkste buffer voor de korte termijn is de concernreserve. Om de minimale omvang hiervan te bepalen voeren we bij de Jaarstukken en de Programmabegroting een risicosimulatie uit. De concernreserve moet in het begrotingsjaar en de eerste twee jaar van de meerjarenraming tenminste gelijk zijn aan de uitkomst van deze 2 Hoofdlijnen financiële positie | 11 simulatie. In het laatste jaar van de meerjarenraming moet de reserve een omvang hebben van 150% van de uitkomst van de simulatie (zie voor toelichting paragraaf 3.2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing). De concernreserve voldoet in alle jaren aan de vereiste minimale omvang. Het verloop van de concernreserve is na verwerking van de Tweede Voortgangsrapportage 2026 in de periode 2027-2030 als volgt (in € miljoen): In € 1.000 2027 2028 2029 2030 Stand concernreserve per 31/12 Programmabegroting 2027 25.383 31.819 24.715 36.777 Af: resultaat Tweede Voortgangsrapportage 2026 -545 -545 -545 -545 Prognose concernreserve per 31/12 24.838 31.274 24.170 36.232 Af: Norm o.b.v. weerstandsvermogen -11.038 -11.038 -11.038 -16.557 Marge 13.800 20.236 13.132 19.675 Stabiliteit Stabiliteit heeft betrekking op het voorkomen van onverwachte schommelingen in inkomsten en uitgaven. Met begrotingsafspraken rondom de reserve sociaal domein, de parkeerreserve, het vermogensbeheer grondexploitaties en de bedrijfsreserves van verzelfstandigde organisatieonderdelen zorgen we ervoor dat schommelingen op deze beleidsvelden de totale gemeentebegroting niet rechtstreeks beïnvloeden. Voor stabiliteit op de langere termijn zijn ook de rente- en schuldontwikkeling relevant. Gemeente Leiden heeft de komende jaren een relatief grote financieringsbehoefte (zie ook de paragraaf 3.2.4. Financiering). Deze komt voort uit het door de gemeenteraad vastgestelde investeringsprogramma. Om schommelingen in rentelasten te beheersen ramen we behoudend en sluiten we onze begroting zoveel mogelijk aan op de actuele marktrente voor langlopende geldleningen. Bij iedere kaderbrief en begroting beoordelen we de ontwikkeling op de kapitaalmarkt en passen de begroting aan. Zo voorkomen we grote correcties tussen verschillende begrotingsmomenten. 12 | 2 Hoofdlijnen financiële positie Hoofdstuk 3 3 Beleidsbegroting 3.1 Programmaplan Inleiding Het Programmaplan bestaat uit elf begrotingsprogramma’s, tien inhoudelijke, één voor de algemene dekkingsmiddelen en overhead. We hanteren de volgende uitgangspunten voor vorm en inhoud van het programmaplan: ■ Al ons werk brengen we in beeld, dus zowel de going concern als de projectmatige activiteiten. ■ We gaan met gezond verstand om met indicatoren: niet te veel, valide en voorzien van realistische streefwaarden. ■ We geven inzicht in alles waar de gemeente geld aan uitgeeft door budgetten aan prestaties te koppelen. ■ Indien van toepassing verwijzen we per begrotingsprogramma duidelijk naar financiële informatie in de bijlagen en geven een samenvatting van die informatie in het programma. ■ We beleggen eenduidig de verantwoordelijkheden van de prestaties. Programmaplan In het programmaplan geven we conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) antwoord op de drie W-vragen: ■ Wat willen we bereiken? ■ Wat gaan we daarvoor doen? ■ Wat mag het kosten? De opbouw per begrotingsprogramma is als volgt: ■ Missie. ■ Inleiding: toelichting op het hele programma indien gewenst, bijvoorbeeld relevante beleidsontwikkelingen. ■ Beleidsterrein: hier wordt kort toegelicht wat het beleidsterrein inhoudt. ■ Doelen en prestaties per beleidsterrein. ■ Toelichting op die prestaties waar dat gewenst is en/of politiek relevant. ■ Effectindicatoren per beleidsterrein: per indicator worden realisatiewaarden vermeld en een aantal streefwaarden. Ook is de bron vermeld. Als in een cel een streepje staat, dan betekent het dat in dat jaar geen cijfer beschikbaar is. Bij de indicatoren is ook informatie opgenomen over de relevante aanpassingen van de streefcijfers. Bovendien is de historie van elke indicator via een link terug te vinden op de site www.leidenincijfers.nl. Naast de door de Leidse gemeenteraad gekozen effectindicatoren bevat de Programmabegroting ook effectindicatoren die op grond van de verslaggevingsregels (BBV) verplicht zijn. Deze effectindicatoren staan dus in alle gemeentebegrotingen. Op www.waarstaatjegemeente.nl kunnen de scores van verschillende gemeenten met elkaar worden vergeleken. ■ Verbonden Partijen: toelichting op welke wijze een bepaalde verbonden partij bijdraagt aan het behalen van de maatschappelijke effecten van de gemeente (zie ook de afzonderlijke paragraaf hierover). ■ Kaderstellende beleidsnota’s. ■ Programmakosten, inclusief een samenvatting van investeringen, reserves en subsidies indien van toepassing. Dit onderdeel verklaart de afwijking van het eerste jaar van de nieuwe programmabegroting ten opzichte van de gewijzigde programmabegroting van het lopend jaar. Verschillen op de baten en lasten groter dan € 250.000 worden toegelicht. Voor een deel zijn deze wijzigingen het gevolg van het indexeren van de begroting om deze waardevast te houden. De budgetten worden daarbij gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkeling (zie ook de grondslagen voor de begroting). Ook zorgt het bijstellen van de verdeling van de directe organisatiekosten over de prestaties ("kostenverdeelstaat") soms voor verschuivingen. Paragrafen In het programmaplan staat niet alles over de begrotingsprogramma’s. Programmaoverstijgende informatie over bijvoorbeeld verbonden partijen en het weerstandsvermogen is apart in paragrafen samengebracht. Bijzondere programma’s Bijzondere programma’s zijn tijdelijke organisatorische verbanden om een maatschappelijke opgave en/of politieke wens aan te pakken. De inspanningen hiervoor lopen dwars door diverse begrotingsprogramma’s 3 Beleidsbegroting | 13 heen. De bijzondere programma’s zijn, vanwege dat programmaoverstijgende karakter, opgenomen onder de paragrafen, vanaf paragraaf 3.2.11. 14 | 3 Beleidsbegroting 3 Beleidsbegroting | 15 1 Bestuur en dienstverlening 16 | 3 Beleidsbegroting Bestuur en dienstverlening Programmanummer 1 Commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid Portefeuille(s) Bestuur, Veiligheid, Handhaving & Regio Kansengelijkheid, Jeugd & Onderwijs Klimaat, Bereikbaarheid en Financiën
De missie van het programma Bestuur en dienstverlening luidt: De gemeente Leiden staat voor een betrouwbaar bestuur: open en transparant en in samenwerking met en voor partners en burgers in de stad en regio. De gemeente Leiden staat voor een klantgerichte, persoonlijke en toegankelijke dienstverlening, waarbij burgers, bedrijven en overige instellingen betrouwbaar, duidelijk, snel en op maat worden bediend. Inleiding Bestuur Het bestuur van de gemeente heeft een grote invloed op het leven van mensen in de stad. Het college en de raad nemen besluiten over veel onderwerpen die inwoners en organisaties raken. Het is belangrijk dat zij betrokken worden bij het nemen van deze besluiten. En dat iedereen in de stad op de hoogte kan zijn van de besluiten die genomen zijn. Het bestuur is zo in contact met de stad en staat open voor nieuwe ideeën. Na de gemeenteraadsverkiezingen 2026 is de nieuwe gemeenteraad 2026-2030 van start gegaan, met veel nieuwe en ook bekende gezichten. Het inwerken van de raad loopt door in 2027. Vanaf deze raadsperiode worden twee keer per jaar raadsdagen georganiseerd voor de Leidse raads- en duo-leden. Tijdens deze heidagen gaan raadsleden op een informele manier met elkaar aan de slag. Dit draagt bij aan een goede samenwerking en biedt ruimte om inspiratie op te doen, bijvoorbeeld tijdens werkbezoeken aan andere gemeenten. De gemeenteraad houdt ook op andere manieren contact met de stad, bijvoorbeeld via werkbezoeken, het raadsspreekuur en andere activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Levendige lokale democratie. Zo blijft de raad in gesprek met inwoners en organisaties. Dienstverlening Wij geven uitvoering aan de visie op dienstverlening Leiden: goed voor elkaar. We zetten de Leidenaar centraal, vanuit de kernwaarden persoonlijk, toegankelijk, betrouwbaar. We ondersteunen de Leidenaar op een manier die bij hem past: proactief waar het kan, digitaal waar het gaat en op locatie waar dat nodig of gewenst is. We leren en verbeteren op basis van wat de Leidenaar ons teruggeeft. Van programma naar borging in de organisatie Het Uitvoeringsprogramma Dienstverlening eindigt eind 2027. De aanpak stopt niet: we borgen de werkwijze in de organisatie, zodat de dienstverlening aan de Leidenaar blijvend verbetert — ook na het programma. 