Zoeterwoude, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Onderwerp Beantwoording vragen laadvisie n.a.v. Voorronde 25 juni 2026
In de Voorronde van 25 juni 2026 is de Laadvisie Zoeterwoude 2026 besproken. Een aantal van de gestelde vragen zijn nog niet beantwoord. Via dit memo voorziet wethouder Veldhuijzen u van beantwoording, voorafgaand aan de raadsvergadering.
1. Er zijn zorgen geuit over het plaatsen van laadpalen in straten waar al een hoge parkeerdruk is. Hoewel wordt opgemerkt dat hiermee stikt genomen geen parkeerplekken verdwijnen en dat een elektrische auto vaak een benzine - of dieselauto vervangt, beperkt het toevoegen van een laadpaal het gebruik van de parkeerplekken. Hier mag voortaan alleen een elektrische auto geparkeerd staan. Het klopt inderdaad dat na het plaatsen van een laadpaal twee park eerplekken zullen worden benut als parkeerplek waar alleen elektrische voertuigen die moeten laden geparkeerd kunnen worden. Het college is zich bewust van het effect dat het plaatsen van laadpalen kan hebben op de parkeerdruk. Daarom wordt altijd per loca tie afgewogen of dit gezien de parkeerdruk op betreffende locatie passend is. Uiteraard worden op locaties waar de parkeerdruk dit op dit moment niet toelaat geen laadpalen geplaatst. Op dit moment zijn in de gehele gemeente 17 locaties voor laadpalen goed gekeurd. Deze zullen over de komende 1,5 jaar worden uitgerold. Daarna wordt vanuit de concessie bekeken waar behoefte is aan meer laadlocaties. 2. De raad ziet kansen voor semiopenbare locaties, omdat dit laaddrukte in de straten kan verminderen. Kan het college ook inzetten op semiopenbare locaties? In de laadvisie kiest de gemeente bewust om de capaciteit van het ambtelijk apparaat aanvankelijk te concentreren op het faciliteren van VPA ’s en de laadpalen in de openbare ruimte. Daarnaast werken we samen met Heineken aan het onderzoeken van de haalbaarheid van een mobiliteitshub op hun parkeerterrein. Uiteraard staat het college positief tegenover alle andere ontwikkelingen waarbij het aantal laadpalen wordt uitgebreid en zullen wij deze zoveel mogelijk faci literen en ondersteunen. Zo bekijken wij bijvoorbeeld nu concreet samen met de tennisvereniging hoe zij laadpalen kunnen realiseren waarbij wordt geladen vanaf de eigen zonnepanelen. Indien deze aanpak succesvol blijkt, zal het college onderzoeken of deze aanpak ook uitgerold kan worden bij het gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed (als semiopenbare laadlocatie). Ook zullen wij dit initiatief onder de aandacht brengen bij andere sportverenigingen met zonnepanelen. 3. Hoe gaat de gemeente om met de inwerkingtreding van het maatschappelijk prioriteringskader en leidt dit tot vertraging van de uitrol van laadpalen? Via de RAL ZW zijn voor de gemeente Zoeterwoude aansluitingen aangevraagd voor de inwerkingtreding van het maatschappelijk prioriteringskader. Deze aansluitingen zijn aangevraagd en voorgefinancierd door de Provincie Zuid-Holland. 4. Welke spelregels zitten vast aan de VPA ’s? Hoe gaat het college voorkomen dat er burenruzies ontstaan? Is de straat nog wel toegankelijk als er een kabelgoot wordt gerealiseerd? Wat doe je als je wil laden bij jouw VPA, maar een andere auto staat op de plek waar de kabelgoot uitkomt? Inwoners kunnen bij de gemeente een aanvraag voor een VPA indienen. De wegbeheerder van de gemeente beoordeelt per aanvraag of de locatie hier voor geschikt is. Dit kan uiteraard alleen op locaties waar niet te veel ruimte tussen de voortuin en parkeerplaats zit.
