Leiden, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
RV 26.0041 Consultatie Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Hollands Midden 2027-2030
Amendement: A.26.0041.03
Onderwerp: Fysieke veiligheid van dieren in het risicoprofiel
De raad van de gemeente Leiden, bijeen in de vergadering van 24 september 2026,
BESLUIT
1. Toe te voegen, onder besluitpunt 1a:
Daarbij de Veiligheidsregio Hollands Midden te verzoeken om bij de vaststelling van het Regionaal Risicoprofiel 2027-2030 de directe gevolgen van crises voor gehouden dieren, gezelschapsdieren en in vrijheid levende dieren explicieter en systematischer zichtbaar te maken bij de crisistypen waarbij dieren in relevante mate kunnen worden getroffen, en deze gevolgen mee te wegen bij de beoordeling van de fysieke veiligheid. Dit betreft in ieder geval de crisistypen overstroming, natuurbrand, aardbeving, plagen en dierziekten, extreme hitte, extreme droogte, extreme wind, extreme neerslag, extreme kou, sneeuw of ijzel, incident met gevaarlijke stoffen en verstoring van de elektriciteitsvoorziening.
Toelichting
De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat de gevolgen van crises voor dieren duidelijk en consequent in het risicoprofiel worden meegenomen. Uit de technische beantwoording bij het concept risicoprofiel blijkt dat niet systematisch per crisistype in beeld is gebracht wat de gevolgen voor dieren kunnen zijn. Dit amendement vraagt daarom om de directe gevolgen voor gehouden dieren, gezelschapsdieren en in vrijheid levende dieren explicieter zichtbaar te maken en mee te wegen bij de beoordeling van de fysieke veiligheid. Het risicoprofiel brengt in beeld welke risico’s er zijn en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn; het Regionaal Beleidsplan gaat vervolgens over de beleidsmatige voorbereiding daarop. Het Regionaal Risicoprofiel 2027–2030 ligt nu als concept voor aan de gemeenteraad voor een zienswijze. De raad kan daarmee gewenste aanpassingen meegeven voordat het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden het profiel definitief vaststelt. Ook bij de vorige consultatieronde in 2022 heeft Leiden aandacht gevraagd voor de fysieke veiligheid van dieren. In het concept risicoprofiel worden directe fysieke gevolgen voor dieren echter nauwelijks bij de verschillende crisistypen zichtbaar gemaakt. Gevolgen voor dieren komen soms wel naar voren als economische of ecologische schade, terwijl directe gevolgen zoals ziekte, verwonding of sterfte veel minder expliciet worden meegewogen. Zo worden bij dierziekten de economische gevolgen van ruimingen beschreven, terwijl ziekte, welzijnsaantasting en sterfte van de getroffen dieren zelf veel minder duidelijk naar voren komen. De gevolgen voor dieren kunnen daarnaast doorwerken in de bredere crisisaanpak. Zo kan de aanwezigheid van dieren evacuaties complexer maken en extra inzet vragen. Ook kunnen mensen terughoudend zijn om te evacueren als zij hun dieren niet kunnen meenemen, of zelf proberen dieren in veiligheid te brengen. Bij verschillende crisistypen zijn er concrete gevolgen voor de fysieke veiligheid van dieren die duidelijker in het risicoprofiel naar voren kunnen komen. Het amendement verzoekt om daarbij in ieder geval aandacht te besteden aan: • overstroming: verdrinking en verwonding van dieren, uitval van voer- en drinkwatervoorzieningen en de mogelijke noodzaak tot evacuatie; • natuurbrand: verwonding en sterfte van in vrijheid levende en gehouden dieren en de mogelijke noodzaak tot evacuatie; • aardbeving: verwonding en sterfte door beschadiging of instorting van dierenverblijven, het ingesloten raken of ontsnappen van dieren en uitval van noodzakelijke voorzieningen; • plagen en dierziekten: ziekte, welzijnsaantasting en sterfte onder dieren, waaronder de gevolgen van grootschalige ruimingen, naast de reeds beschreven economische, ecologische en volksgezondheidsgevolgen; • extreme hitte: hittestress, uitdroging en sterfte onder gehouden, gezelschaps- en in vrijheid levende dieren; • extreme droogte: gevolgen van water- en voedseltekort en verslechterde waterkwaliteit voor gehouden en in vrijheid levende dieren, waaronder waterdieren; • extreme wind: verwonding en sterfte van dieren, beschadiging van dierenverblijven en omheiningen en het daardoor ontsnappen of moeten verplaatsen van dieren; • extreme neerslag: gevolgen van onderlopende stallen, weiden en dierenverblijven, waaronder verdrinking, uitval van voorzieningen en de noodzaak tot verplaatsing of evacuatie; • extreme kou, sneeuw of ijzel: directe gevolgen voor met name in vrijheid levende dieren door voedseltekort, bevroren water, uitputting en onderkoeling, ook wanneer geen sprake is van blijvende schade op ecosysteem- of populatieniveau; • incident met gevaarlijke stoffen: ziekte, vergiftiging en sterfte van dieren door blootstelling via lucht, bodem, water of voer en de gevolgen van verontreinigd bluswater en andere schadelijke stoffen; • verstoring van de elektriciteitsvoorziening: gevolgen van uitval van ventilatie, klimaatbeheersing, drinkwater-, voer- en andere elektrisch aangedreven voorzieningen waarvan dieren afhankelijk zijn.
Kirsten Schuil – Partij voor de Dieren