3 Beleidsbegroting | 17 Speerpunten in 2027 zijn: ■ Leren van klantsignalen ■ Overheidsbrede en proactieve dienstverlening ■ Kanaalregie en servicenormen ■ MijnLeiden & Integraal klantbeeld Beleidsterrein 1A Bestuur Doelen en prestaties bij 1A Bestuur Doel Prestatie 1A1 Volksvertegenwoordiging, kaderstelling en control 1A1.1 De gemeenteraad en raadscommissies vergaderen volgens de vastgestelde vergadercyclus 1A1.2 Burgers actief informeren over rol en werkzaamheden van de gemeenteraad 1A1.3 Ondersteuning van de gemeenteraad door de griffie, onderzoek door de rekenkamer en controle door de accountant 1A2 Dagelijks besturen van de gemeente 1A2.1 Dagelijks besturen van de gemeente door het college 1A2.2 Informeren en betrekken van burgers, bedrijven en instellingen over besluiten en bij uit te voeren beleid 1A2.3 Organiseren van verkiezingen voor gemeente, provincie, waterschap, Rijk en Europa 1A2.4 Strategische beleidsadvisering en onderzoek 1A2.5 Adviseren van bestuur over communicatie 1A3 Bijdragen aan en sturen op samenwerkingsverbanden 1A3.1 Sturing en toezicht houden op samenwerkingsverbanden 1A3.2 Bevorderen van intergemeentelijke samenwerking 1A1.1 De gemeenteraad en raadscommissies vergaderen volgens de vastgestelde vergadercyclus De gemeenteraad van Leiden vergadert volgens de commissiestructuur. Er is een vier-wekelijkse vergadercyclus. Met de komst van de nieuwe gemeenteraad is de verdeling van de onderwerpen over de verschillende raadscommissies veranderd. In de afgelopen raadsperiode bleek dat het evenwicht in de verdeling van onderwerpen in de commissies niet altijd evenredig was. Dat had ook gevolgen voor de werkdruk. Daarnaast was er bij sommige onderwerpen overlap tussen commissies. Daarom heeft de nieuwe raad – naast de veranderingen in de verdeling in onderwerpen over de commissies –een aantal veranderingen doorgevoerd: ■ De commissie Werk & Middelen heet nu de commissie Bestuur, Veiligheid & Middelen, door het veranderen van de verdeling van onderwerpen over de commissies. ■ De commissies Leefbaarheid & Bereikbaarheid en Bestuur, Veiligheid & Middelen vergaderen nu in de eerste week van de vergadercyclus. En de commissies Stedelijke Ontwikkeling en Onderwijs & Samenleving in de tweede week. ■ Er is een proef met het vervroegen van de start van de P&C-raadsvergadering naar 14.00 uur (bij de begroting 2027 en de kadernota 2028). De effecten en ervaringen worden gemonitord door de gemeenteraad. 1A1.2. Burgers actief informeren over rol en werkzaamheden van de gemeenteraad De raad en de griffie betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij de besluiten die de raad neemt. ■ Via diverse kanalen informeert de griffie inwoners over wat de raad doet. Dit gebeurt op het digitale raadsinformatiesysteem, de website van de gemeenteraad, in de Stadskrant en Stadsnieuws en via sociale media. De raadsvergaderingen en de commissievergaderingen in het stadhuis zijn openbaar voor iedereen. Ze zijn ook online te volgen en terug te kijken. ■ Inwoners of betrokkenen kunnen inspreken tijdens commissievergaderingen. Ze laten de gemeenteraad weten wat ze van een plan vinden of zij delen zelf ideeën. ■ Raadsspreekuur (elke maand): inwoners en betrokkenen kunnen in gesprek gaan met raadsleden en duo- leden van de gemeenteraad van Leiden. Levendige lokale democratie In 2027 gaat de gemeenteraad verder met de uitvoering van het initiatiefvoorstel Levendige lokale democratie (2025). De ontwikkeling en uitvoering is gestart met de opkomstbevorderende campagne bij de gemeenteraadsverkiezingen en loopt door tot 2030. Het gaat om instrumenten, middelen en mogelijkheden 18 | 3 Beleidsbegroting om als gemeenteraad in contact te komen en te zijn met de stad. Om zo het vertrouwen in de lokale politiek te verbeteren en lokaal burgerschap te stimuleren. Bijvoorbeeld met schoolbezoeken, het raadsspreekuur, de cursus Politiek Actief, gast van de gemeenteraad en raad op straat. De griffie ondersteunt de gemeenteraad bij de uitvoering, in samenwerking met de ambtelijke organisatie. 1A1.3 Ondersteuning van de gemeenteraad door de griffie, onderzoek door de rekenkamer en controle door de accountant Ondersteuning door de griffie De griffie adviseert en ondersteunt de raads- en duo-leden bij hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taak. Dit gebeurt onder meer door de advisering en ondersteuning rond en tijdens vergaderingen en andere bijeenkomsten. De gemeenteraad is werkgever van de griffie. In 2027 ligt de focus op een verdere ontwikkeling en positionering van de gemeenteraad, die na de gemeenteraadsverkiezingen 2026 is gestart. Het project Veilig vergaderen, over het vergroten van de veiligheid van politieke ambtsdragers, gaat door in 2027. Het programma Weerbaar Bestuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft daarvoor de gemeente Leiden een eenmalige uitkering gegeven. Dit geld gebruiken we voor het nemen van maatregelen om de veiligheid rond vergaderingen en bijeenkomsten van de gemeenteraad te vergroten. Te denken valt aan: ■ Preventieve veiligheidsmaatregelen op de vergaderplekken. ■ Heldere instructies en rolverdeling. ■ Het vergroten van kennis hoe te handelen in bepaalde situaties van betrokkenen (politieke ambtsdragers en ondersteuning), o.a. door het doen van oefeningen. ■ Leiden doet ook mee aan het bijbehorende leernetwerk over Veilig vergaderen van het ministerie van BZK. Onderzoek door de Rekenkamer Leiden-Leiderdorp De Rekenkamer Leiden-Leiderdorp doet ook in 2027 onafhankelijk onderzoek naar het beleid in een of beide gemeenten. Doet de gemeente wat ze belooft en levert het ook op wat de bedoeling was? Daarmee ondersteunt zij de Leidse gemeenteraad bij zijn controlerende taak. Controle door de accountant De externe accountant controleert in opdracht van de raad de financiële jaarstukken. De interne accountant rapporteert over de rechtmatigheid van de financiële organisatie. De raad gebruikt deze stukken bij de bespreking van de jaarstukken. 1A2.1 Dagelijks besturen van de gemeente door het college De formatiegesprekken zijn op dit moment nog gaande. In het najaar wordt het nieuwe beleidsakkoord 2026-2030 vastgesteld. Hierin worden de ambities en prioriteiten van het college voor de komende periode beschreven. Ook wordt hierin ingegaan op de samenwerking tussen het college en de gemeenteraad. 