Gooise Meren, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Gemeenteraad Gooise Meren Schriftelijke vragen ex. artikel 33 Reglement van Orde
Opvattingen van het college of burgemeester ex. artikel 33 Reglement van Orde. De griffie zorgt voor verspreiding. Beantwoording volgt zo snel mogelijk en in ieder geval binnen 4 weken.
Naam en fractie: Vera van Etten, Goois Democratisch Platform (GDP) Datum indiening: 27 mei 2026 Datum antwoord: 9 juli 2026 Onderwerp: terug naar school voor kinderen die thuisonderwijs krijgen vanwege levensovertuiging
Inleiding Recent is, naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad, in de gemeente Den Haag besloten dat kinderen die op dit moment een vrijstelling hebben ontvangen in verband met de levensbeschouwing van hun ouders na de zomervakantie terug de klas in moeten. Dit n.a.v. de uitspraak van de Hoge Raad die stelt dat alleen gebruik kan worden gemaakt van deze vrijstelling indien er geen openbare school in de buurt is (6 km voor basisonderwijs of 20 km voor middelbaar onderwijs). In onze regio speelt ook de levensbeschouwelijke vrijstelling van de leerplicht (art 5 onder b van de leerplichtwet). Het is niet bekend of deze kinderen daadwerkelijk thuisonderwijs krijgen. Er is geen toezicht door de onderwijsinspectie.
Vraag 1 Hoeveel kinderen in onze gemeente/regio hebben in de afgelopen 5 jaar gebruikgemaakt van deze vrijstelling? Graag uitgesplitst per jaar.
Antwoord Het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) voert voor de gemeenten uit deze regio de leerplichtwet uit. Zij toetsen jaarlijks de aanvragen van ouders en beslist of vrijstellingen behoren te worden verleend.
Volgens de RBL-jaarverslagen betreft dit in de regio (Laren, Blaricum, Eemnes, Huizen, Gooise Meren, Wijdemeren, Hilversum) het volgende aantal kinderen: • Schooljaar 2024-2025: 10 kinderen, 3 uit Gooise Meren • Schooljaar 2023-2024: 9 kinderen, 2 uit Gooise Meren • Schooljaar 2022-2023: 11 kinderen, 2 uit Gooise Meren
Vraag 2 Deelt het college (als child friendly city) de opvatting dat het recht van een kind op onderwijs en ontwikkeling centraal moet staan en dat voorkomen moet worden dat kinderen buiten beeld raken . Zo ja, welke maatregelen treft het college om dit te waarborgen?
Antwoord Het college onderschrijft dat het recht van elk kind op onderwijs en ontwikkeling centraal staat en dat voorkomen moet worden dat kinderen buiten beeld raken. In het coalitieakkoord staat daarover het volgende: “We kennen de levensbeschouwende vrijstelling van de leerplicht niet meer toe om risico’s van de sociale veiligheid en ontwikkeling van thuiszittende kinderen te voorkomen”.
Het college ziet in de uitspraak van de Hoge Raad een goede basis om het toetsingskader regionaal, via het RBL, aan te scherpen met het oog op het belang van het kind.
Vraag 3 Hoe wil het college n.a.v. de uitspraak van de Hoge Raad en het daaropvolgende besluit van de gemeente Den Haag omgaan met deze vrijstellingen, zowel reeds afgegeven vrijstellingen als nieuwe aanvragen, in aanloop naar het nieuwe schooljaar?
Antwoord De uitvoering van vrijstellingen in de regio Gooi en Vechtstreek is gemandateerd aan het RBL. Het is daarmee een vraag die het college graag meeneemt naar het regionaal portefeuillehoudersoverleg . Het RBL stelt: • Landelijke wet- en regelgeving en jurisprudentie leidend zijn in de uitvoering van de taken van het RBL. • De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het recht op onderwijs voorrang heeft. Openbaar onderwijs is in principe voor iedereen toegankelijk; een beroep op richtingbezwaren kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen slagen. • Het RBL zal het toetsingskader hierop aanpassen. Nieuwe aanvragen en verlengingen van vrijstellingen worden alleen in uitzonderlijke gevallen toegekend.
Het RBL zelf zal spoedig met een reactie op de uitspraak in Den Haag komen. Gemeenteraad Gooise Meren Schriftelijke vragen ex. artikel 33 Reglement van Orde
Vraag 4 Is het college bereid om dit onderwerp op te pakken in de regio, zodat er ook in onze regio en gemeente effectief toezicht en handhaving gaat plaatsvinden?
Antwoord Zie ook het antwoord op vraag 3. Het college is bereid om dit onderwerp regionaal aan te kaarten , waarbij het doel is om tot een regionaal toetsingskader te komen waar het belang van het kind op onderwijs en ontwikkeling voorop staat. Dit omvat: • Het in kaart brengen van kinderen met vrijstelling die mogelijk geen passend onderwijs volgen. • Afstemming met scholen en ouders om terugkeer naar regulier onderwijs te realiseren. • Bevordering van actief toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving via het RBL