Het college kiest bewust voor een kabelgoot, omdat deze de toegankelijkheid van het voetpad zoveel mogelijk behoudt. Zeker als deze wordt vergeleken met een losse laadkabel of een kabelmat. Hierbij is het risico op struikelen of belemmering van de rollator groter. Er is daarom gekozen voor een tegel waarbij de kabel in de goot ligt (zie figuur 1).
Figuur 1: Voorbeeld van een kabelgoot (bron: eigen materiaal) Bij het aanvragen van de VPA, moeten inwoners een overeenkomst met de gemeente ondertekenen. Hierin worden afspraken gemaakt over bruikleen van de tegels, gebruik van de openbare ruimte en termijn waarin de kabelgoot benut kan worden. Hierin gaat de inwoner er expliciet mee akkoord dat de VPA geen alleenrecht geeft op de parkeerplaats waar deze naar aangelegd is. Deze mag nog steeds gebruikt worden door alle inwoners. Het betreft immers de openbare ruimte. Op het moment dat een andere auto op de locatie van de kabelgoot geparkeerd staat, zal dit in onderling overleg in de buurt opgelost moeten worden . Het feit dat er een kabelgoot ligt, geeft immers geen alleenrecht op de parkeerplek. 5. Hoe goed kan ingespeeld worden op de behoefte als wordt uitgegaan van datagestuurde plaatsing? We meten niet dat mensen rondjes rijden om een vrije laadpaal te vinden. Het klopt inderdaad dat vanuit de concessie op basis van laaddata gekeken wordt waar een nieuwe laadpaal nodig is. Dit gebeurt doorgaans bij een bepaalde signaalwaarde (1000 kWh). Echter is het ook mogelijk als gemeente om ‘strategische locaties’ aan te wijzen. Dit kunnen bijvoorbeeld locaties zijn waar binnenkort nieuwbouwwoningen worden opgeleverd of waar de gemeente verwacht dat een grote laadvraag is/zal ontstaan, wat (nog) niet terug te zien is in de laaddata. Dit is ook één van de redenen waarom de ge meente inwoners de mogelijkheid biedt voorkeurslocaties voor laadpalen door te geven. 6. Het is belangrijk dat ondernemers hun bedrijfsvoertuig altijd kunnen opladen, zodat zij ’s ochtends weer aan het werk kunnen. Het college wordt daarom gevraagd naar locaties als het Hans Ecklplein, Heineken of La Place. Daar is nog parkeercapaciteit aanwezig en ruimte voor een laadhub. Het college onderschrijft dat de laadinfrastructuur betrouwbaar moet zijn. Dit geldt uiteraard ook voor bedrijfsvoertuigen. Wij begrijpen dat het voor ondernemers een belangrijke randvoorwaarde
is om de overstap maken naar een elektrische auto als zij er zeker van zijn dat deze opgeladen kan worden op het moment dat dit nodig is. Zoals hierboven aangegeven is het college positief over semiopenbare locaties en zal zij deze faciliteren. 7. Hoe wordt aangekeken tegen het ontbreken van een kleeftarief? In de voorwaarden van de regionale concessie is opgenomen dat de concessiehouder geen kleeftarief mag hanteren. Gelet op deze contractuele afspraak speelt de opvatting van het college in dit verband geen rol. Voornaamste reden dat binnen de concessie geen kleeftarief wordt gerekend hangt samen met het ‘netbewust laden ’. Door netbewust laden kan het zo zijn dat op tijden waarop netcongestie optreedt, de laadcapaciteit wordt verminderd. Dat betekent dat het lange r duurt voordat de auto is opgeladen. Met een kleeftarief, moet de rijder dan heel goed in de gaten houden hoe snel de auto oplaadt, terwijl dat dus geen constante tijd voor te rekenen is. Binnen de concessie wil men een transparante en gemakkelijke manier bieden om elektrisch te laden, steeds de laadsessie in de gaten houden draagt daar niet aan bij.