1A2.2 Informeren en betrekken van inwoners, ondernemers en instellingen over besluiten en bij uit te voeren beleid Communicatie Communicatie zorgt voor de verbinding tussen de inwoners, ondernemers en de gemeente Leiden. We vinden het belangrijk dat we elkaar begrijpen en elkaars taal verstaan. In onze aanpak en uitingen zorgen we voor een open, inclusieve en toegankelijke manier van communiceren. Daarbij zoeken we naar een goede balans tussen digitale communicatie en persoonlijk contact. We versterken ons omgevingsbewustzijn door goed te volgen wat er in de stad en in de wijken speelt. Met Factor-C brengen we verschillende perspectieven uit de stad, het bestuur en de organisatie samen. Zo kunnen we het bestuur beter adviseren over wat er leeft en welke effecten plannen kunnen hebben. Ook Wijkregie draagt hieraan bij. Door de samenwerking met participatie en de Leidse gedragsaanpak zorgen we ervoor dat de stem van de stad een goede plek krijgt bij de voorbereiding en uitvoering van plannen. Participatie Het college en de raad hebben met het vaststellen van de handreiking ‘Samenwerken in de stad’ bepaald hoe we participatie opzetten. Participatieprocessen rond nieuwe beleidsopgaves en grote, ingewikkelde projecten volgen de regels van de handreiking. Daarbij is het volgende belangrijk: ■ Actief op zoek gaan naar ruimte voor betrokken personen om inbreng te leveren; ■ Inclusieve participatie die recht doet aan de diversiteit van de stad; ■ Een zo goed mogelijke afweging maken door te luisteren naar zoveel mogelijk belangen; 3 Beleidsbegroting | 19 ■ En ervoor zorgen dat iedereen dezelfde informatie heeft. Als we een besluit nemen dat te maken heeft met de omgevingswet gelden de regels van ons participatiebeleid. Daarin staat waar het participatieproces bij zulke besluiten wettelijk aan moet voldoen. We blijven ons inzetten om wat we met elkaar in de handreiking hebben afgesproken uit te voeren. Aanvullend geven we vorm aan right to challenge en willen we lokale initiatiefnemers in de stad nog meer ondersteunen in het realiseren van hun initiatief. 1A2.3 Organiseren van verkiezingen voor gemeente, provincie, waterschap, Rijk en Europa In maart 2027 vinden de verkiezingen voor Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van de waterschappen plaats. De gemeente zet zich in voor een transparant, toegankelijk en eerlijk verkiezingsproces. We investeren in communicatie richting inwoners, het werven van stembureauleden, zorgen voor de toegankelijkheid van stemlocaties en bewaken een zorgvuldig en transparant telproces. Op basis van de evaluaties van vorige verkiezingen wordt continu gewerkt aan verbeteringen in het verkiezingsproces. 1A2.4 Strategische beleidsadvisering en onderzoek Leiden is een stedelijke, drukke gemeente: het grootste gedeelte is bebouwd met huizen of bedrijven. Hierdoor hebben we te maken met ingewikkelde opgaven, belangen en ontwikkelingen. We pakken deze opgaven alleen effectief aan als we vasthouden aan onze plannen. We kijken waar onze taken met elkaar te maken hebben. Hierbij hebben we vooral aandacht voor de grote vragen voor de toekomst. We zorgen dat we in gesprek blijven met de mensen die ons kunnen helpen deze taken uit te voeren en vragen te beantwoorden. Belangrijk hierbij is het samenwerken met andere besturen, zowel hier in Leiden als in de regio om ons heen. Dit kan ook in grotere samenwerkingen, zoals gedeelde uitvoeringsorganisaties met de regiogemeenten of landelijke netwerken. Voorbeelden hiervan zijn de VNG, G40, Groeiagenda, VerstedelijkingsAlliantie, en de Economic Board Zuid-Holland. Onderzoek De gemeente werkt steeds meer datagedreven. Hierbij kan het gaan om geregistreerde gegevens over personen en bedrijven, maar ook om onderzoek met vragenlijsten. De data die we verzamelen en analyseren stellen we beschikbaar voor de organisatie en de stad. Dit verhoogt de kwaliteit van ons werk, ons beleid en onze besluiten. We kijken bijvoorbeeld of het beleid van de gemeente de gewenste effecten heeft in de samenleving. De gemeente richt zich naast gegevens over Leiden ook op het beter gebruiken van interne data. Dit zijn gegevens over onze eigen werkzaamheden, bijvoorbeeld over bedrijfsvoering of dienstverlening. 1A2.5 Adviseren van bestuur over communicatie Goede communicatie en participatie draagt bij aan vertrouwen in het bestuur en aan een sterke lokale democratie. We blijven zoeken naar manieren om inwoners actief te betrekken en de verbinding met de stad te versterken. Daarbij maken we gebruik van digitale mogelijkheden, zoals het DoeMee-platform. We adviseren het college en de portefeuillehouders over communicatie en participatie. Met een gezamenlijke set van kernboodschappen brengen we meer focus en samenhang in de communicatie over de ambities van de gemeente. Ook adviseren we bestuurders in een vroeg stadium over de gevolgen van voorgenomen beleid en besluiten voor de communicatie en de beeldvorming. Participatie en Wijkregie adviseren het bestuur om de stem van de stad op te halen. De inbreng van inwoners, ondernemers en organisaties wordt daarbij zichtbaar en zorgvuldig meegenomen in de voorbereiding en besluitvorming. 1A3.1 Sturing en toezicht houden op samenwerkingsverbanden De gemeente werkt op verschillende terreinen samen met andere gemeenten in gemeenschappelijke regelingen. Het besturen van deze regelingen gaat goed, door goede besturingsmiddelen. Sinds 2022 hebben we nieuwe financiële afspraken voor de gemeenschappelijke regelingen. Deze afspraken zorgen voor waardevaste begrotingen en houden rekening met verwachte veranderingen in lonen en prijzen volgens het Centraal Planbureau (CPB). In 2025 is een nieuwe nota verbonden partijen voorgelegd aan de raad. Voor de andere gemeenschappelijke regelingen zijn geen bijzondere veranderingen voorzien. 20 | 3 Beleidsbegroting 1A3.2 Bevorderen van intergemeentelijke samenwerking Als centrumstad heeft de gemeente Leiden meer taken dan andere gemeenten. Zo zetten we ons in voor een aantrekkelijke en sterke regionale economie en voor een goed vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven. Daarnaast willen we de lokale economie versterken. We willen een gezonde stad zijn die makkelijk omgaat met grote veranderingen. Dit kan alleen als we samen met onze regio en de provincie werken aan de regionale opgaven. Leiden wil de komende jaren inzetten op de volgende onderwerpen: ■ Leidse regio: samenwerking in de uitvoering van taken, zoals voor bedrijfsvoering, het sociaal domein en beheer. ■ Holland Rijnland: samenwerking op vraagstukken over de verdeling van ruimte om te bouwen. ■ Zuidelijke Randstad: het versterken van onze kenniseconomie, waarbij veel mensen denken in plaats van met hun handen werken. En vraagstukken over verstedelijking en mobiliteit: hoe gaan we om met steeds grotere steden en meer mensen die voor hun werk of plezier willen reizen? ■ Hollands Midden: samenwerking voor betere veiligheid en crisisbeheersing (Veiligheidsregio), gezondheidszorg (GGD), milieu (Omgevingsdienst). Verbonden Partijen Regio Holland Rijnland De gemeente Leiden werkt samen met twaalf andere gemeenten om ons heen in een samenwerkingsverband genaamd Regio Holland Rijnland. We werken aan gezamenlijke plannen voor de verdere ontwikkeling van de regio. We maken het bestaan van mensen en bedrijven beter. Dit doen we door het wonen, werken, ondernemen en recreëren in het gebied te verbeteren. Zie voor meer informatie de paragraaf Verbonden partijen van deze begroting. Regio Holland Rijnland Motieven en doelen deelname Gemeenschappelijke Regeling We kunnen sommige maatschappelijke doelen alleen halen als we met veel partijen samenwerken. Met zijn allen zijn we sterker dan alleen. We hebben vragen op veel verschillende gebieden. Bijvoorbeeld over hoe mensen reizen, waar ze wonen en werken. Maar ook hoe we energie opwekken, hoe we de ruimte inrichten of hoe we om gaan met de natuur. Problemen beperken zich niet alleen tot Leiden, maar gaan over de grenzen van gemeenten heen. Bij Regio Holland Rijnland kunnen we deze problemen bespreken en samen naar oplossingen zoeken.
In 2027 gaan we verder met de nieuwe Regionale Investerings Agenda (RIA) als opvolger van het Regionaal Investerings Fonds. We leggen met zijn allen geld bij elkaar om de bovenstaande vraagstukken aan te pakken. Dit is het laatste jaar van de looptijd van de agenda. In 2026 wordt geëvalueerd hoe een nieuwe regionale investeringsagenda eruit moet komen te zien. Regio Holland Rijnland voert daarnaast een paar verplichte taken uit, zoals het realiseren van afspraken voor Regionaal Bureau Leerrecht, Woonruimteverdeling en Volwasseneducatie. Kansen We zien een paar kansen: ■ We kunnen de relaties tussen de gemeenten versterken. ■ We kunnen samen sneller gebruik maken van grote subsidies. ■ We kunnen gezamenlijk geld inzetten voor opgaven die groter zijn dan Leiden. ■ We hebben een vaste plek waar we kunnen overleggen met de Provincie Zuid-Holland over verschillende onderwerpen. Risico's (top 3) De risico’s voor Regio Holland Rijnland liggen vooral in de standaard bedrijfsvoering: ■ Controleren van schulden. ■ Subsidies van andere partijen. ■ Kosten van personeel. ■ Ziektekosten. ■ Automatisering. De gemeente Leiden is voor een deel verantwoordelijk als Regio Holland Rijnland te veel geld uitgeeft. Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2027 In 2022 is het werkprogramma van Regio Holland Rijnland vastgesteld voor de periode tot 2026. In 2027 wordt een nieuw werkprogramma vastgesteld. Vanaf 2023 is gewerkt aan een Regionale Investeringsagenda (RIA). Deze is op 3 april 2024 vastgesteld. In 2025 hebben we de RIA echt ingevoerd. Voor de periode 2025-2027 zijn veertien projecten gekozen die we geld kunnen geven uit de RIA-fondsen. In 2027 wordt een nieuwe RIA vastgesteld. Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2027 Het bepalen van de (meerjaren)begroting 2028 en verder. Het vaststellen van een Regionale Investeringsagenda. Het verder werken aan verschillende projecten uit de RIA. Voor Leiden is de samenwerking in de Stedelijke As het meest bepalend. Bijdrage 2026 Inwonersbijdrage en Regionaal Bureau Leerrecht €1.721.269,- Voor eigenaarsrol paragraaf zie paragraaf verbonden partijen 3 Beleidsbegroting | 21 Effectindicatoren bij 1A Bestuur Tabel: effectindicatoren bij 1A Bestuur Effectindicator Realisatie Streefwaarden Bron 2027 2028 2029 2030 Doel 1A1 Volksvertegenwoordiging, kaderstelling en control 1A1.a Percentage inwoners dat het oneens is met de stelling 'Ik voel mij vertegenwoordigd door de gemeenteraad' 25% (2021) 17% (2023) 21% (2025) 15% 15% 15% 15% Stads- en wijkenquête Doel 1A2 Dagelijks besturen van de gemeente 1A2.a Percentage inwoners dat het oneens is met de stelling 'De gemeente wordt goed bestuurd' 11% (2021) 12% (2023) 12% (2025)
10% 10% 10% 10% Stads- en wijkenquête 1A2.b Percentage inwoners dat het oneens is met de stelling 'De gemeente doet genoeg om inwoners te betrekken’ 18% (2023) 13% (2025) 13% 13% 13% 13% Stads- en wijkenquête 22 | 3 Beleidsbegroting Beleidsterrein 1B Dienstverlening Doelen en prestaties bij 1B Dienstverlening Doel Prestatie 1B1 Burgers, bedrijven en instellingen zijn tevreden over de publieke dienstverlening 1B1.1 Leveren van alle producten en diensten op het gebied van Burgerzaken (o.a. reisdocumenten, rijbewijzen, huwelijken etc.) 1B1.2 Zorgen voor persoonlijke, betrouwbare en toegankelijke dienstverlening via de belangrijkste kanalen die de burger van ons verwacht en die voldoen aan de moderne standaarden 1B1.3 Op orde houden basisregistraties (BRP, BAG, BGT) 1B1.4 Beantwoorden van eerstelijns vragen, verstrekken van informatie en leveren van eerstelijns producten NB. Bij prestatie 1B1.1 geldt: onder de term 'producten en diensten' vallen niet die producten en diensten die betrekking hebben op de Participatiewet. Informatie over die categorie is opgenomen in begrotingsprogramma 10. 1B1.1 Leveren van alle producten en diensten op het gebied van Burgerzaken (o.a. reisdocumenten, rijbewijzen, huwelijken etc.) 2027 wordt het derde jaar van de paspoortpiek (die nog tot 2029 duurt). We hebben de basis goed staan. Er zijn voldoende medewerkers aangenomen om de dienstverlening aan de Leidenaren te garanderen. In 2026 bleef de dienstverlening ondanks de extra druk op peil. We behalen wederom onze streefwaarden in de klanttevredenheidsonderzoeken. Die lijn zetten we de komende jaren voort. 1B1.2 Zorgen voor persoonlijke, betrouwbare, toegankelijke en efficiënte dienstverlening via minimaal de belangrijkste vijf kanalen die de burger van ons verwacht en die voldoen aan de moderne standaarden
Speerpunten in 2027 zijn: ■ Leren van klantsignalen ■ Overheidsbrede en proactieve dienstverlening ■ Kanaalregie en servicenormen ■ MijnLeiden & Integraal klantbeeld 1. Leren van klantsignalen We verbeteren onze dienstverlening aan de hand van signalen van de Leidenaar. In 2027 starten we met klantsignaalmanagement: we brengen stap voor stap klantsignalen vanuit verschillende bronnen bij elkaar. Te beginnen met de belangrijkste bronnen, zoals klachten, klanttevredenheid en klantvragen. Het klanttevredenheidsonderzoek breiden we uit over meer processen en we onderzoeken onze telefonische bereikbaarheid. De verschillende inzichten bundelen we in een eerste klantsignaaldashboard. Daaruit volgt een verbeteragenda met onderbouwde verbetervoorstellen. We verbeteren door de inzet van klantreizen zodat het voor de Leidenaar het meeste waarde oplevert. 2. Overheidsbrede en proactieve dienstverlening We geven invulling aan het uitgangspunt “altijd de juiste deur”: we helpen Leidenaren direct of verwijzen warm door bij hun vragen aan de overheid. De landelijke programma's van de VNG, het ministerie van BZK en de uitvoeringsorganisaties vormen daarbij het kader. Waar de standaard aanpak onvoldoende aansluit bij wat de inwoner van ons nodig heeft, is in specifieke situaties ruimte voor maatwerk en een professionele geargumenteerde afweging. Ook zetten we stappen in proactieve dienstverlening: we gebruiken de gegevens die we al hebben, zodat Leidenaars krijgen waar ze recht op hebben, zonder dat zij daar zelf om hoeven te vragen. Dat kan alleen wanneer we de Leidenaar over dienstverleningskanalen heen kennen en wanneer onze dienstverleningskanalen als één geheel werken. 3. Kanaalregie en servicenormen Drie kanalen vormen de kern van dienstverlening: MijnLeiden (in ontwikkeling), het KCC en fysiek contact. Ondersteunende kanalen - zoals online formulieren, website en chatbot -informeren en verwijzen door. Persoonlijk contact blijft daarbij een volwaardige keuze. Het doel is steeds hetzelfde: de Leidenaar vertelt zijn verhaal één keer en ervaart één gemeente, ongeacht welk kanaal hij gebruikt. We sturen hiervoor op de samenhang tussen kanalen en stellen servicenormen vast. De Leidenaar weet daarmee wat hij van ons mag verwachten. Met de uitbreiding van klanttevredenheidsmetingen monitoren we de realisatie en sturen we bij. 4. MijnLeiden en Integraal klantbeeld. Op basis van een traject met VNG en ervaringen van meerdere gemeenten starten we met de aanpak voor MijnLeiden: de centrale persoonlijke digitale omgeving waarin inwoners en ondernemers hun zaken met de gemeente regelen en volgen. 3 Beleidsbegroting | 23 De verschillende kanalen gaan werken vanuit hetzelfde overzicht, namelijk wie de inwoner of ondernemer is, welke zaken hij/zij heeft lopen en welke contactmomenten er waren. We sluiten daarbij aan op de landelijke MijnServices-bouwstenen. In 2027 zetten we hiervoor de eerste concrete stappen. 1B1.3 Op orde houden basisregistraties (BRP, BAG, BGT,..) Het Stelsel van Basisregistraties, o.a. de Basisregistratie Personen (BRP), de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), speelt een belangrijke rol in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Deze vraagstukken pakken we steeds vaker op via data gedreven initiatieven: we ondersteunen beleid en processen meer met data. We zorgen ervoor dat de kwaliteit van data en informatie op orde is, en privacy en vertrouwelijkheid gewaarborgd zijn. De meerwaarde van het stelsel van basisregistraties en andere overheidsgegevens zit hem in het gebruik van data van hoge kwaliteit. We investeren daarom ook in nieuwe technologieën en zorgen ervoor dat de vakkennis van medewerkers actueel blijft door het aanbieden van informatie en trainingen. 1B1.4 Beantwoorden van eerstelijns vragen, verstrekken van informatie en leveren van eerstelijns producten Ook in 2027 blijft het Klant Contact Centrum (KCC) het eerste aanspreekpunt voor de Leidenaar. Het KCC beantwoordt eerstelijnsvragen, verstrekt informatie en levert eerstelijns producten. Meer dan 75% van de binnenkomende vragen wordt door KCC-medewerkers direct afgehandeld. Voor complexere vragen zorgen zij voor een goede doorverwijzing naar de juiste collega of afdeling. We blijven werken aan een dienstverlening die aansluit bij de behoeften van inwoners en ondernemers. We werken datagedreven en analyseren voortdurend het gebruik van de verschillende contactkanalen. In 2027 onderzoeken we hoe artificial intelligence (AI) ons verder kan ondersteunen bij het verbeteren van onze dienstverlening. Daarbij staat voorop dat de inzet van technologie altijd moet bijdragen aan een persoonlijke, toegankelijke en betrouwbare dienstverlening voor de Leidenaar. Effectindicatoren bij 1B Dienstverlening Effectindicator Realisatie Streefwaarden Bron 2027 2028 2029 2030 Doel 1B1 Burgers, bedrijven en instellingen zijn tevreden over de publieke dienstverlening 1B1.a Tevredenheidscore nieuw rijbewijs (op een schaal van 1 tot 5) ■ 4,5 (2023) ■ 4,6 (2024) ■ 4,5 (2025) 4,5 4,5 4,5 4,5 Enquête in eigen beheer 1B1.b Tevredenheidscore nieuw paspoort/ identiteitsbewijs (op een schaal van 1 tot 5) ■ 4,6 (2023) ■ 4,7 (2024) ■ 4,6 (2025) 4,5 4,5 4,5 4,5 Enquête in eigen beheer De effectindicatoren geven nu nog een heel smal beeld van de gemeentelijke dienstverlening. En zijn beperkt tot alleen producten van Burgerzaken. We breiden de komende jaren het klanttevredenheidsonderzoek (KTO) stap voor stap uit naar de rest van de organisatie, zoals het Klantcontactcentrum, Werk & Inkomen en Vergunningen. Dit wordt meegenomen in de komende rapportages. 24 | 3 Beleidsbegroting Verbonden Partijen De onderstaande Verbonden Partijen leveren een bijdrage aan dit beleidsterrein. Zie voor meer informatie de paragraaf verbonden partijen. Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen tussen het hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeenten: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Velsen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar en Zoeterwoude. De BSGR voert namens de deelnemers de heffing en invordering van lokale belastingen uit. Ook bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarde voor alle onroerende zaken in deze gemeenten. Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland Motieven en doelen deelname GR Uit overwegingen van kwaliteit, continuïteit en efficiency is het gewenst om samenwerking te vinden bij heffing en invordering van waterschappen en gemeentelijke belastingen, bij uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken en bij het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Kansen De toename van het aantal deelnemers of een samenwerking met een ander belastingkantoor aangaan, kan leiden tot vermindering van de kwetsbaarheid, verlaging van de kosten en verbetering van de kwaliteit van de BSGR. Risico's (top 3) ■ Toename vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt noodzaakt belastingorganisaties tot verregaande samenwerking of aanpassing dienstverlening ■ Als gevolg van nationale en Europese wettelijke ontwikkelingen en aangescherpte richtlijnen op het gebied van digitale veiligheid en privacy moeten maatregelen worden genomen om aan deze verplichtingen te kunnen voldoen. ■ Snelle verandering op het gebied van wetgeving en technologie zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijs kwaliteitsniveau. Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2027 Zoeken naar mogelijkheden tot verregaande samenwerking of aanpassing dienstverlening om optimaal prijs kwaliteitsniveau te kunnen blijven leveren. Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2027 De raad krijgt jaarlijks, op grond van artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting. In 2027 staan de volgende bestuurlijke mijlpalen gepland: ■ Zienswijze Programmabegroting 2028 (juni 2027) Bijdrage 2027 € 2.579 miljoen Voor eigenaarsrol, zie paragraaf verbonden partijen Kaderstellende beleidsstukken ■ Handreiking Samenwerken in de stad (2024) (RV 24.0014) ■ Visie op dienstverlening ‘Leiden: goed voor elkaar’ (2022) (RV22.0052) ■ Visie internationalisering 2020 (RV 20.0051) ■ Beleidskader Verbonden Partijen 2018 (RV 17.0101) 3 Beleidsbegroting | 25 Programmakosten Bestuur en dienstverlening Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB Bedragen x € 1.000,- 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Bestuur Lasten 14.084 13.325 13.404 12.379 12.561 12.641 Baten -332 -185 -192 -193 -193 -193 Saldo 13.752 13.139 13.212 12.186 12.368 12.448 Dienstverlening Lasten 15.239 16.250 16.581 16.274 16.186 16.186 Baten -4.564 -3.963 -4.212 -4.215 -4.215 -4.215 Saldo 10.676 12.287 12.369 12.059 11.971 11.971 Programma Lasten 29.323 29.574 29.985 28.653 28.747 28.827 Baten -4.896 -4.148 -4.404 -4.408 -4.407 -4.407 Saldo van baten en lasten 24.428 25.426 25.581 24.245 24.340 24.419 Reserves Toevoeging 421 31 - - - - Onttrekking -252 -135 -45 -25 -25 -25 Mutaties reserves 170 -104 -45 -25 -25 -25 Resultaat 24.597 25.322 25.536 24.221 24.315 24.395 Budgettaire ontwikkelingen De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2027-2030. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht. Beleidsterrein Bestuur De lasten in 2027 zijn € 79.000 hoger (nadeel) dan in 2026. De baten in 2027 zijn € 7.000 hoger (voordeel) dan in 2026. Gezien de omvang van deze verschillen worden deze niet nader toegelicht. Beleidsterrein Dienstverlening De lasten in 2027 zijn € 331.000 hoger (nadeel) dan in 2026 door: ■ Indexatie ■ Doorrekening kostenverdeelstaat (= technische verdeling van directe organisatiekosten over de verschillende programma's). De baten in 2027 zijn € 249.000 hoger (voordeel) dan in 2026 door: ■ Indexatie Naast de ontwikkelingen 2027 dalen met ingang van 2028 de lasten met € 250.000 doordat het budget voor het uitvoeringsprogramma Dienstverlening tot en met 2027 beschikbaar was gesteld. Zie ook bijlage 5.3. Reserves Reserves programma 1 Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB Bedragen x € 1.000,- 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Reserve raad Toevoeging 105 17 - - - - Onttrekking -38 -80 -20 - - - Saldo 68 -63 -20 - - - Egalisatiereserve verkiezingen Toevoeging 316 - - - - - Onttrekking -3 -25 -25 -25 -25 -25 Saldo 313 -25 -25 -25 -25 -25 Reserve rekenkamer Toevoeging - 13 - - - - Onttrekking -66 -30 - - - - 26 | 3 Beleidsbegroting Reserves programma 1 Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB Bedragen x € 1.000,- 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo -66 -17 - - - - Reserve soc.-maatsch. En cult. Voorz P1 Toevoeging - - - - - - Onttrekking -145 - - - - - Saldo -145 - - - - - Totaal Toevoeging 421 31 - - - - Onttrekking -252 -135 -45 -25 -25 -25 Reserves programma 1 170 -104 -45 -25 -25 -25 Reserve Raad Ten behoeve van het uitvoeren van het meerjarig programma 'Levende lokale democratie' (RV25.0011) wordt in 2027 € 20.000 onttrokken aan de reserve. Egalisatiereserve verkiezingen Ten behoeve van het organiseren van verkiezingen is een jaarlijkse onttrekking geraamd van € 25.000. Investeringen Prestatie Omschrijving prestatie Omschrijving investering Categorie nieuw / vervanging VK/ NK Bijdrage derden/ reserves 2027 2028 2029 2030 01B103 Op orde houden basisregistraties Tachymeters 2 stuks 2027 Econ. V - 230 - - - Totaal programma 1 - 230 - - - In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2027-2030. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten. Subsidies Totaal volume aan subsidies opgenomen in het subsidie-overzicht subsidiestaat 2026 subsidiestaat 2027 Subsidie saldo 165.233 151.531 Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies. 3 Beleidsbegroting | 27 2 Veiligheid 28 | 3 Beleidsbegroting Veiligheid Programmanummer 2 Commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid Portefeuille(s) Bestuur, Veiligheid en Handhaving Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn De missie van het programma Veiligheid luidt: De gemeente Leiden staat voor een stad die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven in samenwerking met bewoners en partners.
Inleiding Veiligheid is continu in beweging. Ontwikkelingen in de stad, de regio en de samenleving beïnvloeden de veiligheidsopgaven waar Leiden voor staat. Tegelijkertijd blijven de basisopgaven op het gebied van veiligheid en leefbaarheid onverminderd van belang. De veiligheidsmonitor 2025 is een tweejaarlijks onderzoek naar onder meer veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap van criminaliteit en geeft inzicht in hoe inwoners de veiligheid en leefbaarheid in Leiden ervaren en welke ontwikkelingen zichtbaar zijn. Recent zijn de cijfers van de veiligheidsmonitor beschikbaar gekomen en inzichtelijk via:Veiligheidsmonitor | Leiden. De uitkomsten vormen een belangrijke basis voor het bepalen van de veiligheidsopgaven voor de komende jaren. Tegelijkertijd geven ontwikkelingen zoals de blijvende effecten van de coronaperiode en de groei van de stad aanleiding om de huidige streefwaarden kritisch te bekijken. In het verlengde van het nieuwe IVP wordt daarom opnieuw gekeken naar de streefwaarden en worden deze waar nodig bijgesteld. Daarnaast zijn landelijk en regionale ontwikkelingen van invloed op de veiligheidsopgaven van Leiden. De ontwikkelingen rond het landelijk vuurwerkverbod, het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en de veranderende online leefwereld van jongeren vragen de aandacht van de gemeente. De landelijke en regionale ontwikkelingen en de inzichten uit de veiligheidsmonitor worden betrokken bij het vernieuwde Integraal Veiligheidsplan (IVP). Naar verwachting wordt het IVP 2027-2030 begin 2027 aan de gemeenteraad aangeboden. Het vernieuwde IVP geeft richting aan de veiligheidsopgaven en prioriteiten voor de komende jaren.
3 Beleidsbegroting | 29 Beleidsterrein 2A Veiligheid Doelen en prestaties bij 2A Veiligheid Doel Prestaties 2A1 Bewaken democratische rechtstaat en beperken van (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit 2A101 Aanpak ondermijning 2A102 Aanpakken radicalisering en polarisatie 2A103 Inzet Wet Bibob 2A104 Inzet Veilige Publieke Taak 2A2 Bevorderen van veilige en leefbare woon en leefomgeving 2A201 Beperken van overlast van personen met onbegrepen gedrag 2A202 Beperken van woonoverlast 2A203 Inzet preventie en weerbaarheid gedigitaliseerde criminaliteit 2A204 Regievoering samenwerking jaarwisseling/vuurwerk 2A205 Inzet buurt- en wijkveiligheid en integrale wijkaanpak 2A206 Aanpak fietsendiefstal 2A207 Bestuurlijke inzet overtredingen Opiumwet en tegengaan van drugshandel 2A3 Regie op jeugd (overlast en criminaliteit) 2A301 Inzet Stedelijke Jeugdaanpak 2A302 Inzet Dealbreakers 2A4 Fysieke veiligheid en optimaliseren crisisorganisatie 2A401 Realiseren en bestendigen van BRL-vakbekwame gemeentelijke crisisorganisatie 2A402 Planvorming rondom grootschalige risicovolle evenement 2A403 Inzet bij rampen en (cyber)crises 2A404 Optimale preventie brandveiligheid 2A405 Inzet bij demonstraties en betogingen 2A5 Veilig ondernemen en veilig uitgaan 2A501 Risicoscan, coördinatie vergunningverlening evenement 2A502 Inzet Landelijk Programma Veilige Steden 2A503 Bijdrage aan (digitaal) veilig ondernemen 2A504 Handhaven coffeeshopsanctiebeleid 2A505 Coördinatie vergunningverlening horeca 2A506 Handhaven horecasanctiebeleid 2A507 Handhaven prostitutiebeleid 2A1.1. Aanpak ondermijning In 2027 richt team aanpak ondermijning zich op een aantal thema’s. Bij vastgoedcriminaliteit ligt de focus op het voorkomen van misbruik van vastgoed voor criminele doeleinden en het versterken van de samenwerking met onder andere woningcorporaties als belangrijke signalerende partners. De Kerntafel vastgoed wordt voortgezet. Aan die tafel worden risico’s zoveel mogelijk aan de voorkant verkend door de bij vastgoed betrokken afdelingen van de gemeente. De tafel maakt de verbinding met regionale en landelijke ontwikkelingen bij de aanpak van vastgoedcriminaliteit. Binnen malafide bedrijvigheid zetten we in op het tegengaan van bedrijven die criminaliteit faciliteren of ervan profiteren, onder andere door het verder ontwikkelen van een aanpak voor risicovolle branches door middel van een vergunningsplicht. In dit verband wordt ook ingezet op het voorkomen van witwassen. We blijven inzetten op het verstoren van georganiseerde drugscriminaliteit en criminele netwerken. In samenwerking met de Stedelijke Jeugdaanpak versterken we de aanpak van jonge aanwas door beter zicht te krijgen op de verwevenheid tussen jongeren, criminele netwerken, locaties en bedrijven en door criminele uitbuiting tegen te gaan. De aanpak van mensenhandel blijft een belangrijk aandachtspunt. We vergroten de bewustwording, verbeteren het zicht op locaties en pakken facilitators van illegale prostitutie aan met behulp van de regiobrede aanpak. 30 | 3 Beleidsbegroting Als in 2027 andere fenomenen of specifieke gebieden extra inzet vragen zal dit invloed hebben op het weeg- en keuzeproces. 2A1.3 Inzet Wet Bibob De Wet Bibob is een belangrijk en krachtig gemeentelijk instrument om integriteit te toetsen en criminele invloeden te weren. In 2027 zetten we onze kennis en expertise opnieuw in om signaal gestuurd de Wet Bibob toe te passen en onderzoek te doen. Het toepassingsgebied blijft ongewijzigd; we zetten actief in op aanvragen van Omgevingsvergunningen, Alcoholwetvergunningen en vastgoedtransacties. In het weeg- en keuzeproces wordt ruimte vrijgehouden voor het doen van Bibob onderzoek in kwetsbare branches zoals ten aanzien van de vergunningen voor coffeeshops en seksinrichtingen. Als een vergunningplicht voor een bepaalde branche/gebied wordt ingevoerd zal Bibob ook in dat kader gericht worden ingezet. We blijven investeren in het vergroten van de kennis en bewustwording van integriteits- en ondermijningsrisico’s binnen de rest van de ambtelijke organisatie. Door vakafdelingen beter in staat te stellen zelf risico’s te herkennen en vanuit hun eigen wettelijke kaders te handelen, kan Bibob gerichter worden ingezet als aanvullend instrument en als ultimum remedium. 2A.1.4 Inzet Veilige Publieke Taak Het aantal ervaren incidenten blijkt vooralsnog hoger dan wat in het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR) geregistreerd wordt. De bereidheid om te melden en te registreren moet dus verder omhoog. Tegelijkertijd willen we natuurlijk dat de ervaren agressie tegen medewerkers afneemt. De ambitie is om alle medewerkers en bestuurders een veilige werkplek te bieden. Agressie en geweld tegen medewerkers blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarom blijven we ons in 2027 actief inzetten voor een Veilige Publieke Taak, onder andere via communicatie. De communicatie richt zich op bewustwording, preventie, het melden en registreren van agressie-incidenten en hoe te handelen bij en na incidenten. We investeren daarnaast in training van medewerkers. De Veiligheidsregisseur, die in 2026 is gestart, adviseert collega’s over hun eigen veiligheid bij participatie. Conform de leidraad zal de politie ook in 2027 betrokken blijven bij de aanpak van agressie. 2A2.1 Beperken van overlast van personen met onbegrepen gedrag In 2027 blijft de gemeente inzetten op het terugdringen van overlast door personen met onbegrepen gedrag. Daarnaast blijven we het komende jaar investeren in de persoonsgerichte aanpak en treffen we -waar nodig- bestuurlijke maatregelen om overlast in de openbare ruimte zoveel mogelijk te beperken. Dit vraagt om een integrale en domeinoverstijgende samenwerking tussen alle betrokken partijen (zowel in- als extern), waaronder de maatwerkfunctionarissen, de beleidsmedewerker Zorg & Veiligheid, het Zorg- en Veiligheidshuis, de politie, Handhaving en zorgpartijen. 2A.2.4 Regievoering samenwerking jaarwisseling/ vuurwerk In de ontwikkeling richting een vuurwerkvrije jaarwisseling is de aanpak Leiden vuurwerkvrij ingehaald door de landelijke wet Veilige jaarwisseling. De wet regelt een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten en biedt de burgemeester daarbij ruimte om ontheffingen te verlenen aan verenigingen. In 2027 wordt onderzocht of, en onder welke aanvullende voorwaarden de burgemeester ontheffingen wil verlenen. Indien nodig wordt hier een beleidsregel voor opgesteld. De gemeente stimuleert en ondersteunt waar mogelijk vuurwerkvrije buurt- en bewonersinitiatieven tijdens de jaarwisseling. De jaarwisseling wordt jaarlijks met diverse partners voorbereid. In 2027 wordt dit voortgezet. Afhankelijk van de eerste ervaringen met het landelijk vuurwerkverbod tijdens jaarwisseling 2026-2027 worden werkzaamheden of interventies aangepast. 2A3 Regie op jeugd (overlast en criminaliteit) De inzet in de aanpak ‘Regie op jeugd’ is gericht op het combineren van preventie en, waar nodig repressie: het een werkt niet zonder het ander. Doordat een deel van de uitvoering bij de gemeente zelf ligt, ontstaat scherper zicht op signalen uit de praktijk, kan sneller worden geschakeld en worden niet alleen individuele casussen, maar ook patronen in beeld gebracht. De online leefwereld krijgt nadrukkelijker een plek binnen de aanpak: uit casuïstiek blijkt dat wat online begint zich steeds vaker vertaalt naar gedrag op straat. De gemeente werkt aan een plan van aanpak om ouders, school en jongeren hierin te ondersteunen, in afstemming met landelijke partners. Door deze instrumenten in samenhang in te zetten, beoogt Leiden te voorkomen dat problematiek escaleert naar zwaardere en kostbaardere trajecten, zoals specialistische jeugdhulp of justitiële trajecten. De financiering van diverse onderdelen van de aanpak ‘Regie op Jeugd’ lopen in 2027 af. Dit gaat om Dealbreakers, Skill School, PIT+ en Specialistisch Jongerenwerk. Dit betekent dat (delen van) de huidige interventies binnen Regie op Jeugd moeten worden beëindigd of sterk afgeschaald. Het wegvallen van 3 Beleidsbegroting | 31 onderdelen doorbreekt samenhang van de aanpak. Vroegsignalering, preventie en intensieve begeleiding zijn op elkaar afgestemd; het schrappen van één schakel leidt tot een grotere druk op andere voorzieningen. Jongeren die nu preventief worden bereikt, komen later mogelijk alsnog in zwaardere trajecten terecht, zoals specialistische jeugdhulp of het strafrecht. 2A.4.1 Realiseren en bestendigen van BRL-vakbekwame gemeentelijke crisisorganisatie Grootschalige, complexe en langdurige verstoringen kunnen grote impact hebben op de samenleving en de continuïteit van de gemeentelijke organisatie. Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht is het vermogen van de samenleving en van de gemeentelijke organisatie om schokken op te vangen, te kunnen functioneren onder druk en sterker uit de verstoring te komen. Dit vermogen is mede afhankelijk van onderling vertrouwen, sociale cohesie, de robuustheid van vitale voorzieningen en de mate waarin de organisatie en partners zijn voorbereid en samenwerken. In 2027 geven we uitvoering aan het programmaplan Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Dit programma is gericht op het versterken van de weerbaarheid van de Leidse samenleving, de gemeentelijke organisatie en de samenwerking met vitale (keten-)partners. De uitvoering vindt plaats in samenwerking met interne en externe partners. 2A5.2 Inzet landelijk programma Veilige Steden In 2026 is het landelijk programma Veilige Steden, geïnitieerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), afgelopen. Dit programma is gericht op het vergroten van de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte. Leiden gaf uitvoering aan dit programma met de aanpak Wensen en Grenzen in Leiden: ‘Leidse aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld 2023-2026’. Met de aanpak werd het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag integraler benaderd waardoor interventies en best practices vanuit verschillende beleidsterreinen samenkwamen. De komende jaren blijft vanuit ieder beleidsterrein aandacht voor het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag. Voor het thema veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte kan gebruik worden gemaakt van de bestaande materialen zoals de Ben je Oké-campagne, de Veilig Dansen bakfiets die in het bezit zijn van gemeente Leiden. Bij (acute) onveiligheidssituaties, onrust of incidenten kan worden overgegaan tot de inzet van persoons of locatiegerichte instrumenten. Voorbeelden van locatiegerichte maatregelen zijn samenscholingsverboden of noodverordeningen. Bij eenpersoonsgerichte aanpak kunnen maatregelen zoals gebiedsontzeggingen of gebiedsverboden ingezet worden. Verbonden Partijen De onderstaande Verbonden Partijen leveren een bijdrage aan dit beleidsterrein. Zie voor meer informatie de paragraaf verbonden partijen. 32 | 3 Beleidsbegroting Veiligheidsregio Hollands Midden De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is verantwoordelijk voor de volgende taken: brandweerzorg, crisisbeheersing, risicobeheersing, meldkamer brandweer en crisisbeheersing, GHOR en coördinatie gemeentelijke Bevolkingszorg. De VRHM werkt hierbij nauw samen met andere (crisis)partners, onder meer politie, gemeenten, waterschappen, milieudiensten en defensie. De VRHM is een verplichte gemeenschappelijke regeling op grond van het Wet veiligheidsregio’s. Het Algemeen Bestuur (AB) van de VRHM bestaat uit de 18 burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Het AB stelt de hoofdlijnen voor het te voeren beleid en de financiële kaders vast, al dan niet na overleg met de gemeenteraden. Veiligheidsregio Hollands Midden Motieven en doelen deelname GR Deelname aan de Veiligheidsregio is wettelijk voorgeschreven (Wet veiligheidsregio’s). De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is verantwoordelijk voor de volgende taken: brandweerzorg, crisisbeheersing, risicobeheersing, meldkamer brandweer en crisisbeheersing, GHOR en coördinatie gemeentelijke Bevolkingszorg. Kansen De Veiligheidsregio werkt op basis van het Regionaal Risicoprofiel 2027 – 2030 en het Regionaal Beleidsplan 2024-2027. De gemeenteraad heeft bij vaststelling van beide stukken een zienswijze ingediend bij de VRHM. Risico's (top 3) De drie belangrijkste risico’s zijn: ■ Toekomstige vakbekwaamheid: de huidige structurele middelen zijn onvoldoende om nu en in de toekomst te kunnen voorzien in voldoende en opgeleide brandweermensen, ook gelet op nieuwe incident- en crisistypen. ■ Huisvesting: Ook de komende jaren staat de nieuwbouw en verbouwing van een aantal kazernes gepland. Op basis van eerdere ervaringen is duidelijk dat nieuwbouw en verbouwing tot forse structurele meerkosten kan leiden voor de veiligheidsregio. ■ Besturing en bedrijfsvoering op orde: De stap naar een toekomstgerichte en wendbare organisatie kan de VRHM alleen realiseren als de bedrijfsvoering, werkwijzen en organisatiestructuur en bijbehorende cultuur dit optimaal faciliteren. Deze risico’s zijn opgenomen in de ontwerp-Programmabegroting 2027 VRHM die op 18 juni 2026 ter zienswijze is aangeboden aan de gemeenteraden die deelnemen in de gemeenschappelijke regeling VRHM. De Leidse gemeenteraad heeft ingestemd met de programmabegroting. De Programmabegroting VRHM 2027 is na afloop van deze zienswijzeprocedure vastgesteld door het Algemeen Bestuur VRHM. Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2025 De veiligheidsregio is namens 18 gemeenten verantwoordelijk voor de volgende taken: ■ meldkamerfunctie voor brandweer en crisisbeheersing ■ risicobeheersing ■ rampenbestrijding en crisisbeheersing ■ GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio - uitgevoerd door GGD) ■ coördinatie gemeentelijke bevolkingszorg ■ brandweerzorg De doelstellingen per taak voor 2027 staan, tezamen met de opgaven die voortkomen vanuit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027, in de Programmabegroting 2027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden. Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2026 De gemeenteraad dient jaarlijks op grond van artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de mogelijkheid te krijgen om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting. In 2027 staan de volgende bestuurlijke mijlpalen gepland: ■ Zienswijze Programmabegroting 2027 (mei / juni) ■ Regionaal Beleidsplan ter consultatie (april t/m juli) Bijdrage 2027 € 15 miljoen Voor eigenaarsrol, zie paragraaf verbonden partijen 3 Beleidsbegroting | 33 Effectindicatoren bij 2A Veiligheid Effectindicator Realisatie Streefwaarden Bron 2026 2027 2028 2029 Doel 2A1 Bewaken van democratische rechtstaat en beperken van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit 2A1.a Aantal geregistreerde incidenten in GIR (Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem) 42 (2023) 64 (2024) 81 (2025) 100 100 100 100 Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem 2A1.b Percentage medewerkers dat verbale agressie ervaart 23% (2025) 22% 21% 20% 19% Medewerkers onderzoek 2A.1c Percentage medewerkers dat bedreiging/ intimidatie ervaart 7% (2025) 7% 6% 6% 5% Medewerkers onderzoek 2A.1d Percentage medewerkers dat fysieke agressie ervaart 2% (2025) 1% 1% 1% 1% Medewerkers onderzoek Doel 2A2 Bevorderen van veilige en leefbare woon- en leefomgeving 2A2.a Aantal overlastmeldingen drugs, burenruzie, geluid 3.498 (2023) 4.307 (2024) 3.684 (2025) 2.900 2.900 2.900 2.900 Politie- eenheid Den Haag 2A2.b Aantal woninginbraken (inclusief pogingen) per 1.000 inw. 1,3 (2023) 1,0 (2024) 0,9 (2025) 2,0 2,0 2,0 2,0 CBS (wsjg.nl - BBV)* 2A2.c Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van drugsgebruik 4% (2024) 4% (2025) 4% 4% 4% 4% Veiligheidsmonitor 2A2.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van drugshandel 3% (2023) 4% (2025) 4% 4% 4% 4% Veiligheidsmonitor 2A2.e Aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners 5,0 (2023) 5,1 (2024) 5,2 (2025) 5,5 5,5 5,5 5,5 CBS (wsjg.nl - BBV)* 2A2.f Aantal (brom)fietsdiefstallen 1.370 (2023) 1.479 (2024) 1.585 (2025) 1.425 1.425 1.425 1.425 Politie- eenheid Den Haag 2A2.h Overlastmeldingen, gerelateerd aan personen met onbegrepen gedrag 1.620 (2023) 1.604 (2024) 1.819 (2025) 1.000 1.000 1.000 1.000 Politie- eenheid Den Haag Doel 2A3 Regie op jeugd (overlast en criminaliteit) 2A3.a Aantal incidenten overlast door jeugd 980 (2023) 1.090 (2024) 1.067 (2025) 950 950 950 950 Politie- eenheid Den Haag 2A3.b Aantal HALT verwijzingen per 1.000 jongeren 14 (2023) 18 (2024) 17 (2025) 20 20 20 20 Bureau HALT (wsjg.nl - BBV)* 2A3.c Aantal vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte per 1.000 inwoners 6,6 (2023) 6,2 (2024) 6,6 (2025) 5,0 5,0 5,0 5,0 CBS (wsjg.nl - BBV)* 2A3.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van rondhangende jongeren 8% (2023) 9% (2025) 6% 6% 6% 6% Veiligheidsmonitor Doel 2A4 Fysieke veiligheid en optimaliseren crisisorganisatie 2A4.a Aantal brandstichtingen 35 (2023) 26 (2024) 20 (2025) 35 35 35 35 Politie- eenheid Den Haag 2A4.b Aantal gemelde woningbranden in Leiden 53 (2023) 52 (2024) 61 (2025) 64 64 64 64 Veiligheidsregio Hollands-Midden Doel 2A5 Veilig ondernemen en veilig uitgaan 2A5.a Percentage inwoners van stadsdeel Midden dat in eigen buurt veel overlast ervaart door horecagelegenheden 8% (2023) 5% (2025) 7% 7% 7% 7% Veiligheidsmonitor 2A5.b Percentage inwoners van Leiden dat vaak overlast heeft van evenementen 2% (2023) 3% (2025) 3% 3% 3% 3% Veiligheidsmonitor 2A5.c Percentage inwoners van stadsdeel Midden dat vaak overlast heeft van evenementen 7% (2023) 10% (2025) 8% 8% 8% 8% Veiligheidsmonitor 34 | 3 Beleidsbegroting Effectindicator Realisatie Streefwaarden Bron 2026 2027 2028 2029 2A5.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart door dronken mensen op straat 5% (2023) 5% (2025) 3% 3% 3% 3% Veiligheidsmonitor 2A5.e Aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners 3,5 (2023) 3,0 (2024) 3,8 (2025) 3,0 3,0 3,0 3,0 CBS (wsjg.nl - BBV)* 2A5.f Percentage vrouwen die één of meerdere keren een vorm van straatintimidatie meegemaakt hebben de afgelopen 12 maanden 57% (2023) 60% (2025) 51% 51% 51% 51% Veiligheidsmonitor 2A5.g Percentage mannen die één of meerdere keren een vorm van straatintimidatie meegemaakt hebben de afgelopen 12 maanden 35% (2023) 39% (2025) 32% 32% 32% 32% Veiligheidsmonitor * Deze BBV-indicator is landelijk verplicht. De realisatiewaarden staan op waarstaatjegemeente.nl. Deze indicatoren zijn voor het eerst uitgevraagd in de Veiligheidsmonitor. Aangezien sprake is van een nulmeting, kunnen dus maar beperkt conclusies worden getrokken ten aanzien van een streefwaarde. De gehanteerde streefwaarden zijn voor nu afgeleid uit vergelijkbaar onderzoek in de gemeente Amsterdam. 3 Beleidsbegroting | 35 Kaderstellende beleidsstukken ■ Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 (RV 23.0043) ■ Visie op Handhaving Openbare Ruimte 2025-2028 (RV 25.0010) 36 | 3 Beleidsbegroting Programmakosten Veiligheid Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB Bedragen x € 1.000,- 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Veiligheid Lasten 18.842 19.145 19.374 19.321 19.319 19.318 Baten -973 -33 -35 -36 -36 -36 Saldo 17.869 19.112 19.339 19.285 19.283 19.283 Programma Lasten 18.842 19.145 19.374 19.321 19.319 19.318 Baten -973 -33 -35 -36 -36 -36 Saldo van baten en lasten 17.869 19.112 19.339 19.285 19.283 19.283 Reserves Toevoeging - - - - - - Onttrekking - -100 - - - - Mutaties reserves - -100 - - - - Resultaat 17.869 19.012 19.339 19.285 19.283 19.283 Budgettaire ontwikkelingen De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2027-2030. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht. Beleidsterrein Veiligheid De lasten in 2027 zijn € 229.000 hoger (nadeel) dan in 2026 door: ■ Indexatie; ■ Doorrekening kostenverdeelstaat (= technische verdeling van directe organisatiekosten over de verschillende programma's). De baten in 2027 zijn € 2.000 hoger (voordeel) dan in 2026 door: ■ Indexatie Reserves Reserves programma 2 Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB Bedragen x € 1.000,- 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Reserve Sociaal Domein P2 Toevoeging - - - - - - Onttrekking - -100 - - - - Saldo - -100 - - - - Totaal Toevoeging - - - - - - Onttrekking - -100 - - - - Reserves programma 2 - -100 - - - - Investeringen Niet van toepassing. Subsidies Niet van toepassing. 3 Beleidsbegroting | 37